U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Hoofdstuk 6

Vrienden zijn een onbekend concept voor Owen. Vijanden liggen nog cryptischer. Beide zijn het onontgonnen velden, deze braakliggende terreinen buiten zijn verstopwereld. Owen had zich al verzoend met het feit geen vrienden (nodig?) te hebben. Vijanden blijken nu ook overbodig.

Altijd maar denken! Altijd maar malen! Altijd dat overpeinzen bij dag en bij nacht! Steeds maar beraden! Telkens bespiegelen! Het herkauwen van voors en van tegens! Aldoor bezint hij maar en bezint nog eens om daarna opnieuw te bezinnen zonder ooit te beginnen! Hij overweegt het kwaad tegenover het goed en blijft overwegen! Zijn reflecteren loopt nooit uit op een definitieve reflectie! Alles is een grond om bij stil te staan.

Het kakelt, het kletst, het wauwelt, het klept, kwettert en kwaakt! Al dat geouwehoer in zijn hoofd! Die snaters staan nooit stil! Owen grijpt naar zijn hoofd! Hij meent zoveel zonder tot een mening te kunnen komen. Emoties zitten in de roetsbaan en Owen wordt meegesleurd. Nee, vijanden zijn overtollig. Hij is heel goed in staat zijn eigen vijand te zijn.

Op school komt Owen redelijk mee. Als rebel laat hij nu effectief de carrousel van zijn gekkenhuis op de leerkrachten los. Thuis gekomen vult hijzelf die lege plek van leerkracht, die de klappen krijgt, op. Dat gaat een beetje als volgt:

Owen 1: “Martin Luther King toonde ons wat Gods liefde uitwerk: Geen geweld!”
Owen 2: “Keizer Constantijn toonde ons hoe dankzij het kruis veldslagen gewonnen werden: Wel geweld!”
Owen 1: “Koning David mocht geen huis voor God bouwen omdat hij bloed aan zijn handen had! Geen geweld!”
Owen 2: “Koning David streed de heilige oorlogen van God! Wel geweld!”
Owen 1: “De engelenvorst van God werd gevraagd of hij voor of tegen Israël streed. Hij nam geen positie in en zei: Nee! Geen geweld!”
Owen 2: “God zegende Israël in haar oorlogen. Wel geweld!”
Owen 1: “In Gods ideale koninkrijk worden zwaarden omgesmeed tot ploegscharen. Geen geweld!”
Owen 2: “Dat ideale koninkrijk is nog lang niet aangebroken en de profetie zegt juist dat we zullen horen van oorlogen! Wel geweld!”
Owen 1: “Jezus leerde dat als iemand je op de rechterwang slaat, dat je dan ook de linker- moet toekeren. Niet antwoorden met geweld!”
Owen 2: “Jezus kwam op voor de eer van God en leerde hoe je dat kan doen door mensen er met een zweep uit te hengsten. Wel geweld!”
Owen 1: “Jezus gaf aan dat wie het zwaard opneemt door het zwaard zal vergaan. Geen geweld!”
Owen 2: “Jezus gaf zijn volgelingen juist opdracht om zwaarden te kopen. Wel geweld!”

In de grote kamer wist Owen een klein plekje te vinden. Hij had genoeg op gekregen aan Frans, Duits, Engels en aardrijkskunde om te leren voor de volgende dag. Daar kon hij eigenlijk de rest van de dag wel mee vullen. Hij kwam er niet aan toe. De discussie was te heftig opgelaaid. Het denken was tobben geworden. Langzaam ploeterde hij zich naar een standpunt. “Oei!”, een standpunt. Schrok hij er niet meer voor terug? Eigenlijk wist hij het wel zeker. Hij kon niet anders. Hij was geweldloos en eigenlijk is dat het antwoord. Het antwoord op alles! Het definitieve antwoord!! HET ANTWOORD!!!

Owen stapte van zijn bed af. In zijn eigen kamer had hij nog nooit zo concreet met twee voeten op de grond gestaan. Nu geen Utopia meer! Nu geen droomwereld meer! Geen fantasie! Hij had HET ANTWOORD! En nu? “O mensen!” Nu zou hij zich onder de mensen moeten begeven! “O nee toch?

“O ja!!”, zei Owen hardop. Nee, geen Owen 1 of 2 meer. Gewoon Owen. Hij gaat met zijn boodschap de hort op.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende