U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Hoofdstuk 23

Knallende koppijn! Owen had zich de voorgaande dag voorgenomen om elke Bijbeltekst, die hij tijdens de kerkdienst genoteerd had, uit te pluizen, na te gaan of er inderdaad concreet sprake was van een soort voorspelling van vroeger heel ver weg dat nu zomaar letterlijk vervuld werd. Het kleine sprankje licht dat zich nog door de dikke gordijnen wist te boren deed hem de handen voor de ogen slaan. Een golf van misselijkheid. Hij rende naar het toilet. Nee, het zat er niet in. Vandaag geen onderzoek.

Met een lege maag strompelde hij richting bed. Het bonken in zijn hoofd denderde. Scheuten verscheurden zijn hersenen. Hij greep de kastdeur en liet er het volle gewicht van zijn hoofd op terecht komen. Het bloed pompende ritme bepaalde de beuk.

Kom Owen, rustig! Je moet rustig worden! Komt wel goed.” Ma Faveur had haar arm om zijn schouder heen geslagen. Owen rukte zich los. “Komt helemaal niet goed!”, schreeuwde hij. Een spurt naar zijn bed. Hij dook er weer in.

In bed. Gebalde vuisten. Lichaam strak gestrekt. Lakens en dekens over het hoofd. “Ik heb wat te eten voor je klaar gemaakt. Kom, neem nou wat!” Ma Faveur stond weer bij het bed. “Laat me met rust!” brult hij. Moeder raakt hem even aan, maar hij rilt haar van zich af. Woedend is hij, razend! “Die idiote godsdienst ook met al hun voorspellingen! Israël een eigen land in 1948! Logisch na zo´n oorlog! Vanzelfsprekend wilden ze voor hun veiligheid een eigen land. Nogal wiedes, die mensen willen ook een kans op gewoon leven!” Drift doortrok zijn lijf, groeide aan tot geraas, bouwde uit tot razernij. Opeens merkte hij dat hij rechtop strak in bed zat. Weer liggen. “Wat is hier gaande?”.

Prikkels hadden hem overmeesterd. De vreemde kerkcultuur had hem geboeid, al bleef het iets buiten hem. Het had hem getart. De toespraak was fascinerend. Het had raakvlakken met zijn politieke interesse, maar de Bijbelse insteek was totaal niet te plaatsen. Opgewonden had hij zoveel hij kon genoteerd. Het wekte allerlei uiteenlopende gedachten. Het vriendelijke sociale contact had hem overweldigd. Het prikkelde, het kriebelde, het ergerde, het overdonderde hem. Alle emoties bruisten dat het een lieve lust was. Overweldigende stimulans. Onbekend met het fenomeen zat Owen er volledig doorheen.

Met alle spieren volledig gespannen was Owen uiteindelijk toch in slaap gesukkeld. De hersenspinsels sloegen direct in volle kracht toe.

“Waarom al die godsdienst? Dat werkt toch voor geen meter?” Owen kijkt op in het gezicht van Pa. “Bij je zus bleek het al een regelrechte leugen te zijn, die hele godsdienst”, oreert Pa. “O, wat wist men precies hoe ze helemaal gezond zou worden. Daar is niks van gekomen. Nou heb jijzelf ook alle kerken in Amsterdam plat gelopen en wat blijkt? Ze zadelen je op met een opdracht van liefde, die aan geen kant te halen valt.” Owen bekijkt zijn aantekeningen en twijfelt.
Speel jij secretarisje van de dominee?” Owen legt zijn pen neer en kijkt in de grijns van het kerkvolk. “Denk je een leuk preekje over te kunnen schrijven?” In de hoek van de kerk trekt Owen zich terug.
Hevig gebonk op de deur. Die wordt gelijk ingetrapt, soldaten marcheren naar binnen. Niet in de kerk. Owen zit in een schuilruimte. Zijn hart gaat te keer. “Had ik nu maar een veilig land om te schuilen”, denkt hij, maar hij loopt alweer in Amsterdam.
Johnson Assassin!”. Vervuld van haat naar de Amerikaanse president joelt Owen mee en gelijk slaat hem de schrik weer om het hart. “Haat! Ik haat! Ik, die liefde wens, ik haat! Walgelijk figuur!”
Om zich heen slaand wordt Owen wakker. Gelijk grijpt hij naar zijn hoofd en rent weer naar het toilet. Overprikkeling eist zijn tol.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende