U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Verstomde tongen

In verband met Pinksteren, wat we pas geleden gevierd hebben en waar ik dus ook op meerdere plaatsen over gesproken heb, werd mij gevraagd hoe ik erbij kom dat er in de huidige tijd geen gaven zoals tongentaal en profetie meer zouden zijn. Voordat ik daar mijn inzicht over bekend zal maken wil ik graag kwijt dat dit voor mij geen strijdkwestie is om een stevige discussie over op te zetten. Ik deel slechts wat ik denk te verstaan vanuit Gods Woord over deze kwestie. Je zult dus nooit van mij horen dat om een gezond geloofsleven te hebben je beslist in tongen zal moeten spreken, of dat je daar nou juist helemaal niets mee te maken moet hebben als je een gezond geloofsleven wenst. Ik ben Christus tegengekomen in mensen die in tongen dachten te spreken en in mensen die daar helemaal niets mee hadden. Het geloofsleven draait niet om tongen, het draait om Christus.

In 1 Corinthe 12 t/m 14 is het grote onderwerp de aardse genadegaven, die onder het Nieuwe Verbond golden. Paulus zegt daarvan dat zij ten einde liepen.
1 Corinthe 13: 8 -10 Profetieën, zij zullen afgedaan hebben; tongen, zij zullen verstommen; kennis, zij zal afgedaan hebben. Want onvolkomen is ons kennen en onvolkomen ons profeteren. Maar, als het volmaakte komt, zal het onvolkomene afgedaan hebben.
Over de aardse genadegaven 'profetie' en 'kennis' zegt Paulus hier dat die op een bepaald moment afgedaan zal hebben. Precies datzelfde werkwoord gebruikt hij aan het eind van dit gedeelte als hij schrijft: 'als het volmaakte komt, zal het onvolkomene afgedaan hebben.'

Profetie is in de Bijbel de gave van het van tevoren voorzien van bepaalde aardse gebeurtenissen. Profetie is niet een uitleg van de Bijbel, zoals het vaak ten onrechte vanuit bepaalde teksten ingelegd wordt om het zogenaamd praktisch te maken voor ons. Dat is Bijbels gezien gewoon het onderricht geven oftewel het onderwijzen. Profetie en dus profeten horen simpelweg bij het aardse volk Israël en niet bij de bovenhemelse Gemeente, het Lichaam van Christus. Precies hetzelfde is dat het geval bij 'kennis'. Die kennis is niet het persoonlijk kennen van God of het kennis van de Bijbel. Dat zijn zaken die God feitelijk voor iedereen bestemd heeft. De kennis hier gaat weer over een aardse genadegave, zoals die slechts binnen het Nieuwe Verbond aan een enkeling was toebedeeld.
1 Corinthe 12:8 Aan de één wordt door de Geest gegeven met wijsheid te spreken, en aan de ander met kennis te spreken krachtens dezelfde Geest;
1 Corinthe 14:6 Broeders, als ik bij jullie kom en ik spreek alleen maar in tongen, wat voor nut breng ik jullie dan, als ik mij niet tot jullie richt, of met een openbaring, of met kennis, of met profetie, of met onderricht?

In die tijd onder het Nieuwe Verbond zou er dus een moment komen dat al die aardse genadegaven afgedaan zullen hebben. Dat is ook het moment dat de tongen(taal) verstomt, oftewel ophoudt. Dat is het moment dat het volmaakte komt. Wat is dat moment? Wanneer komt of kwam dat volmaakte?

Het moment waarop het volmaakte komt kan volgens mij onmogelijk de wederkomst van Christus zijn. Als namelijk het volmaakte gekomen is, dan staat er dat die aardse genadegaven wel voorbij zijn, maar dat dan nog altijd geloof, hoop en liefde zullen blijven gelden.
1 Corinthe 13: 13 Zo blijven dan: Geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde.
Bij de wederkomst van Christus zal het geloof ophouden, want geloof verandert dan in zien en de hoop wordt dan vervuld. Maar Gods liefde blijft bij de wederkomst ook onveranderd doorgaan.

Het volmaakte is in Paulus eigen dienst ten volle werkelijkheid geworden.
Colosse 1: 24-25 Het Lichaam van Christus, dat is de gemeente. Haar dienaar ben ik geworden krachtens de bediening, die mij door God is toevertrouwd, om onder jullie het woord van God tot zijn volle recht te doen komen,
Die uitdrukking 'Tot zijn volle recht te doen komen' betekent letterlijk 'volmaakt te maken', of 'volkomen te maken'.
Hier heb je dat volkomene.

De gave van tongentaal, maar ook die van profetie en die van kennis bracht elke keer een stukje aan van het Woord van God. Het kwam, om zo te zeggen, deel na deel. De uitdrukking die Paulus hier gebruikt, namelijk het “onvolkomene” wijst ook op dat deelsgewijs. “Wij kennen onvolkomen” wordt daarom ook in andere vertalingen weergegeven met “Wij kennen ten dele”.

In de tijd van het Nieuwe Verbond, waar de gelovigen in Corinthe ook toe behoorden, was het Woord van God, de Bijbel, nog niet compleet. Het sluitstuk van dit Woord van God was het geheimenis, dat aan Paulus na Handelingen 28 werd toevertrouwd. Met die openbaring van wat de Gemeente, het Lichaam van Christus is, zoals Paulus dat in de brieven Efeze en Colosse beschrijft, is de Bijbel helemaal compleet geworden. Iemand die nu nog met een zogenaamd woord van God daar iets aan toe wil voegen, valt dus Bijbels gezien eigenlijk per definitie buiten de boot, ook al zegt hij of zij daarbij dat hij dit in tongentaal doet of omdat hij of zij pretendeert een woord van kennis of een profetie te hebben.

Met Paulus sluitstuk betreffende de verborgenheid van het lichaam van Christus is het volmaakte gekomen. Daarmee zijn die aardse genadegaven afgedaan omdat het Woord van God vol geraakt is. Het volmaakte of volkomene is dus het totaal complete Woord van God. Wat nooit afgedaan zal hebben en wat eigenlijk het meest essentiële van de verkondiging van het blijde nieuws is, dat is die liefde van God. Die blijft altijd en eeuwig stromen.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende