U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Het Lied Van Mozes

Telkens pakken we een hoofdstuk of een gedeelte uit de Bijbel, dat er heel sterk uitspringt. Dit keer is dat het lied van Mozes, zoals we die terugvinden in Deuteronomium 32.

Ik was nog maar net begonnen aan dit hoofdstuk, toen ik ontdekte dat dit een mateloos populair Bijbelhoofdstuk geworden is vanwege een hel en verdoemenispreek uit 1741 door ene Jonathan Edwards. (Als je hier clickt kan je die Bijbelverdraaiing voor jezelf teruglezen.)
Nadat we het hele hoofdstuk, Deuteronomium 32, hebben doorgenomen gaan we nog aandacht besteden aan zijn betoog.

We beginnen met het lied van Mozes. Opvallend is hoe vaak het oordelen door Yahweh hierin voorkomt.
Deuteronomium 32:3-4 Ik [Mozes] zal de naam Yahweh proclameren; geeft grootheid onze God,de Rots, wiens werk volkomen is, omdat al Zijn wegen oordeel zijn; een God van trouw, zonder onrecht, rechtvaardig en waarachtig is Hij.
Deuteronomium 32:22
Een vuur is in Mijn toorn ontstoken, het brandt tot in de diepten van het dodenrijk; het verteert de aarde met wat zij opbrengt en verzengt de grondvesten van de bergen.
Deuteronomium 32:35-36 Mij komt
de wraak toe en de vergelding tegen de tijd, dat hun voet zal wankelen, want de dag van hun verderf is nabij, snel komt nader wat over hen is beschikt. Yahweh zal Zijn volk oordelen en Zich ontfermen over Zijn knechten;
Deuteronomium 32:39-41 Ziet nu, dat Ik, Ik het ben, daar is geen God, behalve Mij. Ik
dood en doe herleven, Ik verbrijzel en Ik genees, en niemand is er die redt uit mijn macht. Voorwaar, Ik hef Mijn hand ten hemel en zeg: Zowaar Ik in eeuwigheid leef: als Ik Mijn bliksemend zwaard wet, en Mijn hand grijpt naar het gericht, dan zal Ik wraak oefenen aan Mijn tegenstanders, en vergelding brengen over wie Mij haten.
Deuteronomium 32: 43 Jubelt, jullie natiën, om Zijn volk, want Hij
wreekt het bloed van Zijn knechten, Hij oefent wraak aan Zijn tegenstanders en verzoent Zijn land, Zijn volk.

Deuteronomium 32 is dan wel geliefd onder hel en verdoemenispredikers, ze gaan echter voorbij aan de centrale tekst die je boven dit hoofdstuk zou kunnen plaatsen.
Deuteronomium 32:9 Het deel van Yahweh is Zijn volk, Jakob is het Hem toegemeten erfdeel.

O ja, God gaat in oordelen met Zijn volk om, maar niet om Zijn erfdeel voor altijd in het vuur te laten verteren. Die oordelen zijn er om Zijn erfdeel er gelouterd als fijn goud uit naar boven te laten komen.
Deuteronomium 26:19 Hij zal jullie verheffen tot een lof, een naam en een sieraad, boven alle volken die Hij geschapen heeft en dan zullen jullie een volk zijn, geheiligd aan Yahweh, jullie God, zoals Hij gezegd heeft.
Titus 2: 14 Hij heeft Zich voor ons gegeven om ons vrij te maken van alle ongerechtigheid, en voor Zich te reinigen een eigen volk, volijverig in goede werken.

Dit lied van Mozes was al besproken in het voorgaande hoofdstuk van Deuteronomium:
Deuteronomium 31: 19 Schrijf dit lied op en leer het de Israëlieten, leg het hun op de lippen, opdat dit lied Mij tot getuige zij tegen de Israëlieten.
Deuteronomium 31: 21 Wanneer veel rampen en benauwdheden hen treffen, dan zal
dit lied tegen hen getuigenis afleggen,
Deuteronomium 31: 22 Toen schreef Mozes
dit lied op en leerde het de Israëlieten.
Deuteronomium 31: 30 Toen sprak Mozes ten aanhoren van de hele gemeente van Israel de woorden van
dit lied ten einde toe.

Dit lied neemt een heel speciale plek in. Het staat namelijk tussen het definitieve einde van de dienst van Mozes en de start van de dienst van Jozua. De dienst van Mozes staat feitelijk voor de hele bediening van de wet. Mozes had het volk niet in de rust kunnen brengen, dat zou Jozua doen. De poging om in eigen kracht de wet te houden zou het volk Israel ook nooit in de rust brengen. De ware Jozua, Christus Jezus, zal het volk eens werkelijk in de rust brengen. Paulus werkt dat gegeven uit in de enige brief van zijn hand dat specifiek aan het volk Israel was gericht: De Hebreeën.

Een wel heel duidelijke aanwijzing dat we hier niet met een menselijk geschrift te maken hebben is wel het feit dat gelijk bij deze overdracht van dienst al een zeer somber beeld getekend wordt van het volk.
Deuteronomium 31: 29 Ik weet, dat jullie na mijn dood zeer verderfelijk handelen zullen en afwijken van de weg, die ik jullie geboden heb; daarom zal na verloop van tijd het onheil over jullie komen, wanneer jullie doen wat kwaad is in de ogen van Yahweh en Hem krenken door het maaksel van jullie handen.
Een menselijk auteur zou liever kiezen voor een succesverhaal. God tekent de werkelijkheid van ons menselijk handelen.

Dit is de tekening van het volk onder de dienst van Jozua, maar in het lied van Mozes zien we het profetisch perspectief hoe dit verder gaat in de verwerping door het volk van hun Messias en hoe God in oordelen toch tot Zijn doel komt met Zijn volk. Hij komt Zijn volk rechtzetten. Dat is ook precies de letterlijke betekenis van een rechtvaardig oordeel. Hoe dit volk ook zal afwijken. God verlaat hen niet.
Deuteronomium 31: 6 Yahweh, jullie God, zelf gaat met jullie mee; Hij zal je niet begeven en je niet verlaten.
Deuteronomium 31: 8 Yahweh zelf zal voor jullie uit trekken, Hij zelf zal met je zijn, Hij zal je niet begeven en je niet verlaten;

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende