U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Het vieze konijn

In 't gedrang, op de gang
bonken grote poten rond.
't Is heel gek, bij het hek,
waar ik koeien loeiend vond
ligt heel klein het konijn
in de vette koeiestront.

En de koeiekolonie bekijkt de attractie.
Ze zijn vol confictie, dit eist een correctie.

Al de voetjes van die koetjes
stampen stevig op de grond.
"'t is van mij, waar j' in glij!
Wat is je verschoningsgrond?"
"'k Viel erin." "Da's onzin!
Je excuus is ongegrond."

En de koeienagressie bereikt een explosie:
"Het is toch jandorie onz' eigen creatie!

Wij maar poepen en jij roepen
met 't schuim daar op je mond,
filoos'feren als die heren
van de ijzig koude grond.
Nee, wij sluiten je nu buiten
ons gezaam'lijk strontverbond."

Zo verandert frustratie van koeien de kwestie
tot evacuatie van 't vies bontig baasie.

"Maak nu even, heel bedreven,
dat je hier de wei uit komt.
Onrein zwijn, vies konijn,
zorg maar dat je nu verdwijn
met je klef konijnebont."

Met een stankconditie in een keurige taxi
is ook geen remedie in deez' dwaze komedie.

Ruik hem lopen als mesthopen,
tot een stinkdiertje vermomd.
Is er iemand die beweert
dat hij ooit nog wederkeert?
Die's beschonken erin gestonken.
Zorg maar dat je dat voorkomt.
't is een lied, geloof je 't niet?
J' hebt 't uit m'n eigen mond.

Dus de tragedie van de hele historie
is dat geruzie slechts voert in penarie.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende