U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Hoofdstuk 15

“Mohammed Ali, wereldkampioen boksen, wordt hier afgevoerd naar de gevangenis vanwege het openlijk verscheuren van zijn oproepkaart voor militaire dienst. Ook heeft hij van de sportfederatie een boks-verbod van drie jaar opgelegd gekregen.”.
Alleen thuis achter de buis kon hij zich rustig laten gaan en fladderde van de ene hoek van de kamer naar de andere. “Wow! Bokskampioen en nu zijn oproep voor het leger gewoon verscheurd! Klasse, Ali!! Klasse!!!”

Je kan niet echt zeggen dat Owen weg was van de bokssport. Eigenlijk vond hij het heel primitief om je voor geld in elkaar te laten beuken, maar als je er dan toch wereldwijde bekendheid mee verkregen hebt en je gebruikt het zo! Owen had diep respect! Zo volgde hij ook al een tijdje de ontwikkelingen rondom de folkzangeres Joan Baez. Met name haar man belandde regelmatig in de cel vanwege geweldloos verzet. Zo had Owen zijn eigen grote voorbeelden.

Op TV was hoofdzakelijk te zien hoe in Amerika enorme rellen plaatsvonden onder de noemer van Anti Vietnamoorlog Demonstraties. Het leek telkens te beginnen met geweldloos verzet, jongeren die op straat zaten of zelfs lagen en die zich zonder tegenstand lieten wegslepen. Na verloop van tijd bleek om één of andere reden het leger zelf ingezet te moeten worden en dan werd er een beeld geschapen van heftig vechtende, gasbommetjes teruggooiende pacifisten. Owen kon zich enorm opwinden over het vertekende beeld dat werd neergezet. Hij wist beter!

Owen had via de universiteitsmensa toegang tot ondergrondse blaadjes, waar hij de werkelijke verhalen las. Hij zag de oorlogsveteranen uit Vietnam terugkeren in rolstoelen en met krukken. Hij zag hoe zij zich verenigden tot de ´Vietnamveteranen Tegen Oorlog´. Zij vormden een steeds groter onderdeel in de vuurlinie van de Anti Vietnam Demonstraties. Demonstratief werden tijdens de manifestaties alle medailles weggegooid. Een grove belediging voor de Amerikaanse overheid. Het televisienieuws bereikten ze echter niet. Nee, op leven en dood vechtende pacifisten leek betere nieuwsgaring. Owen ging ervan over zijn nek!

Hij maakte zich gereed. Vanmiddag lopen we demonstratief vanaf de Dam naar Congrescentrum De Rai. We zullen de wereld een poepie laten ruiken! Niks geen geweld! Geweldloos verzet tegen al die haat en vijandschap in de wereld, al die gruwelijke, mensonterende rancune en verbittering! Geen oorlog meer!! Niemand meer die de krijg onderwijst! Alle conflicten de deur uit! Wij staan voor tolerantie, verdraagzaamheid, toegevendheid, innigheid, genegenheid, vriendschap, vrede en liefde!

Een drukte van jewelste op de Dam. Owen voelde zich ongemakkelijk. Zoveel mensen. Alles, echt alles stond vol. Niet het monument alleen, niet alleen de Dam, niet alleen de Dam met haar zijtakken als het Damrak, de Damstraat, het Rokin, de Raadhuisstraat en de Paleisstraat. Alles en iedereen stond op elkaar gepakt en maakte nog herrie ook. Geen enkele mogelijkheid om je terug te trekken. Owen sprak zichzelf vermanend toe: “Geen emotie!! Nou niet in de war raken! We hebben een missie!! Het gaat om vrede en liefde! Wat ik nu zelf voel is ondergeschikt! Erbij blijven, goser!!!”

De meute zette zich in beweging richting Rokin. Bekende en minder bekende folksongs kwamen langs. Iedereen zong luidkeels mee. Ook leuzen als “Johnson Assassin” lieten zich weer horen. Owen riep zo hard hij kon mee. Er kwam weer wat herkenning terug van de vorige keer, wat hem wat rustiger maakte. Hij herkende het ook uit zijn populaire bladen. “Ja, toch goed om hier te lopen”, dacht hij en hij voelde zich ondanks al die mensen op zijn plek. Hij kon zich richten op de stelling, die ze innamen. Dat was eigenlijk maar één ding. Zijn hoofd werd rustiger. Eigenlijk maar één zaak waar hij zich nu op hoefde te richten. Dat er zo verschrikkelijk veel mensen waren die zich ook op dit ene punt richten viel van hem af. Hij richtte zich op dat ene.

Een half uur gelopen. Alle verliep vredig en ordelijk. Er liep nu een man achter Owen met een Bord dat aangaf hoe Johnson een satanskind was. Die man begon te spreken. Een onbehaaglijk gevoel maakte zich van Owen meester. Slissend kwam er telkens iets uit de man. De beklemming van de nacht besprong hem nu op klaarlichte dag. Owen ging sneller lopen om bij die man weg te komen. Hij had wel al informatie van die man opgepikt en hij haatte Johnson. Wat kon hij die man wel aandoen! “Wat is dit?”, schreeuwde het van binnen bij Owen. “Dit wil ik niet!”.

Owen voelde zich nu helemaal niet meer prettig lopen in de Demonstratie. Hij stond nog steeds voor vrede en liefde. Dat wel! Maar wat gebeurde er van binnen? Als in een roes liep Owen nog gewoon met iedereen mee. Echt erbij was hij allang niet meer. Hij zat innerlijk. Zijn emoties worstelden. Gedachten, die hij op wilde ruimen, maar niet te verdringen waren! “Wat moet ik? Dit mag niet! Dit wil ik niet!

Voor hem liep een groep jongeren te keten. Een politieagent liep op hen af, sprak hen aan. Ze schoten in de lach en wipten zijn pet af. In een mum van tijd was de situatie grimmig geworden. Meerdere agenten waren ineens uit het niets tevoorschijn gekomen. Al snel werd de gummiknuppel getrokken. De jongeren vochten echter fel terug. Owen stond er bijna met de neus bovenop en hij haatte, hij haatte de politie. Owen greep naar zijn hoofd. Het liefst had hij zijn hoofd tegen een muur gebonkt, zoals hij in de ergste situaties thuis soms deed. Dat kon hier niet. Hij liep naar de kant, schoot een zijstraat in en liep zo snel hij kon naar huis. Naar huis om te grienen, te janken, te brullen!! “Wat nou ideaal? Wat nou pacifisme? Wat geweldloosheid? Hijzelf haatte!!! Hijzelf kon het haten niet eens uitzetten!!! Wat blijft er nu van die mooie liefde over?”

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende