U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Bestaat De Rechtvaardige Oorlogsvoering?

Vandaag kreeg in een vraag, die volgens mij gezien de actualiteit wel bij meerdere zal leven. Kunnen we vanuit Bijbels denken spreken over een gerechtvaardigde oorlogsvoering?

Ik heb pacifistische denkbeelden. Ik heb daarom destijds ook dienst geweigerd. Ik was op dat punt behoorlijk radicaal. Ieder die mijn prediking, website en artikelen nu kent weet dat dit tegenwoordig niet meer een centrale plek in mijn geloofsbeleving inneemt. Genade bepaalt mijn leven. Het is het leven van Christus dat ook ons doen en laten bepaalt. Dat kan voor de één betekenen dat hij genade laat werken en als gelovige overtuigd militair is, voor de ander kan dat betekenen dat hij genade laat werken en overtuigd pacifist is. Het militair zijn of pacifist zijn is namelijk slechts een ethische keuze, die door iemands geweten bepaalt wordt. Daar valt geen oordeel over te geven.

Romeinen 14: 5-6 Deze immers stelt de ene dag boven de andere, gene stelt ze alle gelijk. Ieder zij voor zijn eigen besef ten volle overtuigd. Wie aan een bepaalde dag hecht, doet het om de Here, en wie eet, doet het om de Here, want hij dankt God; en wie niet eet, laat het na om de Here en ook hij dankt God.
Om het naar ons onderwerp toe te buigen: ‘De één vindt dat hij een taak in het leger heeft, de ander vindt dat hij daar niet thuis hoort en een derde vindt dat het eigenlijk niet uitmaakt. Ieder is in zijn eigen besef ten volle overtuigd. Wie het leger ingaat, doet het om de Here, en wie daar helemaal niks mee te maken wenst te hebben, doet het om de Here. Beiden danken ze God om Zijn weg in hun leven.’

Romeinen 14:14 Ik weet en ben overtuigd in de Here Jezus, dat niets uit zichzelf onrein is; alleen voor hem, die iets onrein acht, is het onrein.
Om het naar ons onderwerp toe te buigen: ‘Ik weet en ben ervan overtuigd in de Here Jezus, dat het leger ingaan niet onrein is, alleen voor hen die dat wel onrein achten, is het ook onrein.’
Hier zie je in beide gevallen de ethiek om de hoek komen. Het geweten gaat spreken. De afweging goed of kwaad sluipt binnen en de voorstander van het leger ziet het goede in het leger. De tegenstander van het leger ziet het kwaad in het leger. Paulus tekent dat willekeurig welke keuze je nou ook maakt. Niks is onrein. Dat is het leven uit genade.

Voor alle duidelijkheid geef ik nog even de verwijzing naar mijn studie over ethiek, die ik op mijn website geplaatst heb.
Voor de studie 'De Ethiek' hierop clicken
De vraagstelling over een gerechtvaardigde oorlog komt voort uit ethisch denken. Ethisch denken komt voort uit het eten van de boom van de kennis van goed en kwaad en niet van de boom van het leven. Ethiek is het oordelen van: dit is goed. Dat is fout. Het ligt ook aan de basis van het elkaar beoordelen en zelfs veroordelen. Zodra ik tot de conclusie kom dat de ander de foute beslissing maakt, dan is mijn beoordeling overgegaan in veroordeling.

Toen ik 18 jaar was kende ik de Heer net een jaar. Toen heb ik een beroep gedaan op de wet gewetensbewaarde militaire dienst. Op zich denk ik dat mijn Bijbelse kijk zo gek nog niet was, behalve dat ik totaal geen zicht had op de genade voor de praktijk. Ik herkende dan ook in Romeinen 12 en 14 niet de gezindheid van Christus, maar opdrachten tot liefde. Mijn satirische plaatjes over onze vergeefse menselijke inspanningen tot liefde zijn inmiddels, denk ik, wel algemeen bekend. Die opdrachten tot liefde proefde ik destijds zelf in deze hoofdstukken van de Bijbel en ik zag het als mijn christelijke plicht daaraan ook gehoorzaam te zijn. Vandaar mijn dienstweigering. Wil je dus duidelijke argumenten tegen het leger/tegen oorlogsvoering dan kan je daarvoor Romeinen 12 t/m 14 en natuurlijk 1 Corinthe 13 lezen. De misser zat hem dan echter in mijn ethisch lezen van deze hoofdstukken.

Eigenlijk was er nog niet eens zoveel mis aan mijn verstaan van die hoofdstukken, behalve mijn ethische vertaling. Ik was destijds nog niet vastgelopen op de onmogelijkheid van eerlijk zo daarnaar te kijken. Zoals ik al aangaf. Ethiek betekent dat je oordeelt dat het ene goed is en het andere fout. Dat kan op grond van de Bijbel heel goed en dat deed ik toen dan ook. Het gevolg van ethisch oordelen is tevens dat je tot veroordeling van anderen komt die ethisch anders uitkomen. Dat was bij mij ook heel sterk aanwezig. Mijn stellige overtuiging was dat militairen onmogelijk echte christenen, dus van harte wedergeboren, konden zijn. Militairen waren door mij destijds al helemaal gedoemd tot het definitief verloren zijn. Nee, geen greintje genade.

Zou ik nu, nu ik de overvloeiende rijkdom van Gods genade voor de praktijk heb leren kennen, in eenzelfde situatie nog steeds dienstweigeren? Jazeker. Iemands geweten over bepaalde situaties is nu eenmaal op een bepaalde manier gevormd. Maar inmiddels weet ik ook dat Gods weg met een ander kan betekenen dat die overtuigd militair is. In het wezenlijke leven, en dat is ons geloofsleven, valt er geen oordeel goed of fout te geven, valt er niemand te bestempelen. Het wezenlijke leven bestaat uit wat Christus in, aan en door ons doet. Zijn genade en daarin is geen oordeel.

We maken allerlei keuzes in het leven. Zo is de maatschappij ook opgebouwd. Vandaar ook dat die ethiek wezenlijk het eerste beginsel van de wereld is. Je ontkomt maatschappelijk niet aan keuzes. Je kan allerlei keuzes in het leven maken. Elke keuze is in verband met waar het wezenlijk om gaat, goed. Niets is onrein. Voor de reinen is alles rein. Maar maatschappelijk ontkom je er niet aan. Dat is nou eenmaal de wereld. Die functioneert volgens zijn eigen beginselen. Daar past ook de keuze militair of pacifist in.

Straks heb jij maatschappelijk een bepaalde status bereikt. Een gevolg van jouw keuzes in het leven. Dat valt ook niet los te koppelen van wie je bent. Zo’n keuze kan dus een stempel op je drukken. Maar als iemand vraagt wat het wezenlijke van je leven is, wat is dan je antwoord? Veel mensen wijzen inderdaad voor hun identiteit op hun keuzes of hun prestaties of op hun titels. Maar is dat onze identiteit? Mijn identiteit is niet pacifist of evangelist of boekhouder of autist, mijn identiteit is wie ik ben in Christus en wat Christus in mij werkt.

Nu terug naar een rechtvaardige/onrechtvaardige oorlog. Er zijn onnoemelijk veel oorlogen geweest in onze menselijke geschiedenis. Welk standpunt nam God in die oorlogen in?
Jozua 5: 13-14 Het gebeurde, toen Jozua bij Jericho was, dat hij zijn ogen ophief, en zag toe, en ziet, er stond een Man tegenover hem, Die een uitgetogen zwaard in Zijn hand had. En Jozua ging tot Hem, en zei tegen Hem: Bent U van ons, of van onze vijanden? En Hij zei: Neen, maar Ik ben de Vorst van het leger van Yahweh: Ik ben nu gekomen! Toen viel Jozua op zijn aangezicht ter aarde en aanbad,

Er was een oorlog. Je had de ene groep. Dat was de groep waar Yahweh zelf de God van was. En je had de vijanden van die groep. Jozua stelt aan deze Vorst van het leger van de Heer de vraag welk standpunt Hij inneemt en dan blijkt Hij geen standpunt in te nemen. Hij was niet van hen en ook niet van de vijanden. Hij antwoordde: Nee! Het is dus duidelijk waar deze vorst staat. Het ene volk kan op zijn gesp graveren: ‘Gott Mit Uns’. Het andere volk kan op zijn geld laten drukken ‘God On Our Side’. Weer een ander volk zingt luidkeels: God Save The Queen’. Dan is er ook nog een volk dat de leus draagt; ‘God, Nederland en Oranje’. Maar als het erop aankomt zegt de Vorst van het leger van Yahweh: ‘Nee!, geen standpunt’.

Een sprong naar onze positie in die Vorst, Christus Jezus, is bij mij eigenlijk al heel lang populair.
Efeze 2:6 God heeft ons mee opgewekt en ons mee een plaats gegeven in de hemelse, in Christus Jezus,
Efeze 2:19 We zijn medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God,
Filippi 3:20 Wij zijn burgers van een rijk in de hemelen,

Kijk, dit geldt dus elke gelovige. Punt uit. Dit geldt dus voor de militair, die strijdt voor een vaderland hier beneden en niet doorheeft dat hij daarboven een wezenlijke plek in Christus Jezus inneemt. Dit geldt voor de politicus, die hier in een beetje christelijk land nog probeert zoveel mogelijke christelijke verworvenheden te beschermen en daardoor geen zicht heeft op wie hij nu werkelijk geworden is in Christus. Elke gelovige deelt die rijke positie. Maar het genot ervan is er zodra je ook in geloof omhelst dat dit het wezenlijke leven is.

Die teksten zijn dus niet bedoelt om gelovigen die dit nog niet zien te veroordelen. Nee, voor hen geldt hetzelfde genot. Wellicht (en dat is nou juist het aspect van genade) heeft God hen om één of andere reden daar de ogen nog niet voor geopend. Dat komt dan nog wel. Dat is aan God. Maar als je dat genot hebt, dan ben je je gelijk bewust van je grandioze plek in die Vorst van het leger van de Heer. Als je politiek dus in de hemelen is, dan is het antwoord om positie te kiezen in een ruzie/oorlog hier beneden simpel: Nee.

Natuurlijk zal iemand me uitdagen om me te onderwerpen aan de overheid, zoals dat in Romeinen 13 beschreven staat. Daar heb ik ook geen enkele moeite mee. Maar ook die landelijke overheid staat onder het hoogste gezag van de Heer der heren en Koning der koningen. Gezag is altijd hiërarchisch.
Handelingen 5:29 Petrus en de apostelen antwoordden: Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen.

Maar de overheid heeft toch de zwaardmacht? De overheid kan dus toch ook gewoon oorlog voeren?
Romeinen 13: 4 Zij staat immers in dienst van God, jou ten goede. Maar als jij kwaad doet wees dan bevreesd; want zij draagt het zwaard niet tevergeefs; zij staat immers in de dienst van God, als toornende wreekster voor hem, die kwaad bedrijft.

Hier heb je dan dus gewoon die wereld, die wel degelijk haar eerste beginselen gebruikt. Er is hier dan ook vanzelfsprekend wel sprake van goed en fout. Dat mag de overheid/de wereld gewoon bepalen. In die zin is die boom van de kennis van goed en kwaad zelfs essentieel voor de orde in de wereld. Maar waar het hier over het gebruiken van het zwaard gaat, dan gaat het niet over het gebruik van het zwaard op een vijandig volk. De onderwerpen, die onder die zwaardmacht vallen worden hier juist expliciet vermeld:
‘jou ten goede,….. als jij kwaad doet,… hem, die kwaad bedrijft.’
Het zijn de mensen, die binnen het eigen volk onder het oordeel van die overheid vallen. In vers 6 worden daarom zelfs nog de belastingen genoemd. Die incasseert de Nederlandse overheid bijvoorbeeld niet van Syrië.

Dus, de overheid/wereld vervalt nou juist niet in een chaos door gebruik te maken van de boom van de kennis van goed en kwaad. Zij oordeelt dan ook vrijuit. Voor ons is de boom van het leven, Christus Jezus zelf bepalend voor ons leven. Dat veroorzaakt geen oordeel over mensen die andere beslissingen nemen dan wij. Dat geeft een heerlijke positie in de hemelse. Strijd is ook daar wel degelijk.
Efeze 6:12 Wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten.

Dit zou je zelfs wel een oorlog kunnen noemen. Het is echter een oorlog, die reeds beslist is.
Colosse 2:15 Christus Jezus heeft de overheden en machten ontwapend en openlijk tentoongesteld en zo over hen gezegevierd.
Er is hier dus ook geen woeste overweldiging door satan gaande. In Efeze 6: 11 worden de verleidingen van satan genoemd. Dat is veel subtieler. Dat is iets wat stiekem in je oor gefluisterd wordt of van de preekstoel verkondigd wordt. Heel subtiel. Dit is dan ook de meest vreemde oorlogsvoering, die je bedenken kan. Blijven staan in de positie van Christus, oftewel gewoon blijven genieten van wie je geworden bent in Christus, dus jouw identiteit.

Nu we de genade in Christus geproefd hebben, nu lezen we de teksten ook niet meer als wet of opdracht. Anders zou je bijvoorbeeld Efeze 6: 12 kunnen lezen als dat het verboden is om te worstelen tegen bloed en vlees. Dan zou je zo’n tekst als een veroordeling van elke militair kunnen hanteren. Dan hebben we alle voorgaande hoofdstukken in Efeze dus helemaal niet begrepen. Het gaat hier over wie we werkelijk zijn geworden in Christus. Daar vind je dat worstelen tegen vlees en bloed helemaal niet meer terug.

Worstelen tegen vlees en bloed is niet alleen maar oorlogsvoering. Dat kan ook zijn als ik vind dat jij er met je uitleg helemaal naast zit en ik ga je daarom bestrijden. Dat is ook als ik vind dat jij niet geestelijk handelt en ik ga daarom maatregelen nemen. Dat kennen we allemaal in evangelische kringen. Is dat fout? Kijk, hier komt al de ethische vraagstelling. Goed of fout, maak maar een keuze. In Christus is dat weggevallen. Maar naarmate we als gelovigen ervoor kiezen om ons samenkomen meer via menselijke/kerkelijke structuren te laten lopen, des te groter wordt het belang van die ethische keuzes. Niks mis mee. Niks is onrein. Maar laten we meer gaan genieten van wie we zijn in Christus Jezus.
2 Corinthe 5:16 Zo kennen wij vanaf nu niemand naar het vlees.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende