U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Wie of wat zijn nou gesnedenen?

Ik ontving op Facebook een vraag, die wellicht bij meerdere gelovigen leeft. Hier komt die: “Wie of wat zijn nou gesnedenen?”

De vraag ging vergezeld door een schijnbaar botsende uitleg, die ik hier nu even citeer:
Er zijn er die zichzelf gesneden hebben. Dat zijn diegene die op eigen kracht, in het vlees dus, het Koninkrijk proberen in te komen. Er zijn er ook die vanuit de moederschoot zijn gesneden. Dat zijn de uitverkorenen van vóór de nederwerping der aarde. Maar nu zit ik te lezen over dit onderwerp in Matt. 19, in een "herziene statenvertaling" daar gaat het ineens niet over "gesnedenen" maar over "ontmanden" Daar wordt toch iets heel anders mee bedoelt?”

Wow, dat is nogal een pittig onderwerp. Ik heb tot nu toe nooit iets over dit onderwerp geschreven omdat ik eigenlijk het idee heb dat ik er geen afdoend inzicht in heb. Dat was vroeger anders. Toen had ik over vrijwel ieder woord in Gods heilige Schrift onder het mom van typologie wel een geestelijke toepassing. Ik heb al vaker geschreven dat ik daar in de negentiger jaren helemaal in vast ben gelopen. Ik had in die tijd een serie studies over de radio gegeven betreffende het boek “Hooglied”, wat me veel lof opleverde onder de luisteraars. In een vakantieconferentie van een week ben ik op een soortgelijke manier door het boek Esther gegaan. De deelnemers gaven aan daar enorm veel voor hun leven in Christus van geleerd te hebben. Het geestelijk probleem in mijn leven werd echter steeds groter en groter omdat ik me bewust werd dat je dus op gigantische manier Gods Woord kan laten buikspreken en alles kan laten zeggen, waar jezelf van overtuigd bent. Voor mij werd dat een geestelijke crisis omdat God en Zijn weg daarmee dus eigenlijk niks meer was geworden dan de reikwijdte van mijn eigen fantasie.

Later ontdekte ik dat ik de letterlijke uitleg van Hooglied tot op dat moment nog nooit verstaan had, wat me toch niet gehinderd had om die zogenaamde geestelijke les eruit te halen.

Ikzelf heb dus afstand genomen van mijn typologische uitleggingen. De uitleggingen over typologie, zoals die in het Woord zelf staan, blijven voor mij buiten kijf. Maar die uitspraken zijn dan ook God geademd, zoals Paulus dat aan Timotheus schrijft. Precies eender komt in Gods Woord zelf (Galatenbrief) ook analogie voor. Ook dat is geïnspireerd door Gods Geest. Daar hoef ikzelf dus niks aan toe te voegen. Ik laat dus typologie & analogie voor wat het is. Wat niet betekent dat ik iemand die Christus verkondigd vanuit zijn of haar typologische/analogische inzichten bestrijd. Integendeel, als iemand op wat voor wijze dan ook Christus verkondigt, dan verblijd ik me daarin en op facebook kan dat dus ook een vinkje (vind ik leuk) van mijn kant opleveren. Christus verkondiging is voor mij altijd veel belangrijker dan een juiste weergave in overeenstemming met mijn oordeel.

Het citaat uit de start van de vraagstelling:
“Er zijn er die zichzelf gesneden hebben. Dat zijn diegene die op eigen kracht, in het vlees dus, het Koninkrijk proberen in te komen. Er zijn er ook die vanuit de moederschoot zijn gesneden. Dat zijn de uitverkorenen van vóór de nederwerping der aarde.”

Dit is nou typisch een typologische uitleg, maar wat zegt de Heer nou letterlijk:
Mattheüs 19:12 Er zijn gesnedenen (eunouchoi) die zó uit de moederschoot geboren zijn; en er zijn gesnedenen (eunouchoi) die door de mensen gesneden zijn (eunouchistesan); en er zijn gesnedenen (eunouchoi) die zichzelf gesneden hebben (eunouchisan) dwars door het koninkrijk der hemelen. Wie het vatten kan, vatte het!

Voor het gemak heb ik even wat zaken naar een letterlijke weergave omgezet. Dat geeft aan dat dit alles dwars door het hele koninkrijk der hemelen gaat, dus niet het koninkrijk als einddoel heeft. Het draait er niet om dat dit gebeurt om het koninkrijk, maar dwars door het koninkrijk. Je komt het dus in het hele koninkrijk tegen, er dwars doorheen. Die uitdrukking “dwars door het koninkrijk der hemelen” sloeg ook niet uitsluitend terug op de laatste groep mannen, maar op alle drie de groepen. Ook zie je in de grondtekst, die ik er bij de gesnedenen er even bij geplaatst heb, dat het om eunuchen gaat, dus inderdaad “ontmanden”. Logisch dat dit onderwerp hier ter sprake komt omdat de Heer hier, in dit gedeelte, over de seksuele relatie tussen man en vrouw spreekt. Het gaat hier helemaal niet om een geestelijke les, die wij er zo graag zo snel mogelijk inleggen, maar om een praktische vraag (eigenlijk een strikvraag) over echtscheiding.

Gebeurde deze letterlijke zaken dan inderdaad binnen, oftewel dwars door, het koninkrijk van God? Ja, ik denk dat mannen, die hun mannelijkheid misten vanaf de geboorte destijds voorkwamen dwars door het koninkrijk der hemelen en ook nu in de huidige tijd zijn er nog altijd mannen die, zoals wij dat tegenwoordig noemen, in het verkeerde lichaam geboren zijn. Ook waren er mannen, die als slaaf ergens kwamen werken waar men geen last van de lusten van de mannen wilde hebben. Die mannen werden dus uit praktische overwegingen door hun meesters ontmand.

De derde groep komt er in de typologische uitleggingen meestal het beste vanaf. Ik bedoel dat die het meest positief worden beoordeeld door de uitleggers. Gaat het daar echter om? Ja, soms denkt men dat, zelfs als er wel iets letterlijk wordt opgevat. Het wordt dan helaas ervaren als een soort heilige toewijding aan de Heer dat men vanwege Gods koninkrijk zich zelfs laat ontmannen. Ja, heilige prestatie-ijver kan ver gaan. Het was de grote kerkvader uit de derde eeuw “Origenes”, die dit aan zijn eigen lijf liet plaatsvinden als gehoorzaamheid juist aan deze Bijbeltekst. Een latere christelijke leraar sprak er zijn droefenis over uit dat Origenes telkens alles vergeestelijkte en nou juist net deze uitspraak van de Heer als vrijwel de enige uitzondering daarop zag.

Tja, iets doen om het koninkrijk der hemelen kan veel om het lijf hebben. (Daar gaat het in deze tekst dus niet om, hè!!! Iets doen om dat koninkrijk. Het gaat over drie zaken die gewoon voorkomen binnen, oftewel dwars door, het koninkrijk.) Het is toch telkens het niet verstaan van Gods overvloeiende rijkdommen van genade waardoor we denken toch maar iets te moeten doen. Die christelijke prestatie-ijver wordt die christenen toch een keertje fataal. Dat blijkt hier bij kerkvadertje Origenes maar weer eens overduidelijk.

Ik begon met mijn antwoord dat ik eigenlijk geen afdoend inzicht in dit gedeelte heb. Ik hoop dat het voor jullie toch een klein beginnetje mag zijn.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende