U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Wie zijn de 'wij' en de 'jullie' in Efeze?

Als reactie op mijn veranderde kijk op diverse late brieven kwam gelijk de volgende vraag: Zijn de ‘wij’ altijd de joden en de ‘jullie’ altijd de heidenen in de brief aan Efeze? Hier geef ik een korte indeling in ‘wij’ en ‘jullie’ van de eerste twee hoofdstukken van Efeze. Als de 'wij' inderdaad de joden betekenen en de 'jullie' altijd de heidenen, oftewel de niet joden, dan valt deze indeling ook gelijk als een puzzel in elkaar. Dit moet nu dus blijken.

Wij – Joden?
Efeze 1: 3 Gezegend zij de God en Vader van onze [de joden alleen of het geheel van die nieuwe mens?] Here Jezus Christus, die ons [de joden alleen of het geheel van die nieuwe mens?] met alle geestelijke zegen in de hemelse gezegend heeft in Christus.
Efeze 1: 4 Hij heeft
ons [de joden alleen of het geheel van die nieuwe mens?] immers in Hem uitverkoren voor de grondlegging van de wereld, opdat wij [de joden alleen of het geheel van die nieuwe mens?] heilig en onberispelijk zouden zijn voor Zijn aangezicht.
Efeze 1: 5 Hij heeft
ons [de joden alleen of het geheel van die nieuwe mens?] tevoren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus,
Efeze 1: 6 Zijn genade, waarmee Hij
ons [de joden alleen of het geheel van die nieuwe mens?] begenadigd heeft in de Geliefde.
Efeze 1: 7 In Hem hebben
wij [de joden alleen of het geheel van die nieuwe mens?] de verlossing door Zijn bloed,
Efeze 1: 8 welke Hij
ons [de joden alleen of het geheel van die nieuwe mens?] overvloedig heeft bewezen in alle wijsheid en verstand,
Efeze 1: 9 door
ons [de joden alleen of het geheel van die nieuwe mens?] het geheimenis van Zijn wil te doen kennen,
Efeze 1: 11 In Hem, in wie
wij [de joden alleen of het geheel van die nieuwe mens?] ook het erfdeel ontvangen hebben, waartoe wij [de joden alleen of het geheel van die nieuwe mens?] tevoren bestemd waren,
Efeze 1: 12 opdat
wij [de joden alleen of het geheel van die nieuwe mens?] zouden zijn tot lof van Zijn heerlijkheid, wij [de joden alleen of het geheel van die nieuwe mens?], die reeds tevoren onze [de joden alleen of het geheel van die nieuwe mens?] hoop op Christus hadden gebouwd.
Efeze 1: 13-14 de Heilige Geest van de belofte, die een onderpand is van
onze [de joden alleen of het geheel van die nieuwe mens] erfenis,
Efeze 1: 17 opdat de God van
onze [de joden alleen of het geheel van die nieuwe mens] Here Jezus Christus, de Vader van de heerlijkheid, aan jullie de Geest van wijsheid en van openbaring geeft om Hem recht te kennen:
Efeze 1: 19 Hoe overweldigend groot Zijn kracht is aan
ons [de joden alleen of het geheel van die nieuwe mens?], die geloven,
Efeze 2: 3 (trouwens, ook
wij [de joden alleen of het geheel van die nieuwe mens?] allen hebben vroeger daarin verkeerd, in de begeerten van ons [de joden alleen of het geheel van die nieuwe mens?] vlees, handelende naar de wil van het vlees en van de gedachten, en wij [de joden alleen of het geheel van die nieuwe mens?] waren van nature, evenzeer als de overigen, kinderen van de toorn),
Efeze 2: 4 God echter, die rijk is aan erbarming, heeft, om Zijn grote liefde, waarmee Hij
ons [de joden alleen of het geheel van die nieuwe mens?] heeft liefgehad,
Efeze 2: 5
ons [de joden alleen of het geheel van die nieuwe mens?], hoewel wij [de joden alleen of het geheel van die nieuwe mens?] dood waren door de overtredingen mee levend gemaakt met Christus, (door genade zijn jullie gered),

Jullie – Heidenen?
Efeze 1: 2 genade zij jullie [de heidenen alleen of het geheel van die nieuwe mens?] en vrede van God, onze Vader, en van de Here Jezus Christus.
Efeze 1: 13 In Hem zijn ook
jullie [de heidenen alleen of het geheel van die nieuwe mens?], nadat jullie [de heidenen alleen of het geheel van die nieuwe mens?] het woord van de waarheid, het evangelie van jullie [de heidenen alleen of het geheel van die nieuwe mens?] redding, hebben gehoord; in Hem zijn jullie [de heidenen alleen of het geheel van die nieuwe mens?], toen jullie [de heidenen alleen of het geheel van die nieuwe mens?] gelovig werden, ook verzegeld met de Heilige Geest van de belofte,
Efeze 1: 15 Daarom houd ook ik, gehoord hebbende van
jullie [de heidenen alleen of het geheel van die nieuwe mens?] geloof in de Here Jezus en van jullie [de heidenen alleen of het geheel van die nieuwe mens?] liefde tot al de heiligen,
Efeze 1: 16 niet op te danken, als ik aan
jullie [de heidenen alleen of het geheel van die nieuwe mens?] denk bij mijn gebeden,
Efeze 1: 17 opdat de God van onze Here Jezus Christus, de Vader van de heerlijkheid, aan
jullie [de heidenen alleen of het geheel van die nieuwe mens?] de Geest van wijsheid en van openbaring geeft om Hem recht te kennen:
Efeze 1: 18 verlichte ogen van
jullie [de heidenen alleen of het geheel van die nieuwe mens?] harten, zodat jullie [de heidenen alleen of het geheel van die nieuwe mens?] weten, welke hoop Zijn roeping wekt,
Efeze 2: 1 Ook
jullie [de heidenen alleen of het geheel van die nieuwe mens?], hoewel jullie [de heidenen alleen of het geheel van die nieuwe mens?] dood waren door jullie [de heidenen alleen of het geheel van die nieuwe mens?] overtredingen en zonden,
Efeze 2: 2 waarin
jullie [de heidenen alleen of het geheel van die nieuwe mens?] vroeger gewandeld hebben overeenkomstig de loop van deze wereld,
Efeze 2: 5 ons, hoewel wij dood waren door de overtredingen mee levend gemaakt met Christus, (door genade zijn
jullie [de heidenen alleen of het geheel van die nieuwe mens?] gered),

Tot zover! Dit laatste vers is eigenlijk al uitermate belachelijk als we hier de indeling jood/heiden aanhouden. De jood zou mee levend gemaakt zijn, terwijl de heiden door genade gered is. De argumentatie loopt hier juist simpelweg door zonder die tegenstelling te suggereren.

Ik heb maar een anderhalf hoofdstuk doorgeploegd in de Efezebrief. De verdeling jood/heiden blijft nergens als je het zo consequent doorvoert. Hier volgt dan nog een heel mooi voorbeeld.
Efeze 2: 6-8 God heeft ons [joden?] mee opgewekt en ons [joden?] mee een plaats gegeven in de hemelse, in Christus Jezus, om in de komende aionen de overweldigende rijkdom van Zijn genade te tonen naar Zijn goedertierenheid over ons [joden?] in Christus Jezus. Want door genade zijn jullie [heidenen?] behouden,

Dat ‘want’ slaat nergens op als hier een etnische indeling zou zijn. In de Nieuwe Mens is nou juist die hele tegenstelling weggevallen.
Efeze 2: 15-16 Christus heeft in Zichzelf vrede gemaakt door die twee [jood/heiden] tot één nieuwe mens te scheppen, en de twee[jood/heiden], tot één lichaam verbonden, weer met God te verzoenen door het kruis,
Daar heb je het Lichaam van Christus, de compleet nieuwe mens. Daarin zijn die twee (jood en heiden) één geworden. In onze huidige huishouding van genade is er dus geen voorrang voor Israel. De etnische indeling is binnen het Lichaam zelfs helemaal weggevallen. Er is nog maar sprake van één Lichaam, de compleet nieuwe mens.

Ik heb een extra aanvulling, die wellicht wat meer licht werpt op deze zaak. De efeze- en Colossebrief waren rondzendbrieven met het oog op het onderwijzen in het geheimenis, de nieuwe mens, het Lichaam van Christus. Paulus zag in de geadresseerden de nieuwe leden van dit Lichaam. Om hen nadrukkelijk aan te spreken gebruikt hij 'jullie'. Om het onderwijs algemeen te brengen sluit hij zichzelf daar ook bij in en gebruikt hij 'ons'. Dit levert bij het consequent lezen van de hoofdstukken geen enkel probleem op.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende