U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Mijn Worsteling Met Twijfel

Ik ben inmiddels 64. Nog een paar maandjes en dan ben ik echt gepensioneerd. In mijn leven heb ik ook zo mijn worsteling met twijfel gehad. Waar ik moeite mee heb is niet zozeer dat mensen twijfelen. Dat is eenvoudigweg gewoon menselijk. Waar ik moeite mee heb is dat het als een onderdeel van je geloof afgetekend wordt.

Twee keer in mijn leven ben ik in een heftige worsteling met twijfel terecht gekomen. In beide gevallen had die twijfel bij mij het gevolg dat ik feitelijk niet echt meer met het hele geloof kon leven. Ik heb zeker twee keer in mijn leven op het punt gestaan om het hele geloof aan de kant te zetten als gevolg van mijn twijfel. Ik zal proberen een plaatje te tekenen van die beide momenten in mijn leven.

Het was ergens in mijn jonge jaren (± 25 jaar), ik had Machtelt net leren kennen, maar we waren nog niet getrouwd. Ik had een jaartje daarvoor genade als bron om uit te leven ontdekt en die heerlijke waarheid ook aan de pasbekeerde Machtelt uitgelegd. Machtelt bleef daarbij, maar ik leerde een sekte kennen, genaamd ‘The Children Of God’. Die brachten in mijn ogen zo radicaal het leven van de zogenaamde eerste Gemeente van Handelingen 2 & 3 in de praktijk. Dat wilde ik ook.

Ik kan wel eventjes tussendoor vermelden dat ik toen nog geen zicht had op het onderscheid tussen Gods plan met Zijn aardse volk Israel en de Gemeente, het Lichaam van Christus. Handelingen 2 gold in mijn perspectief destijds dus nog helemaal voor het Lichaam van Christus. Het feit dat deze gelovigen alles opgaven, zich letterlijk van de wereld afscheiden en alle aardse voorzieningen echt daadwerkelijk uit Gods hand ontvingen, dat zag ik voor mijn ogen gebeuren en ik was er helemaal ondersteboven van.

Ik had mijn baan al opgezegd om me aan te sluiten bij de sekte. Ik wilde al mijn spaargeld erin stoppen want ze hadden alles gemeenschappelijk en niemand zei dat iets zijn persoonlijk eigendom was. Mijn vriend en Machtelt stelden uiteindelijk ten einde raad aan mij voor om God om een teken te vragen zoals Gideon een vlies spande. Daar kon ik niet onderuit omdat dat een Bijbels gegeven was. Het idiootste teken dat je kon bedenken, vroeg ik.

Ik had aan God voorgesteld dat als het Zijn wil was dat ik me bij de sekte aansloot dat dan een lamp, die al tijden kapot was, het de volgende dag weer gewoon zou doen. Belachelijk, nu ik met de Bijbelkennis van nu terugkijk, maar toen was ik er vast van overtuigd dat God dit zou doen. Natuurlijk was de volgende dag die lamp nog gewoon kapot.

Ik ging niet naar The Children. Die middag liep ik met mijn ouders en Machtelt door de stad naar mijn ouderlijk huis. Zij waren allemaal door het dolle vanwege de goede afloop, Op een brug over de gracht bleef ik staan en jankte: ‘Ik kan die Bijbel net zo goed in de gracht gooien, want het is één grote leugen!’. Mijn worsteling met de twijfel was een feit en dat bleef regelmatig terugkomen. Voor mij was daar niet mee te leven. Het enige alternatief was in mijn ogen gewoon niet meer te geloven. Het was toch allemaal maar flauwekul.

Twijfel kwam bij mij naar boven, niet omdat ik geloofde. Twijfel, juist omdat mijn geloof een stevige deuk had opgelopen en dat hele geloof alleen nog maar een façade leek. Wat was er nou werkelijk gebeurd? Die genade, die ik een jaar daarvoor ontdekt had, was weer ver weg gedrukt omdat ik een groep met enorme prestaties gevonden had. Ik wilde net zulke prestaties kunnen opbrengen. Ik kon vanuit Handelingen daar ook nog grond voor geven ook. Mijn mogelijkheid tot presteren had een stevige deuk opgelopen. Mijn vertrouwen in mijzelf voor God was geschaad. Maar geloof is geen vertrouwen in jezelf. Geloof is vertrouwen op de Heer. Genade en genade alleen. Door schade en schande, zelfs de schande van die twijfel, heb ik dit mogen leren.

Die groep ‘The Children’ had mij mentaal nog altijd te pakken. Toen ik in Gouda, jaren later, de gesloten vergadering leerde kennen, toen sloot dat leerstellig naadloos op elkaar aan. Cultureel waren dat elkaars uitersten, maar dat boeide me niet zo. Ik raakte met de jaren in een steeds grotere greep van wetticisme totdat ik ergens eind zeventiger/begin tachtiger jaren aan Machtelt vroeg: ‘Waarom geloven we eigenlijk? Alles is één grote show! We doen net alsof wij zulke goeie christenen zijn, terwijl we innerlijk wel beter weten. Wat een vernepperij! Ik geloof er geen barst meer van!’

Ik kreeg een hersenschudding en kwam in het ziekenhuis terecht. Daar kon ik een tijdje alleen maar radio luisteren. Zo ben ik op het idee gekomen van radio programma’s maken. Ik gaf mijn baan op en begon als vrij evangelist. Dit is geen oproep om evangelist te worden, maar God liet me in die tijd wel weer opnieuw ontdekken wat ik op mijn 25e ook al ontdekt had: ‘Genade om uit te leven’.

Mijn worsteling met twijfel was ten einde. Deze tweede worsteling met twijfel, die me eigenlijk ook weer op de rand van het atheïsme bracht, had opnieuw zijn wortels in het zelf proberen voor God goed te leven. Het hele vertrouwen was jarenlang tevergeefs op mezelf gericht geweest. Het was mijn dienst voor God, dat me vanzelfsprekend tot twijfelen bracht. Twijfel aan jezelf. Het is vanzelfsprekend en gezond als je eigenlijk alleen maar gelooft in jezelf onder ‘christelijke’ vlag.

Waar het geloofsleven op jezelf gericht blijft, ja, daar horen geloof en twijfel bij elkaar. Hopelijk drijft het je zelfs tot totale vertwijfeling over jezelf, waarbij dat hele geloof zelfs schipbreuk lijdt. Zo’n geloof kan er namelijk het beste aangaan om plaats te maken voor simpel vertrouwen op God voor elke stap van je leven. Genade en genade alleen is het beste medicijn tegen twijfel.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende