U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Lang zal die leven in de gloria!

Efeze 6: 2-3 Eer je vader en je moeder – dit is immers het eerste gebod, met een belofte – opdat het jullie welga en jullie lang leven op aarde.
Zo, daar komen we niet onderuit! Dit is Paulus, die dit schrijft! De boodschapper, speciaal voor de heidenen. Het staat ook nog eens in één van de geheimenisbrieven. Het kan gewoon niet missen, dit is aan ons als leden van het Lichaam van Christus gericht. Maar daar kom ik aan het eind van de studie van vandaag wel op terug.

In mijn vorige studie heb ik een poging gewaagd om te tekenen wat de echte betekenis van het eren van je vader inhoudt. Kortweg gezegd: Het is niet de westers populaire opvatting van alles maar goedvinden van wat vader doet. Het is juist de vader wijzen op de foutieve weg en weer terugverwijzen naar Gods wet voor het volk. Dat wordt duidelijk in het tweede en einddeel van de tekst:
Exodus 20:12 Jullie zullen je vader en je moeder eren, opdat jullie lang leven in het land, dat Yahweh, jullie God, je geeft.
Deuteronomium 5:16 Jullie zullen je vader en je moeder eren, zals Yahweh, jullie God, je geboden heeft, opdat jullie
lang leven en het jullie welga in het land, dat Yahweh, jullie God, je geven zal.

De belofte van lang leven in het land is een kenmerkende belofte aan het aardse volk Israël. Het heeft geen enkele link met onze hemelse positie en onze bovenhemelse roeping in Christus Jezus. Heel aards draait het hier om de plek in het land en dat die plek lang het eigendom voor het volk Israël zal zijn.

Maar hoe kom ik er nu bij dat dit alles te maken heeft met het terugkeren naar Gods Torah (de wet) voor dit volk?
Deuteronomium 4:40 Jullie zullen Zijn inzettingen en Zijn geboden houden, die ik jullie vandaag gebied, opdat het jullie en je kinderen na jullie welga, en opdat jullie lang leven in het land, dat Yahweh, jullie God, aan jullie voor altijd geeft.
Deuteronomium 6: 1-3 Dit nu is het gebod, dit zijn de inzettingen en verordeningen, die Yahweh, jullie God, bevolen heeft om jullie te leren om die na te komen in het land, waarheen jullie zullen trekken om het in bezit te nemen, opdat jullie Yahweh, jullie God, vrezen door al Zijn inzettingen en geboden te onderhouden, die ik jullie opleg, jullie en je zoon en je kleinzoon, al de dagen van je leven, en opdat je
lang mag leven. Hoor dan, Israël, en onderhoud ze naarstig, opdat het goed met jullie gaat en opdat jullie zeer talrijk worden, zoals Yahweh, de God van jullie vaderen, jullie heeft toegezegd, in een land vloeiende van melk en honing.
Deuteronomium 5: 33 Heel de weg, die Yahweh, jullie God, je geboden heeft, zullen jullie gaan, opdat jullie leven en het jullie welga, en jullie
lang wonen in het land, dat jullie in bezit zullen nemen.
Deuteronomium 11: 8-9 Onderhoudt heel het gebod, dat Ik jullie vandaag opleg, opdat jullie sterk mogen zijn en het land binnengaan en in bezit nemen, waarheen jullie trekken om het als bezit te verwerven, en opdat jullie
lang mogen leven in het land, waarvan Yahweh jullie vaderen gezworen heeft, dat Hij het hun en hun nageslacht zou geven.

Deze vier Bijbelgedeelten winden er geen doekjes om. Voor het volk Israël ligt er de belofte van lang wonen in het land. Om dat te genieten heeft God echter Zijn Thora aan hen als volk geschonken. Wij, als heidenen en ook als onbekenden met Gods Thora, hebben de neiging om tegen die wet aan te kijken als regels van dit mag absoluut niet en dat moet. We zien daar een voortdurende afweging tussen goed en kwaad. Zo schenkt God Zijn Thora niet aan Zijn volk.
Deuteronomium 30: 19-20 Kies het leven, opdat jullie leven, jullie en je nageslacht, door Yahweh, jullie God, lief te hebben, naar Zijn stem te luisteren en Hem aan te hangen, want dat is jullie leven en waarborg voor een langdurig wonen in het land, waarvan Yahweh aan jullie vaderen, Abraham, Izaäk en Jacob, gezworen heeft, dat Hij het hun geven zou.

In de wet biedt God geen keuzemogelijkheid tussen goed en kwaad aan dit volk aan. Hij schenkt het hele volk het leven in dit Woord. God wil het zo werken dat dit voor Zijn volk een zaak van het hart wordt.
Deuteronomium 11: 20-21 Jullie zullen ze (de woorden) op de deurposten van je huis en aan je poorten schrijven, opdat jullie en je kinderen in het land, waarvan Yahweh jullie vaderen gezworen heeft, dat Hij het hun zou geven, zo lang leeft, als de hemel boven de aarde staat.

Ook al hebben wij, als heidenen, de neiging om in de Thora een wettisch beginsel te proeven, God werkt Zijn genade via deze Woorden in Zijn aardse volk. Het is waar, dat begrepen ze niet altijd. Maar vanuit God begon het direct al in het schenken van dat land.
Deuteronomium 2:29 Het land, dat Yahweh, onze God, ons geven zal.
Deuteronomium 17:14 Het land, dat Yahweh, jullie God, aan jullie geeft,
Deuteronomium 18:9 Het land, dat Yahweh, jullie God, aan jullie geven zal,
Deuteronomium 19:14 Het land, dat Yahweh, jullie God, je geeft,
Deuteronomium 21:1 Het land, dat Yahweh, jullie God, jullie geven zal,
Deuteronomium 25:19 Het land, dat Yahweh, jullie God, je ten erve geven zal,
Deuteronomium 26:1 Het land, dat Yahweh, jullie God, je ten erve geven zal,
Deuteronomium 26:3 Het land, dat Yahweh aan onze vaderen gezworen heeft ons te zullen geven.
Deuteronomium 27:2 Het land, dat Yahweh, jullie God, je geven zal,

Niet zelf veroverd, geen menselijke oorlog, God schonk, genade. Genade met een aards bezit voor Zijn aardse volk, een langdurig bezit. Maar wat heb ik als gelovige binnen het Lichaam van Christus hier nou mee te maken?
Efeze 6: 2-3 Eer je vader en je moeder – dit is immers het eerste gebod, met een belofte – opdat het jullie welga en jullie lang leven op aarde.

De nadruk ligt voor ons niet op het land, al kan je dat laatste woordje “aarde” evengoed met “land” vertalen. Logisch, het is een citaat. Waarom citeert Paulus hier in deze brief aan de gemeente, het Lichaam van Christus, dit gebod? Dat zegt hij erbij. Omdat het een gebod met een belofte is. Voor Israël werkt Gods genade in dit gebod door in dat lange leven in het land. Dus: Alle genade, die Paulus in deze Efezebrief uitgewerkt heeft voor ons als leden van het Lichaam van Christus, al die genade werkt ook door in ons eren van vader en moeder. Maar pas op, nog altijd vanzelfsprekend in de betekenis die we ontdekt hebben.

Pa wijzen op het feit dat hij niet naar Gods gedachte leeft (Het eren van hem) is veel te zwaar als we het slechts als een opdracht, een taak of eis zouden zien. Nee, Paulus wijst er hier op dat we ook dit van Gods genade mogen verwachten. Laat God Zijn werk maar in je doen. Hij komt tot Zijn doel, ook in deze lastige situatie.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende