U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Hoofdstuk 7

De boodschap van geweldloosheid moet naar buiten!” Owen kon nog zeker tientallen jaren door discussiëren in zijn hoofd. “De boodschap moet uit!” Owen zag nog een heleboel tegenstellingen in de Bijbel. “De boodschap moet uit!” Owen zag het verzet al voor zich. “De boodschap moet uit!” Het pesten wordt alleen maar erger op school. “De boodschap moet uit!” Leerkrachten vallen de pesters bij. “De boodschap moet uit!” Geen oor hiernaar. “Maar de boodschap moet gewoon uit!”.

Wat een wereld leven we in! Owen zag maar één antwoord: Geweldloosheid!
Overheden plukken hun volk leeg! Owen zag maar één antwoord: Geweldloosheid!
Dictators zoeken eigen eer! Owen zag maar één antwoord: Geweldloosheid!
Het einde van de wereld? Owen zag maar één antwoord: Geweldloosheid!
Zoveel onderdrukking! Owen zag maar één antwoord: Geweldloosheid!
Zoveel onrecht! Owen zag maar één antwoord: Geweldloosheid!
Oorlogen zus en oorlogen zo! Owen zag maar één antwoord: Geweldloosheid!
Onze christelijk westerse wereld moordt Vietnam uit! Owen zag maar één antwoord: Geweldloosheid!
Men moordt uit wraak. Men moordt uit eer. Men moordt uit verdediging. Men moordt uit vaderlandsliefde. Owen zag maar één antwoord: Geweldloosheid!

Geen gedroom meer. Geen wegvluchten in eigen fantasie meer. Geen lange reis op het beddenkussen in de hoek van zijn grote donkere kamer meer. Owen had zich opgezweept tot actie. Alle redeneringen in zijn hoofd hadden de eventueel mogelijke twijfels, die er nog waren, het zwijgen opgelegd. De drukke argumentatie was nu nog slechts terug gebracht tot korte Oneliners. De sluitrede weergalmde in zijn hoofd: “Die boodschap van geweldloosheid gaat uit!”

Innerlijk gesterkt trok Owen zijn jas aan. De adrenaline gierde door het lijf. Opgezweept tot daadkracht liep hij de trap af naar buiten. De stad in. Kras begint over een uurtje. Zaal vol. Mensen, die echt iets hebben met God. Die boodschap kan daar toch niet verkeerd vallen?

Owen was dankzij zijn eigen ophitsende motivatie eventjes zijn gebruikelijke reactie op de aanwezigheid van andere mensen vergeten. Nu hij Kras binnenstapt en de volle zaal ziet gutst de adrenaline als een waterval van hem af dwars door een onzichtbaar gat de vloer in. De sociaal onhandige Owen stond handenwringend in de deuropening de grote zaal in te staren. Nog vijf minuten, dan begint die bijeenkomst. Wat nou? Een stoel. Achter de laatste rij stond een stoel apart. Owen verzamelt alle moed en gaat zitten.

Owen zit het hele samenzijn uit. Een vreemde beklemming omsluiert hem. Een ervaring die zijn verdere leven bij christelijke samenkomsten telkens herhaald zal worden. Het is de gewaarwording van een stiekeme toeschouwer zijn van een voorstelling waar je geen grip op krijgt. Op weg naar Kras had hij zich wel een voorstelling gemaakt van wat hij zou meemaken. Bij congressen of vergaderingen mag je verwachten dat er veel spreekbeurten en onderling overleg is. Hier doorstaat hij van alles aan vreemde happenings om slechts een toespraakje van een kwartier te beluisteren, zonder verder overleg of discussie. Verdwaasd zit Owen in zijn stoel apart.

Hallelujah broeder! God is goed! Ja, Hij heeft mijn zus genezen van haar verkoudheid! O jaaah!!! U bent toch wel gekocht met het bloed, hè? Ja, er is een offer nodig voor u want u bent door en door slecht! Kunt u ook getuigen van de goedheid des Heeren?”
Zat hij net nog gewoon in zijn stoel, nu zit hij vastgespijkerd. Wanhopig kijkt hij weer op in het gezicht van deze zuster. Ook al had hij nooit geleerd gezichten te lezen en zou hij daar ook nooit zijn diploma voor halen, toch ziet hij haar gezicht totaal in de “Kom op broeder! Nou jij weer!!!!” stand staan.

Owen kende de volslagen gekte van door elkaar jagende emoties en gedachten maar al te goed, maar nu golfde een ware tsunami aan gevoelens en overdenkingen door hem heen. Eén gedachte greep hij met de moed van de wanhoop bij de lurven en hij spoot het eruit: “God is voor geweldloosheid!” De stevige tante, die zich zuster noemde, deinsde even achteruit. Aan alles was echter te zien dat die zich niet zomaar liet wegblazen.

Owen kreeg toch nog het stukje overleg of discussie, waar hij naar uit had gezien. Misschien zelfs wel een iets te persoonlijk debat. Je zag zuster Frederikse een innerlijke aanloop nemen, waar een uitbarsting op volgde: “Geweldloosheid? Heb jij je prioriteiten wel op orde, beste jongen? Het draait niet om geweldloosheid! Het draait om Gods koninkrijk en die breekt zich baan met geweld! Waar blijf je dan met je geweldloosheid? Waar God strijdt, daar voert Hij Zijn heilige oorlogen! Hoe zou dat moeten, geweldloos? Toen Gods koninkrijk eindelijk iets begon voor te stellen in deze wereld, toen heeft keizer Constantijn veel volkeren onderworpen aan het kruis. Hoe had hij dat ooit geweldloos kunnen doen? Geloof jij soms niet in Jezus, die nog wel profeteerde dat er oorlogen en geruchten van oorlogen zouden zijn tot het einde? Hij wist zelf trouwens ook wel raad met de zweep en raadde zijn volgelingen aan om wapens te kopen. Wat nou, geweldloosheid?”

Verslagen liep Owen naar huis. Hij wist niet wat hij ervan moest denken. “God wil toch dat we lief zijn voor elkaar? Daarom ben ik met mijn boodschap van geweldloosheid ook begonnen bij deze mensen.” Hij was teleurgesteld, maar vastbesloten: “Die boodschap van geweldloosheid gaat uit!”

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende