U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Hoe zit het met die rib in Genesis?

“Mijn vrouw is echt een rib uit mijn lijf.” Ja, we kunnen er wat van, wij mannen. We zijn goed in het wegzetten van de vrouw en hier denken we zelfs een Bijbelse grond voor te kunnen aanvoeren. De vrouw zou uit de rib van de man geschapen zijn. Kijk maar na in Genesis.

Nou blijkt de Bijbel een heel gewoon Hebreeuws woord voor “rib” te gebruiken. Daar komt die: Het Hebreeuwse woordje ‘ala’. In de volgende tekst wordt het woord gebruikt.
Daniel 7:5 Drie ribben waren in zijn muil tussen zijn tanden;

Dit gebruikelijke woord voor “rib” wordt echter bij Adam en Eva niet gebruikt. Daar wordt het volgende woord voor gebruikt: “tsela” of “tsalah”, dat consequent alleen maar met “Zijkant” vertaald kan worden. Dit zelfstandig naamwoord is afkomstig van het werkwoord “tsala”, dat kreupel lopen betekent. Ook dat wijst dus naar het fenomeen van naar één zijkant overhellen.

De enige keren dat dit woord met ribben vertaald is.
Genesis 2:21-22 Toen deed Yahweh God een diepe slaap op de mens vallen; en terwijl deze sliep, nam Hij één van zijn ribben en sloot haar plaats toe met vlees. En Yahweh God bouwde de rib, die Hij uit de mens genomen had, tot een vrouw, en Hij bracht haar tot de mens.
Ja, dat is nou juist bij het onderwerp in kwestie. Ondanks dat het 33 maal voorkomt in de Bijbel is op al die andere plaatsen in de Bijbel het gebruik van vertaling als “rib” onmogelijk en zelfs gewoon belachelijk. We hoeven dus niet meer in de verdediging te schieten als anderen aantonen dat mannen net zoveel ribben als de vrouwen. Dat is gewoon vanzelfsprekend.

Het Hebreeuwse woord “tsela” wordt verder gebruikt voor:
1. De zijkanten van de ark van het verbond.
Exodus 25:12 Je zult er vier gouden ringen voor gieten en die bevestigen aan de vier voetstukken en wel twee ringen aan de ene zijwand en twee ringen aan de andere zijwand.
Exodus 25:14 Je zult de draagstokken steken in de ringen aan
de zijwanden van de ark, om daarmee de ark te dragen.
Exodus 37:3 Hij goot er vier gouden ringen voor, aan de vier voetstukken en wel twee ringen aan de ene
zijwand en twee ringen aan de andere zijwand.
Exodus 37:5 Hij stak de draagstokken in de ringen aan
de zijwanden van de ark om de ark te dragen.

2. De zijkanten van de tabernakel
Exodus 26:20 Evenzo voor de andere zijde van de tabernakel aan de noordkant twintig planken
Exodus 26:26-27 Je zult dwarsbalken maken van acaciahout: vijf voor de planken van de ene
zijde van de tabernakel, vijf dwarsbalken voor de planken van de andere zijde van de tabernakel, en vijf dwarsbalken voor de planken van de zijde van de tabernakel aan de achterkant naar het westen,
Exodus 26:35 Je zult de tafel buiten het voorhangsel zetten, en de kandelaar tegenover de tafel aan
de zuidzijde van de tabernakel, en de tafel zal je plaatsen aan de noordzijde.
Exodus 36:25 Men maakte voor de andere
zijde van de tabernakel aan de noordkant twintig planken
Exodus 36:31-32 Men maakte dwarsbalken van acaciahout: vijf voor de planken van de ene
zijde van de tabernakel, vijf dwarsbalken voor de planken van de andere zijde van de tabernakel, en vijf dwarsbalken voor de planken van de tabernakel aan de achterkant naar het westen.

3. De zijkanten van het altaar
Exodus 27:7 Zijn draagstokken moeten in de ringen gestoken worden en de draagstokken zullen zich aan de beide zijden van het altaar bevinden, wanneer men het draagt.
Exodus 30:4 Twee gouden ringen zal je ervoor maken onder de omlijsting, aan de beide
zijkanten zal je ze maken, op de beide zijden, en zij zullen dienen als houders voor draagstokken om het daarmee te dragen.
Exodus 37:27 Hij maakte er twee gouden ringen voor, onder de omlijsting, aan de beide
zijkanten op de beide zijden, als houders voor draagstokken om het daarmee te dragen.
Exodus 38:7 Hij stak de draagstokken in de ringen aan
de zijden van het altaar, om het daarmee te dragen; hol, van planken maakte hij dit.

4. De zijkanten van de bergen
2 Samuel 16:13 David ging met zijn mannen verder, terwijl Simi op de berghelling (Letterlijk: zijkant van de berg} tegenover hem voortliep, en onder het gaan vervloekingen uitsprak, met stenen naar hen wierp en stof opjoeg.

5. De diverse zijkanten van de tempel
1 Koningen 6:5 Hij bouwde tegen de muur van het huis een aanbouw, rondom tegen de muren van het huis, rondom tegen de hoofdzaal en de achterzaal; en hij maakte die rondom met verdiepingen [De zijkanten kan je dus bezien als links/rechts, maar ook als onder/boven].
1 Koningen 6:8 De toegang tot de benedenste verdieping was aan de rechtervleugel van het huis, en met wenteltrappen ging men op naar de middelste en van de middelste naar de derde.
1 Koningen 6:15-16 betimmerde hij de muren van het huis van binnen met cederen
planken [In elke vertaling komen die planken naar voren, die in de grondtekst nergens terug te vinden zijn. Ook hier simpel zijkant tussen links/rechts]; van de vloer van het huis af tot de balken van de zoldering overtrok hij ze van binnen met hout; hij bedekte echter de vloer van het huis met cypressen planken [Hier hetzelfde. Zijkant tussen onder/boven]. Voorts schoot hij de twintig el achter aan het huis af met cederen planken [idem dito], van de vloer af tot de balken, en bouwde het daarbinnen tot een achterzaal, tot het heilige der heiligen.
1 Koningen 6:34 en twee deurvleugels van cypressehout, de ene deurvleugel met twee draaibare
vleugelhelften [zijkanten] en de andere deurvleugel met twee draaibare vleugelhelften.
1 Koningen 7:3 Het was van boven met cederhout gedekt, op
de verdiepingen, die op de zuilen rusten, vijfenveertig vertrekken, vijftien op een rij.

6. Zijkanten als metafoor
Job 18:12 Het onheil hongert naar hem, het verderf staat bereid [Letterlijk: Is een vaststaande zijkant] tot zijn val.

7. Zijkanten van de toekomstige tempel
Ezechiël 41:5-9 Hij mat de muur van het huis: zes el dik, en de breedte van de ombouw: vier el, overal rondom het huis. De zijvertrekken lagen in drie verdiepingen boven elkaar, in rijen van dertig; en er waren in de muur van het huis rondom inspringingen voor de zijvertrekken, opdat die gesteund zouden worden, want zij werden niet bevestigd in de muur van het huis; en de omgevende zijvertrekken werden op elke hogere verdieping breder; de ombouw van het huis rees steeds hoger rondom het huis; zo kreeg het huis een verbreding naar boven toe, en men steeg uit de onderste verdieping naar de bovenste door de middelste. Ik zag aan het huis rondom een verhoogd terras als onderbouw van de zijvertrekken; dit was een volle roede hoog: zes el, tot aan de aansluiting. De dikte van de muur aan de buitenzijde van de uitbouw was vijf el, evenzo de breedte van het vrijblijvend gedeelte van het terras. Tussen de zijvertrekken aan het huis
Ezechiël 41:11 De ingangen van
de zijvertrekken kwamen uit op het vrijblijvend gedeelte: een ingang op het noorden en een ingang op het zuiden; en de breedte van het vrijblijvend gedeelte was overal vijf el.
Ezechiël 41:26 En vensters van latwerk en palmen bevonden zich aan weerszijden aan de zijkanten van de voorhal, aan
de zijvertrekken van het huis en aan de afdaken.

Dus, wat wil dit zeggen?
Genesis 1:27 God schiep de mens naar Zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hem.
Het wil zeggen dat God één mens geschapen heeft naar Zijn beeld. Die mens is mannelijk en vrouwelijk. Dat staat er niet in onze vertaling. Het lijkt er in de vertaling op alsof hier al gelijk sprake is van een man en een vrouw, zoals wij die nu kennen. Onderzoek het even en je ontdekt dat het hier gaat over het mannelijke en het vrouwelijke. Omdat er in de vertaling twee aparte grootheden gestopt zijn (man en vrouw), vertaalt men hetzelfde woord dat in het eerste deel van deze tekst nog terecht met ‘hem’ is weergegeven nu aan het eind van de tekst dan ook onterecht met ‘hen’.

De mens was mannelijk en vrouwelijk. De vrouwelijke kant van de mens is echter tot de vrouw voor de mens gemaakt. In het beelddrager van God zijn was de mens nu dus onthand. Die onthande mens is de man. De man is dus vergeleken met de oorspronkelijke mens hulpbehoevend. Dat is wat de vrouw aanvult.
Genesis 2:18 Yahweh God zei: Het is niet goed, dat de mens alleen zij. Ik zal hem een hulp maken, die bij hem past.

De vrouw is niet als hulpje voor de man bedoeld in de zin van sloofje. De vrouw is de grote Helper voor de man zoals God dat eigenlijk in principe alleen is. Zover gaat dat. Maar dat onderzoek begint bij mijn uitgebreide studie man en vrouw, waarvan hier enkele links.
Is De Vrouw Slechts Een Hulpje?
Onze Hulp: Yahweh - Christus
Yahweh, De Gelukkige Helper
Onze Helper Is Verlosser

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende