U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Gods schat straalt via jou naar elk mens

We bekijken het lijden, zoals God het in Zijn Woord tekent en pakken 2 Corinthe 4 stap voor stap op.
2 Corinthe 4: 6 De God die gezegd heeft, dat het licht uit de duisternis zou schijnen,
Genesis 1:3 God zei: Daar zij licht! en daar was licht.
En de belofte is dat dit licht doorgaat.
Johannes 1: 9 Dit is het waarachtige licht, dat komende in de wereld, elk mens verlicht.
Het gaat dus door totdat elk mens verlicht is en de Zoon zich ook zal onderschikken en God zal zijn alles en in allen.

2 Corinthe 4: 6-10 God heeft geschenen in onze harten.
De vraag zou kunnen zijn of dit nou ook voor ons geldt. Wij hebben toch een andere relatie met de Heer als de gelovigen onder het nieuwe verbond, die hier aangesproken worden?
Efeziërs 5:8 Jullie zijn nu licht in de Heer; wandelt als kinderen van het licht,

God heeft dus geschenen in onze harten tot verlichting van de kennis van de heerlijkheid van God in het aangezicht van Jezus Christus. Dat is wat er letterlijk staat in de grondtekst. Hij heeft dus niet geschenen om ons te verlichten “met” die kennis van de heerlijkheid van God. Die indruk wekken verschillende moderne vertalingen. Het draait er niet om dat wij verlicht worden, maar God schijnt in onze harten opdat die kennis van Zijn heerlijkheid naar buiten toe gaat stralen.

Dat weerspiegelen van Gods heerlijkheid was al het onderwerp in het voorgaande hoofdstuk:
2 Corinthe 3: 18 Wij allen, die met onbedekt aangezicht de heerlijkheid van de Heer aanschouwen, worden naar hetzelfde beeld veranderd, van heerlijkheid tot heerlijkheid, als door de Heer, de Geest.
Ook de reflectie van die heerlijkheid van God, zoals die hier beschreven wordt is niet bedoeld als een ervaring om ons te laten kicken. Het doel is dat Gods werk in en aan ons voor anderen merkbaar wordt. Dat gebeurt automatisch, zoals het hier omschreven wordt. Een reflector hoeft niets te doen om licht te geven door alleen maar licht te ontvangen van de lichtbron. (Voorbeeld van zon & maan)

God heeft dus geschenen in onze harten tot verlichting van de kennis van de heerlijkheid van God in het aangezicht van Jezus Christus. God schijnt in onze harten opdat die kennis van Zijn heerlijkheid naar buiten toe gaat stralen. Hoe doet God dat dan?
Vers 7
2 Corinthe 4: 7 Wij hebben deze schat in aarden vaten, opdat de uitnemendheid van de kracht van God zij, en niet uit ons:
Een schat in aarden vaten. Hoe maak je zoiets nou aanschouwelijk? Eigenlijk had het vanmorgen een beetje crea moeten zijn. Lekkere hoop klei en dan mag iedereen zijn eigen kruikje of vaatje boetseren of draaien op zo´n pottenbakkerswiel. Als je dan een hele mooie kruik gemaakt hebt, die vrijwel nergens gaten of wat dan ook heeft (echt ongeschonden dus), tja, dan kan er wel een kaarsje (waxinelichtje) van binnen branden, maar daar is niks van te zien. Wil je het nou wel zien, dan moet je je kruikje even aan diggelen slaan. Kijk, dat is hier de boodschap.

Die schat is de reflectie van Gods heerlijkheid, die wij mogen zien in het aangezicht van Jezus Christus. Wat die schat doet is schijnen in ons hart, waardoor de kennis van die heerlijkheid naar buiten toe straalt. Besef goed, dat is Gods genade, die aan het werk is. Maar die schat zit in aarden vaten. Het opbergen van een schat in een aarden vat was een vrij gebruikelijk gebeuren in het Midden Oosten.
Jeremia 32: 14 Yahweh Zebaôth, de God van Israël zei: Neem deze brieven, de verzegelden koopbrief met dit open afschrift, en leg ze in een aarden vat, opdat zij lang mogen duren.

De vaten, waar Paulus hier in Corinthe over spreekt, zijn wij mensen, ons lichaam, onze psyche, ons denken, ons doen en laten, dus onze hele persoon. Zo was Paulus volgens Handelingen 9: 15 een uitverkoren vat. Paulus spreekt er in Romeinen 9: 21 over dat God als de grote Pottenbakker de macht heeft om uit dezelfde klomp klei verschillende vaten te maken. Ga zo maar door.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende