U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Paulus dienst in de heidenen

Romeinen 1: 13-15 …. ONDER JULLIE enige vrucht te hebben, net als ONDER DE ANDERE HEIDENEN. Van GRIEKEN en BARBAREN, van wijzen en onwetenden ben ik een schuldenaar. Zo ben ik dan, wat mij betreft, bereid om ook aan JULLIE, DIE IN ROME ZIJN, het evangelie te verkondigen.
Paulus dienst aan de heidenen onder het nieuwe verbond schittert hier weer voluit. De vrucht, die God dwars door Paulus dienst heen werkt, ligt hier te midden van de heidenen, oftewel de niet joden. Hier komt de uitgebreide omschrijving van die heidenen langs. Paulus spreekt over de andere heidenen. Hij spreekt over de Grieken en barbaren. In de omschrijving, die Paulus hier opsomt als heidenen hoort dan ook “jullie, die in Rome zijn”.

Paulus is helder en duidelijk. Zijn priesterlijke dienst onder het nieuwe verbond betreft niet het joodse volk. Die komen we in deze omschrijving nergens tegen, hoewel we hen wel heel prominent in heel veel andere hoofdstukken (Romeinen 7 t/m 11) zullen tegenkomen. Maar God had Paulus (en ook Barnabas) tot in een licht van de heidenen geplaatst.
Handelingen 13:47 Zo heeft de Heer ons geboden: Ik heb jullie tot in EEN LICHT VAN DE HEIDENEN geplaatst,

Opnieuw zien we hier dat Paulus dienst niet een eigenmachtige weg van Paulus is. Het is God zelf, die hier zijn plannen volvoert en die hier als de grote Plaatser optreedt. Hij plaats Paulus en Barnabas tot in een licht van de heidenen. Paulus priesterlijke dienst onder de heidenen, onder de Grieken en Barbaren, ja, tot onder hen die in Rome zijn, is niet een eigenmachtige inspanning van Paulus. Het is God, die hier Zijn zetten uitvoert.

Paulus was deze brief al begonnen met te wijzen op het grote doel van het schrijven van deze brief. Dat was om geloofsgehoorzaamheid uit te werken, maar bij wie? Dat is heel duidelijk:
Romeinen 1:5 Dwars door Wie wij genade en het apostelschap bezitten tot in geloofsgehoorzaamheid IN ALLE HEIDENVOLKEREN voor Zijn naam,

Het was volgens Romeinen 1: 4 Jezus Christus, onze Heer, dwars door wie die genade en apostelschap werkt tot in dit uiterste doel, namelijk de geloofsgehoorzaamheid in alle heidenvolkeren. Opnieuw is het dus de genade, die actief is, waardoor Paulus priesterlijke dienst uitloopt in dat geweldig resultaat, geloofsgehoorzaamheid. Maar waar is het dan dat dit resultaat in uitmondt? Dat is in de heidenen. Paulus bijzondere dienst tijdens het nieuwe verbond, dat volkomen op de heidenen gericht was, was de ultieme uitwerking van Gods genade.

Ook wanneer Paulus in de hoofdstukken 9 t/m 11 van Romeinen druk bezig is met het uiteenzetten van Gods plan met Zijn aardse volk Israël, dan nog wijst hij op zijn eigen bijzondere dienst onder de heidenen. Dat verklapt trouwens ook behoorlijk waar Paulus dienst onder de heidenen tijdens het nieuwe verbond tot diende.
Romeinen 11:13 Tot JULLIE, HEIDENEN, zeg ik: Voor zover ik de APOSTEL VAN DE HEIDENEN ben, verheerlijk ik mijn bediening,

Hoe verheerlijkte Paulus zijn specifieke bediening onder de heidenen dan?
Romeinen 11: 14 of ik op één of andere manier de jaloezie van MIJN VERWANTEN NAAR HET VLEES zal opwekken en zo enigen uit hen redden.
God is tijdens de verkondiging van het nieuwe verbond actief bezig Zijn aardse volk jaloers te maken juist door die heidenen de positie te schenken (ingeënte takken – vers 17 t/m 21), die origineel eigenlijk alleen Israël (afgebroken takken – vers 17 t/m 21) toebehoorde.

Hier, in dit elfde hoofdstuk, schuift God dus heel eventjes het gordijn opzij om ons een blik te geven op wat het bijzondere doel van de plaatsing van Paulus en Barnabas tot een licht van de heidenen onder het nieuwe verbond nou feitelijk inhield. Een mooi onderwerp om ruimschoots op in te gaan als we bij dit elfde hoofdstuk zijn aanbeland.

Ook in de andere brieven geeft Paulus aan hoe het de genade van God zelf is, die uitwerkt dat hij nou juist in de heidenen de Zoon van God verkondigt.
Galaten 1:15-16 Toen het de God, die mij( Paulus) vanaf de moederschoot afgezonderd en Die mij dwars door Zijn genade geroepen heeft, behaagde, Zijn Zoon in mij te openbaren, dat ik Hem IN DE HEIDENEN zou verkondigen,
Die God heeft Paulus reeds in de moederschoot speciaal voor zijn dienst te midden van de heidenen apart gezet. Die priesterlijke dienst tekent Paulus hier als dat God in hem Zijn Zoon ging openbaren en nou juist dat is, schrijft Paulus dan, die specifieke verkondiging van de Zoon in de heidenen: Het openbaren van de Zoon in Paulus. Dus: Genade en genade alleen, ook in die specifieke priesterlijke Nieuw Verbond dienst.

Ik gooi er toch weer eens eventjes tussendoor dat de verhoudingen binnen de gemeente, waar wij als leden tegenwoordig toe behoren, namelijk het lichaam van Christus, waarvan Christus zelf het hoofd is, dat daar de verhoudingen totaal anders liggen.
Efeze 2: 14-18 (Christus Jezus) Hij is onze vrede, die beiden één gemaakt en de scheidsmuur van de omheining weggebroken heeft, toen Hij in zijn vlees de vijandschap, de wet van de geboden, die in inzettingen bestaat, te niet gedaan had, opdat Hij die twee in zichzelf tot één nieuwe mens zou scheppen, vrede makende, en beiden in één lichaam met God verzoenen zou door het kruis, terwijl Hij daardoor de vijandschap gedood heeft. En hij is gekomen en heeft vrede verkondigd aan jullie die veraf waren, en vrede aan hen die dichtbij waren. Want door Hem hebben wij beiden door één Geest de toegang tot de Vader.

De twee (Jood en heiden), die in al onze onderzoekingen binnen de Romeinenbrief zo prominent onderscheiden waren: “Eerst de Jood en dan de Griek!” Dat onderscheid tussen jood en heiden is binnen het lichaam van Christus, waarvan Christus het hoofd is, totaal weggevallen. Er is slechts sprake van één nieuwe mens. Het jood zijn betekent daar niks. Het niet jood zijn betekent daar niks. De wet, die zo nog voluit levend in de Romeinenbrief centraal staat, die is binnen het lichaam van Christus volkomen teniet gedaan en is daar gedood.

Bij ons als leden van het lichaam van Christus is er ook geen sprake van het jaloers maken van de verwanten van Paulus vlees. Binnen het lichaam van Christus zijn jood en heiden, oftewel zoals Paulus het in Efeze uitdrukt, die twee, volkomen één geworden. Het jaloers zijn van Israël wordt opgewekt doordat die heidenen als ingeënte takken de plek van Israël innamen. Om toch helemaal gek van jaloezie te worden?! Daar hoorden zij te zitten!!! Zij waren toch zeker nummer één!!! Die hele race van een voorrangspositie is totaal afwezig binnen het lichaam van Christus, waar wij leden van zijn.

Hier volgen nog enkele voorbeelden van de Schriftuurlijke basis voor Paulus dienst onder het nieuwe verbond:
Galaten 2:7-9 Toen zij zagen dat aan mij (Paulus) het EVANGELIE VAN DE ONBESNEDENEN (de heidenen) toevertrouwd was, zoals aan Petrus dat van DE BESNEDENEN (de joden), want hij die in Petrus werkte tot het APOSTELSCHAP ONDER DE BESNEDENEN (de joden), die werkte ook in mij (Paulus) ONDER DE HEIDENEN, en toen zij de genade die mij gegeven is, erkenden, gaven Jakobus en Kefas (Petrus) en Johannes, die als steunpilaren golden, mij en Barnabas de rechterhand van de gemeenschap, opdat wij NAAR DE HEIDENEN en zij NAAR DE BESNEDENEN (de joden) zouden gaan;
1 Timotheüs 2:7 Waartoe ik
(Paulus) gesteld ben als prediker en apostel - ik zeg de waarheid, ik lieg niet - als LERAAR VAN DE HEIDENVOLKEREN in geloof en waarheid.
2 Timotheüs 1:11 Waarvoor ik aangesteld ben als
PREDIKER, APOSTEL EN LERAAR VAN DE HEIDENVOLKEREN.

Het kan niet op. De aanwijzingen van Paulus priesterlijke dienst onder de heidenen zijn legio. Eigenlijk is het heel erg eigenaardig dat ik toch moet bekennen dat ik heel wat jaren aan dit duidelijke onderscheid aan diensten (de ene naar de joden. De andere naar de heidenen) helemaal voorbij ben gegaan. Misschien herken je het ook wel. Tja, we zullen toch telkens opnieuw moeten erkennen dat het God zelf is die de ogen van ons mensen opent of nou juist toegesloten houdt.

Romeinen 1: 13-15 …. ONDER JULLIE enige vrucht te hebben, net als ONDER DE ANDERE HEIDENEN. Van GRIEKEN en BARBAREN, van wijzen en onwetenden ben ik een schuldenaar. Zo ben ik dan, wat mij betreft, bereid om ook aan JULLIE, DIE IN ROME ZIJN, het evangelie te verkondigen.

Tjonge, dit is me toch wel eventjes een hele opsomming zeg! Hij spreekt hen aan met “Jullie”. Hij benoemt hen dan als Heidenen”. Dan is hij nog niet klaar met etiketten smijten. Dan gaat die hen ook nog eens onder verdelen in “Grieken” en “Barbaren”. Vervolgens sluit hij dan toch weer af met “jullie die in Rome zijn”. Nou Paulus, daar had je wel eventjes een iets kortere tweet van kunnen maken. Zo lezen wij de Schrift ook meestal, hè?

Wat lezen we dan? “Om wat resultaten te zien zou ik jullie graag met het evangelie opzoeken”. Kort en krachtig! Nee, Paulus heeft het over vrucht dragen en hij gooit er zelfs een tamelijk heavy term als “schuldenaar” tussendoor. En dan strooit hij ook nog eens als een gek met echt alle mogelijke omschrijvingen van de heidenen. Van zo´n kort twitterberichtje maakt hij een bijna ontoegankelijk oerwoud aan uitdrukkingen. Zo ervaren we het toch zeker vaak? Daarom brengen we deze tekst wanneer we het lezen tot de meest simpel lijkende vorm terug. Het gezag van het Woord doet ons dan dus blijkbaar niks.

Inderdaad, Paulus is niet tevreden met een simpele “Jullie” alleen. Zelfs de uitdrukking “heidenen” zegt voor hem nog niet alles. Paulus wenste dat het tot onze botte hersentjes doordringt dat zijn dienst specifiek gericht is op alles wat niet joods is. Dus deelt hij zelfs de heidenen in en komt hij met “Grieken” en Barbaren”.

Voor Paulus was dus echt elk onderscheid essentieel in zijn eerste dienst. Het is opvallend dat ook in de opsomming tijdens Gods huishouding, waar wij toe behoren, dus tijdens het lichaam van Christus, Paulus ook al zo zijn best doet om al die onderscheiden aan te geven, maar dan om aan te geven dat al die onderscheiden in Christus compleet verdwenen zijn.
Colossenzen 3: 10-11 De nieuwe mens, daarin is geen Griek of Jood, besnijdenis of onbesnedenheid, barbaar of Scyth, slaaf of vrije; maar Christus is alles en in allen.

Romeinen 1: 13-15 ….
ONDER JULLIE enige vrucht te hebben, net als ONDER DE ANDERE HEIDENEN. Van GRIEKEN en BARBAREN, van wijzen en onwetenden ben ik een schuldenaar. Zo ben ik dan, wat mij betreft, bereid om ook aan JULLIE, DIE IN ROME ZIJN, het evangelie te verkondigen.

Voor iedereen, die deze woorden van Paulus las, wenste Paulus helder en duidelijk te zijn. Lazen de Joden dit en lazen ze over de heidenen, dan dachten ze aan Grieken. De Griekse taal zowel als cultuur lag als het ware in Rome op straat. Zo keken de Joden tegen alles wat niet joods was aan als Grieks. Maar in Rome zelf keken al die Grieks sprekende heel anders naar de wereld om hen heen. Voor hen waren al diegenen, die vasthielden aan hun eigen taal en cultuur barbaren. Die barbaren konden wat hen betreft best niet joods zijn. Dat was eigenlijk voor hun zicht op de zaak totaal oninteressant. Maar Paulus wil wel die beide groepen bereiken. Dit verheldert een stuk waarom Paulus nou zo uitgebreid is in zijn omschrijvingen. Het moest zowel voor de jood als voor de niet jood, zowel voor de Grieks als de barbaar zo helder als glas zijn wie er bedoeld werden. Natuurlijk is dit ook de perfectie die zo tekenend is voor de goddelijke inspiratie van dit Woord.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende