U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Gekruisigd: Mijn Zwakke Ik, Vlees, Lichaam

Galaten 5: 16-18 Wandel door de Geest. Voldoe niet aan het begeren van het vlees. Want het begeren van het vlees gaat in tegen de Geest en dat van de Geest tegen het vlees (want deze staan tegenover elkaar) zodat jullie niet doen wat je maar wenst. Als jullie je echter door de Geest laten leiden, dan zijn jullie niet onder de wet.
Galaten 5: 24-25 Wie Christus Jezus toebehoren, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd. Als we door de Geest leven, laten we dan ook door de Geest het spoor houden.

In de vorige studie zoemden we in op die begeerten.
Begeren, lust of wellust op zich is in de Bijbel een neutraal woord, dat zelfs uitermate positief geladen kan zijn. Het probleem zit hem in ons zwakke vlees. Het antwoord hierop is het resultaat van het werk van Christus zelf.
Galaten 5: 24 Het vlees met zijn …. begeerten is gekruisigd.

Velen zien hier een slechte zondenatuur in, waar wijzelf tegen te vechten hebben. Nee, op het kruis is definitief afgerekend met het vlees. Dat ikzelf, oftewel jijzelf, dat ben, blijkt wel als we de starttekst uit onze serie studies van de Galatenbrief ernaast leggen.
Galaten 2: 20 Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, dat is, niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij.

Het is toch wel heel concreet de ‘Ik’ figuur, die hier gekruisigd is. Die ‘Ik’ figuur wordt hier in Galaten 5: 24 het vlees genoemd. Voor velen is het simpele letterlijk nemen van deze uitspraken, zoals ik dat doe, zeer verwarrend. Dat zou dan het lichaam zijn? Dat zou dan mijn eigen persoontje zijn? Dat gelooft men feitelijk niet. Het moet een zondenatuur zijn, waar ik dan ook tegen kan strijden. Er is toch niks negatiefs aan mijn lijf?

Het hele probleem is dat ons lichaam zwak is.
Romeinen 6:6 Gekruisigd, opdat aan het lichaam van de zonde zijn kracht ontnomen werd;
Romeinen 6:12 Laat de zonde niet langer als koning heersen in
jouw sterfelijk lichaam,
Romeinen 7:24 Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit
het lichaam van deze dood?
Romeinen 8:11 God zal jouw
sterfelijke lichaam levend maken door zijn Geest, die in je woont.
2 Corinthe 10:10
Zijn [Paulus] persoonlijke verschijning [Letterlijk: de aanwezigheid van zijn lichaam] is zwak.

Het hele probleem is dat ons vlees zwak is.
Mattheus 26:41 Het vlees is zwak.
Markus 14:38
Het vlees is zwak.
Johannes 6:63
Het vlees doet geen nut;
Romeinen 6:19 Ik zeg dit van menselijk standpunt om
de zwakheid van jullie vlees.
Romeinen 7:18 Ik weet, dat in mij, dat wil zeggen
in mijn vlees, geen goed woont.
Romeinen 7:25 Ik ben
met mijn vlees dienstbaar aan de wet van de zonde.
Romeinen 8:3 Wat de wet niet vermocht, omdat zij
zwak was door het vlees;
Romeinen 8:6 De
gezindheid van het vlees is de dood,
Romeinen 8:7 De
gezindheid van het vlees is vijandschap is tegen God;
2 Corinthe 12:7 Aan mij is
een doorn in het vlees gegeven,
Galaten 4:13 Omdat ik
ziek [Letterlijk: zwak van vlees] geworden was,
Galaten 4:14 Mijn
lichamelijke toestand [Letterlijk: vlees],

Je ziet het. Ik, mijn lichaam en mijn vlees zijn in de Bijbel uitwisselbaar. Als er dus in de Bijbel over ‘Ik’ gesproken wordt, hoef ik dus geen theologisch bouwwerk te creëren om onder de letterlijke ‘Ik’ uit te komen. De Bijbel bedoelt dan gewoon mijn zwakke ‘Ik’. Niks meer en niks minder.

Als de Bijbel spreekt over mijn ‘Vlees’, hoef ik dus geen theologisch bouwwerk te creëren om onder mijn letterlijke ‘Vlees’ uit te komen. De Bijbel bedoelt dan gewoon mijn zwakke ‘Vlees’. Niks meer en niks minder.

Als de Bijbel spreekt over mijn ‘Lichaam’, hoef ik dus geen theologisch bouwwerk te creëren om onder mijn letterlijke ‘Lichaam’ uit te komen. De Bijbel bedoelt dan gewoon mijn zwakke ‘Lichaam’. Niks meer en niks minder.

Deze drie, mijn ‘Ik’, mijn ‘vlees’ en mijn ‘lichaam’ worden in de Bijbel bij toerbeurt gebruikt om telkens gewoon hetzelfde aan te geven, namelijk mijn persoontje zelf in mijn vlees, oftewel in mijn lichaam. Dit geeft gelijk het idiote van een strijd tegen het vlees aan. Dat is een soort schizofrenie. Als een ware Cyrano De Bergerac ben je dan in strijd met jezelf. Een echt hopeloze strijd.

De strijd is echter gewonnen. Op het kruis is er 2.000 jaar terug mee afgerekend.
Galaten 2: 20 Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, dat is, niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij.
Galaten 5: 24
Het vlees met zijn …. begeerten is gekruisigd.
Romeinen 6:6 Gekruisigd, opdat aan
het lichaam van de zonde zijn kracht ontnomen werd;
Ik ben gekruisigd. Het vlees is gekruisigd. Aan dat lichaam van de zonde is daarmee zijn kracht ontnomen.

Maar ik leef toch nog? Jazeker! Maar dat is Christus, die in mij leeft! Ja maar, je leeft toch ook nog gewoon fysiek, oftewel in je lichaam? Jazeker.
Galaten 2: 20 Voor zover ik nu nog in het vlees leef, leef ik in het geloof van de Zoon van God,
Wij zeggen dat we in het lichaam leven. Paulus noemt dat hier in het vlees leven. Wat onze bron betreft putten we echter niet meer uit onze ‘Ik’, of uit ons ‘vlees’ of uit onze lichamelijke capaciteiten. De bron waarin we rusten is het geloof van Christus Jezus. Hij werkt met Zijn genade Zijn leven in ons. Dat is nou in de praktijk concreet rekening houden met het feit dat ik gekruisigd ben, dat mijn vlees gekruisigd is, dat aan het lichaam van de zonde zijn kracht ontnomen is. God werkt Zijn genade in jou en mij!

Voor een hele serie studies over Vlees/Lichaam click hier

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende