U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Hoofdstuk 14

De ethiek was bij Owen ontluikt. De moraal had hem steeds meer in zijn greep gekregen. Hij had een uitgesproken mening wat goed was en wist in scherpe bewoordingen het kwaad te benoemen en te veroordelen. Zichzelf zag hij als uitermate ontwapenend en progressief. “Weg met het Nederlandse leger!”, kon makkelijk uit zijn mond opgetekend worden. Hij was namelijk antimilitaristisch.

Ongeregeldheden? “Puur kwaad! Waarom geen orde?”
Rotzooi trappen! “Puur kwaad! Waarom geen regelmaat?”
Chaos veroorzaken! “Puur kwaad! Waarom geen rust?”
Vechtpartijen! “Puur kwaad! Waarom geen liefde?”
Aanvaringen! “Puur kwaad! Waarom geen overeenstemming?”
Veldslagen! “Puur kwaad! Waarom geen overleg?”
Oorlogshandelingen! “Puur kwaad! Waarom geen onderlinge liefde?”
Vijandelijkheden! “Puur kwaad! Waarom geen vriendschap?
Handtastelijkheden! “Puur kwaad! Waarom geen respect?”
Het leger! “Puur kwaad! Waarom geen jaar ouderen- en gehandicaptendienst?”

Als achtjarige kon Owen nog voor zijn ouderlijk huis aangetroffen worden in Cowboy-outfit met in zijn holster een klappertjespistool. Die kleding was uit en het wapen neergelegd. Nu nog slechts ieder ander ontmantelen. Owen had een missie! Maar waar kon hij zijn idealen waarmaken?

Het was de tijd van de Koude Oorlog. De tweedeling van de wereld in een communistisch en kapitalistisch blok werd door vrijwel elk weldenkend mens keurig aan vastgehouden. Niet door Owen. Owen had een beter idee! “Waarom zouden we niet een neutraal standpunt innemen? Die koude oorlog is voor mij veel te koud!” Op zich stuitte Owen hier niet op erg veel verzet bij zijn vader, die zelf communistische sympathieën had. Pa had echter liever niet dat Owen ook nog wat zou doen met dit soort denkbeelden. Maar dat was toch iets teveel gevraagd voor het nauwe geweten van de jongen.

Owen ging op zoek. De Doopsgezinden hadden op de Singel elke week een soort pacifistisch bijeenkomen. Van alles en nog wat werd doorgesproken en Owen genoot daar mateloos van. Hij was ook nog wel eens zondags naar een bijeenkomst van hun geweest, die ze hun dienst noemden, maar dat vatte die totaal niet. Vreemde liedjes (zwak en vals) zingen, verder gek gedoe om uiteindelijk maar naar een toespraak van hooguit een kwartier te luisteren. Voor zoiets summiers begreep hij niet waarom ze bij elkaar kwamen.

De Nederlandse doopsgezinden verschilden nogal met wat hij in documentaires op TV gezien had. In Amerika heb je van die totaal afgesloten gemeenschappen, die nog in de 17e eeuw lijken te leven. Ze verbouwen hun eigen voedsel en hebben zo van die hele commerciële shit niks nodig. Ze leven helemaal zonder enige wapens en verdedigen zichzelf ook niet. Voor hen is die andere wang toekeren ook echt iets concreets. Hij was er helemaal verliefd op geworden. Hij zou zich er zo bij willen voegen, maar die Doopsgezinden heb je niet in Nederland. Wat moest hij dan, hier in Nederland?

In de Weesperstraat dook Owen weer eens de Mensa in. Nu om wat meer in de politieke pamfletten te snuffelen. Owen was fel op die Amerikaanse inval in Vietnam. Hij had al eens meegelopen in een demonstratie. Hij was van plan ook de volgende keer weer van de partij te zijn. Zo ontdekte hij welke Nederlandse politieke partij als eerste hier ook tegen in het verweer kwam: De PSP. Het bleek een partij op antimilitaristische grondslag te zijn. Owen voelde zijn armen alweer strekken. Het fladderen begon! “Mijn wil zegt NEE!”, dacht Owen, bijna hardop. De armen hingen weer omlaag. “Wow!”, zei Owen, “eindelijk iets waar ik mee leven kan”. Hij rende naar huis.

Kijk eens!”, riep hij tegen zijn ouders, “kijk nou toch eens!” Hijgend rende hij het huis binnen en stopte zijn vader het politiek pamflet van de PSP in de handen. “Hier ga ik me bij aansluiten! Zij denken precies zoals ik! Lees toch!”. Ongemakkelijk las Pa: “Als enige politieke partij in Nederland pleiten wij als PSP voor afschaffing van zowel het leger, de Binnenlandse Veiligheidsdienst en de Mobiele Eenheid”. Pa kijkt op van de folder. “da..s niet best”, zegt hij. Owen hoort het niet. Hij rent alweer het huis uit terwijl hij schreeuwt: “Ik ga me aanmelden!”

Daar ging hij weer, helemaal begeesterd over zoveel positieve input. “Echt volslagen overtuigde geweldloze medeburgers!! Jipie!!!” Onbekend met het feit dat de PSP al in 1961 haar pacifisme afgeschud had en zich feitelijk alleen nog richtte op de minimalisering van geweld rende Owen het partijbureau binnen. Hij werd lid.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende