U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Worden Christenen Nog Geoordeeld?

Of christenen nog geoordeeld worden is een boeiende vraag, zeker als je daar 1 Corinthe 3: 12 t/m 4: 5 aan vast koppelt.
Het oordeel dat in dit gedeelte behandeld wordt, betreft niet de mensen zelf, maar hun werk, of beter gezegd het bouwen van de mensen op het fundament.

Eventjes, voor alle duidelijkheid. De brief van Paulus aan de Corinthiers is een kenmerkende boodschap voor een synagoge onder het Nieuwe Verbond.
1 Corinthe 11:25 Het nieuwe verbond in Mijn bloed,
2 Corinthe 3:6 Een nieuw verbond, niet van de letter, maar van de Geest,
In het Nieuwe Verbond staat het volk Israel op de eerste plaats. Daar is dus een concreet onderscheid.
Jeremia 31:31 Zie, de dagen komen, luidt het woord van Yahweh, dat Ik met het huis van Israel en het huis van Juda een nieuw verbond zal sluiten.
In de Gemeente, het Lichaam van Christus, is dat onderscheid vervallen en heeft het Jood zijn ook geen voorrecht boven het heiden zijn.
Efeze 2: 14-15 Christus is onze vrede, Die deze beiden (Jood & Heiden) één gemaakt heeft, en de middelmuur die scheiding maakte weggebroken heeft, Hij heeft de vijandschap in Zijn vlees te niet gemaakt, namelijk de wet van de geboden in inzettingen bestaande; opdat Hij die twee (Jood & Heiden) in Zichzelf tot één nieuwen mens zou scheppen,

Er zijn dus verschillen, zoals dat deze brief aan een letterlijke plaatselijke synagoge is geschreven terwijl de Gemeente tegenwoordig verborgen is. Er bestaan nu geen uiterlijke kenmerken (ondanks de verschillende uiterlijke kerken, kringen en gemeenten). Als het echter om het beginsel van genade gaat, namelijk hoe God in iedere huishouding opnieuw Zijn werk doet, dan heeft dit gedeelte zeer veel praktische lessen.

Zo is volgens 1 Corinthe 3: 11 het fundament van zo'n plaatselijke synagoge Jezus Christus en niets of niemand anders en ook niet iets daaraan toegevoegd. Dat geldt precies eender voor het fundament van de Gemeente, het Lichaam van Christus. Ook nu is het fundament Jezus Christus en niets of niemand anders en ook niets daaraan toegevoegd. Ook voor ons persoonlijk geloofsleven geldt als ons fundament Jezus Christus en niets of niemand anders en niets daaraan toegevoegd.

Dat betekent dat mensen die voor hun geloofsleven hun geloof als fundament nemen feitelijk de weg kwijt zijn. Ook wanneer ze verklaren dat ze met dat geloof zich richten op Jezus Christus of op God. Als het hun geloofskeuze of hun geloofsbeslissing of hun geloofsinspanning is, waarop ze terugvallen, dan hebben ze feitelijk eigen arbeid in de plaats voor Jezus Christus gesteld.

Ook betekent het dat als we Petrus (bijvoorbeeld op grond van een verkeerde uitleg van Mattheus 16: 18) als het fundament van ons samenkomen zien, of (op grond van datzelfde gedeelte) onze belijdenis als het fundament van ons samenkomen zien, dan hebben we dus eigenmachtig iets anders in de plaats van het Bijbelse fundament geplaatst: Christus Jezus alleen.

Zo zie je dat met de vraag alleen al 'of christenen geoordeeld worden' het de vraag is wat je onder christenen verstaat. Het is geen term die in de Bijbel gehanteerd wordt op de manier dat we het tegenwoordig gebruiken. In de Bijbel staat die term als scheldnaam, die anderen hanteren voor vervolgde en gehate gelovigen.
Handelingen 11:26 Het geschiedde, dat zij een vol jaar in de gemeente gastvrij ontvangen werden en een brede schare leerden en dat de discipelen het eerst te Antiochië Christenen genoemd werden.
Handelingen 26:28 Agrippa zei tegen Paulus: Jij wilt mij wel snel als Christen laten optreden!
1 Petrus 4:16 Indien hij echter als Christen lijdt, dan hoeft hij zich niet te schamen, maar verheerlijk God dan maar onder die naam.

Waar het oordeel overheen gaat is niet over Jezus Christus, ons fundament. Christus is onze identiteit. Vandaar ook dat wij niet geoordeeld worden (1 Corinthe 3: 15). Wijzelf zullen per definitie gered worden. Het is niet het vuur, oftewel het oordeel, dat ons redt. Als geredden gaan we door het vuur, ja door het oordeel.

Wat wel geoordeeld wordt, oftewel in het vuur komt, dat zijn de werken, d.w.z. de materialen waarmee er gebouwd wordt. Goud, zilver en kostbare stenen (1 Corinthe 3: 12) houden stand (vers 14) in het vuur. Hout hooi en stro (vers 12) verbranden (vers 15) in het vuur. Als goud, zilver en kostbare stenen (dus de werken) in het vuur komen, dan komen ze er alleen maar nog zuiverder doorheen. Alleen het pure goud, alleen het pure zilver, alleen het zuivere van die kostbare stenen houdt stand en dat komt er nog beproefder uit.

De praktische verwerkelijking van het geloofsleven wordt precies eender benoemd.
Job 23:10 Hij weet, hoe mijn wandel is; toetst Hij mij, dan kom ik als goud te voorschijn.
1 Petrus 1:7 opdat de echtheid van jullie geloof, kostbaarder dan vergankelijk goud, dat door vuur beproefd wordt, tot lof en heerlijkheid en eer blijkt te zijn bij de openbaring van Jezus Christus.

Het Nieuw Jeruzalem: Het letterlijke uitzicht voor die Nieuwe Verbonds Synagogen
Openbaring 21:18 De bouwstof van haar muur was diamant; en de stad was zuiver goud, gelijk zuiver glas.
Openbaring 21:19 De fundamenten van de muur van de stad waren met allerlei edelgesteente versierd. Het eerste fundament was diamant, het tweede lazuursteen, het derde robijn, het vierde smaragd,


Nu weten we dat we voor het fundament van ons geloofsleven niks anders hebben dan Jezus Christus alleen. Nu blijkt ook het bouwen op dat fundament eigenlijk alleen bestand tegen het vuur/het oordeel, als die werken, oftewel dat bouwen, het werk van Christus Jezus in ons is. Het zogenaamd sterke (hout, hooi en stro) moet namelijk zwak worden om genade alleen te laten werken. Het wijze (hout, hooi en stro) moet dwaas worden om genade alleen te laten werken. Onze eigen overleggingen (ook voor de Heer) zijn vruchteloos, oftewel hout, hooi of stro. Vertrouwen op geestelijke leiders is hout, hooi of stro.
1 Corinthe 3: 18-20 Laat niemand zichzelf misleiden! Indien iemand onder jullie denkt wijs te zijn in deze tijd, dan wordt hij dwaas, om wijs te worden. Want de wijsheid van deze wereld is dwaasheid voor God. Want er staat geschreven: Die de wijzen vangt in hun sluwheid; en elders: De Here weet, dat de overleggingen van de wijzen vruchteloos zijn. Daarom, zal niemand zich op mensen beroemen;

Nee. Niemand bouwt op mensen, dus ook niet op jezelf als krachtig gelovige. In onze zwakheid vallen we terug op Christus alleen. Het fundament is Jezus Christus. Het werken, oftewel ons bouwen, is ook Christus Jezus. Alles is Zijn genade, die dwars door ons heen werkt. Dus is alles in Christus ook van ons.
1 Corinthe 3: 21-23 alles is van jullie: of het nou Paulus is, of Apollos of Petrus, of het nou de wereld is, leven of dood, of het nou het heden is of de toekomst, het is allemaal van jullie; en jullie zijn van Christus, en Christus is van God.

In het eerste vers van het volgende hoofdstuk roept Paulus ons dan nog maar eens op om zo tegen hem en de anderen aan te kijken. Maar dan komt een tweede aspect van het oordeel om de hoek kijken. Het feit dat wij als mensen elkaar ook nog eens de maat nemen. Nu geen oordeel van Godswege, maar een oordeel van onze medegelovige. 'Nou', zegt Paulus, 'dat doet mij nou ook totaal helemaal niks!' Paulus laat zich niet door de ander de maat nemen. Hij gaat zelfs niet eens het bij veel gelovigen populaire spelletje 'naar binnen kijken om te ontdekken wat voor slechts daar nog mocht zitten' meedoen. Hij beoordeelt zichzelf ook helemaal niet en beveelt ons datzelfde gedrag ook nog eens aan.
1 Corinthe 4: 3 Nu raakt het mij zeer weinig, of ik al door jullie of door enig menselijk gericht beoordeeld word. Ja, ook mijzelf beoordeel ik niet.

Paulus zegt van zichzelf dat hij altijd een rein geweten gehad heeft, maar dat is voor hem niet doorslaggevend. Hij valt terug op Christus Jezus en Zijn oordeel. Wow, veel mensen die bang zijn voor Gods oordeel zullen bij zulke woorden in elkaar krimpen, maar Paulus kende God als de God van liefde en alle genade. Juist daarom valt hij terug op dat oordeel van God. Want wat gebeurt er als God alles aan het licht zal brengen? Dan krijgt echt iedereen een groot compliment van God! Iedereen! Echt iedereen!!! Dat staat er.
1 Corinthe 4: 4-5 Ik ben mij van niets bewust, maar daardoor ben ik niet gerechtvaardigd; Hij, die mij beoordeelt is de Here. Daarom, velt geen oordeel voor de tijd, dat de Here komt, die ook hetgeen in de duisternis verborgen is, aan het licht zal brengen en de raadslagen van de harten openbaar maken. En dan zal aan iedereen Zijn lof geworden van God.

Het fundament is Jezus Christus voor iedereen. Onze werken, onze inspanningen, onze wijsheid, onze kracht, dat is dan allemaal als hout, hooi en stoppelen verbrand in het vuur en wat er overblijft is wat Christus Jezus als ons nieuwe leven in ons heeft uitgewerkt. Dat heerlijke werk van Gods genade gaat God dan ook nog eens belonen bij echt iedereen. Dat maakt het zo'n feest om uit te zien naar die heerlijke dag, dat we onder dat oordeel van de Heer zullen komen.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende