U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Jouw Wil Stelt Niks Voor

Galaten 5: 16-18 Wandel door de Geest. Voldoe niet aan het begeren van het vlees. Want het begeren van het vlees gaat in tegen de Geest en dat van de Geest tegen het vlees (want deze staan tegenover elkaar) zodat jullie niet doen wat je maar wenst. Als jullie je echter door de Geest laten leiden, dan zijn jullie niet onder de wet.
Galaten 5: 24-25 Wie Christus Jezus toebehoren, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd. Als we door de Geest leven, laten we dan ook door de Geest het spoor houden.

Er staat middenin ons gedeelte iets heel aparts. Ik heb het van heel veel verschillende kanten bekeken. Ik heb heel veel commentaren ernaast gelegd en het blijft een heel aparte uitspraak van Paulus.
Galaten 5: 17 Deze (Vlees & Geest) staan tegenover elkaar zodat jullie niet doen wat je maar wenst.

Jij doet niet wat je wenst! Eigenlijk staat dat er. Zomaar! Zonder dat Paulus ook maar enige introductie gegeven heeft over één of andere leer van de vrije wil. Hij dumpt het zomaar:
‘Jij doet niet wat je maar wenst!’

Die commentaren, waar ik naar heb gekeken, die wijzen allemaal stuk voor stuk naar Romeinen 7. Dat gedeelte lijkt ook inderdaad veel weg te hebben van deze uitspraak.
Romeinen 7: 14-21 Ik ben vlees, verkocht onder de zonde. Want wat ik uitwerk, weet ik niet; want ik doe niet wat ik wens, maar waar ik een afkeer van heb, dat doe ik. Indien ik nu wat ik niet wens, toch doe, stem ik toe, dat de wet goed is. Maar dan bewerk ik het niet meer, maar de zonde, die in mij woont. Want ik weet, dat in mij, dat wil zeggen in mijn vlees, geen goed woont. Immers, het wensen is wel bij mij aanwezig, maar het goede uitwerken, kan ik niet. Want niet wat ik wens, het goede, doe ik, maar wat ik niet wens, het kwade, dat doe ik. Als ik nu dat doe, wat ik niet wens, dan bewerk ik het niet meer, maar de zonde, die in mij woont. Zo vind ik dan deze regel: als ik het goede wens te doen, is het kwade bij mij aanwezig;

Zo’n vier keer kom ik in dit gedeelte al de uitspraak tegen dat ik niet doe, wat ik wens. Er zit echter in Romeinen 7 iets bij, wat deze uitspraak in Galaten mist, namelijk: het goede. Er zit ook in Galaten iet bij, wat er in Romeinen 7 mist, namelijk de Geest.

Er zijn als het ware in Galaten 5 twee machten die hun wil opleggen. Dat is of het vlees. Of het is de Geest. Het aparte was dat er in sommige commentaren wel naar deze dubbele invloed werd verwezen. Daarna gingen ze echter alleen op die ene kant van Romeinen 7 door.

In het strijdtoneel van Galaten 5: 17 staan twee kampioenen, die om de overwinning strijden. De overwinningstrofee houdt in dat zijn wil geldt. Het Griekse woord voor dit tegenover elkaar staan wordt nog op twee andere plekken in de Bijbel gebruikt. Daar wordt het vertaald met ‘Tegenstander’. De Geest is dus de tegenstander van het vlees. Het vlees is de tegenstander van de Geest. Daar tussenin zit niks. Dat ‘jullie’ wordt er dan wel bij genoemd in Galaten 5: 17, echter als een willoos onderdeel.

Wanneer we eenmaal zicht op Gods rijke, overvloeiende genade hebben en we zijn ons bewust dat alles reeds vastligt in Gods plannen in Christus Jezus van voor de grondlegging van de wereld en we kijken zo ook tegen het volbrachte werk aan, dan weten we dat het alles Gods werk is. Hij heeft ons mee doen sterven op het kruis. Hij heeft ons mee begraven 2.000 jaar terug. Hij heeft ons met Christus mee opgewekt in een nieuw leven ook al 2.000 jaar terug. Alles ligt vast in Zijn wil.

Daarom komen we dat ‘wensen’ in Galaten 5: 17 wel heel wat keren tegen in Romeinen 7. We blijken dus wel te kunnen wensen, maar het werkt niet. Onze redding, maar ook ons leven nu heel praktisch in Christus Jezus, dat alles ligt niet vast in ons wensen. Het ligt vast in Gods wil.
Romeinen 9: 15-16 Over wie Ik [God] Mij ontferm, zal Ik Mij ontfermen, en jegens wie Ik barmhartig ben, zal Ik barmhartig zijn. Het hangt dus niet daarvan af, of iemand wil, dan wel of iemand loopt, maar van God, die Zich ontfermt.

Wat Paulus in Galaten 5 schrijft, betekent dus niet dat de wil van de mens gebroken is. Even later (in het volgende hoofdstuk) komt die wil van de mens namelijk weer om de hoek kijken.
Galaten 6:12 Allen, die zich uiterlijk goed willen voordoen [Letterlijk: die mooi in het vlees willen lijken], trachten jullie te dwingen tot de besnijdenis,
De wil is bij deze wettische mensen dus blijkbaar nog volop actief. Daar draait het dus niet om. Waar het om draait is dat die wil niks oplevert.

Het vlees kan zijn wil opleggen. Dat levert de eerste beginselen van de wereld op. De Geest levert pas echt iets blijvends op. Is dit nou niet veel te passief? Hoezo? Wou je God dan iets minder dan het volmaakte aanbieden? In Christus is ons leven tot eer van God. Meer en beter bestaat niet.

1 Corinthe 1:30-31 Uit God is het, dat jij in Christus Jezus bent,….. opdat het zo zal zijn als dat er geschreven staat: Wie wil pochen, laat die dan maar pochen in de Heer.
Efeze 2:4-5 God, die rijk is aan erbarming, heeft, om Zijn grote liefde, waarmee Hij ons heeft liefgehad, ons, hoewel wij dood waren door de overtredingen mee levend gemaakt met Christus, door genade ben jij gered,
Filippi 2:13 Het is God, die om Zijn welbehagen zowel het willen als het werken in jou werkt.
Titus 3:4-5 Toen de goedertierenheid en mensenliefde van onze Redder en God verscheen, heeft Hij, niet om werken van gerechtigheid, die wij zouden gedaan hebben, maar in overeenstemming met Zijn ontferming ons gered door het bad van de wedergeboorte en van de vernieuwing door de Heilige Geest,

Alles!!!! Ja, echt alles uit God, van God, door God, tot God. Het hing er dus niet vanaf of ik wilde, of dat ik liep, of dat ik me ervoor ingespannen had, of dat ik me zo goed bekeerd had. Nee, alles is enkel en alleen te danken aan God, die Zich ontfermt. Prijst God!

Voor goede video's over de vrije wil click hier

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende