U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Hoofdstuk 1

(Dit is geen Bijbelstudie. Dit is geen overdenking. Dit is geen knipoogje. Dit wordt een verhaal)

Help me! Alstublieft mevrouw, help me!” Een stevige vrouw van omstreeks 30 jaar was het park ingelopen, maar stond nu in twijfel of ze misschien toch beter weer terug kon lopen. Een lange slungel had haar vast gegrepen en smeekte haar nu on hulp. Een groep kleiner grut stond verderop op het grasveld lachend in de richting van deze slungel te gluren.
Mevrouw wist het nu zeker. Ze draaide zich om en liep met vaste tred terug richting uitgang. Er kwam nu een oudere man aangelopen en ook hij kreeg hetzelfde verzoek te verwerken: “Help me! Alstublieft meneer, help me!” De man keek voorbij aan het sukkeltje zijn van deze lange stelt en wees de jongen erop dat hij toch makkelijk dat kleine grut aankon. “Je bent een jonge vent! Gedraag je daarnaar!”

Dag in, dag uit mocht Owen de vernedering ondergaan van het tijdens de schoolpauzes in elkaar geslagen worden. Een vreemd gebeuren, temeer omdat Owen bijna het dubbele aan lengte had van de rest van zijn school. Het gaf in de klas ook telkens een vertekend beeld van de situatie. In die kleine schoolbankjes kon hij wel ongeïnteresseerd onderuit gaan hangen, maar zelfs dan werd hij nog tot voorbeeld gesteld als een voorbeeldig, altijd aandachtig de les volgende, leerling. Zo wist Owen elk leraren-complimentje te noteren voor een extra pauze-afstraffing.

Eenzaam”, die omschrijving stond met grote letters op het voorhoofd van Owen. Elke dag trok hij zich terug in zijn veilige burcht. Zijn ouders hielden van hem en hoe vreemd zijn zus ook was, toch voelde hij zich bij hen thuis, veilig en geborgen. Carin, zijn zus, kon niet veel. Nou, eigenlijk kon ze niks. Ze kon niet praten. Kon ze wel denken? Zelfs dat betwijfelde Owen. Ze was idioot. Maar dat kon hij thuis beter niet hardop zeggen. Moeder vertroetelde haar en Vader was overtuigd geweest dat ze zou herstellen tot hij dat als waanidee ging verwerpen. Ergens dacht Owen nog steeds dat ze wel zou genezen. Ze zal wel weer beter worden en dan worden we een gelukkig gezin.

Geen vrienden, maar met de transistorradio kon hij, als hij in de hoek van zijn kamer de ontvanger tegen de gasbuizen aandrukte het piratenschip Radio Veronica ontvangen. De kamer van Owen was de enige afgezonderde ruimte in hun grachtenwoning in Amsterdam. Hij kon uit zijn dak gaan, mee blèrend met de laatste hits. Zo dreef Owen even weg in de fantasie van het zijn van een geliefd artiest. Veronica als grootste en enige vriend naast zijn ouders en idiote zus.

Troost. Vergeefs leek Owen die te zoeken. Zijn ouders waren heilssoldaat van huis uit. Zijn moeder leek in stilte nog wel te geloven, maar zijn vader was afgeknapt op het geloof. Godsdienst was sindsdien taboe in het huis van Familie Faveur. Niemand kon toevallig iets godsdienstigs aanzetten of het werd gelijk weer uitgedraaid. “Geen godsdienstig geneuzel!” Owen begreep het niet zo goed. Op de piraten, waar hij telkens stiekem naar luisterde, hoorde hij een boodschap van genezing. Dat werd evangelie genoemd. In de oren van Owen was dit uitzonderlijk blij nieuws. Carin, zijn zus, hoefde dus niet idioot te blijven!

Op Caroline waren er elke keer uitnodigingen voor genezingssamenkomsten in Krasnapolski. Owen was gecharmeerd geraakt door die boodschap en was besloten daar eens een kijkje te nemen. Hij kon zijn zus niet meenemen, dus dan maar in zijn eentje.

Eenzaam”, weer die omschrijving die met grote letters op het voorhoofd van Owen stond. Hij was Krasnapolski binnen geslopen. Zocht bordjes voor aanwijzingen over de eventuele zaal waar hij moest zijn. Er stonden genoeg mensen, maar de droge mond openen met het risico dat er geen geluid uit kwam was te groot. Eenzaam op het hoekje ergens achterin nam hij plaats. De dienst verliep gesmeerd. Owen had geen flauw benul wat er gebeurde tot de spreker over genezingen begon. Dat was tenminste klare taal. Dat moesten ze thuis ook weten. Nog even de dienst verder afronden en daar liep hij in zijn eentje opgepept naar huis.

Owen brak de veilige burcht binnen met een gevaarlijke boodschap. Hijzelf was zich van geen kwaad bewust. Hij was alleen razend enthousiast over de hoop op herstel voor zijn zus Carin. Moeder was de eerste om zijn geestdriftig betoog aan te horen. Eigenlijk beaamde ze alles wat Owen zei, maar temperde toch telkens zijn bevlogenheid. Vader kwam binnen. De bom viel en de passie werd geblust.

Meneer Faveur keek zijn zoon in de ogen. Owen zag tranen opwellen bij Pa. “Jongen!”, zei hij, “jongen! Die boodschap heb ik hartstochtelijk omhelsd! Wat denk je? Als ik aan mijn meisje denk en ik zie haar zo, terwijl ik weet hoe God haar zou kunnen maken!” Owen kijkt zijn vader verbaasd aan: “Zou kunnen? Hij wilt het! Hij kan het! Hij doet het!” Meneer Faveur bijt op zijn lippen en laat zijn hoofd op de tafel vallen. “Daar was ik dus ook van overtuigd.”, zei zijn vader uiteindelijk, “Die mooie God van jou, die komt zijn beloften niet na!”

Als door een slang gebeten keek de jongen naar zijn vader. Owen wist dat zijn Pa niks meer van God wilde weten en dat het ergens iets met Carin te maken had, maar hij had nooit het fijne ervan gehoord. Hij kreeg nu in één keer het hele verhaal over zich heen, hoe ze met haar de gebedsgenezers Hermann Zaiss uit Wupertall en Osborne uit Amerika bezocht hebben. Hoe ze de wekelijkse samenkomsten van Stroethoff in de Jordaan gevolgd hebben, hoe ze telkens nieuwe aanwijzingen hebben opgevolgd, de vele nachten met de geopende Bijbel onder haar kussen, hoe profeten over haar geprofeteerd hebben als een gezonde jongedame, die nog veel in de dienst van de Heer zou betekenen, hoe ze spontaan op straat werden aangehouden door mensen die nou juist haar in visioenen hebben horen spreken. Jaren gingen echter voorbij en Carin met een mentale leeftijd van anderhalf bleef Carin met een mentale leeftijd van anderhalf.

“O ja”, zegt Vader Faveur, “Ik snap je geestdrift maar al te goed. Wat zou het niet heerlijk zijn als het ook waar was. Maar als dit inderdaad God is, en gezien de overtuigende hoeveelheid teksten die men uit de Bijbel aanhaalt lijkt het daar wel op, als dit inderdaad God is, dan is dit wel het meest verschrikkelijke sadistische wezen, die er hier in de kosmos rondloopt. Loze beloftes om een godsdienst met lekker veel macht draaiende te houden. Daar wil ik niks mee te maken hebben!”

Eenzaam”, opnieuw die omschrijving die met grote letters op het voorhoofd van Owen stond. Nu niet alleen meer buiten de veilige burcht van het gezin. Nu ook binnen die burcht. Vertwijfeling of er ooit enige hoop zou bestaan.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende