U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Is Er Nog Een Praktische Kant Aan Deze Vrede?

Galaten 5: 22 Maar de vrucht van de Geest is liefde: blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.

Het is heel goed mogelijk dat jij na al die lange lijstjes vol Bijbelteksten met deze bovenstaande vraag blijft zitten: ‘Wat heb ik nou voor praktisch nut aan deze vrede?’ Je leest de Bijbel altijd voor je eigen praktisch voordeel en deze lijstjes lijken daar nou niet echt in te passen.

Laat ik je zeggen dat ik de laatste jaren een beetje geleerd heb dat te begrijpen. Als typisch autist deel ik vrijwel alles in lijstjes in. Dat maakt wat ik lees en overdenk systematisch en daardoor kan ik ‘als autist’ het geheel beter overzien. Bij de ‘niet autisten’ onder mijn lezers zullen er vanzelfsprekend wel enkelen rondlopen die dit indelen in lijstjes ook wel handig vinden. Ik heb echter wel ondervonden dat velen het nou juist niet om door te komen vinden.

Het overgrote merendeel van de christenheid wil per direct duidelijk praktische handvaten voor hun dagelijks leven. Dus vallen ze liever simpel terug op het zelf proberen redelijk in vrede met elkaar om te gaan. ‘Daar heb je tenminste praktisch wat aan’, klinkt in hun achterhoofd dan ook voortdurend als een soort waarschuwing tegen al deze overzichten.

‘Wat is er zo praktisch aan Christus als onze vrede?’ Ik zal jullie mijn persoonlijk getuigenis geven. Mijn ouders waren begin zestiger jaren één van de eersten in onze buurt die een televisie hadden. Ik weet nog dat ik een jaar of veertien, vijftien was dat ik een film zag, dat door de VPRO werd uitgezonden. Een film dat mij zo diep raakte dat het voor de rest van mijn leven mijn hele doen en laten getekend heeft.

De reden waarom die film mij zo diep raakte was wellicht dat ik op school hevig gepest werd. Ik weet me een vechtpartij met de hele school op het speelkwartier te herinneren. Natuurlijk delfde ik tegen de hele school het onderspit en mijn aanklampen van volwassenen om hulp had geen enkel effect. Vanwege mijn lengte werd ik eerder gezien als de pestkop, die nou juist alles veroorzaakte. Gevolg was een voortdurend ten onder gaan onder vuistgeweld.

Van het verhaal van de film weet ik me totaal niks te herinneren. Het beeld van een man die in elkaar werd geslagen en als enig antwoord maar bleef herhalen: ‘Ik hou van jullie, Ik hou van jullie’, dat staat tot op de dag van vandaag op mijn netvlies gebrand. Hij bleef liefde uiten totdat hij helemaal doodgeslagen was. ‘Wow’, dacht ik met mijn kinderverstand, ‘dat is het enige praktische antwoord op geweld’.

Ik kende toen de Heer nog niet. Bij deze beelden had ik dan ook geen religieuze invulling. Het enige wat ik wist, was dat ik absoluut nooit zo wenste te zijn als mijn medescholieren. Dat zou mijn geweten niet aankunnen. Ik wilde zo zijn als die man in de film.

Op mijn zeventiende ben ik bij een christelijke conferentie tot geloof gekomen. Toen begreep ik ook dat Christus datgene wat mijn grote ideaal was voor mij gedaan heeft. Hij heeft mij liefgehad tot in de dood van het kruis. Dat was de eerste keer dat ik concreet met vrede in aanraking kwam. Ik had vrede met God gekregen. Ondanks mijn eigen hoge idealen was ik een vijand van God, maar Christus heeft met Zijn liefde mij van vijand tot vriend van God gemaakt. De eerste vrede die ik echt leerde kennen.

Ik werd opgeroepen voor militaire dienst. In mijn tijd had je nog het verplicht opkomen voor je nummer. Ik werd dus opgeroepen voor de keuring. In die tijd had autisme in de maatschappij feitelijk geen enkele plek. Ik werd dus volkomen gezond verklaard, rijp voor kanonnenvlees.

Ik kon het niet. Ik bedoel dat ik het militair zijn principieel niet waar kon maken. Ik had begrepen wat Christus voor mij gedaan had. Dat was het tegenovergestelde. Ik had ook begrepen uit Romeinen 12 t/m 14 dat nu mijn praktijk hoorde overeen te komen met dat van Christus. Hij bracht vrede door het uiten van liefde. Ik mocht vrede brengen door liefde te uiten. Ik kon niet anders dan dienst weigeren.

Ik kende de Heer nog maar net. Ik wist van een leerkracht op school die heel gewetensvol met zijn geloof omging. Ik zat niet meer op school, maar ik maakte een afspraak. Dat was de eerste keer dat ik merkte dat een ander oprecht gelovige er totaal anders over kon denken. ‘Ik was ongehoorzaam aan God en zou door God hiervoor geoordeeld worden’, kreeg ik te horen. Ik kwam ’s avonds laat thuis na dit gesprek en heb de hele nacht gehuild. Mijn eerste bewuste botsing met een medegelovige. Geen vrede tussen ons terwijl ik toch dacht vrede te zoeken.

Ik heb twee jaar vervangende dienst moeten doen als erkend gewetensbezwaarde militaire dienst. Bij mij wakkerde het verlangen om mensen met het evangelie in aanraking te brengen steeds meer en meer aan. De grote opdracht om de boodschap van Gods liefde en vrede met anderen te delen lag zwaar op mijn hart. Het werkte bij mij zo’n zwoeg- en inspanningspraktijk uit dat ik er met een burn-out helemaal aan onderdoor ging.

Toen, acht jaar nadat ik de Heer als mijn Redder had leren kennen, was ik lichamelijk en emotioneel helemaal een wrak, en dat was te danken aan mijn toewijding aan Christus. Iedereen moest ik vertellen van mijn Heer en dat had mij helemaal uitgewrongen. Dat was het moment dat ik voor het eerst ontdekte dat de Bijbel niet alleen spreekt over genade voor je redding, maar ook over genade om uit te leven.

Ik leerde, in de tijd dat ik feitelijk nergens toe in staat was, dat God zelf het stuur van mijn leven pakt. Ik leerde dat Christus echt mijn Leven is. Niet zomaar als een uitdrukking die bij mijn evangelisatie hoorde, maar echt. Hij leeft in en door mij en ik mag alles aan Hem overlaten. Dat was in de zeventiger jaren. Ik had niet alleen vrede met God. Ik ervoer ook de vrede van God.

In die tijd zijn heel wat mensen tot geloof gekomen. Ik hoefde niet, zoals daarvoor, mezelf op te pompen tot de taak van evangelisatie. De Heer werkte zelf wel in mij en ik mocht genieten. Dat was de tijd dat ik Machtelt ook leerde kennen en zij tot geloof kwam. Zij heeft nooit wat anders als genade geleerd.

Vrede produceren vanuit je eigen inspanning. Als ik toch eenmaal geleerd heb om uit genade te leven, dan zou je verwachten dat ik niet meer bij die eigen inspanning aan zou kloppen. Nee, het kwam al weer snel op mijn pad. Ik leerde de sekte ‘Children Of God’ kennen en raakte al snel verstrikt in hun netten van vrede. Ze hadden duidelijke Bijbelse beginselen.
Handelingen 2: 42-46 Zij bleven volharden bij het onderwijs van de apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden. En er kwam vrees over alle ziel en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen. allen, die tot het geloof gekomen en bijeenvergaderd waren, hadden alles gemeenschappelijk; en telkens waren er, die hun bezittingen en have verkochten en ze uitdeelden aan allen, die er behoefte aan hadden; en voortdurend waren zij elke dag eendrachtig in de tempel, braken het brood aan huis en gebruikten hun maaltijden met blijdschap en eenvoud des harten,
Handelingen 4:32 De menigte van hen, die tot het geloof gekomen waren, was één van hart en ziel, en ook niet één zei, dat iets van wat hij bezat zijn persoonlijk eigendom was, maar zij hadden alles gemeenschappelijk.

Mensen, wat was ik onder de indruk van de onderlinge vrede en de vrede die zij leken te verspreiden naar alle mensen toe. De vrede en de liefde die ik in die film geproefd had en die ik bij mijn bekering bij de Heer had leren kennen, die zag ik hier in de praktijk werkelijkheid worden! Ik was euforisch: 'God werkt nog steeds en Zijn liefde stroomt!'

Machtelt wist dat er iets niet deugde. Zij kon het alleen Bijbels niet verwoorden. Ik had het Bijbels kunnen verwoorden als ik Gods Geest de kans had gegeven Gods Woord, de Bijbel, te laten spreken. Met gewoon simpel de lijstjes, zoals ik die zelf als echte autist nou eenmaal altijd opstel, met gewoon die lijstjes had ik kunnen constateren dat dit nep was.

Deze vrede die hier in Handelingen beschreven wordt is geen gemaakte vrede. Het is de vrede en eenheid die thuishoort in Gods handelen met Zijn volk Israel binnen het Nieuwe Verbond. Bij de Children werd dit (wat dus niet in de Gemeente, het Lichaam van Christus thuishoort) van bovenaf opgelegd en werd voortdurend deze groepsdruk zo bewerkt dat er schijnbaar een perfecte eenheid openbaar kwam. Voor mij was dit emotioneel beleven van die schijnbare vrede voldoende om in dat net gevangen te raken.

Machtelt en een vriend bleven voortdurend zo aan mij trekken dat ik instemde met een teken. Ik zou een teken vragen aan de Heer. Bij bevestiging zou ik naar de Children gaan. Bij geen bevestiging zou ik afhaken. Ik haakte dus af, maar opnieuw zonder enige Bijbelse grond. O ja, ik moest erkennen dat het teken duidelijk was. Ik stond echter op het punt een eind aan mijn christen zijn te maken. ‘Het had toch zeker geen enkele zin meer?’ Dat is zo kenmerkend de zwakheid van tekens zonder Bijbelse grond.

Heel kort had ik dus eventjes geproefd van Gods genade voor het leven. Ik had geproefd van het feit van de vrede van God. Ervaringen en Bijbelse lijnen negeren hadden mijn geloofsleven echter gelijk weer naar het nulpunt gejaagd. Die volkomen onjuiste Bijbelcitaten hierboven, die mij door de Children waren opgelegd, die waren de grondslag waardoor ik enkele jaren later koos voor de gesloten vergadering. Een weg van wetticisme en onvrede.

Het is pas weer in de negentiger jaren dat ik opnieuw in een gelijksoortige strijd verwikkeld raak. Weer totaal geen vrede. Op dat moment zeg ik: ‘Ik ga opnieuw de Bijbel lezen. Alle typologie, alle vergeestelijking, allerlei afgeleide lessen, dat alles gooi ik af. Ik neem alleen nog maar wat er letterlijk staat. Als dat geen weg wijst, dan kan ik alles gewoon als fopspeen weggooien. Maar misschien wijst God me zo een weg.’

Ik ontdekte weer de genade voor het leven, dat ik al die jaren kwijtgeraakt was. Ik ontdekte weer Gods plan met Zijn volk, Israel. Ik ontdekte de verborgenheid van het Lichaam van Christus. En een tijdlang dacht ik de enige idioot op aarde te zijn die deze letterlijke zaken in de Bijbel zo zag, totdat iemand zei: ‘Jij volgt die en die’.

Vrede. Ik had vrede met God en in die korte periode van de zeventiger jaren had ik even geproefd aan de vrede van God. In de negentiger jaren werd dat pas echt concreet voor mij. In die tussentijd spande ik me wel degelijk regelmatig in om Gods vrede ook te uiten en soms leek het praktisch dichterbij dan ooit. Zo werd ik door een motorclub een keer staande gehouden. Ze begonnen allemaal op me in te praten en ik voelde me weer net zo onveilig als in het schoolkwartier tussen alle medeleerlingen.

Op een gegeven moment stond ik tegen de muur van het steegje gedrukt. Eén lid van die motorbende had me zo neergezet en stond nu met een dolk in mijn buik te porren. Ik zei: ‘Jongens, ik hou van jullie! Gods liefde en vrede gaat ook naar jullie uit!’ Hij bleef nog een behoorlijke tijd allerlei bedreigingen uiten en ik herhaalde meerdere keren mijn liefde en Gods liefde en vrede. Hij stopte zijn dolk weg, maakte ruimte en liet me zo door de groep weglopen.

Eerlijk gezegd, vanaf het moment dat ik mijn liefde voor deze jongens uitsprak, was alle angst verdwenen en stroomde Gods liefde en vrede ook daadwerkelijk door mij heen. In die tijd was het echter een incidentele ervaring en geen wetenschap dat Gods vrede altijd functioneert. Dat bleek met name bij verschil van inzicht over Bijbelgedeelten en Bijbelse thema’s. Je vergat de verbondenheid in de Heer en alle vrede was de deur uit.

Ik had nog een vrede van God heel praktisch te leren. Dat is dat Christus onze vrede is.
Efeze 2:14 Christus is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft,
Natuurlijk kan je nu weer aan die typische autistische lijstjes van mij denken. Dan hoort dit bij iets wat kenmerkend bij de Gemeente, het Lichaam van Christus, thuishoort. Dat is de Gemeente waar wij, jij en ik, lid van zijn. Tussen jou en mij is Christus onze vrede.

Alle tijd dat ik rondliep met mijn principes over onvoorwaardelijke liefde naar iedereen en vrede met iedereen, al die tijd hoefde ik maar één andersdenkende broeder of zuster tegen te komen of die vrede die hier zo kenmerkend aan Christus wordt toegeschreven, die vrede leek heel ver weg. Ik drukte de hakken in het zand. Ik maakte me sterk voor mijn stelling van volkomen geweldloosheid. De ander deed precies eender met zijn of haar stelling dat er ook sprake kan zijn van toelaatbaar geweld. De vrede was ver te zoeken.

Het heerlijke feit dat vrede niet langer een product van mijn inspanning is, maar dat het voor de volle 100 % thuishoort op het bordje van God, dat Hij dat in genade zelf wel zal uitwerken, dan heeft deze vrede zo heerlijk praktisch voor mij gemaakt. Zelfs als de ander vindt dat het wel onze verantwoordelijkheid is, zelfs dan mag ik heerlijk genieten van onze gezamenlijke vrede, die Christus voor ons is.

Het is een langer verhaal geworden dan een gemiddelde studie. Ik hoop echter dat jullie iets geproefd hebben van het praktisch karakter van deze vrede zoals ik, die met zoveel lijstjes werk, dat momenteel mag kennen en zoals die, volgens mij, ook absoluut voor jullie geldt. Als we nou straks weer verder gaan met de overige kenmerken van de vrucht van de Geest pak ik ook gelijk weer mijn lijstjes op. Hopelijk snappen jullie nu ook iets meer van de praktische kant van een dergelijke aanpak.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende