U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Hoofdstuk 16

De weke, volklinkende, krachtige toon van de Japanse nachtegaal weerklonk. Zebravinken daar bovenuit. Daar doorheen de typisch zang van kanaries, die aan wel zeer kenmerkende vereisten voldeed. Een muziekuitvoering Optima Forma.

De huiskamer was gevuld met het gezin Faveur en visite. Pa Faveur was jarig en er was veel familie op komen dagen. Er werd gepraat, maar sommigen keken ook geïrriteerd richting tussenkamer met volière. Pa was vogelgek, dus niemand wilde als eerste over de herrie beginnen. Sommigen hadden de poging tot een gesprek al opgegeven. Anderen probeerden het concert nog te overstemmen.

Iedereen werd op een rijke schakering aan hoge en diepere tonen getrakteerd. Een muzikaal hoogstandje. Snelle opeenvolgingen van “rrrrrrrrrrrrrrr” weerklonken. Slechts zo´n klein, tengere vogeltje, maar het bracht me daar toch een krachtige holle toon in aan Opeens werd iedereen verrast op het specifieke geluid van “rororororoeroeroeroerorororurururu”.
Het bijzondere was dat eigenlijk niemand meer precies kon thuisbrengen wat er wel en wat er niet gehoord werd. De “rororururoe” werd overstemd door de “lululululoeloeloelolololuloe”, waar dan weer een aanhoudend “rrrrrrrrrrrrrrt” doorheen kwam.

De laatste poging tot een gesprek in de huiskamer was nu ook gestaakt. Pa Faveur overzag zegevierend de kamer en zei: “Prachtig hè? Wat maken die beestjes een geluid, hè?” Daar kon iedereen het wel mee eens zijn, ja! “Kom maar eens kijken!” Uitnodigend gebaarde Pa Faveur dat men eventjes kon komen kijken naar de volière.

Iedereen stond voor de volière, waar vrijwel geen geluid uit vandaan kwam terwijl de welklinkende aria´s nu echt overdonderend bij iedereen binnenkwamen. Men draaide zich om en daar speelde een gloednieuwe bandrecorder. Pa Faveur had het niet meer. Zijn verjaardag kon niet meer stuk. Hij drukte op ´stop´ en er viel een oorverdovende stilte. “Verjaardagscadeau”, legde hij nog even uit. Met open mond stond Owen over het apparaat gebogen. Dat was interessant.

Die belangstelling bleef. Niet bij Pa. Die had het al snel gezien. Op een paar grapjes na was het toch niet zo´n interessant toestel. Bij Owen groeide de aandacht echter bij de dag. Hij luisterde nog altijd naar de sprekers op Luxemburg en Caroline. Ook het taalgebruik van de politici had zijn aandacht en natuurlijk niet te vergeten het stemgeluid van de DJ´s bij radio Veronica. Hij wilde wel eens weten hoe hij dat er zelf vanaf zou brengen. Eindelijk het werktuig, die dat zou laten horen.

Een A-viertje was snel vol geschreven. Hij had tekst. Hij zetten de microfoon voor zijn snufferd, drukte op ´record´ en stak van wal. Hij popelde om het te beluisteren. ´Play´ indrukken en toen hoorde hij…..
“Lijzige druiloor!!!”, schreeuwde hij naar het apparaat. Hij wist het zeker: Dit kan gewoon niet! Zo klinkt hij toch zeker niet? Hij was zo vertrouwd met zijn stem en hij had een mooi stemgeluid. “Er moet iets met dit apparaat zijn!”, dacht Owen, “dat ding functioneert niet goed!”.
Hij draaide het nog eens af. Ma Faveur liep zijn kamer binnen. “O leuk! Heb je je eigen stem opgenomen?”, vroeg ze. “Dit ben ik toch niet? Dit lijkt toch helemaal niet op mijn stem? Ik leg er intonatie in en niets, nee echt niets daarvan komt uit dit rotding!” Moeder kijkt hem aan: “Er is helemaal niks fout. Dat is jouw stem.” Ze gaat weer naar de huiskamer.

Owen gooit de deur dicht en breekt in janken uit. Een uur lang huilt die aan één stuk door. Dan weet hij zeker: “Ik ken die stembuigingen van Maasbach en Billy Graham en van Joost de Draaier. Ik oefen met die bandrecorder net zolang totdat ik daar helemaal op lijk”. Hij neemt op. Speelt af. Neemt op. Speelt af. Neemt op. Speelt af. Eerste dag. Leek nergens naar. Na een week. Leek nergens naar. Na een maand. Leek nergens naar. Na een half jaar begon het erop te lijken. “Het moet kunnen! Het moet kunnen!” Owen was overtuigt. Zo leerde hij voor de tweede keer praten. Voor de normale contacten had hij zelf nogal eens het gevoel te overdrijven, maar zijn inbreng werd niet langer genegeerd.

Owen voelde zich wat. Hij was best trots. Vaak werd dat gevoel abrupt getorpedeerd door vreemde ervaringen. Ervaringen die telkens de kop opstaken na hele moeilijke, maar ook hele blijde gebeurtenissen. Het meest irritante was wel als de beroerdste ervaringen telkens na iets heel leuks optraden. Nu was het de combi van het zelf jarig zijn en dit met zichzelf tevreden gevoel, wat hem een ijzingwekkende gewaarwording opleverde.

Bandrecorder uit. In de kast kijken voor een goed boek. Wat is dat nou achter hem? Hij draait zich om. Een man, zijn lengte, spijkerbroek, vestje, baard, bril met iets te lang grijs haar kijkt hem aan. Owen rent weg uit de kamer. “Ma! Ma! Een vent in mijn kamer!” Ma Faveur loopt mee. “Waar?”, vraagt ze. Owen kijkt zijn kamer door. Nergens iemand te bekennen. “Kom maar even thee drinken”, zegt Ma. “Elke keer iets gekkers. Hoe moet ik dit nou plaatsen”, Owen grijpt naar zijn hoofd.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende