U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Elkaar Niet Kwetsen

Telkens opnieuw komen er weer gelovigen met de vraag of je inderdaad bepaalde dingen gewoon niet mag omdat je anders andere gelovigen (meestal leiders van kerken) ermee kwetst.

1 Corinthe 13:5 De liefde kwetst niemands gevoel,
Deze tekst wordt gretig aangegrepen om de ander een bepaald gedrag op te leggen omdat die ander mij niet mag kwetsen, want dan is er geen liefde meer. Heb je ook maar iets geproefd van dit prachtige liefdeshoofdstuk in de Bijbel, dan weet je dat dit een beschrijving van het wezen van God is. Het wezen van God de ander nu opleggen, en dat dan ook nog kerkelijk/religieus ingekleurd, getuigt op een groteske manier van een totale onkunde over het wezen van God.

Er is sprake van een door elkaar husselen van termen. Er is namelijk een irritatie. Men ergert zich aan bepaalde geloofsuitingen om daar vervolgens de term “gekwetst zijn” op te plakken. Maar dat is helemaal geen pijn. Het is ergernis. Iets strookt niet met de eigen inzichten en dat willen we niet hebben. Is er in de Bijbel sprake van voorbeelden van dergelijke irritatie?

Psalm 112: 5-10 Voorspoedig is de man die zich ontfermt en uitleent, die zijn zaken recht behartigt; want hij zal nimmer wankelen, tot eeuwige gedachtenis zal de rechtvaardige zijn. Voor een kwaad gerucht zal hij niet vrezen, zijn hart is gerust, vol vertrouwen op Yahweh; zijn hart is standvastig, hij vreest niet, terwijl hij met vreugde op zijn vijanden ziet. Hij deelt uit, hij geeft aan de armen, zijn gerechtigheid houdt voor immer stand, zijn hoorn verheft zich in ere. De goddeloze ziet het en ergert zich, hij knarst met de tanden en wordt verteerd;
Hier heb je die irritatie bij de goddeloze, die er helemaal door verteerd wordt. Begrijpelijk dan ook dat men denkt dat men gekwetst is. Zo’n vertering doet wel degelijk pijn. Echter is dat het resultaat van hun innerlijke strijd en niet van (hier dan) de ontferming en gulheid van deze uitdeler.

Nog meer irritatie
Nehemia 4:1 Toen Sanballat gehoord had, dat wij de muur aan het herbouwen waren, ontstak hij in woede en ergerde zich zeer; hij bespotte de Joden,
Ook hier is het een gebeuren in het hart van Samballat. De Joden voerden eigenlijk alleen maar het plan van God uit.

Er is dan ook een Bijbels advies voor dergelijke irritatie.
Prediker 7:9 Wees niet te spoedig geërgerd in uw geest, want ergernis huist in de boezem der dwazen.
Die ergernis ligt dus niet vast in de mensen die het onderwerp van de irritatie vormen. Het zit vast in het hart van de geïrriteerde.

Ik weet dat ik hier niet kan stoppen met mijn antwoord, ook al legt dit wel het kernprobleem bloot van de vele godsdienstige irritaties, waardoor zelfs veel gelovigen de kerk uit gewerkt worden.

Kijk, hier beginnen de echte kwetsuren. In mijn evangelisatiewerk ben ik heel veel mensen tegen gekomen die niets, maar dan ook niets meer van God willen weten omdat hen zo intens leed is aangedaan. Natuurlijk zijn die mensen niet echt boos op God. Ze zijn boos op de karikatuur, die de kerk van God gemaakt heeft.

Ik heb in veel christelijke/evangelische groeperingen gezeten en er zijn telkens twee hoofdstukken in de Bijbel die voortdurend verkracht worden om mensen de eigen kerkwet op te leggen onder het mom “Je mag ons niet kwetsen”. Het zijn Romeinen 14 & 1 Corinthe 8.

Hier komt de eerste:
Romeinen 14: 1-22 Aanvaardt de zwakke in het geloof, maar niet om overwegingen te beoordelen. De één gelooft, dat hij alles eten mag, maar de zwakke eet plantaardig voedsel. Wie wel eet, minacht hem niet, die niet eet, en wie niet eet, oordeelt hem niet, die wel eet, want God heeft hem aanvaard. Wie zijn jullie, dat de knecht van een ander oordelen? Of hij staat of valt, gaat zijn eigen heer aan. Maar hij zal staande blijven, want de Here is bij machte hem vast te doen staan. Deze immers stelt de ene dag boven de andere, gene stelt ze alle gelijk. Ieder zij voor zijn eigen besef ten volle overtuigd. Wie aan een bepaalde dag hecht, doet het om de Here, en wie eet, doet het om de Here, want hij dankt God; en wie niet eet, laat het na om de Here en ook hij dankt God. Want niemand van ons leeft voor zichzelf, en niemand sterft voor zichzelf; want als wij leven, het is voor de Here, en als wij sterven, het is voor de Here. Hetzij wij dan leven, hetzij wij sterven, wij zijn van de Here. Want hiertoe is Christus gestorven en levend geworden, opdat Hij en over doden en over levenden heerschappij voeren zou. Maar jullie, wat oordelen jullie over je broeder? Of ook jullie, wat minachten jullie je broeder? Want wij zullen allen gesteld worden voor de rechterstoel van God. Want er staat geschreven: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Here: voor Mij zal alle knie zich buigen, en alle tong zal God loven. Zo zal dan een ieder van ons voor zichzelf rekenschap geven aan God. Laten wij dan niet langer elkaar oordelen, maar komt liever tot dit oordeel: je broeder geen aanstoot of ergernis te geven. Ik weet en ben overtuigd in de Here Jezus, dat niets uit zichzelf onrein is; alleen voor hem, die iets onrein acht, is het onrein. Want indien je broeder door iets, dat jij eet, gegriefd wordt, wandel je niet meer naar de eis van de liefde. Breng niet door je eten hem ten verderve, voor wie Christus gestorven is. Laat van het goede, dat jij hebt, geen kwaad gezegd kunnen worden. Want het Koninkrijk van God bestaat niet in eten en drinken, maar in rechtvaardigheid, vrede en blijdschap, door de Heilige Geest. Want wie door deze Geest een dienstknecht is van Christus, is welgevallig bij God, en in achting bij de mensen. Zo laten wij dan najagen hetgeen de vrede en de onderlinge opbouwing bevordert. Breek niet ter wille van spijs het werk van God af; alles is wel rein, maar het is verkeerd voor een mens, als hij door zijn eten tot aanstoot is. Het is goed geen vlees te eten of wijn te drinken, noch iets, waaraan je broeder zich stoot. Houd jij het geloof, dat je hebt bij jezelf voor het aangezicht van God. Zalig is hij, die zich geen verwijten maakt bij hetgeen hij goed acht.

Ik ga nu eventjes aan de verschillen tussen de boodschap van het koninkrijk van God en die voor de Gemeente, het Lichaam van Christus, voorbij. Ook laat ik even de geweldige uitspraken van Paulus over het niet oordelen van elkaar links liggen. Niet omdat ze er niet toe zouden doen, maar meestal laten ook deze kerkwet opleggers die uitspraken liggen. Ik wil ingaan op hun argumentatie over het feit dat je de kerkelijke leiders niet mag irriteren.

In dat opzicht is de meest kenmerkende tekst in dit gedeelte de volgende:
Romeinen 14: 15 Want indien je broeder door iets, dat jij eet, gegriefd wordt, wandel je niet meer naar de eis van de liefde. Breng niet door jouw eten hem ten verderve, voor wie Christus gestorven is.

Is dit een uitdrukkelijk verbod tot het grieven van de ander? De letterlijke betekenis van dit Griekse woord is “bedroeven”. Exact hetzelfde Griekse woord komt in de volgende teksten 5 keer achter elkaar naar voren.
2 Corinthe 7:8-9 Want al heb ik jullie door mijn brief bedroefd, ik heb er geen spijt van. Mocht ik er spijt van gehad hebben, ik zie, dat die brief jullie, indien al, dan toch slechts tijdelijk bedroefd heeft; thans verblijdt het mij, niet, dat jullie bedroefd zijn geworden, maar dat de droefheid jullie tot inkeer heeft gebracht; want jullie zijn bedroefd geworden naar Gods wil, zodat jullie generlei nadeel van ons hebben geleden.
Hier is het bedroefd/gegriefd worden dus positief. Hoezo mag dat niet? Zat Paulus hier dan zo fout?

Waar draait het in vers 15 nou precies om?
Romeinen 14: 15 Want indien je broeder door iets, dat jij eet, gegriefd wordt, wandel je niet meer naar de eis van de liefde. Breng niet door jouw eten hem ten verderve, voor wie Christus gestorven is.
Door een daad van de ander worden deze gelovigen ten verderve gebracht. Wordt nou bijvoorbeeld de leiding van de kerk, die heeft ingesteld dat er tijdens de eredienst niet gedanst kan worden, door het dansen van een aantal gelovigen tot eer van hun Heer, ten verderve gebracht? Dat zou je op kunnen maken uit het feit dat ze deze Bijbeltekst misbruiken om een ander die wet op te leggen.

In heleboel andere teksten wordt dit “ten verderve gebracht worden” voortdurend weergegeven met “verloren gaan”. Hun geloofsleven dreigde dus te bezwijken. Dat is het wezenlijk onderwerp hier.

Het draait hier dan ook niet om cultuurverschillen of andere vormen van God aanbidden. Het gaat hier om het eten van vlees dat gewijd was aan de afgoden. Hetzelfde onderwerp in Corinthe.
1 Corinthe 8: 6-12 voor ons is er maar één God, de Vader, uit wie alle dingen zijn en tot wie wij zijn, en één Here, Jezus Christus, door wie alle dingen zijn, en wij door Hem. Maar niet bij allen is die kennis. Want sommigen, in hun geweten nog niet los van de afgod, eten dit vlees als afgodenoffer en hun geweten, dat zwak is, wordt erdoor besmet. Nu zal wat wij eten, ons niet bij God brengen; eten wij niet, wij zijn er niet minder om; eten wij wel, wij zijn er niet meer om. Maar ziet toe, dat deze bevoegdheid die jullie hebben niet tot aanstoot voor de zwakken wordt. Want indien iemand jullie, die kennis hebben, aan tafel ziet aanliggen in een afgodentempel, zal hij met zijn zwak geweten dan niet gestijfd worden tot het eten van offervlees? Dan gaat er immers iemand, die zwak is, als gevolg van jullie kennis verloren, een broeder, om wiens wil Christus gestorven is. Door zo tegen de broeders te zondigen, en hun geweten, indien het zwak is, te kwetsen, zondigen jullie tegen Christus.

De kerntekst gezien ons onderwerp in dit gedeelte is de volgende:
1 Corinthe 8: 9 Ziet toe, dat deze bevoegdheid die jullie hebben niet tot aanstoot voor de zwakken wordt.
Een prachtige tekst, zolang je het maar isoleert uit de context, om medegelovigen je wil op te leggen. De leiding van de kerk neemt er namelijk aanstoot aan dat jij of iemand anders zich in de kerk zomaar anders gedraagt als voorgeschreven. Denk je eens in dat iemand gaat dansen voor de Heer!

Het aparte is dat het in dit hoofdstuk gaat over zwakken in het geloof, die een verkeerde kijk op het eten van vlees hebben, dat aan de afgoden is gewijd. Zij voelen zich veroordeeld doordat ze nog steeds waarde hechten aan die afgoden. Nemen ze dat vlees dan toch, dan heeft dat in hun denken ernstige gevolgen. Geen moment wordt hier ook maar gezinspeeld op andere cultuuruitingen.

Nu komt de gigantische draai die hier gemaakt wordt door die leiders van kerken. Als leiders voelen zij zich superieur, maar hanteren daar een tekst voor die over zwakken in het geloof spreekt. Zij presenteren zich dus als de zwakken in het geloof, maar eisen feitelijk wel de geestelijke leiding op. Deze kronkel ben ik al in vrijwel alle groepen/kerken/gemeenten tegen gekomen. Daar valt Bijbels eigenlijk helemaal niks aan recht te breien. Het is gewoon regelrechte larie.

Ik ben voorbij gegaan aan het verschil in bedeling. Alleen dit enkele aantippen van de Bijbelgedeelten toont al overduidelijk het misbruik van de Bijbelse gegevens aan. Maar nu toch nog even de vraag:
Kunnen we nu alles eten?(Gezien het dwaze misbruik van deze teksten dus ook de vraag: Mogen we dansen voor de Heer?)

Colosse 2: 16-17 Laat niemand je blijven oordelen inzake eten en drinken of op het stuk van een feestdag, nieuwe maan of sabbat, dingen, die slechts een schaduw zijn van hetgeen komen moest, terwijl de werkelijkheid Christus is.
Al die strijdvragen, die nog opkwamen onder het Nieuwe Verbond, worden met één handbeweging van tafel geveegd in het onderwijs aan de Gemeente, het Lichaam van Christus. Daar is de werkelijkheid maar één zaak, of beter gezegd: Eén Persoon. Dat is Christus.

Het wezenlijke van ons Gemeente zijn is dus ook niet wel of niet dansen. Het wezen is Christus. Het wezen is dus ook niet een praiseband, orgel of accapella. Het wezen is Christus. Het wezen is dus ook niet kaarsen, beelden of een naakt gebouw. Het wezen is Christus. Het wezen is dus ook niet Psalmen, Gezangen, Glorieklokken, Johannes de Heer, Opwekking of uitsluitend Woordverkondiging. Het wezen is Christus. Het wezen is zelfs niet meer een kerkgebouw, gehuurde schoolaula, huiskamer of een veldje. Het wezen is Christus.

Mag een kerkgebouw dan niet? Natuurlijk wel, het is het wezen namelijk niet. Mag Opwekking dan niet? Natuurlijk wel, het is het wezen namelijk niet. Mogen beelden en kaarsen dan niet? Natuurlijk wel, het is het wezen namelijk niet. Mag een praiseband dan niet? Natuurlijk wel, het is het wezen namelijk niet. Mag er dan niet gedanst worden? Natuurlijk wel, het is het wezen namelijk niet. Het wezen is Christus!

Is er dan nu geen irritatie meer? Natuurlijk komen dat soort gevoelens ook bij ons nog wel voor, maar we hebben geen enkele grond meer om er een religieus jasje overheen te doen. Wij kennen vanaf nu niemand naar het vlees, ook al vinden wij wellicht in onze eigen irritatie dat bepaalde handelingen nog altijd uitingen van het vlees zijn. Daar kijken we niet op. Geen oordeel meer. Genade alleen!

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende