U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Hoofdstuk 2

Van alle kanten weerklinken er schoten. Geweren in de aanslag. Mannen en vrouwen, gewapend tot de tanden. Toch weet, als uit het niets, een strijder zo´n volledig bewapende man met één steek dodelijk te treffen. Weer een kogelsalvo en ook die strijder brengt het er niet levend vanaf. De groep gewapenden trekt verder.
Het komt tot een nieuw treffen. Het lijkt nu op een schaakmat en men schreeuwt tegen elkaar.

Meneer en mevrouw Faveur komen er nu ook in de huiskamer bij zitten. Ze lijken weinig belangstelling te hebben voor wat er zich op de TV afspeelt.
Totaal geen belangstelling voor de kinderen. Totaal geen…..”, hoort Owen zijn vader, gelijk doorkruist door: “Can´t you see I´m holding the riffle? You can´t …..”, van de televisie.

Owen draait het geluidsvolume omhoog, maar pa gebaart juist dat het omlaag moet. “Ze zitten daar maar sigaretjes te roken, terwijl in de klas………”. “Hands up, I say!” “Gewoon buiten de…….” “Common! One shot and you´re…..” “Die mensen krijgen er goed voor be…….” Een kogelregen doorzeeft weer het hele beeld. Langzaamaan begint Owen helemaal door te draaien. “STILLLLLL!!!!!!” weerklinkt ineens de wanhopige stem van Owen. En het werd stil.

Pa en ma Faveur bekeken het beeldscherm om te zien wat er zo belangrijk was. Ook Owen kon het gebeuren ook weer redelijk volgen. “Zeg jochie, jij bent niet de belangrijkste hier in huis, hoor!”, hoorde hij zijn pa nog even zeggen. Het drong echter niet echt goed tot hem door. De situatie op TV was nu opeens veranderd. Gek eigenlijk. Wat gebeurde daar nou? Ook Pa en Ma Faveur leken nu gefixeerd te zijn op wat er hier in dat programma ineens plaats vond.

Een magere, zelfs iets uitgemergelde, man liep naar die groep met alle wapens. Hij hoorde duidelijk niet bij die groep. Voor hen was hij de vijand. Alle wapens werden ook op hem gericht, maar hij bleef doorlopen. Hij riep in het Engels: “Je kan me wel je vijand noemen, maar ik ben het niet. Ik hou van jullie allemaal. Ja Okay, je zou me zo overhoop kunnen schieten. Dan ben ik er niet meer. Maar ik wil jullie helemaal geen kwaad doen. Mijn verlangen is…..” Met de kolf van een geweer werd hij tegen de vlakte geslagen. “Je bent onze vijand!” riepen ze razend tegen hem. “Van jou verwachten we niks dan ellende!”. Terwijl de uitgemergelde man op de grond lag drukte de loop van het geweer in zijn borst. “Ik hou van jullie en wens uitsluitend vriendschap”, hoorde je nog en toen de knal. Met een zacht, stralend gezicht lag hij in het bloed. De aftiteling kwam. Het programma was afgelopen.

Hij had zich ook kunnen verdedigen”, zei meneer Faveur. “Zwak om je zomaar te laten neerschieten”. Vertwijfeld keek Owen zijn vader een tijd aan. Toen draaide zijn blik naar zijn moeder en van haar weer naar het beeldscherm. “Zwak?”, tolde het in zijn hoofd, “zwak?”. Dat stralende gezicht bleef Owen achtervolgen. Die liefde leek hem niet los te kunnen laten. “Is dat zwak?” Owen kon er niet over uit. Ergens had hij het gevoel die avond op TV een grote held, een overwinnaar, te hebben waargenomen. “Zwak?”.

Owen valt nooit makkelijk in slaap. Hij heeft altijd problemen met in slaap komen omdat hij van alles denkt te horen en te zien. Terwijl er niemand in zijn kamer komt sluipt in zijn beleving wel van alles en nog wat langs zijn bed en steken ook nog eens hele verhalen af. Op het laatst ligt hij echt met zijn hele hebben en houwen ver onder de dekens verstopt. Naast angstzweet levert dat extra portie benauwdheid op, maar uiteindelijk valt hij toch in slaap. Dit keer een slaap vol dromen.

Hai, hai, stuntelaar! Je kan ook helemaal niks! Haha, in die korte broek zie ik je ding! Hahahaha! Wat ben je toch een pummel ook!” Pauze, die ellendige schoolpauze! Plotseling zit hij er weer middenin.
Help me! Alstublieft mevrouw, help me!” O, dat is weer die vrouw die het park was ingelopen.
Help me! Alstublieft meneer, help me!” Die oudere man weer, die Owen erop wees dat hij zich wel eens sterk mocht gedragen.

Sterk gedragen? Zwak om je zomaar te laten neerschieten?” Owen kreeg een stomp in zijn maag. Een ellenboog kwam voluit in zijn gezicht. Owen ging tegen de vlakte. “Ik hou van jullie!”, ontsnapte zijn mond. “Ik hou van jullie! Ik wil alleen maar jullie vriend zijn”. Nog een hijs voor zijn kanis en hij ging onderuit. Proestend werd hij wakker: “Ik hou van jullie”, verliet nog net zijn mond. “Ja jong”, zei zijn vader, die naast het bed stond, “dat weet ik. We houden ook van jou. Nou maar weer slapen.” Owen was alweer vertrokken.

De volgende dag bleef Owen nog steeds aan zijn droom terugdenken. “Dit moet het zijn!”, dacht hij. “Nergens zie je liefde en nu ineens zie ik het. Dat moet het antwoord zijn. Ik wil liefhebben! Hoe? Ik weet het niet. Gewoon liefhebben. Kan dat?”. Die dag kreeg Owen in de schoolpauze de eerste uitprobeertest. “Liefde is het antwoord!”, de slogan, die zijn leven zou veranderen.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende