U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

De gelijkenis van de talenten

Iedereen die mijn website kent, en ook die mij wel eens een woord heeft horen doorgeven, en ook die mij op Facebook bezig ziet, die weet dat ik maar één thema werkelijk volledig, uitputtend uitwerk. Mijn centrale thema is genade.

Waarom spreek ik altijd over genade? Zoals mij vandaag nog werd tegengeworpen: De Bijbel is toch veel groter dan alleen maar genade? Ook werd me daarbij een heel gerichte vraag gesteld. Als genade nou eigenlijk het enige werkelijke thema voor je is, wat doe je dan met de gelijkenis van de talenten? Genieten van de genade daarin, natuurlijk!

(Even heel kort tussen haakjes: Om het echt goed in zijn juiste profetische verband te zien is het van belang om de toespraak in Mattheus 24 en 25 als één geheel te zien. Maar dat letterlijk, profetische kader was hier niet de vraag.)

In Mattheus 25: 14-30 vinden we deze gelijkenis van de talenten. In Lukas 19: 11-27 vinden we een soortgelijke gelijkenis, maar dan van de ponden. Zijn die twee gelijkenissen identiek? Nee, al gaat het over dezelfde gebeurtenis, er wordt in deze twee gelijkenissen iets anders belicht. Wat is het opvallende bij de talenten?
Mattheus 25: 15 Hij gaf aan een ieder naar zijn bekwaamheid,
Hierdoor kan elke slaaf ook zeggen:
Mattheus 25: 20 Zie, ik heb er vijf talenten bij verdiend.
Mattheus 25: 22 Zie, ik heb er twee talenten bij verdiend.

Bij de ponden is het opvallend dat die man van hoge geboorte aan elk van die tien slaven één pond geeft. Er wordt niet gesproken over ‘naar zijn bekwaamheid’. Waar echter door elke slaaf wel telkens de nadruk op wordt gelegd is dat het pond, waar zij mee werkten, het pond van die man van hoge geboorte was gebleven. Het was niet hun pond.
Lukas 19: 16 De eerste verscheen en zei: Heer, Uw pond heeft tien ponden winst gemaakt.
Lukas 19: 18 De tweede kwam en zei: Uw pond, heer, heeft vijf ponden opgebracht.
Hier ligt dus de nadruk niet op eigen bekwaamheid. Hier ligt de nadruk op het werk van die man van hoge geboorte. Concreet zeggen we dan: Genade van God staat hier centraal.

De schijnwerpers staan in deze twee gelijkenissen dus op twee verschillende facetten van dezelfde gebeurtenis gericht. Die twee verschillende facetten vinden we telkens opnieuw in de Bijbel terug. Een heel duidelijk gedeelte daarvoor is de volgende:
Filippi 2: 12-13 Blijf je redding bewerken met vreze en beven, want God is het, die om Zijn welbehagen zowel het willen als het werken in jou werkt.

Het eerste punt ‘Blijf je redding bewerken met vreze en beven’, daar zien we de belichting van de talenten. Het tweede punt ‘want God is het, die om Zijn welbehagen zowel het willen als het werken in jou werkt’, daar zien we de belichting van de ponden. Hetzelfde gebeuren, maar van twee verschillende kanten belicht.

In beide gelijkenissen ligt de nadruk een beetje op die boze dienstknecht.
Mattheus 25: 24 Heer, ik wist van U, dat U een hard mens bent, die maait, waar U niet gezaaid hebt, en die bijeenbrengt van plaatsen, waar U niet hebt uitgestrooid.
Lukas 19: 21 Ik was bang voor U, omdat U een streng mens bent; U neemt weg wat U niet hebt uitgezet en U maait wat U niet gezaaid hebt.

Wow! Die laat zich kennen! Hij kende Zijn meester dus totaal niet! ‘Theo’, oftewel ‘God’ betekent letterlijk ‘Degene die plaatst’. En nou juist zou hier volgens de woorden van deze slaaf het kenmerk van zijn meester zijn dat hij niet plaatst. Dat is namelijk de weergave van ‘niet hebt uitgezet’. God is de Plaatser en Hij zet dus ook uit. Logisch dat hij dus ook kan oogsten.

Maar deze dienstknecht kent niets van zijn meester en van daaruit handelt hij. Jazeker, hij handelt en hij heeft gehandeld, laten we dat goed doorhebben. Maar vanuit angst om Zijn meester te dienen. Zijn meester zou een hard mens zijn, een streng mens. Hoeveel dienst is er niet vanuit precies die angst voor God: ‘Dient God, want Hij is een strenge God, die ons anders met een hard oordeel zal treffen!’
Romeinen 8:15 Jullie hebben niet ontvangen een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar jullie hebben ontvangen de Geest van het zoonschap, waardoor wij roepen: Abba, Vader.

Zijn beschrijving in beide gedeelten is kenmerkend een leugen. Maar draai je het om, dan vind je in alle heerlijkheid de omschrijving die we al als motivatie uit Filippi 2 kennen. Hier komt de omgekeerde uitspraak:
Mattheus 25: 24 U maait, waar U gezaaid hebt, U brengt bijeen van plaatsen, waar U hebt uitgestrooid.
Lukas 19: 21 U neemt weg wat U hebt uitgezet en U maait wat U gezaaid hebt.
Filippi 2: 13 Want God is het, die om Zijn welbehagen zowel het willen als het werken in jou werkt.
Dat is de waarheid, die deze slaaf niet kende en waar veel gelovigen met hem ook onbekend mee zijn.

De actie van deze slaaf, die dus staat voor die vele ongelovige gelovigen, is dan ook:
Mattheus 25: 25 En ik was bevreesd en ben heengegaan en heb uw talent in de grond verborgen;
Lukas 19: 20 Heer, hier is Uw pond, dat ik in een doek weggeborgen en bewaard heb.

De aarde, waaraan ze in het zweet van hun gezicht zwoegen, dat werd de bewaarplaats voor het talent. De zweetdoek, waarmee ze het gutsende zweet van hun gezicht vegen, werd de bewaarplaats voor het pond. Waar de talenten in het eigen zwoegende werk gestopt wordt, daar verdwijnt ook de genade in het stromende zweet van eigen werk. De Heer zaait en Hij kan maaien, want Hij is het die zowel het willen als het werken in ons werkt. De Heer strooit uit en Hij kan bijeenbrengen, want Hij is het die zowel het willen als het werken in ons werkt.

Is er dan geen inspanning? Ja, in Filippi is daar het bewerken van de redding met vrezen en beven. Maar dat is juist uitsluitend mogelijk doordat God zowel het willen als het werken in ons werkt. Het is dus precies eender als dat Paulus aangeeft meer dan alle anderen gearbeid te hebben.
1 Corinthe 15:10 ik heb meer gearbeid dan zij allen, maar dat was ik niet, maar de genade van God, die met mij is.
Beide gelijkenissen (talenten/Ponden) geven het totaalplaatje van dit werk van Gods genade.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende