U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Hoofdstuk 22

De volgende zondag had Owen zich helemaal geïnstalleerd in het zijvak van de kerk op de achterste rij. Bijbel naast zich, bloknoot in de rechter-, pen in de linkerhand. Hij was op alles voorbereid. Iedereen kwam weer apart naar hem toe om hem de hand te schudden. Hij legde dus even zijn spulletjes opzij. Velen herkenden hem van de vorige week en waren duidelijk blij dat hij er nu weer was. Hij herkende niemand. Dat was zijn probleem: Gezichten zijn gelijk weggevaagd als ze hem niet meer aankijken. Hij had daardoor wel al geleerd om zich op de vlakte te houden. Hij was net iets te vaak in een pestsituatie beland doordat hij bij iemand die hij blijkbaar echt hoorde te kennen totaal geen idee had wie het was.

“Hallo! Leuk je weer te zien! Owen hè?”. Owen knikte. “Zal ik ze vorige week wel verteld hebben”, dacht hij. “Ga je de liedjes noteren?”, ze wezen naar zijn bloknoot en pen. Hij voelde zijn hart sneller gaan en zijn ademhaling stokken. Zijn bloed joeg naar het hoofd. Daar zat hij met een rooie kop. “Ehm, nou nee”, stamelde hij, “Ik wil de teksten noteren, die genoemd worden, en als het me lukt ook nog wat politieke aantekeningen maken”. De rest van de adem blies hij nu uit in de hoop wat vat te krijgen op de ademhaling. “Politiek?”, de man en vrouw keken nogal vreemd op. “Daar was zijn broer vorige week ook erg goed in”, zei hij in de hoop het ietsje duidelijker te maken. “O”, zeiden ze, keken elkaar aan en zochten al pratend met elkaar een eigen plekje.

Dit keer was Owen voorbereid op de hele culturele aanbouw die men blijkbaar nodig had in dit soort bijeenkomsten. De stortvloed aan deuntjes plensde over de verzamelde massa heen. Iedereen leek mee te golven op de baren. Owen constateerde bij zichzelf een interesse in het fenomeen dat hij nu waarnam. Men gaf zich duidelijk over in een gezamenlijke ervaring. Er gebeurde iets. Owen had alleen geen flauw idee wat. Het had voor hem iets weg van het volkse deingebeuren bij Johnny Jordaan. Ook daar staken handen in de lucht en ontstond er iets mystieks. Zowel dat als wat hier gebeurde kon Owen waarnemen, maar hij bleef altijd waarnemer. Hij wist eigenlijk nooit wat er gaande was bij die mensen zelf.

“Gelukkig. Het gaat nu beginnen!” Dominee Joop Malgo begon te spreken. Owen pakte pen en bloknoot en begon gelijk met zijn aantekeningen. Telkens opnieuw kwam Israël langs. Malgo tekende hoe Israël voortdurend de spil in het hele wereldgebeuren is. Alles begon in 1948. In een vergadering van de Joodse Nationale Raad werd de nieuwe staat Israël uitgeroepen. In Amsterdam werd de Wereldraad van Kerken opgericht. Gandi, het grote voorbeeld voor Owen, werd vermoord. Er was een staatsgreep van de Sovjet Unie in Tsjecho-Slowakije. Diezelfde Sovjet Unie kondigde een eigen munt aan voor de Oostzone. In alles werd de krant naast de Bijbel gelegd. Voortdurend wees Malgo op de vervulling van het profetische woord. Owen kon het haast niet bijhouden zoveel tekstbewijzen lepelde Malgo op.

“Als dit allemaal echt klopt, dan is dit boek niet zomaar een boek”, dacht Owen. “Het kan dan niet anders dan dat er een goddelijke inspiratie moet zijn voor dit boek, als dit tenminste waar is”. Owen vond alles wat hij hoorde mateloos boeiend, maar hij had ook zo zijn bedenkingen. Om uit te dokteren of wat deze welbespraakte man allemaal beweerde waar was, had hij zich voor de komende week wel een vracht werk op de hals gehaald. Owen was niet echt thuis in de Bijbel. Hij had alleen wat favoriete Bijbelgedeeltes voor zichzelf bij elkaar gezocht. Maar dat was nou ook gelijk wat zo schuurde in zijn beleving van God en de Bijbel. Die favoriete gedeeltes hadden in de praktijk bewezen niet te deugen.

De preek was ten einde en ter afsluiting moest hij nog eventjes de rest van die culturele polonaise doorkomen. Dit keer was zijn aandacht niet gericht op de mystieke ervaring van de massa. Zijn gedachten dwaalden af naar die teksten over liefde en vrede, die al eerder hun eigen zinloosheid bewezen hadden. “Wat heb ik dat allemaal geloofd! Maar het werkt voor geen meter!” Hij zag zichzelf weer meevechten tegen die agenten. Wat een haat had hij geproefd in zijn eigen hart! “Je naaste liefhebben als jezelf! Jezus kan ons nog wel meer opleggen. Je gaat voor de bijl! Liefde wordt haat!”

“En? Hoe vond je het?”. Owen schrok uit zijn overdenkingen wakker. De bijeenkomst was afgelopen. “Huh? Ja, eh ja. Ik vond het wel boeiend. Ik ben benieuwd wat er van waar is.” Hij groette de hartelijke mensen en liet ze verdwaasd achter. “Dit is toch de waarheid?!”, zeiden ze verbaast tegen elkaar. “Het is het Woord! Dat is altijd de waarheid!”

Owen liep inmiddels alweer langs de gracht naar huis. Hij was daar nog niet zo zeker van. Hij zou het thuis allemaal gaan uitpluizen. “Als het waar is, dan blijft dit overeind staan. Dan moet blijken of het klopt met de actuele berichten, die je in de krant kan checken en of het klopt met de teksten, die je in de Bijbel kan checken. Zo, ik heb mezelf wel eventjes wat werk op de hals gehaald!”
De Magere Brug over, op naar huis.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende