U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Leven in het rustplekje van Gods wil

Romeinen 1: 9-10 De God is mijn getuige, ….., hoe ik onophoudelijk altijd maar door in mijn gebeden aan jullie denk, of ik eindelijk eens (RUSTEND) IN DE WIL VAN GOD het voorrecht mag hebben naar jullie toe te komen.

Op een heel bijzondere manier drukt Paulus hier zijn verlangen uit dat hij zo intens het verlangen heeft om eens eindelijk bij deze gelovigen in Rome te mogen komen. Hij wil nou wel eens gewoon echt in levende lijve bij hen zijn. Tja, daar kan ik me best wel wat bij voorstellen. Maar zijn het nou alleen maar een paar vrome, mooie woordjes, die hij speciaal voor de uitdrukking van dat verlangen van hem bij elkaar in deze ene zin gepropt heeft? Soms krijg je dat idee als je ziet hoe we bij overdenkingen zomaar aan bepaalde woorden voorbij gaan.

Wat was nou feitelijk het verlangen dat Paulus in zijn gebeden aan Vader God verwoordde? Nou, hij wilde heel graag rustend in de wil van God het voorrecht hebben om naar deze gelovigen in Rome te gaan. Dat is wat hij letterlijk hier heeft opgeschreven. Dus, daar zit Paulus heerlijk te genieten van zijn rust in de wil van God en als zodanig wil hij ook best wel graag eens bij deze gelovigen aankomen. Hoe dan? Nou, in die rust van de wil van God.

Proeven we enigszins al ergens hoe relaxt Paulus met zijn eigen verlangens omgaat? Nou, we hoeven maar een aantal verzen verder te lezen en dan ontdekken we dat die wil van God eigenlijk ook gewoon helemaal spoort met zijn eigen wil. De wil van God, waar Paulus in mag rusten, is helemaal in overeenstemming met zijn eigen wil.
Romeinen 1: 13 Broeders, IK WIL niet dat jullie niet weten dat ik vaak van plan was om naar jullie toe te komen,
Hoe kan dit?
Filippenzen 2:13 Het is GOD, die in jullie WERKT, zowel HET WILLEN als het werken, in overeenstemming met het plezier dat Hij erin heeft.

Ja mensen, God is het zelf die dat willen in ons uitwerkt. We gaan er zo verderop vanuit de Schrift zelf op in hoe Hij dat nou precies aanpakt. Eerst teken ik eens eventjes hoe ik zelf verzeild ben geraakt in de meest idiote gedachten over het zijn in de wil van God. Die gedachten van mij waren inderdaad helaas volslagen idioot, maar ik zie wel op Facebook dat dit soort raadselachtige kronkels nog altijd rondgaan over de wil van God. Dus het kan zin hebben om er toch even bij stil te staan.

De conclusie waar we net al iets van geproefd hebben, namelijk dat God Zijn wil in ons werkt en wij dus een prachtig rustplekje mogen bezitten in Zijn wil, daar ben ik tientallen jaren als christen eigenlijk nooit vanuit gegaan. Ik wist het theoretisch wel, maar ik probeerde telkens bij elke afslag in de ontwikkeling van mijn leven de wil van God te ontdekken. Geen sprake dus van enig rustplekje. Nee, een ijverig uitdokteren door mij van de wil van God in die bepaalde situatie. Ik kon naar voren, naar achteren, links opzij of rechts opzij en dan natuurlijk nog allerlei tussenmogelijkheden. Ik wilde de juiste beslissing nemen, maar niet elke omstandigheid stond nadrukkelijk in de Schrift beschreven. Tja, een duidelijke aanwijzing in de Schrift was natuurlijk altijd het mooiste.

Vaak sprak de Schrift niet zo één op één over de situatie waar ik een weg in zocht. Ik zocht dan ook maar mijn toevlucht tot het gulden vlies, oftewel ik spande een vlies zoals Gideon dat deed. Praktisch betekende dat dat ik telkens maar weer een teken vroeg. Om dan mijn beslissing als de wil van God niet te makkelijk te nemen werden de tekenen die ik vroeg nogal eens vrijwel onmogelijk en zelfs absurd. Maar ik hield me aan de aanwijzingen, die de tekenen mij gaven. Je voelt wellicht al aan dat ik voor mijn praktisch leven met de Heer behoorlijk op moerasgrond stond te wiebelen.

Nee, God heeft een uitgesproken wil, ook voor mijn of jouw leven. Die wil werkt Hij zowel in jou als in mij. We hebben die wil van God als ons rustplekje, zoals Paulus dat ook had in zijn verlangen om deze gelovigen in Rome eens echt in de ogen te kunnen kijken. Hij wilde het zelf ook maar wat graag volgens vers 13. Hij hoefde geen teken te vragen. Op Gods tijd kwam het dan ook best wel terecht. Nu gaan we maar eens eerst eenvoudigweg die wil van God bekijken.

De ene zwaait met de ene uitspraak over de wil van God. De ander zwaait met een andere uitspraak over de wil van God. Het is in de Schrift echter nooit het één of het ander. We kunnen nooit zomaar de ene tekst tegen de andere wegstrepen. We onderwerpen ons gewoon aan elke Schriftplaats. Elke Schriftplaats is namelijk door God geademd. We vragen ons echter wel telkens af wat de concrete inhoud van een Bijbeltekst is. Zoals bijvoorbeeld:
1 Timotheüs 2:4 GOD DE VADER WIL dat alle mensen gered worden en tot in bovenkennis van waarheid komen.

Is dit echt een moeilijke tekst? Eigenlijk niet hè? Wat er staat is wel duidelijk. Toch merk ik dat alleen al het naspreken van wat daar staat bij veel gelovigen in het verkeerde keelgat schiet. “Ja”, krijg je dan te horen, “Ja, God wilt dat wel, maar dat gaat natuurlijk niet gebeuren”. Mag ik zeggen dat ik dit op zijn zachtst gezegd een tikkeltje vreemd vind? Wie heeft God boven zich staan, die dit zou kunnen voorkomen? Voor zover ik uit de Schrift begrijp is Vader God de enige God die de Schrift kent en die God, die wil dit. Wat valt daar dan nog tegen in te brengen? Maar goed, dit was dan één zo´n tekstplaats over de wil van God.

Nog zo´n tekstplaats over Gods uitgesproken wil
1 Thessalonicenzen 4:3 Dit is DE WIL VAN GOD, jullie heiligheid: namelijk dat jullie je onthouden van de prostitutie;
We kunnen vanzelfsprekend aan alles wat het evangelie ons leert voorbij gaan en dit gewoon wettisch oppikken. Dan is dit een zwaaiend op en neer zwiepend wijsvingertje van Paulus, die ons verbiedt om naar de prostitutie toe te gaan, die ons verbiedt om naast onze eigen vrouw er nog andere seksuele bevredigingen op na te houden. Mocht je nooit of te nimmer zo´n mogelijkheid overdacht hebben, dan hebben de wettische lezers van deze tekst dit nu wel stevig in je kop geprent en je bent die verleiding voorlopig nog eventjes niet kwijt.

Waarom is Paulus zo overduidelijk hier in zijn bewoordingen. Niet om ons op een idee te brengen, zoals wettisch denken altijd werkt. Aan die idiote manier van denken besteedt Paulus zelf in Romeinen 7 zelfs een heel hoofdstuk om uit te leggen hoe niet te ontkomen verleiding dankzij dit wettische denken ook daadwerkelijk werkt. Nee!!!!!!! Gods wil is vervuld in Zijn Zoon, Christus Jezus! Geloven we dat?
1 Corinthe 1: 30 Vanuit Hem (Vader God) ben jij (rustend) in Christus Jezus, die ons van God gemaakt is tot wijsheid, en gerechtigheid, en heiligheid en verlossing;

Deze wil komt dus vanuit Vader God. Door die wil van Vader God ben jij nu rustend in Christus Jezus. Hij, oftewel Christus Jezus, is onze wijsheid. Hij is onze gerechtigheid. Hij is onze heiligheid. Hij is onze verlossing. Gods wil is vervuld in Zijn Zoon, Christus Jezus! Geloven we dat echt? Of denken we bij Paulus uitspraak over heiligheid, wat als logisch resultaat een onthouding van prostitutie inhoudt, dat wij dat zelf moeten waarmaken. Ga er maar aanstaan. Geheid dat je voor de bijl gaat. Nee!!!! Christus is jouw heiligheid! Christus is de uitdrukking van de wil van Vader God. Wat heerlijk dat Paulus uitspraak begint met dat het vanuit Vader God is dat jij nu rustend bent in Christus Jezus.

Voorop staat dat Vader God echt alles werkt en dat dan doet in overeenstemming met het plan, dat Hij in Zijn wil heeft vastgelegd.
Efeziërs 1:11 Het plan van Hem (Vader God), Die het alles werkt in overeenstemming met DE RAAD VAN ZIJN WIL

Romeinen 1: 9-10 Of ik (RUSTEND) IN DE WIL VAN GOD het voorrecht heb naar jullie toe te komen.
Evenals dat Paulus dat rustplekje heeft in de wil van God, zo heb jij ook dat rustplekje. Vader God is Degene, die dat plekje voor jou bewerkt heeft. Dat heeft Vader God bewerkt dwars door Christus Jezus, de Zoon van God.

Hier volgt een overzicht van wat genade werkt in de Zoon, namelijk niet de wil van de Zoon, maar de wil van Vader God.
Mattheüs 26:39 Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze drinkbeker mij voorbijgaan; maar NIET ZOALS IK WIL, MAAR ZOALS U WILT.
Markus 14:36 Hij zei: Abba, Vader, alles is U mogelijk, neem deze drinkbeker van mij weg; maar NIET WAT IK WIL, MAAR WAT U WILT.
Lukas 22:42 Vader, …, NIET MIJN WIL, MAAR UW WIL zal gebeuren.
Johannes 4:34 Jezus zei: Mijn spijs is, dat ik
DE WIL doe VAN HEM DIE MIJ GEZONDEN HEEFT en Zijn werk volbreng.
Johannes 5:30 Ik kan niks vanuit Mijzelf. …; want Ik zoek
NIET MIJN WIL, MAAR DE WIL VAN DE VADER, Die Mij gezonden heeft.
Johannes 6:38-40 Ik ben van de hemel neergedaald,
NIET opdat ik MIJN WIL zou doen, maar DE WIL VAN HEM DIE MIJ GEZONDEN HEEFT. En dit is DE WIL VAN HEM DIE MIJ GEZONDEN HEEFT, dat ik van alles wat Hij mij gegeven heeft, niets verlies, maar het opwek op de laatste dag. Want dit is DE WIL VAN MIJN VADER, dat een ieder die de Zoon aanschouwt en in Hem gelooft, het leven van de aioon heeft, en ik zal hem opwekken op de laatste dag.
Galaten 1:4
(Christus Jezus), die zichzelf gegeven heeft voor onze zonden, opdat hij ons trekken zou uit de tegenwoordige boze aioon, in overeenstemming met DE WIL VAN ONZE GOD EN VADER,
Efeziërs 1:5 Hij
(Vader God) heeft ons tevoren dwars door Jezus Christus tot in de zoonplaats tot in Zichzelf bestemd, in overeenstemming met het plezier van ZIJN WIL,
Hebreeën 10:7 Toen sprak Ik: Zie, Ik kom, om
UW WIL te doen, O GOD!
Hebreeën 10:9 Toen sprak Hij: Zie, Ik kom, om
UW WIL te doen, O GOD!

Velen zullen deze reeks teksten over de Zoon van God mooi vinden, maar daarom daar nog geen weg van Gods genade met Zijn Zoon in terugvinden. Ik zou zeggen: Lees het gewoon nog eens heel rustig letterlijk na. Je komt daar Iemand tegen in wie God Zijn wil uitwerkt. Die persoon noemt God dan ook letterlijk Zijn God en ook Zijn Vader. Zonder God, die werkt, kan Hij zelfs helemaal niks doen. Dat is nou de Zoon van God, in Wie God de Vader zich manifesteert.

Ons rustplekje is in die wil van God en dat gaat dwars door het offer van de Zoon van God.
Hebreeën 10:10 (RUSTEND) IN DIE WIL zijn wij geheiligd dwars door het offer van het lichaam van Jezus Christus, eens voor altijd.
Nogmaals zien we ook hier weer dat dit resultaat van het werk van Christus nou juist onze heiligheid inhoud. Dus niet onze weerbaarheid of inspanning. Onze heiliging is ook hier weer niet te danken aan onze onthouding. Onze onthouding is juist te danken aan onze heiliging. Het is altijd precies andersom. Het is ons rustplekje in de wil van Vader God, die Hij bewerkt heeft dwars door het offer van het lichaam van Jezus Christus, waarin we heilig (apart gezet) vertoeven.

Hoe leren wij in de praktijk die wil nou kennen?
Romeinen 12:2 Wordt veranderd door de vernieuwing van je denken tot in jouw beproeft zijn, wat DE GOEDE, WELBEHAAGLIJKE EN VOLMAAKTE WIL VAN GOD is.

Paulus apostelschap verliep dwars door diezelfde wil van God.
1 Corinthiërs 1:1 Paulus, een geroepen apostel van Jezus Christus, DWARS DOOR DE WIL VAN GOD,
2 Corinthiërs 1:1 Paulus, een apostel van Jezus Christus,
DWARS DOOR DE WIL VAN GOD,
Efeziërs 1:1 Paulus, een apostel van Jezus Christus,
DWARS DOOR DE WIL VAN GOD,
Colossenzen 1:1 Paulus, een apostel van Jezus Christus,
DWARS DOOR DE WIL VAN GOD,
2 Timotheüs 1:1 Paulus, een apostel van Jezus Christus,
DWARS DOOR DE WIL VAN GOD,

Ook zijn verlangen (die Paulus dus al uitsprak hier in dit eerste hoofdstuk) verliep dwars door diezelfde wil van God.
Romeinen 15:32 Opdat ik met blijdschap, DWARS DOOR DE WIL VAN GOD, bij jullie mag komen,

De wil van God is dus een rustplekje voor ons. Maar is in onze ervaring dat nou ook altijd zo? Ik moet helaas tot mijn schande zeggen dat ik haast heel mijn geloofsleven wel al wist dat ik in genade mocht rusten in dat heerlijk volbrachte werk van de Heer, maar toch vaak weer op de prestatietoer voor God ging. Dan was Gods genade en Zijn wil er ook nog altijd. Natuurlijk! God blijft wel trouw, ook als wij ontrouw zijn. Maar dan zitten we in de ervaring van Romeinen 7. Dan houden we namelijk onze eigen zelfstandige wil over.
Romeinen 7:15 Wat IK WIL, dat doe ik niet,
Romeinen 7:16 Als ik doe, wat
IK NIET WIL, dan stem ik de wet toe, dat zij goed is.
Romeinen 7:18
HET WILLEN is wel bij mij, maar het goede doen, dat vind ik niet.
Romeinen 7:19 Het goede dat
IK WIL, doe ik niet, maar het kwade, dat IK NIET WIL, dat doe ik.
Romeinen 7:20 Als ik dat doe, wat
IK NIET WIL, dan doe ik het niet meer, maar de zonde, die in mij woont.
Romeinen 7:21 Als
IK het goede WIL DOEN, dan is het kwade bij mij.
Dit hoofdstuk wordt zeker een onderwerp voor nog heel wat studies!

Maar eerst zou ik zeggen: Geniet van dat heerlijk rustplekje in de wil van God, die God dwars door Zijn Zoon voor jou bewerkt heeft!

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende