U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Moest De Christus Dit Niet Lijden Om ...?

Tot Zijn Heerlijkheid In Te Gaan

Voor deze keer pak ik nu eens niet een vraag van onszelf. Nee, ik ga nu eens een keer naar een vraag van de Heer zelf. Er staat bij de confrontatie tussen de Heer en de Emmaüsgangers een heel eigenaardige vraag van de Heer zelf in het Lukas Evangelie.
Lukas 24:26 Moest de Christus dit niet lijden om in Zijn heerlijkheid in te gaan?

Je zou wellicht verwachten dat de Heer vraagt: ‘Moest de Christus dit niet lijden om verzoening tot stand te brengen, of om vergeving van zonden te bewerken, of om mensen terug aan het hart van God terug te brengen. De Heer eindigt Zijn vraag echter met: ‘Om in Zijn heerlijkheid in te gaan’. Misschien moeten de meesten van ons wel heel eerlijk antwoorden: ‘Nee Heer, dat wisten we niet.’ Ik had er in elk geval niet één, twee, drie een pasklaar antwoord op.

Nu ik erin gedoken ben, valt het me op dat alles wat je hier maar over kan vinden betrekking heeft op de verkondiging van het evangelie van de besnijdenis, oftewel de boodschap van het komende Koninkrijk aan het Joodse volk. Voor de start van de oplossing beginnen we in een profetie uit het Oude Testament
Jesaja 53:12 Ik [Vader God] zal Hem [de Messias] een deel geven onder velen en met machtigen zal hij de buit verdelen, omdat Hij Zijn leven heeft uitgegoten in de dood, en onder de overtreders werd geteld,

Ook een heel duidelijke weergave van het resultaat van het lijden van de Messias geeft de schrijver van de Hebreeënbrief.
Hebreeën 2:8-10 Alle dingen hebt U onder Zijn voeten onderworpen…. wij zien Jezus, die voor een korte tijd beneden de engelen gesteld was vanwege het lijden van de dood, opdat Hij door de genade van God voor een ieder de dood zou smaken, met heerlijkheid en eer gekroond. Want het voegde Hem, om wie en door wie alle dingen bestaan, dat Hij, om vele zonen tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman van hun redding door lijden heen zou volmaken.

Precies dezelfde volgorde van het werk van de Heer, het lijden en de heerlijkheid, geeft Petrus..
1 Petrus 1:11 God heeft vooraf getuigenis gegeven van al het lijden, dat over Christus zou komen, en van al de heerlijkheid daarna.

Lukas 24:26 Moest de Christus dit niet lijden om in Zijn heerlijkheid in te gaan?
In de evangeliën sloeg de titel ‘Christus’ altijd op de Messias. Het werkwoord ‘moeten’ in deze tekst is dit keer terecht. Het houdt in dat om de profetieën te vervullen de Messias genoodzaakt was om het lijden te ondergaan. Dat was namelijk voorzegd i.v.m. de echte Messias. Dat moest voorafgaan aan de heerlijkheid van het Koninkrijk, dat volgde.

Wat ook blijkbaar moest gebeuren voordat de heerlijkheid kon komen, is de veroordeling van Jezus als Messias door de geestelijke leidslieden van het volk.
Lukas 24:19-20 Jezus de Nazarener, een man, die een profeet was, machtig in werk en woord voor God en het ganse volk, en hoe Hem onze overpriesters en oversten overgegeven hebben om Hem ter dood te veroordelen en Hem gekruisigd hebben.
De vraagtekst zelf, die we nu behandelen, is Jezus antwoord hierop.

De teksten tot nu toe betreffen uitsluitend de boodschap voor de joden. Waarom? Omdat Gods profetisch plan deze volgorde heeft.
Handelingen 3: 18-26 God heeft in vervulling doen gaan wat Hij bij monde van alle profeten tevoren geboodschapt had, dat zijn Christus moest lijden. Komt dan tot berouw en bekering, opdat jullie zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht van de Here, en Hij de Christus [de Messias], die voor jullie [Israel] tevoren bestemd was, Jezus, zendt; Hem moest de hemel opnemen tot de tijden van de wederoprichting van alle dingen, waarvan God gesproken heeft bij monde van zijn heilige profeten, van oudsher. Mozes toch heeft gezegd: De Here God zal jullie een profeet doen opstaan uit jullie broeders, gelijk mij: naar hem zullen jullie horen in alles wat hij tegen jullie spreken zal; en het zal geschieden, dat alle ziel, die naar deze profeet niet hoort, uit het volk zal worden uitgeroeid. En al de profeten, van Samuel af en vervolgens, zovelen er hebben gesproken, hebben ook deze dagen aangekondigd. Jullie [Israel] zijn de zonen van de profeten en van het verbond, dat God met jullie vaderen gemaakt heeft, toen Hij tot Abraham zei: En in jouw nageslacht zullen alle stammen van de aarde gezegend worden. God heeft in de eerste plaats voor jullie [Israel] Zijn Knecht doen opstaan en Hem naar jullie toe gezonden, om jullie te zegenen, door een ieder van jullie af te brengen van zijn boosheden.

Gods profetisch programma tekent deze volgorde. God houdt zich daar ook ten volle aan. Daarbij is het belangrijk om te beseffen dat de huidige tijd, waar we nu in leven, een tussen geschoven huishouding van God is. Dit doet niets tekort aan de volgorde van gebeurtenissen, zoals die zich straks zal voortzetten als God Zijn programma met Israel weer oppikt.
Romeinen 8:18 Ik ben er zeker van, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid, die over ons geopenbaard zal worden.
1 Petrus 4: 13 Verblijd je naarmate je deel hebt aan het lijden van Christus, opdat jij je ook met vreugde zult mogen verblijden bij de openbaring van Zijn heerlijkheid.
1 Petrus 5: 1 De oudsten onder jullie vermaan ik dan als medeoudste en getuige van het lijden van Christus, die ook een deelgenoot ben van de heerlijkheid, welke zal geopenbaard worden:

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende