U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Is Er Sprake Van Opstanding In Het Oude Testament?

De vraag of de opstanding in het Oude Testament voorkomt is me niet gesteld. Wel ontving ik een woedende mail hoe ik het in mijn hoofd haalde om te spreken over de opstanding als iets wat ook in het Oude Testament bekend zou zijn. Met name in de wet (de Thora, oftewel de vijf boeken van Mozes) zou dit idee totaal ontbreken.

Het getuigenis van Jezus is echter dat de wet (de vijf boeken van Mozes) en de profeten spreken van de opstanding:
Mattheus 12: 40 Zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van het zeemonster was, zo zal de Zoon van de mens in het hart van de aarde zijn, drie dagen en drie nachten.
Lukas 20: 36-38 Zij zijn
kinderen van de opstanding. Maar dat de doden opgewekt worden, heeft ook Mozes bij de braamstruik aangeduid, waar hij de Here noemt de God van Abraham en de God van Izaäk en de God van Jakob [Exodus 3: 6 & 15]. Hij is niet een God van doden, maar van levenden, want voor Hem leven zij allen.
Lukas 24: 46 Jezus zei tegen hen: Zo staat er geschreven, dat de Christus moest lijden en op de derde dag
opstaan uit de doden,
Johannes 10: 18 Niemand ontneemt het Mij, maar Ik leg het uit Mijzelf af. Ik heb macht het af te leggen en macht het weder te nemen
[voorzegd in Jesaja 53: 12]; dit gebod heb Ik van mijn Vader ontvangen.

Het getuigenis van Petrus is dat de Psalmen spreken van de opstanding
Handelingen 2: 24-31 God evenwel heeft Hem opgewekt, want Hij verbrak de weeën van de dood [voorzegd in Psalm 116: 3-4 & 16 en Hosea 13: 14], naardien het niet mogelijk was, dat Hij door hem werd vastgehouden. Want [oorzaakgevend] David zegt van Hem: Ik zag de Here te allen tijde voor mij; want Hij is aan mijn rechterhand, opdat ik niet wankelen zou [voorzegd in Psalm 16: 8 en Psalm 73: 23]. Daarom [redegevend] is mijn hart verheugd en mijn tong verblijd, ja, ook mijn vlees zal nog een schuilplaats vinden in hope [voorzegd in Psalm 16: 9], omdat U mijn ziel niet aan het graf zal overlaten, noch uw heilige ontbinding doen zien [voorzegd in Job 19: 25-27 en Psalm 16: 10 en Psalm 49: 15 en Psalm 86: 13 en Jona 2: 6]. Gij hebt mij wegen ten leven doen kennen; Gij zult mij vervullen met verheuging voor uw aangezicht [voorzegd in Psalm 16: 11]. Mannen broeders, men mag vrijuit tot u zeggen van de aartsvader David, dat hij en gestorven en begraven is, en zijn graf is bij ons tot op deze dag. Daar hij nu een profeet was en wist, dat God hem onder ede gezworen had één uit de vrucht van Zijn lendenen op Zijn troon te doen zitten, heeft hij in de toekomst gezien en gesproken van de opstanding van de Christus, dat Hij niet aan het dodenrijk is overgelaten, noch zijn vlees ontbinding heeft gezien.
Handelingen 4: 10-11 Dan moet aan jullie allen en het hele volk van Israel bekend zijn, dat door de naam van Jezus Christus, de Nazoreeër, die jullie gekruisigd hebben, maar die God heeft opgewekt uit de doden, dat door die naam deze hier gezond voor jullie staat. Dit is de steen, door jullie, de bouwlieden, versmaad, die nochtans tot hoeksteen is geworden
[voorzegd in Psalm 118: 22].

Het getuigenis van Paulus is dat de Psalmen spreken van de opstanding.
Handelingen 13: 32-37 Wij verkondigen jullie, dat God de belofte, die aan de vaderen geschied is, aan ons, hun kinderen, vervuld heeft door Jezus op te wekken, gelijk in de tweede psalm geschreven staat: [voorzegd in Psalm 2: 7] Mijn zoon bent U; Ik heb U vandaag verwekt. En dat Hij Hem uit de doden heeft opgewekt, zonder dat Hij weer tot ontbinding zal weerkeren, heeft Hij aldus gezegd: Ik zal U het heilige van David geven, dat betrouwbaar is; en daarom zegt Hij ook in een andere psalm: U zal uw Heilige geen ontbinding doen zien. Want David is, na voor zijn geslacht de raad van God gediend te hebben, ontslapen en bij zijn vaderen bijgezet, en hij heeft wel ontbinding gezien; maar Hij, die God heeft opgewekt, heeft geen ontbinding gezien.

Ook Paulus geeft nadrukkelijk aan dat de wet (dus de vijf boeken van Mozes) en de profeten spreken van de opstanding.
Handelingen 24: 14-15 Dit erken ik voor jullie, dat ik naar die weg, die zij een secte noemen, inderdaad de God der vaderen vereer, gelovende al hetgeen in de wet en in de profeten geschreven staat, terwijl ik van God hoop, gelijk ook dezen zelf het verwachten, dat er een opstanding van rechtvaardigen en onrechtvaardigen zal zijn.
1 Corinthe 15: 1-4 Ik maak jullie bekend, broeders, het evangelie, dat ik jullie verkondigd heb, dat jullie ook ontvangen hebben, waarin jullie ook staan, waardoor jullie ook gered worden, indien jullie het zo vasthouden, als ik het jullie verkondigd heb, tenzij jullie vergeefs tot geloof zijn gekomen. Want voor alle dingen heb ik jullie overgegeven, wat ik zelf ontvangen heb: Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften, en Hij is begraven en op de derde dag
opgewekt, naar de Schriften,
Hebreeën 11: 18-19 Hij
[Abraham] heeft overwogen, dat God bij machte was hem zelfs uit de doden op te wekken, Daaruit heeft hij hem ook bij wijze van spreken teruggekregen [In Genesis 22: 5].

Het is het Nieuwe Testament (Christus Jezus/Petrus/Paulus), dat heel nadrukkelijk aangeeft dat de Torah, de wet van Mozes, spreekt van de opstanding, dat de Psalmen spreken van de opstanding en dat de profeten spreken van de opstanding. Het woord opstanding zelf, als woord, komen we inderdaad niet in de wet tegen i.v.m. de komende Gezalfde of i.v.m. mensen in het algemeen. Gezien de getuigenissen hier in het Nieuwe Testament was het concept van opstanding geheel naar de leer van de Torah. De gedachte daaraan komen we dan ook zeker in de vroegste Geschriften tegen. Verklaren we dit tot een eigenmachtige uitleg, wat sommige theologen dus samen met de Sadduceeën doen, dan is het feitelijk zo dat Christus, Petrus en Paulus hier een vals getuigenis geven..

Nu de teksten uit het Oude Testament zelf.
Genesis 22: 5 Abraham zei tegen zijn knechten: Blijven jullie hier met de ezel, terwijl ik en de jongen daarginds heengaan; wanneer we hebben aangebeden, zullen wij tot jullie terugkeren.
Exodus 3: 6 Ik ben de God van je vader, de God van Abraham, de God van Izaäk en de God van Jakob.
Exodus 3: 15 Yahweh, de God van jullie vaderen, de God van Abraham, de God van Izaäk en de God van Jakob, heeft Mij naar jullie toe gezonden; dit is Mijn naam tijdens de aioon en zo wil Ik aangeroepen worden van geslacht tot geslacht.
1 Samuel 2: 6 Yahweh doodt en doet herleven, Hij doet in het graf afdalen en daaruit opkomen.
1 Koningen 17: 21-22 Hij strekte zich driemaal uit bovenop het kind en riep tot Yahweh en zei: Yahweh, mijn God! Laat toch de ziel van dit kind in hem terugkeren. En Yahweh hoorde naar de stem van Elia, en de ziel van het kind keerde in hem terug, zodat het levend werd.
2 Koningen 4: 32-35 Daarna kwam Elisa het huis binnen en zie, daar lag de jongen dood op zijn bed. Toen Elisa binnengegaan was, sloot hij de deur achter hen beiden en bad tot Yahweh. Daarna ging hij bovenop de knaap liggen; hij legde zijn mond op diens mond, zijn ogen op diens ogen, zijn handen op diens handen, en boog zich zo over hem heen. Daarop werd het lichaam van de knaap warm. Daarna keerde hij terug en ging eenmaal het huis op en neer; dan ging hij naar boven en boog zich over hem heen. Toen niesde de jongen zevenmaal en opende zijn ogen.
2 Koningen 13:21 Toen de man met het gebeente van Elisa in aanraking kwam, werd hij levend, en rees overeind op zijn voeten.
Job 19:25-27 Maar ik weet: mijn Losser leeft en ten laatste zal Hij op het stof optreden. Nadat mijn huid aldus geschonden is, zal ik uit mijn vlees God aanschouwen, die ik zelf mij ten goede aanschouwen zal, die mijn eigen ogen zullen zien en niet een vreemde; mijn nieren in mijn binnenste versmachten van verlangen.
Psalm 2:7 Hij sprak tot mij: Mijn zoon bent U; Ik heb U vandaag verwekt.
Psalm 17: 15 Ik zal in gerechtigheid Uw aangezicht aanschouwen, en bij het ontwaken mij verzadigen met Uw beeld.
Psalm 49:15 God zal mijn leven verlossen uit de macht van het dodenrijk, want Hij zal mij opnemen. sela
Psalm 86:13 Uw goedertierenheid is groot ten opzichte van mij, want U hebt mijn ziel gered uit het zeer diepe graf.
Psalm 116:3-4 Banden van de dood hadden mij omvangen, angsten van het dodenrijk hadden mij aangegrepen, ik ondervond benauwdheid en smart. Maar ik riep de naam van Yahweh aan: Ach Yahweh, red mijn leven.
Jesaja 25:8 Hij zal de dood verslinden tot overwinning,
Jesaja 26: 19 Herleven zullen jullie doden (ook mijn lijk), opstaan zullen zij. Ontwaakt en jubelt, jullie, die wonen in het stof! Want jullie dauw is een dauw van licht; en de aarde zal aan de schimmen het leven hergeven.
Jesaja 53:10 Wanneer Hij zichzelf ten schuldoffer gesteld zal hebben, zal Hij nakomelingen zien en een lang leven hebben en het voornemen van Yahweh zal door Zijn hand voortgang hebben.
Jesaja 53:12 Daarom zal Ik hem een deel geven onder velen en met machtigen zal hij de buit verdelen, omdat hij zijn leven heeft uitgegoten in de dood, en onder de overtreders werd geteld, terwijl hij toch veler zonden gedragen en voor de overtreders gebeden heeft.
Daniël 12: 2 Velen van hen die slapen in het stof van de aarde, zullen ontwaken,
Daniël 12: 13 Maar jij
[Daniël], ga het einde tegen, en jij zal rusten en opstaan tot je bestemming aan het einde van de dagen.
Hosea 6:2 Hij zal ons na twee dagen doen herleven, ten derden dage zal Hij ons oprichten, en wij zullen leven voor zijn aangezicht.
Hosea 13:14 Zou Ik hen uit de macht van het dodenrijk bevrijden, van de dood loskopen? Dood, waar zijn je pestziekten, dodenrijk, waar is je verderf?
Jona 2:6 Tot de grondvesten van de bergen zonk ik neer; de grendels van de aarde waren voor altoos achter mij. Toen trok U mijn leven uit de groeve omhoog, o, Yahweh, mijn God!

Uiteindelijk kan ik natuurlijk niet het grote getuigenis van Paulus laten liggen.
1 Corinthe 15: 12-19 Indien nu van Christus gepredikt wordt, dat Hij uit de doden is opgewekt, hoe komen sommigen onder jullie ertoe te zeggen, dat er geen opstanding der doden is? Indien er geen opstanding der doden is, dan is ook Christus niet opgewekt. En indien Christus niet is opgewekt, dan is immers onze prediking zonder inhoud, en zonder inhoud is ook jullie geloof. Dan blijken wij ook valse getuigen van God te zijn, want dan hebben wij tegen God in getuigd, dat Hij de Christus opgewekt heeft, die Hij toch niet heeft opgewekt, indien er geen doden opgewekt worden. Immers, indien er geen doden opgewekt worden, dan is Christus ook niet opgewekt; en indien Christus niet is opgewekt, dan is uw geloof zonder vrucht, dan zijn jullie nog in jullie zonden. Dan zijn ook zij, die in Christus ontslapen zijn, verloren. Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen.

De beklagenswaardigste van alle mensen. Verloren. In je zonden. Zonder vrucht. Valse getuigen. Inhoudsloze prediking. Zonder concrete lichamelijke opstanding kan je gerust van de grootste ellende aller tijden spreken. Dat geldt voor ons, maar dat gold evenzeer voor Adam, Kaïn en Abel, Noach, Abraham, Izaäk en Jakob. Vandaar ook het ruime getuigenis van opstanding, wanneer je daar eenmaal voor open staat.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende