U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Geen vragen in de gemeente

Ik ontving n.a.v. mijn recente eboek over de plaats van de man en de vrouw een vraag, die ik jullie niet wil onthouden.

“Een vraag over 1 Cor. 14. Je behandelt wel vers 33 en 34, maar niet vers 35. Over vers 34: daar staat ook ‘onderdanig’ en daar is ook het Griekse woord hupotassestohsan, dus in de vrijwillige vorm ‘elkaar onderdanig zijn’. Maar hoe moet ik vers 35 lezen: “En als zij iets willen leren, laten zij thuis aan hun eigen man vragen. Het is immers schandelijk voor vrouwen om in de gemeente te spreken”. Ik neem aan dat dit ook te maken heeft met de wanorde die er heerste?”

Je hebt helemaal gelijk dat ik niet op die specifieke Bijbeltekst ben ingegaan. In dit boek komt die niet voor, maar ik heb ontdekt dat ik er echt nooit, op welke plek dan ook, iets over geschreven heb. Toch heb je helemaal gelijk dat dit weer een typische Bijbeltekst is, die in volle gretigheid aangegrepen wordt om de vrouw weer te knechten. Het is echter inderdaad van belang om opnieuw deze tekst in zijn juiste verband te lezen. Het simpel lezen van hoe de letterlijke tekst hier staat geeft al aan dat het geen algeheel verbod is aan de vrouw om in de gemeente te spreken. Het onderwerp is vragen stellen in de gemeente. Je hebt helemaal gelijk dat dit alles met mogelijke wanorde in de gemeente te maken heeft.

Om een helder zicht te hebben op de praktische situatie, die Paulus hier tekent, is het van belang om te weten dat Paulus hier niet over hetzelfde spreekt als de gemeente, het lichaam van Christus, waarvan Christus het Hoofd is. Van die gemeente zijn wij leden. Wij zijn altijd 24 uur per dag, 7 dagen per week, 12 maanden per jaar onafgebroken in die gemeente omdat wij daar dankzij het werk van Christus volkomen één mee zijn. De situatie die in 1 Corinthe 14: 35 getekend wordt is dat je op een bepaald moment in de gemeente kan zijn en dat als je thuis bent dat niet het geval is. Dat klopt ook. Dat hoort namelijk helemaal thuis binnen die uiterlijke gemeentes van het nieuwe verbond. Dat ligt bij ons volkomen anders. We zijn altijd in de gemeente, het lichaam van Christus. De conclusie, die de orthodoxie trekt dat de vrouw totaal haar mond niet mag openen als ze in de gemeente is zou dus in praktische zin erop neerkomen dat als ik dat nu zou moeten toepassen ik niet eens het stemgeluid van Machtelt, mijn vrouw, zou kennen. Ze zou dan namelijk volgens de lijn van orthodoxie altijd haar mond moeten houden. Je begrijpt waarschijnlijk wel dat zo´n gekke situatie niets met het onderwijs van de Schrift te maken heeft.

Dit bovenstaande vinden we allemaal belachelijk en niet te doen en het hoeft zo zelfs voor de allerstrengsten onder die orthodoxe gelovigen niet. Ze zijn nog wel een beetje tolerant. De reden is omdat ze nou eenmaal niet van de Schrift uitgaan, maar van hun orthodoxe leer en die deelt kerk en thuis netjes in twee verschillende werelden, waar de Schrift dat in Gods huishouding voor deze tijd totaal niet doet.

Maar zelfs als die onschriftuurlijke indeling van kerk en thuis wel gehanteerd wordt, dan blijven de uitleggers dat het hier om een totaalverbod van spreken voor de vrouw en dus niet om een regeling zou gaan dat er dwars door de Schriftuitleg heen geen vragen afgevuurd kunnen worden maar dat die in de huiselijke sfeer beantwoord kunnen worden, wel zitten met uitermate onpraktische situaties in hun kerk/gemeente/kring. Letterlijk zou hun opvatting namelijk betekenen dat geen enkele vrouw mee kan zingen met de liederen, het zou betekenen dat er zelfs geen “Amen” zou weerklinken als de spreker om een reactie van de mensen zou vragen.

Goed, laten we eens kijken wat dit gedeelte letterlijk te zeggen heeft.
1 Corinthe 14: 34 - 35 Laten de vrouwen zwijgen in de gemeenten; want het is hun niet vergund te spreken, maar onderworpen te zijn, zoals ook de wet zegt. En als zij iets willen leren, laten zij thuis hun eigen mannen vragen; want het is schandelijk voor een vrouw te spreken in de gemeente.

Ik heb vers 34 erbij gepakt omdat het één geheel is, ook al ben ik hier in het eboek al uitgebreid op ingegaan. We weten dus al dat vanwege de orde in de groep er in meerdere gevallen op aangedrongen wordt om te zwijgen (ook door de mannen).
1 Corinthe 14: 28 Als er geen uitlegger (van de tongentaal) is, laat hij zwijgen in de gemeente.
1 Corinthe 14: 30 Als aan een ander die daar zit, iets geopenbaard wordt
(profetie), laat de eerste zwijgen.
Daar ging het om de orde in de gemeente. Ook in vers 34 gaat het om diezelfde orde.

Het is slechts drie hoofdstukken terug in 1 Corinthe 11 dat Paulus schrijft over hoe de orde verloopt als vrouwen het Woord doorgeven. Besef heel goed dat dit de Schrift genoemd wordt. Het gezaghebbende Woord van God. De gedachte dat Paulus dus in één en dezelfde brief eerst uitvoerig het spreken van de vrouw uitlegt om dan vrijwel direct daarop te verklaren dat de vrouw dit helemaal niet hoort te doen wekt de indruk dat we hier met een zeer labiele man te maken hebben, die niet zo goed weet wat hij nog maar geschreven heeft. Bedenk wel dat dit de apostel Paulus is waarvan de orthodoxie dit verwrongen plaatje tekent. Let er ook heel goed op dat dit allemaal valt onder het door Gods Geest geïnspireerde Woord van God! Dit wordt dus feitelijk gewoon zomaar door de orthodoxie vanwege hun leer aan een verwarde geest toegeschreven. Nee, Paulus was niet in de war. Ook het geïnspireerde Woord van God was niet verward. Die leer is in de war.

“Als zij iets willen leren,”
Hier hebben we het wezenlijke vraagstuk dat Paulus aanpakt. De vrouw heeft een gelijkwaardige positie in Christus gekregen als de man in Christus. In plaats van dat de man alleen naar lezingen e.d. toe gaat om onderwijs te ontvangen, gaan ze nu samen. De vrouw is echter onbekend met het hele gegeven en begint vragen te stellen om te weten waar ze aan toe is, wat er nu ineens van haar verwacht wordt, hoe de verhoudingen nu liggen en ga zo maar door. De mannen waren die lezingen en toespraken al vanouds gewend. Zij wisten hoe ze zich dienden te gedragen. Voor hen gold ook dat ze niet zomaar met vragen zo´n lezing konden onderbreken, maar dat waren zij inmiddels ook al gewend. De vrouw moest deze praktische zaken hierover nog leren.

Dus: “Als zij iets willen leren, laten zij thuis hun eigen mannen vragen.”
Vanzelfsprekend is dit slechts een tekening van de mogelijkheid om in een situatie, die niet officieel georganiseerd is als een gemeentesamenkomst (die had men onder het nieuwe verbond) deze praktische vraagstukken te bespreken. De gedachte die Paulus hier neerlegt is dat een officiële gemeentesamenkomst niet telkens onderbroken hoefde te worden met vragen, die meer praktisch van aard waren en die niet binnen het besproken onderwerp vielen. Die samenkomst kon gewoon doorgaan en in een huiselijke sfeer kon men de praktische vragen doornemen.

Vanzelfsprekend leest een groot deel van de gelovigen dit soort praktische handreikingen van Paulus gelijk weer als een gebod en dus herkent men niet eens de verplaatsing van deze praktische vragen van de officieel gemeentelijke plek naar de huiselijke plek, maar men ziet een opdracht dat elke vrouw haar eigen man moet hebben of soms trekt men zelfs de onmenselijke conclusie dat alleenstaande vrouwen dus maar het beste met hun vragen in de kou blijven staan. Helaas, niks aan te doen. Hadden ze maar niet alleenstaand moeten blijven.
Een probleem die kenmerkend is voor wettische denkers en alleen in zo´n hoofd kan opkomen. De huiselijke sfeer staat bijvoorbeeld ook voor het van de samenkomst naar huis toe lopen met een vriend /vriendin /zuster /broeder /kennis aan wie je dergelijke vragen kwijt kunt.

(Even opletten: In de volgende alinea schrijf ik over het feit dat God in de gemeente aan het woord is. Dat is een kenmerk van profetie onder het nieuwe verbond. In de groepjes die wij tegenwoordig vormen is een broeder of zuster zus en me zo aan het woord en is het enig gezaghebbende woord datgene wat we direct uit de Schrift citeren. Broeder zus en me zo tegenwoordig heeft nooit en te nimmer dat hij/zij namens God spreekt. Hoe zo´n hoge titel hij of zij ook mag dragen, het blijft altijd een simpel mens.)

Wat was nou het punt van Paulus? “Niet door de toespraken in de gemeente heenkomen met je vragen!” Het helemaal geen rekening houden met het feit dat God in de gemeente aan het woord is, dat is schandelijk, zoals Paulus dat in dit vers aangeeft. Begrijp dus goed dat die vragen nou juist helemaal niet schandelijk zijn. Die kan je gewoon in huiselijke sfeer of onderweg doorspreken.

Ik hoop dat ik hiermee weer wat duister over dergelijke Bijbelse uitspraken heb kunnen wegnemen. Het duister ontstaat niet door de Schrift zelf, maar door de ontkenning van de eenheid en gezamenlijke hoge positie van man en vrouw, die we ontvangen hebben in Christus.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende