U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Hoe zit het met die armen van geest in Mattheus?

Verklaart de Heer met de armen van geest nu verstandelijk beperkte mensen gelukkig omdat ze verstandelijk beperkt zijn?
Mattheüs 5:3 Gelukkig zijn de armen van geest, want voor hen is het koninkrijk van de hemelen.
Lukas 6:20 Gelukkig zijn jullie, armen, want voor jullie is het koninkrijk van God.

Ik heb deze verklaring het grootste gedeelte van mijn leven langs horen komen, waarschijnlijk extra vaak omdat mijn zuster heel zwaar verstandelijk beperkt was. Veel mensen vonden het dan bemoedigend om mij hierop te wijzen. Ik kwam er met name mee in de knoop toen ik de Bijbel echt definitief alleen nog letterlijk wilde verstaan. De beide bovenstaande teksten lijken dan namelijk met elkaar in tegenspraak, terwijl het toch om dezelfde uitspraak van de Heer gaat.

Omdat ik niet geloof dat er ook maar een enkel klein missertje van zelfs maar een lettertje in de Bijbel staat aangezien God de Auteur is, ging ik op zoek naar wat deze teksten me letterlijk vertelden. Vanuit de grondtekst is hier in deze twee teksten, denk ik, geen enkele tegenspraak.

Ik begin eerst met een taalkundig voorbeeld:
Bij het geloof van Christus kan je ook Christus geloof zeggen. Dat is taalkundig een heel normale zaak. Het geeft het bezit aan. In het Bijbelse Grieks zou in zo´n geval die naamval in de vervoeging van de titel “Christus” zitten.
Galaten 2:16 Wij hebben in Christus Jezus geloofd, opdat wij zouden gerechtvaardigd worden uit “het geloof van Christus”,
Filippenzen 3:9 Gods rechtvaardigheid, die door “het geloof van Christus” is,
Het woordje “van”, bij het aangeven van een bezit, zit dus in een taalkundige vervoeging en niet in een apart Grieks woordje.

In de uitdrukking in Mattheus van “de armen van geest” is de vertaling van het woordje “van” wel een apart Grieks woordje, namelijk het simpele Griekse woordje “de”, maar dan in een aparte vervoeging. In deze vervoeging wordt het meestal vertaald in het Nederlands met “tot de”, daarom zou de meest letterlijke vertaling zijn: “de armen tot de geest”. Dit sluit veel meer vanzelfsprekend aan op die uitspraak in Lukas, dat volgens mij ook dezelfde uitspraak van de Heer is. Het gaat hier dus om mensen die arm zijn tot de geest, oftewel mensen die met de geest als doel arm zijn.

Om dat logisch te vatten is het wel weer belangrijk het onderscheid te zien tussen Jezus bediening hier aan Zijn aardse volk Israel en de huishouding waar wij tegenwoordig toe behoren, namelijk het Lichaam van Christus.

Werkt God tegenwoordig namelijk in genade opdat ik alles verkoop? Zelf dus geen bezittingen meer heb? Alles deel met de armen? Zelfstandig dus, misschien samen met andere gelovigen, een nieuw soort economie opzet? Je vindt er in Paulus latere brieven niks meer van terug. Integendeel. Er blijken rijken te zijn, die ook gewoon rijk blijven (1 Timotheus 6: 17-18). Ook die rijken mogen uit genade leven.

Mensen bij wie de wet niet in het hart geschreven is (wij dus), zullen er ook niks van merken dat typische koninkrijks-kenmerken in hun leven openbaar komen. Wat zijn die kenmerken?
Handelingen 2:45 Telkens waren er, die hun bezittingen en have verkochten en ze uitdeelden aan allen, die er behoefte aan hadden;
Handelingen 4:32-35 De menigte van hen, die tot het geloof gekomen waren, was één van hart en ziel, en ook niet één zei, dat iets van wat hij bezat zijn persoonlijk eigendom was, maar zij hadden alles gemeenschappelijk. En met grote kracht gaven de apostelen hun getuigenis van de opstanding van de Here Jezus, en er was grote genade over hen allen. Want er was ook niet één behoeftig onder hen; want allen, die eigenaars waren van stukken grond of van huizen, verkochten die en brachten de opbrengst van de verkoop en legden die aan de voeten der apostelen; en aan een ieder werd uitgedeeld naar behoefte.

Aan de wet is een erfenis verbonden. Die erfenis is het deel voor het volk van de wet: Israel. Dat erfdeel is het koninkrijk van God op aarde. De vrede, die uitgaat vanuit Jeruzalem. Daar zal een radicaal nieuw economisch systeem aan verbonden zijn: Het delen van de goederen. Geen eigen bezit. Dit is geen communisme. Communisme is een opgelegd systeem vanuit menselijke hiërarchie. Dit is geen menselijk koninkrijk. Het is het koninkrijk van God. Dit is geen opgelegd economisch systeem. Het is de wet, die in de harten geschreven staat en die dan dus ook werkt.

Kunnen we nu in onze tijd op grond van dergelijke teksten een sociaal politiek systeem opleggen hier op aarde? Daar waar we de verschillende huishoudingen van God door elkaar halen, daar zou je in alle verwarring zoiets kunnen doen. Dat zou zelfs met de beste bedoelingen kunnen gebeuren. Het is echter gedoemd te mislukken omdat alleen Gods koninkrijk dit waar zal maken. God werkt in alles wat Hij zegt in Zijn Woord via genade en genade alleen!

Nu weer even terugkomend op onze uitgangsteksten. Of het nu volgens Mattheus gaat om armen, die dat zijn om de geest of volgens Lukas gewoon om armen zonder opgaaf van redenen, het gaat in beide gevallen om het Koninkrijk, wat in het ene geval “van de hemelen” genoemd wordt en in het andere geval “van God”. Daar is de wet in de harten uitgestort en dat werkt een nieuw soort economie uit. De deelnemers aan die toekomstige Goddelijke economie zijn, voor zover ik dat momenteel kan zien, deze “armen tot de geest”.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende