U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Waarom zijn Bijbelteksten zo tegenstrijdig?

Is echte Bijbelstudie bedoeld om teksten tegen elkaar weg te strepen en je eigen favoriete tekst eruit te selecteren? De vraag stellen is hem eigenlijk ook al beantwoorden. Als je bepaalde teksten wegstreept stel je jezelf als gezag feitelijk al boven Gods Woord. Jij of ik bepaalt dan wat wel het gezag van Gods Woord heeft en wat niet. Bijvoorbeeld: De keuze tussen deze twee:

Mattheüs 6:12 Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven onze schuldenaren.
Wat is de uitspraak hier in het Onze Vader? De basis van de vergeving van de zonden is daar de mate waarin men de ander vergeeft. Heel nuchter concluderend betekent dit dat als iemand niet bepaald vergevingsgezind is, dat die dan zijn eigen vergeving door God wel op zijn buik kan schrijven.

Colossenzen 3:13 Vergeeft elkaar, …; zoals ook Christus jou vergeven heeft,
Wat is de uitspraak hier van Paulus? De vergeving door Christus Jezus voor de mensheid is hier een voldongen feit. Er staat: “Christus Jezus heeft vergeven”. Dit vormt hier de basis van waaruit de gelovige nu de ander vergeeft. Gods vergeving van de mens is hier dus niet langer afhankelijk van de mate van de vergevingsgezindheid van die mens.

Kies je er één of zijn ze allebei waar? Ja! Ze zijn allebei het Woord van God. We hoeven dus niets weg te strepen. We kunnen beide uitspraken laten staan als Het Woord van God met het volle goddelijke gezag. Maar een eerlijk Bijbelstudent wil toch wel graag weten wat nu eigenlijk zijn eigen praktijk mag zijn. Daarom duikt hij, uitgaande van Gods gezag in beide teksten, verder in dat Woord. Nu teksten met het antwoord:

Romeinen 15:8 Jezus Christus is een dienaar van de besnijdenis, vanwege de waarheid van God, opdat Hij bevestigen zou de beloften aan de vaderen;
Galaten 2:9 Toen zij de genade die mij gegeven is, erkenden, gaven Jakobus, Petrus en Johannes, die als steunpilaren golden, mij en Barnabas de rechterhand van de gemeenschap, opdat wij naar de heidenen en zij naar de besnedenen zouden gaan;

Jezus Christus had een dienst aan de besnijdenis, evenals Jakobus, Petrus en Johannes dat hadden. Vandaar dat er ook gesproken wordt van de vaderen. Duiken wij in de geschiedenis van onze vaderen, dan komen we bij Wodan- en Donar-aanbidders. Die vaderen hadden niks met de beloften van God, maar de besnijdenis, oftewel het letterlijke Israel, wel. De adressering in het Onze Vader was dus het volk Israel. Dat is trouwens ook zo in de brief van Jakobus en de brieven van Johannes en Petrus. Gods weg met dit volk, ook nadat men gelovig geworden was in de Heer Jezus Christus, liep via de wet, die in die relatie nooit gestopt is.
Handelingen 21:20 Jullie zien, broeder, hoeveel tienduizenden Joden er zijn, die geloven; en zij zijn allemaal ijveraars van de wet.

Aan het eind van Handelingen liep Gods weg met Zijn aardse volk dus nog altijd gewoon via Zijn trouwbelofte, oftewel de wet. Het feit dat al die gelovige Joden ijveraars van de wet werden was dus geen misser. Het was geen verkeerd verstaan van Gods evangelie door de gelovigen van die tijd. Het was een vanzelfsprekendheid, het waren namelijk gelovige Joden.

Gelovigen die nu, al zijn het helemaal geen Joden, allerlei eisen en voorwaarden uit bijvoorbeeld de Jakobus-, Petrus-, of Johannesbrieven plukken hebben dan ook totaal geen notie van de plek waarop ze zich plaatsen. Met bijvoorbeeld het niet houden van alleen al de Sabbat plaatsen ze zich onder hun eigen veroordeling. Laat staan de vele zaken uit de wetgeving, die ze zomaar aan de kant schuiven.

Paulus en Barnabas worden hier de apostelen voor de heidenen (oftewel de volkeren) genoemd. Daar hoorden wij van nature bij. Wij zijn de niet-joden. Zelfs in zijn eerste bediening had Paulus dus voor die heidenen (wij) een heel andere weg van God als voor Israel. Nu, binnen het lichaam van Christus, hebben wij in de hemelse een totaal andere positie als het aardse Israel. Daar past deze tekst als vanzelfsprekend.
Colossenzen 3:13 Vergeeft elkaar, …; zoals ook Christus jou vergeven heeft,

We zetten nog eens zo 2 teksten tegenover elkaar.
Romeinen 3:31 Stellen wij de wet buiten werking door het geloof? Volstrekt niet! Maar wij bevestigen de wet.
Efeziërs 2:15 In Zijn vlees heeft Christus de vijandschap, de wet van de geboden, die in inzettingen bestaat, te niet gedaan,

In de Romeinenbrief is de wet heel letterlijk gesproken niet buiten werking gesteld. Vandaar ook dat als iemand zich door de Heilige Geest liet leiden, dat zo´n persoon dan de eis van de wet ook daadwerkelijk vervulde.
Romeinen 8: 4 Opdat de rechtvaardige eis van de wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest.
Opnieuw zijn er veel godsdienstige mensen die aangeven dat wij dat nu ook moeten, maar die dan wel primaire zaken van die wet, zoals de Sabbat, aan hun laars lappen. Dat betekent dat ze de rechtvaardige eis van de wet helemaal niet vervullen. Dat zou, als je deze tekst zo toegepast doortrekt, betekenen dat die mensen dus wel naar het vlees wandelen en niet naar de Geest.

Ik zeg nogmaals. Zo´n zware belasting is ook nergens voor nodig omdat Paulus schrijven hier nog helemaal viel in die tijd van het aanbod van het Nieuwe Verbond aan het volk Israel. De eis van de wet werd vervuld omdat het allemaal ijveraars van de wet waren. Logisch, want ze waren vervuld met Gods Geest. Als wij, nu we niet tot dat Nieuwe Verbond behoren maar bij het lichaam van Christus, als wij nu toch verwachten dat die rechtvaardige eis van de wet ook in ons vervuld zal worden, dan blijkt dat de Heer dat in deze tijd niet in ons gaat werken. Als we echt eerlijk hierin zijn, dan gaat dat een enorme teleurstelling in God opleveren. We zijn namelijk niet Gods aardse volk. We zijn het hemelse lichaam van Christus. Dat betekent dat we wat Paulus in Efeze schrijft letterlijk voor onszelf mogen nemen. De wet is voor ons buiten werking gesteld. Allebei de teksten zijn volwaardig Gods Woord. Maar de adressering is verschillend.

Bij mijn verkondiging van onvoorwaardelijke liefde en genade krijg ik regelmatig uit de Evangeliën en de brieven, die aan de Joodse gelovigen geschreven zijn, allerlei Bijbelgedeeltes toegestuurd. Lief bedoeld, daar ga ik vanuit. Het is echter allemaal op deze verwarring van het niet serieus nemen van de adressering gebaseerd.

Krijg ik per ongeluk een brief voor de buurman in handen omdat het in de verkeerde bus is gegooid en ken ik wel de afzender, ga ik die brief dan wel lezen, dan zal ik sommige zaken herkennen omdat ik de afzender ken. Maar sommige zaken zullen ook lijken alsof het nergens op slaat. Waarom? Gewoon, omdat die brief niet aan mij gericht is. Dat is de verwarring die telkens opnieuw opkomt als we er geen rekening mee houden dat God meerdere groepen gelovigen op het oog heeft in Zijn Woord dan alleen ons, het Lichaam van Christus. We denken dus eigenlijk te klein van God en (helaas moet ik dat ook zeggen) veel te groot van onszelf. We denken namelijk alles wat niet aan ons gericht is toch ook nog eens in eigen kracht te kunnen verwezenlijken. Daar komt veel gezucht en gekerm uit voort, dat we dan een vrome godsdienstige lading geven. We zijn dan helemaal vergeten dat God de God van alle genade en de Vader van alle barmhartigheden is. Laten we genieten van wat God ons in Zijn Zoon, Christus Jezus, geschonken heeft.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende