U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Hoofdstuk 9

Thuis hield Owen het niet langer uit. Thee drinken, koekje erbij, zus helpen, huiswerk maken. Dag in dag uit hetzelfde. Geen gesprek over de maatschappij. Pa aan het werk, ma geen flauw benul. Geloofsonderwerp zat wel gebeiteld. Ma wist altijd uit herinneringen te putten hoe ze door stout te zijn goed werd. Owen kreeg dat niet rond in zijn gedachten. Concrete antwoorden gaf ze hem niet. Het enige dat hij uit dit soort contacten opmaakte was dat je beloofde je een stuk beter te gedragen als je christen werd. “Nou, ga daar maar eens aan staan!”, dacht hij dan.

Het was maar een kort stukje en hij was midden in de stad. De gracht uit. Magere brug over. Nog even rechtdoor en hij stond al in de Utrechtseweg bij zijn favoriete winkel ´Concerto´. Owen liep door naar het Rembrandplein.

Hé lang ventje, ook een krentje?!”
“Alweer een idioot!”
Owen draaide zich fel om en keek in de stralende ogen van een roodharige jongedame.
Een zegenbede voor de vrede!”
Haar linkerhand met een schaaltje erin draaide voor zijn neus en nog steeds straalden haar ogen hem zwak. Zijn hand bewoog naar de schaal en pakte wat krentjes.
“Jij zoekt echt naar vrede”, fluisterde ze hem in het oor.

Owen had het gevoel dat zijn mond openviel, de krentjes eruit dukelden en hij eruit flapte: “Hoe weet jij dat?”. In werkelijkheid stond zijn pokerface op onverstaanbaar en kwam er niks uit zijn mond. Volkomen strijdend met de uiterlijke rust was het bij Owen van binnen een heksenketen. De janboel aan emoties en indrukken verdrongen zich binnen de compacte werkelijkheid van Owens brein.

“Zij weet van mijn zoektocht naar vrede!” De ratio deed binnen de jungle aan sentimenten een poging de impressie van deze schoonheid in nuchtere banen te leiden. “Zij kent mijn ongenoegen met al die brute agressie in de hedendaagse maatschappij!” Owen deed een poging om haar wat opener te benaderen, maar stond in werkelijkheid alleen maar wat onhandig met krentjes in zijn volle mond haar aan te staren.

Ze glimlacht. “O, wat is ze mooi! Wat een beauty! Een engel, gezonden om mij in te wijden in de eendracht, de harmonie, de vrede die ik zoek, de sjalom van godswege, die we hier op aarde mogen vestigen! Ik weet het zeker, zij is Gods antwoord!”
De vervoering stuiterde in Owen dat het een lieve lust was. Op zijn onmededeelzame façade verscheen een schijn van ontspanning.
Kom vanavond naar het Lieverdje!”.

Owen had geen idee of hij “Ja”, “Nee”, of helemaal niks gezegd had. Half verdoofd liep hij op de automatische piloot door de Kalverstraat naar de Dam. Ja, hij wil vrede. Als er iets is wat hij wenst, dan is dat wel vrede!

Die avond had zich een klein groepje jongeren bij het populaire beeldje op het Spui verzameld. Enkele hadden blijkbaar fietsen opgepimpt. Ze kwamen er aanlopen met witte fietsen zonder slot. Ze zetten ze alle drie keurig naast elkaar bij het Lieverdje.
Op een afstand, bij de Amstel, stond Owen het hele gebeuren te volgen. Hij was diep onder de indruk. Hij begreep dat er bewust geen sprake van een slot was. Deze fietsen waren vrij te gebruiken voor iedereen. Niemand kon zeggen dat die fiets van hem of haar was. Wat een vrijheid! Owen voelde connectie. Eindelijk gelijkgestemden!

Kippen!!!”. Dwars door de serene avondstilte klonk plotseling een angstige schreeuw. Het werd door meerderen opgepikt: “Kippen! Kippen! Kippen!”. Resoluut stapten agenten op de witte fietsen af. De eerste werd weggepakt. De tweede verdween in het politiebusje. Ze liepen nu naar nummer 3, toen één van de jongens hem tegenhield. “Waarom pikken jullie onze fietsen?” Geïrriteerd keek de agent op. “Nog niet opgemerkt dat er geen slot op dit ding zit?”, beet hij de jongen toe. “Dat kan zomaar niet!” Verbaasd zei de jongen: “Dat is omdat iedereen er zo gebruik van kan maken. Dat is nou vrijheid!”

“Nee, nee, nee, dit hoort niet zo!”
Met een mooie zwaai dacht meneer agent het zo in het busje te zetten, maar de hand van de jongen hield de arm tegen. “Onze fietsen!”, zei de jongen. Een hele groep jongeren had zich om de agent verzameld. “Onze fietsen!”, weerklonk het. Owen stond van veraf te kijken. Hij zag de knuppels tevoorschijn komen. Hij zag de hele groep jongeren in elkaar geknuppeld worden. Ze deden niks terug. De derde fiets in het busje en daar vertrok de groep ordehandhavers.

Owen liep terug naar huis. Weer geen contact gemaakt. “Zullen dit nou echte christenen zijn?”, ging het door zijn hoofd. “Zal ik ze eindelijk gevonden hebben?”.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende