U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Met God spreken over geloof

Romeinen 1: 8 Allereerst DANK IK DE GOD van mij dwars door Jezus Christus voor jullie allen, omdat van JULLIE GELOOF gesproken wordt in de hele wereld.
Paulus spreekt de God aan. Dat doet hij niet zondermeer. Het kan zelfs niet zondermeer. Onze relatie met God loopt altijd via de Middelaar, de mens Christus Jezus.
1 Timotheüs 2:5 Er is één God en één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus,
De oorzaak van Paulus verlangen om God aan te spreken was omdat hij reden had om God dankbaar te zijn.

We lopen nu de oorzaak van Paulus dank door. Het onderwerp van Paulus dank aan de God is die hele groep gelovigen daar in Rome, want hij schrijft dat hij de God dankt voor hen allen. De reden waarom Paulus dit doet staat er ook achter, namelijk omdat van hun geloof gesproken wordt in de hele wereld.

Paulus is God dus dankbaar voor deze gelovigen in Rome omdat hij overal, waar hij maar komt over hun geloof hoort praten. Tjonge, zijn dit dan zulke uitblinkers in het geloven? Hebben deze gelovigen het geloven dan tot zo´n perfectie weten op te voeren, dat Paulus daar wel enorm enthousiast over moet zijn geworden, wat zijn dankbaarheid getriggerd heeft? Ik hoop dat je met mij toch wel tot de conclusie komt dat dit toch echt wel erg vreemd zou zijn. Dan zou die dank namelijk behoorlijk verkeerd geadresseerd zijn. Dan had Paulus die mensen daar in Rome moeten complimenteren en bedanken voor zo´n geweldige inzet aan geloof. Maar dat is hier niet het geval.

Nee, Paulus bedankt de God. Dat deze mensen allemaal gelovigen, geroepenen en heiligen zijn, is dus te danken aan de God, niet aan hun inzet. Het is te danken aan de God dat in de hele wereld van hun geloof gesproken wordt. Dat maakt dat we nog best een tijdje dat geloof, waarover gesproken wordt onder de loep mogen nemen. Het is namelijk iets wat God werkt en waar Paulus diezelfde God dan ook voor bedankt.

Voordat we beginnen met dat onder de loep nemen van het geloof bij deze Romeinen wijs ik graag nog eerst op het mooie onderwerp “Geloofsgehoorzaamheid”, waar Paulus zowel in Romeinen 1: 5 de brief mee start als dat hij in Romeinen 16: 26 de brief daarmee afsluit. Daar zijn we in onze zevende studie al diepgaand op in gegaan. Daar wijs ik nu graag weer naar terug. Daar hebben we namelijk al geproefd hoe God aan het werk is tot in die geloofsgehoorzaamheid bij de gelovigen. Dat hebben we dus al bekeken, dus laat ik In dit overzicht in deze studie deze twee uitspraken dan ook achterwege en vanzelfsprekend ook onze uitgangstekst Romeinen 1: 8. Verder komen alle andere teksten over het geloof te midden van de Romeinen eventjes langs.

Nu hebben we hier dus alleen even een kort overzicht van alle teksten in deze Romeinenbrief over dit geloof. Stap voor stap zullen we bij het bestuderen van deze hele brief ook elke uitspraak over het geloof apart ruimschoots onder de loep nemen. Nu eerst eens even kijken waar Paulus Vader God nou eigenlijk precies voor bedankt.

1. Paulus is o.a. de prediker van dit geloof:
Romeinen 10:8 Dit is HET WOORD VAN HET GELOOF, dat wij prediken:
Romeinen 10:14 Hoe zullen zij Hem aanroepen,
TOT IN WIE zij niet GELOOFD hebben? En hoe GELOVEN, van Wie zij niet gehoord hebben?
Romeinen 10:16 Wie heeft onze prediking
GELOOFD?
Romeinen 10:17
HET GELOOF vanuit gehoor,

2. Geloven staat echt altijd tegenover werken:
Romeinen 3:27 Waar is de roem? Hij is uitgesloten. …. Dwars door DE WET VAN GELOOF.
Romeinen 9:32 niet
VANUIT GELOOF, maar uit werken van wet.

3. Het geloof is geen krachtsinspanning van ons als mens, maar is ons door God geschonken:
Romeinen 3:2 AAN HEN werden de woorden van de God GELOOFD.
Romeinen 12:3
MAAT VAN GELOOF, zoals de God aan iedereen uitdeelt.

4. Het is het geloof van God en Christus, wat gerechtigheid uitwerkt, van waaruit ze nu mogen leven:
Romeinen 1:17 Gerechtigheid van God wordt daarin geopenbaard VANUIT GELOOF TOT IN GELOOF, zoals geschreven staat: Maar de rechtvaardige zal VANUIT GELOOF LEVEN.
Romeinen 3:3 Als
SOMMIGEN ONGELOVIG zijn geweest, zal HUN ONGELOOF HET GELOOF VAN DE GOD te niet doen?
Romeinen 3:22 Gerechtigheid van God dwars door
GELOOF VAN JEZUS CHRISTUS tot in allen, en op ALLEN DIE GELOVEN;
Romeinen 3:26 Hij rechtvaardigt hem die
VANUIT GELOOF VAN JEZUS is.

5. De rechtvaardiging is puur door geloof alleen:
Romeinen 3:28 Wij stellen vast, dat de mens gerechtvaardigd wordt DOOR GELOOF,
Romeinen 3:30 Er is één: de God, die besnedenen rechtvaardigen zal
VANUIT GELOOF, en onbesnedenen DWARS DOOR HET GELOOF.
Romeinen 4:5
WIE GELOOFT op Hem, die de goddeloze rechtvaardigt, wordt ZIJN GELOOF gerekend tot in gerechtigheid.
Romeinen 5:1 Wij dan,
GERECHTVAARDIGD VANUIT GELOOF, hebben vrede met de God dwars door onze Heer Jezus Christus,
Romeinen 9:30 Een gerechtigheid die
VANUIT GELOOF is.
Romeinen 10:6 De gerechtigheid
VANUIT GELOOF,

6. Onder het nieuwe verbond hebben ze het duidelijk voorbeeld van hun eigen vader Abraham:
Romeinen 4:3 ABRAHAM GELOOFDE de God en het werd hem tot in gerechtigheid gerekend.
Romeinen 4:9 Aan de Abraham is
HET GELOOF tot in gerechtigheid gerekend.
Romeinen 4:11 Hij ontving het teken van de besnijdenis als zegel van de gerechtigheid van
HET GELOOF, dat hij had in de onbesneden staat, tot in het zijn van vader van ALLEN DIE GELOVEN dwars door het onbesneden zijn,
Romeinen 4:12 Hen die wandelen in de voetstappen van
HET GELOOF VAN ONZE VADER ABRAHAM in zijn onbesneden staat.
Romeinen 4:13
DWARS DOOR GERECHTIGHEID VAN GELOOF verkreeg Abraham of zijn nageslacht de belofte,
Romeinen 4:16 Het is
VANUIT GELOOF, dat in overeenstemming met genade is en waardoor dus de belofte zeker is voor het hele nageslacht, niet alleen dat wat vanuit de wet is, maar ook dat wat VANUIT HET GELOOF VAN ABRAHAM is,
Romeinen 4:17
HIJ GELOOFDE in God, die de doden levend maakt, en de dingen die niet zijn, roept, alsof zij waren,
Romeinen 4:18 Die tegen hoop op hoop
GELOOFD heeft,
Romeinen 4:19 Niet
ZWAK IN HET GELOOF,
Romeinen 4:20 Hij twijfelde niet aan de belofte van de God
DOOR ONGELOOF, maar werd GESTERKT IN HET GELOOF en gaf eer aan de God,

7. Het geloof is de bron waar vanuit ze leven:
Romeinen 15:13 De God van de hoop vervult je met alle blijdschap en vrede (rustend) in HET GELOVEN,

8. Geloof is het wat de wandel uitwerkt in overeenstemming met de roeping:
Romeinen 3:31 Stellen wij dan de wet buiten werking door HET GELOOF? Volstrekt niet! Maar wij bevestigen de wet.
Romeinen 4:14 Als zij die vanuit de wet zijn, erfgenamen zijn, dan is
HET GELOOF helemaal leeg gemaakt.
Romeinen 5:2 We hebben de toegang verkregen door
HET GELOOF tot in deze genade, waarin wij staan,
Romeinen 6:8 Aangezien wij met Christus gestorven zijn,
GELOVEN wij, dat wij ook met Hem zullen leven,
Romeinen 11:20 Zij zijn afgebroken door
HET ONGELOOF en jullie staan door HET GELOOF.

9. Het geloof in het evangelie is ook een individuele zaak, die iedereen zal leren kennen:
Romeinen 1:16 Het blijde bericht is Gods kracht tot in redding voor IEDEREEN DIE GELOOFT,
Romeinen 3:25 Hem
Christus Jezus) heeft de God gesteld tot een verzoendeksel dwars door HET GELOOF IN ZIJN BLOED,
Romeinen 4:24 Ons,
DIE GELOVEN op Hem, die Jezus, onze Heer, uit de doden heeft opgewekt,
Romeinen 9:33 Iedereen die op Hem
GELOOFT, zal niet beschaamd worden.
Romeinen 10:4 Christus is de voltooiing van de wet tot in gerechtigheid voor
IEDEREEN DIE GELOOFT.
Romeinen 10:9 Als jij in je mond Jezus als Heer zult belijden en
IN JE HART GELOVEN, dat de God Hem uit de doden heeft opgewekt, zal je gered worden.
Romeinen 10:10
MET HET HART GELOOFT MEN tot in gerechtigheid en met de mond belijdt men tot in redding.
Romeinen 10:11 Iedereen die op Hem
GELOOFT, zal niet beschaamd worden.
Romeinen 13:11 Onze redding is nu dichterbij, dan toen wij
TOT GELOOF KWAMEN.

10. Het geloof is datgene wat deze gelovigen in Rome samenbond:
Romeinen 1:11-12 Ik verlang jullie te zien, …….om in jullie samen mee vertroost te worden dwars door DE IN ELKAARS GELOOF,

11. Dan blijken er ook al in Rome verschillende opvattingen binnen het geloof te zijn zonder dat dit als een domper op de dank van Paulus werkt.
Romeinen 14:1 de ZWAKKE IN HET GELOOF echter,
Romeinen 14:2 De één
GELOOFT alles te mogen eten,
Romeinen 14:22
HEB JIJ GELOOF? Heb het bij jezelf voor de God.
Romeinen 14:23 Wie twijfelt, als hij eet, is veroordeeld, omdat het
NIET VANUIT GELOOF is; en alles wat NIET VANUIT GELOOF is, is zonde.

Romeinen 1: 8 Allereerst
DANK IK DE GOD van mij dwars door Jezus Christus voor jullie allen, omdat van JULLIE GELOOF gesproken wordt in de hele wereld.
Wat een heerlijke opsomming van alle aspecten van het geloof zoals Paulus dit onder de gelovigen daar in Rome mocht aantreffen. Dat Paulus dan voor alles, dus in de allereerste plaats, op zijn knieën valt om Vader God dwars door Jezus Christus heen daarvoor te bedanken is dan ook eigenlijk vanzelfsprekend. Maar nu…..!!!!!

Ja, er is hier zelfs nog iets groters gaande. De uitdrukking “Ik dank”, dat we hier in deze tekst tegenkomen is het Griekse woord “eucharisteo”. Het woordje “charis” kennen we inmiddels wel al, mag ik aannemen. Dat betekent “genade”. Maar het woord dat Paulus hier gebruikt bestaat uit twee delen. Dat is “eu” en dat is als tweede deel “charisteo”, dat feitelijk afgeleid is van “charizomai”, oftewel in het Nederlands “genade bewijzen”. Dat eerste deel “eu” betekent “goed” of “voortreffelijk”. Waar Paulus hier in deze brief dus in de allereerste plaats mee begint is tot God spreken van die voortreffelijke of goede genade. Maar, eh, wat was dan nog maar het onderwerp waarover hij met Vader God wou spreken? Ja, dat is dat geloof van deze Romeinen, waarover in de hele wereld gesproken werd! “Wow!”, zegt Paulus hier als het ware, “wat een voortreffelijke genade van God! Daar kan ik niet stil over blijven naar God toe!” Daarom valt Paulus hier op de knieën voor Vader God en bespreekt dat dwars door de Middelaar, Jezus Christus, heen.

Komt die voortreffelijke genade van God nog vaker terug in deze brief? O, jazeker!!! Daar zitten vier razend boeiende uitspraken van Paulus over die voortreffelijke genade in deze brief, die ik hier weer eventjes op de rit zet.
Romeinen 1:21 Dwars door het kennen van de God, verheerlijkten of DANKTEN/SPRAKEN VAN VOORTREFFELIJKE GENADE ze Hem niet als God,
Romeinen 7:25 Ik
DANK/SPREEK VAN VOORTREFFELIJKE GENADE tot de God dwars door Jezus Christus, onze Heer!
Romeinen 14:6 Wie eet, eet voor de Heer, want hij
DANKT/SPREEKT VAN VOORTREFFELIJKE GENADE tot de God; en wie niet eet, laat het na voor de Heer, en hij DANKT/SPREEKT VAN VOORTREFFELIJKE GENADE tot de God.
Romeinen 16:4 ik
DANK/SPREEK VAN VOORTREFFELIJKE GENADE hen (martelaren) niet alleen, maar ook alle gemeenten van de volken,
Je ziet het, alles, echt alles staat in relatie tot die voortreffelijke genade van Vader God. Dat wordt nog razend boeiend als we eenmaal aan die gedeelten toe zijn gekomen. Hier in vers 8 van dit eerste hoofdstuk spreekt Paulus echter tot Vader God over die voortreffelijke genade dwars door Jezus Christus vanwege het geloof dat werkt in deze Romeinen. Wat een feest! Alles aan dat geloof blijkt genade te zijn!

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende