U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Yahweh, De Rots Van Hun Redding

Deuteronomium 32: 4 Ik zal de naam van Yahweh proclameren; geeft grootheid onze God, de Rots,
Vijf keer wordt Yahweh de Rots genoemd in dit hoofdstuk (vers 4, 15, 18, 30 & 31). Vijf is het getal van genade. Yahweh handelt met Zijn volk in genade, ook al is dit een hoofdstuk vol van het oordeel van God. Yahweh is de Rots. In alle tumult waar wij als mensen doorheen gaan, en waar Mozes in dit lied ook ruimschoots over spreekt, is onze God een vaste zekerheid. Hij is en blijft ten allen tijde een krachtige bescherming, een veilige toevlucht. Hij staat vast als de Rots in Zijn werken. Hij staat vast als de Rots in Zijn wegen. Hij staat vast als de Rots in Zijn oordelen. Hij staat vast als de Rots in Zijn trouw. Hij staat vast als de Rots in Zijn rechtvaardigheid. Hij staat vast als de Rots in Zijn waarachtigheid. In al die oordelen, die Mozes in dit lied profeteert en die het volk Israel nog door zal gaan, zal God er voor Zijn volk zijn als een vaste beschermende rots, hun toevlucht.

In dit lied van Mozes zijn al Gods wegen oordeel. Maar in al die wegen is God de Rots! In dat oordeel van God is en blijft God de Rots van Zijn volk. Misschien wel een beetje gek gezegd, maar voor dit aardse volk Israel is Yahweh feitelijk de Moeder.
Deuteronomium 32: 18 De Rots, die jou [Israel] verwekt heeft,
God is en blijft de veilige schuilplek, zoals Moeder altijd Moeder blijft. Je kan het nog zo verprutst hebben, maar Moeder blijft Moeder. Die God, die Yahweh, proclameert Mozes in zijn lied.

God is en blijft de vaste grond, de Rots, ook voor hen die onder dat oordeel zijn. God verandert niet. Dus begint Mozes zijn proclamatie van Yahweh, die in al Zijn wegen oordeel is, met de proclamatie dat Yahweh in al die wegen de veilige schuilplaats is. Het is de God van liefde, die Zijn genade ook werkt in Zijn oordeel.

Ook voor ons is God dwars door alles wat we in deze wereld ondervinden en in wat God ook in zijn oordelende liefde over ons brengt de vaste Rots, waar we onze rust, onze vrede, onze vastigheid mogen vinden.
1 Samuel 2:2 Er is niemand heilig gelijk Yahweh, want niemand is er buiten U, en er is geen rots gelijk onze God.
2 Samuel 22:3 mijn God, de Rots, bij wie ik schuil,
2 Samuel 22:32 Wie is een rots buiten onze God?

Ook hier heb je opnieuw precies hetzelfde als bij die grootheid van Yahweh. God is onze Rots. Hij is dat als we ons daaraan vastklampen in geloof. Hij is het nog steeds als we het vergeten. Hij is het zelfs als we er helemaal niet meer in geloven. God verandert niet. In dit lied beschrijft Mozes hoe het volk Israel haar Rots vergeet.
Deuteronomium 32:18 De Rots, die jullie verwekt heeft, hebben jullie veronachtzaamd en vergeten de God, die jullie heeft voortgebracht.
Maar daarmee is die Rots nog niet geweken. Zij waren God wel vergeten, maar God was hen niet vergeten. Hij ontfermde Zich. Hij deed herleven. Hij genas. De Rots blijft. Het genot is er echter alleen als je ogen ervoor open gaan.

Deze Rots staat ook nog eens solide als hun redding.
Deuteronomium 32:15 De Rots van zijn redding.
God wordt met name de redding van Israel genoemd. Al deze verschillende kenmerken worden over Yahweh geproclameerd door Mozes in zijn lied terwijl hij over de wegen van Yahweh spreekt als oordeel. Ook Jesaja tekent God als de redding van het volk en als hun Rots en burcht. Dat terwijl ze helemaal afgeweken waren.
Jesaja 17:10 Jullie hebben de God van jullie redding vergeten en aan de Rots, jullie burcht, hebben jullie niet gedacht.
Zij vergaten, maar God vergat niet. Hij bleef hun Rots. Hij bleef Moeder. Hij bleef hun redding.

Deuteronomium 32: 4 Onze God, de Rots,
Door alleen maar binnen de tekst van het Oude Testament te blijven zouden we natuurlijk een wezenlijke verwijzing missen. Letterlijk wijst onze tekst er feitelijk al op hoe belangrijk deze Rots wel is. Doordat één lettertje in dit Hebreeuwse woord net even groter dan gebruikelijk is, wijst de tekst eigenlijk dus op ‘deze’ Rots of ‘die’ Rots. Daarmee is dit die specifieke Rots of Steen van Israel geworden. Jakob had al naar deze opgestane Steen of Rots verwezen.
Genesis 28:18 De volgende morgen vroeg nam Jakob de steen die hij onder zijn hoofd gelegd had, stelde die tot een opgerichte [opstanding] steen en goot er olie bovenop.
Genesis 28:22 Deze steen, die ik tot een
opgerichte steen gesteld heb, zal een huis van God wezen,

Deze Rots van Israel zou geslagen worden, waardoor het hele volk van God kon drinken.
Exodus 17:6 Ik zal daar voor je op de rots bij Horeb staan; dan zal je op de rots slaan en daaruit zal water te voorschijn komen, zodat het volk kan drinken.
Paulus legde onomstotelijk vast wie deze Rots van Israel was, die voor het volk geslagen werd opdat het hele volk te drinken had, die de dood is doorgegaan en is opgestaan en Wie tot een huis van God voor dit volk zou zijn.
1 Corinthe 10:4 Allen dronken dezelfde geestelijke drank, want zij dronken uit een geestelijke Rots, Die met hen meeging, en die Rots was de Christus.

In dit lied tekent Mozes profetisch hoe het volk Israel zich van deze Rots heeft afgewend en hoe het tot een steen des aanstoots en een rots der ergernis is geworden.
Romeinen 9:33 Ik leg in Sion een steen des aanstoots en een rots der ergernis,
1 Petrus 2:7 De steen, die de bouwlieden afgekeurd hadden, die is geworden tot een hoeksteen en een steen des aanstoots en een rots der ergernis,

Eigenlijk vinden we de hele weg van Yahweh met Zijn verbondsvolk Israel terug in deze benaming van Yahweh als de Rots. Hij is de Moeder, uit wie ze geboren zijn. Hij is de Messias die veracht en verworpen is, de Steen die de bouwlieden hebben afgekeurd. Hij is naar het kruis verwezen, de geslagen Rots. Hij heeft de dood overwonnen en is opgestaan uit de dood, de opgerichte steen. Maar Hij is en blijft hun Moeder, hun verbergplek, hun plek van veiligheid en Degene bij Wie ze hun dorst kunnen lessen. Hij is en blijft hun redding, ook als al Zijn wegen met hen oordeel zijn.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende