U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Bekend zijn met Paulus plannen

Romeinen 1: 13 ik wil niet dat jullie er ONBEKEND MEE ZIJN, broeders, dat ik vaak van plan was (protithemai) om naar jullie toe te komen en dat was me tot nog toe verhinderd, opdat ik ook (rustend) in jullie enige vrucht zou hebben, zoals ook (rustend) in de rest van de heidenen.

In verhouding wordt er maar weinig geschreven over deze tekst. Toch hebben we ook in deze tekst weer een rijke voorraad studiemateriaal, zoals:

1. Onbekend zijn
2. Van plan zijn
3. Verboden zijn
4. Vrucht hebben in de heidenen

We bekijken in deze studie de twee eerste onderwerpen en beginnen, zoals je waarschijnlijk al verwachtte met de eerste: Onbekend zijn.
Romeinen 1: 13 ik wil niet dat jullie er onbekend mee zijn,
Het Griekse werkwoord voor dit “onbekend zijn” is eigenlijk bekender dan menigeen denkt. Het is namelijk “agnoeo”. Ik vermoed dat iedereen hier het “agnost zijn” wel in proeft. Nou is het Paulus bedoeling helemaal niet om een bepaalde filosofische manier van denken bij mensen hier gelijk van tafel te vegen. Het gaat hem er wel om dat we zijn grote wens voor al deze Romeinen en daarmee ook voor ons een beetje verstaan. Daarvoor is het goed om niet gelijk bij het lezen van dit werkwoord alle agnosten de deur uit te vegen.

Nogmaals, ik wijs in mijn studie dus doorlopend naar de letterlijke Griekse betekenis, maar bedoel daar dus niet een bepaalde filosofische denkwereld mee. Het blijkt namelijk dat het agnosticisme veel en veel dichter bij ligt dan die ver afgelegen filosofische leer.

Letterlijk heeft Paulus het hier over het niet opmerken, niet weten, niet begrijpen of niet kennen. Daar waar ik nou God niet begrijp of Zijn wezen niet ken of wat Hij wil werken in mij niet opmerk, ja, dan schiet ik Gods doel in mijn leven voorbij, oftewel ik mis dan het doel in mijn leven. Kijk, en dat is nou zonde. Dat is nou precies waarvan Paulus hier zegt dat hij dat absoluut niet wenst.

Waaruit bleek nou deze onwetendheid bij die Romeinen? Die onwetendheid blijkt al gelijk in het tweede hoofdstuk van deze brief als deze mensen zich proberen voor te doen als veel betere en nettere mensen dan al dat uitschot. Ze stonden de mensen, die in hun ogen gigantische zonden bedreven, te oordelen en te veroordelen en ze vonden dat God maar traag optrad in het oordeel dat Hij, volgens hen, hoorde te geven.
Romeinen 2:4 Verachten jullie de rijkdommen van Zijn (Gods) goedertierenheid en verdraagzaamheid en lankmoedigheid, WETEN JULLIE NIET, dat de goedertierenheid van de God jullie tot in bekering leidt?

Deze Romeinen waren onbekend (agnost) met de goedertierenheid van God, waarvan Paulus zelfs moest zeggen dat zij die grote rijkdommen ervan simpelweg verachtten met hun veroordelingen van anderen als enorme zondaren. Zij waren dus onbekend (agnost) met wie God is en hoe God handelt. Herkennen we hier iets van? Paulus verlangen in Romeinen 1: 13 is dus nou juist om die onbekendheid (agnosticisme) bij hen weg te nemen.

Als we straks bij Romeinen 1: 21 zijn aangekomen, dan zullen we uitgebreid ingaan op de oorzaak van dit agnosticisme, dat de hele maatschappij toen en nu, gelovig en ongelovig, jood en heiden, doortrekt. Nu duiken we eerst in dit agnost zijn en Paulus wens om nou juist dat weg te nemen.

De onwetendheid (agnosticisme) onder deze Romeinen was er op vele fronten. Hier komt er weer één:
Romeinen 6:3 WETEN JULLIE NIET, dat zovelen wij tot in Christus Jezus gedoopt zijn, wij tot in Zijn dood gedoopt zijn?
Daar was de onwetendheid legio over. Laten we wel wezen, dat is tegenwoordig niks beter. Hoeveel gelovigen lezen hier niet gewoon de waterdoop in? Ondanks wat hier duidelijk staat lezen ze toch “Zovelen wij tot in het water gedoopt zijn”. En ze hebben geen flauw idee wat je probleem is als je op “Christus Jezus” wijst. Water werkt nou eenmaal niet magisch uit wat hier beschreven wordt.

De Romeinen waren onbekend met wat onze eenwording met Christus Jezus uitwerkt, en nog altijd is er een gigantische onwetendheid op dit gebied, ook onder gelovigen. Herkennen we hier misschien iets van? Paulus verlangen in Romeinen 1: 13 is dus nou juist om ook deze onbekendheid bij hen weg te nemen.

Dan is er nog iets heel aparts bij deze Romeinen. De synagoge/gemeente in deze plaats bestond uit een mengeling van jood en heiden. Het waren de joden van wie je mocht verwachten dat zij de wet kenden, die er nou juist onbekend (agnost) mee waren.
Romeinen 7:1 WETEN JULLIE NIET, broeders, ik spreek immers tot hen die weten wat een wet is, dat de wet heerst over de mens, zolang hij leeft?
Het bleek dat zij nou juist het doel van de wet volledig voorbij schoten. Een probleem dat Paulus aanpakt van Romeinen 7 t/m Romeinen 11. Nog altijd is er enorm veel onwetendheid over Gods plan met Zijn wet. O jazeker, Paulus verlangen in Romeinen 1: 13 is ook zeker om deze onbekendheid bij hen weg te nemen.

Vanzelfsprekend is ook het grote onderwerp van de Romeinenbrief “De Gerechtigheid Van God” een antwoord van Paulus op de onwetendheid (agnosticisme) van deze Romeinen.
Romeinen 10:3 Omdat zij de gerechtigheid van de God NIET KENNEN en proberen te staan in hun eigen gerechtigheid, waren zij aan de gerechtigheid van de God niet onderworpen.
In het vers wat hieraan vooraf ging blijkt dat Paulus het hier heeft over Joden, die de wet misbruikten om een enorme ijver aan de dag te leggen. O, wat zetten zij zich enorm voor God in, maar er zat geen greintje verstand bij volgens Paulus. Herkennen we hier misschien iets van? Paulus verlangen in Romeinen 1: 13 is ook weer hier om deze onbekendheid van de gerechtigheid van de God bij hen weg te nemen.

Ook Gods totale profetische plan met Zijn aardse volk Israël was een onbekend gegeven bij deze Romeinen. Het laatste onbekende dat Paulus hier in de brief aan Rome aansnijdt.
Romeinen 11:25 ik wil niet, broeders, dat deze verborgenheid ONBEKEND IS voor jullie, opdat jullie niet wijs zijn in eigen oog, dat er voor een deel over Israël verharding gekomen is, totdat de volheid van de volken zal zijn ingegaan;

Romeinen 1: 13 ik wil niet dat jullie
ER ONBEKEND MEE ZIJN, broeders, dat ik vaak van plan was (protithemai) om naar jullie toe te komen en dat was me tot nog toe verhinderd, opdat ik ook (rustend) in jullie enige vrucht zou hebben, zoals ook (rustend) in de rest van de heidenen.

Nou wilde Paulus dat er kennis was bij deze Romeinen. Hier in dit dertiende vers gaat het hem echter om kennis over zijn eigen plannen en omstandigheden. Ook de volgende tekst gaat op Paulus doen en laten in, waar hij in dat geval de Corinthiërs niet onkundig over wil laten.
2 Corinthiërs 1:8 Wij willen niet, broeders, dat jullie ONKUNDIG ZIJN, wat onze verdrukking aangaat, die ons in Asia overkomen is, dat wij uitermate bezwaard zijn geworden boven vermogen, zodat wij zelfs aan het leven wanhoopten.

Het mooie van het doorgeven van dergelijke kennis vind ik dat Paulus heel duidelijk aantoont dat het delen van je persoonlijke plus- en minpunten in wat je dagelijks meemaakt absoluut niet ongeestelijk is. We hebben daar nogal eens verwrongen ideeën of gevoelens over. Let go. Let God. Ook dat is gewoon genade.

Romeinen 1: 13 ik wil niet dat jullie er onbekend mee zijn, broeders, dat ik vaak VAN PLAN WAS (protithemai) om naar jullie toe te komen en dat was me tot nog toe verhinderd, opdat ik ook (rustend) in jullie enige vrucht zou hebben, zoals ook (rustend) in de rest van de heidenen.

We zijn bij ons tweede onderwerp aanbeland. Paulus wilde zijn plannen om hen te komen bezoeken met hen delen. Tot nu toe was dat er nog niet van gekomen en voorlopig houden we de oorzaak daarvan nog even tegoed. Het gaat er ons nu om dat dit plan bij hem aanwezig was. Die drie woorden “van plan zijn” zijn in de grondtekst, namelijk in het Grieks, slechts één woord, “protithemai”.

Zouden we uit de Staten vertaling gelezen hebben, dan hadden we gelezen dat Paulus zich dit had voorgenomen. Het werkwoord “voornemen” is daar de Nederlandse vertaling van hetzelfde Griekse woord “protithemai”. Hier zit de Staten vertaling er wat dichter bij. Het Griekse woord bestaat namelijk uit twee delen:
1. Pro=Voor of Van Tevoren
2. Tithemai=Plaatsen
Conclusie: Het “van plan zijn”, oftewel het “voornemen” van Paulus is taalkundig letterlijk: “Van Tevoren Plaatsen”, en kan ook de betekenis hebben van: “Voor iets of iemand plaatsen” in de zin van een uitstalling, een tentoonstelling.

Er zijn in het Nieuwe Testament slechts nog twee andere tekstplaatsen met dit woord en die zijn beide in de betekenis van “van tevoren plaatsen”.

Romeinen 3:25 De God heeft Christus Jezus
VAN TEVOREN GEPLAATST tot een verzoening, dwars door het geloof (rustend) in Zijn bloed, tot in een openbaarmaking van Zijn rechtvaardigheid, dwars door de vergeving van de zonden, die te voren geschied zijn onder de verdraagzaamheid van God;
Efeziërs 1:9 God heeft ons de verborgenheid van Zijn wil bekend gemaakt, in overeenstemming met Zijn welbehagen, die Hij
VAN TEVOREN GEPLAATST HAD in Hem.

Nog duidelijker wordt de Bijbelse intentie van dit Griekse woord als we van het werkwoord “protithemai” overstappen naar zijn broertje, het zelfstandig naamwoord “prothesis”, wat we dus zouden kunnen weergeven met het “van tevoren geplaatst zijn”.

Vier teksten over de toonbroden uit de Evangeliën en de Hebreeën geven het woord de inhoud van een uitstalling, die voor iets of iemand geplaatst wordt. Dan zijn er ook drie teksten in Handelingen en de tweede brief aan Timotheus, die net als onze uitgangstekst spreken over de plannen van mensen (ook die kan je trouwens zien als een plaatsing van tevoren). Dan zijn er nog vijf heldere Bijbelteksten over, die spreken over de plannen van God en opnieuw kunnen we hier de uitdrukking (“prothesis”) helemaal letterlijk nemen. Hier komen die teksten:

Romeinen 8:28 Wij weten, dat hun die de God liefhebben, alle dingen samenwerken tot in goed; hun die in overeenstemming met Zijn VAN TEVOREN PLAATSING geroepen zijn.
Romeinen 9:11 Opdat
DE VAN TEVOREN PLAATSING van de God in overeenstemming met verkiezing blijven zou, niet vanuit werken, maar vanuit Hem die roept,
Efeziërs 1:11 in hem (Christus),
(rustend) in Wie wij ook erfgenamen geworden zijn, waartoe wij tevoren bestemd waren in overeenstemming met DE VAN TEVOREN PLAATSING van Hem, die alles werkt in overeenstemming met de raad van zijn wil,
Efeziërs 3:11 In overeenstemming met
DE VAN TEVOREN PLAATSING van de aionen, dat Hij heeft opgevat in Christus Jezus, onze Heer,
2 Timotheüs 1:9 God is degene die ons redt en roept met een heilige roeping, niet in overeenstemming met onze werken, maar in overeenstemming met Zijn eigen
VAN TEVOREN PLAATSING en de genade, die ons gegeven is in Christus Jezus vóór de tijden van de aionen,

Ja, God heeft ons geroepen en dat is geheel volgens plan, d.w.z. Zijn solide van tevoren plaatsing. Hij heeft ons niet van tevoren op die plek geplaatst vanuit onze werken, maar vanuit Zichzelf, oftewel Hem die roept. God had ons al van tevoren ertoe bestemd om in Christus erfgenamen te worden. Die plaats had Hij ons tevoren reeds gegeven. Gods plaatsen gaat zelfs zover dat alle aionen, dus alles waar je maar van tijd kan spreken, reeds van tevoren geplaatst zijn. Nou, zo solide als die tevoren plaatsing is, zo solide is ook onze redding en onze heilige roeping.

Natuurlijk kan iedereen hier tegenin brengen dat dit toch uitsluitend om de plannen van God gaan. Tja, hoezo? Dacht je dat die niet doorgingen? Waarom is het zo solide? Omdat dit simpele Griekse woordje “tithemi”, dat “plaatsen” betekent is afgeleid van “Theo”. Laat dat nou God zijn. Het God zijn van God houdt in dat Hij de Plaatser is van echt alles. Dat maakt die “protithemai”, als dat in handen van God is nou juist zo krachtig en zeker!

We zagen dat Paulus ook van tevoren plaatst. Zijn plan is om naar Rome te gaan. Ik maak ook regelmatig een planning. Maar die is niet zo solide, zoals ik het aantoonde bij God. Waarom niet? Simpel omdat ik God niet ben. Vorige week maakte ik een dagreisje naar Westerbork gereed. Met al mijn papieren papparassen (ik organiseer altijd overdadig) gingen we met de eerste bus. Alles leek prima. We waren ruim op tijd voor de volgende bus, dachten we. Maar die reed te vroeg weg en de volgende zou een uur later komen. Mijn hele organisatie naar de Filistijnen (niet letterlijk hoor). We deden die dag dus maar wat anders.

God trekt Zijn plan en dat betekent dat alles van tevoren geplaatst is en die plaatsing is solide omdat God God is, oftewel Hij is de grote Plaatser. Paulus trekt zijn plan en ook hij heeft het alles keurig georganiseerd. Let wel, dat was prima! God ging met Paulus mee in genade. No problem. Alleen doorkruiste God ook nog eens dat plannetje, die hele organisatie van Paulus. Let wel, ook dat was prima! God ging met Paulus mee dwars door die tegenvaller, maar wel in genade.

Hoe dat doorkruisen van dat plannetje van Paulus nou eigenlijk verliep en alles daaraan vast? Dat wordt een stevig onderwerp voor een volgende studie.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende