U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Gods Genadig Oordeel Met Een Goed Einde

Deuteronomium 32: 22 Een vuur … verzengt de grondvesten van de bergen.
Het vuur van Gods oordeel verzengt de grondvesten van de bergen. In welke bergen vind je die grondvesten terug? Hier is duidelijk sprake van de fundamenten die in de bergen verankerd lagen. Als je met een altijddurende hel op de loop gaat in deze tekst, dan zal je grote moeite hebben deze uitspraak, ook al zal je nog zo je best doen om het te vergeestelijken. Bij de verwoesting van Jeruzalem en de tempel in het jaar 70 hoef je deze uitspraak alleen maar letterlijk zo te nemen zoals die hier staat.

Met name de tempel van Jeruzalem was bovenop de berg Moria gebouwd. Herodus de Grote had echter ook nog een burcht Antonia op die berg laten bouwen, plus nog eens een groot waterreservoir. Alles is onder leiding van Titus door de Romeinen met de grond gelijk gemaakt. De grondvesten van de bergen zijn letterlijk door het vuur verzengd.

Het gedeelte hierna in dit lied van Mozes dat in heel directe bewoordingen spreekt over Gods oordelen is de volgende:
Deuteronomium 32:35-36 Mij komt de wraak toe en de vergelding tegen de tijd, dat hun voet zal wankelen, want de dag van hun verderf is nabij, snel komt nader wat over hen is beschikt. Yahweh zal Zijn volk oordelen en Zich ontfermen over Zijn knechten;

Van vers 22 t/m vers 36 is een hele sprong. Bovendien zitten ook in die tussenliggende teksten overduidelijke heenwijzingen naar de oordelen van God. Die kunnen we eigenlijk ook niet zomaar overslaan. Hier komt daarom een overzicht van de profetische lijn zoals die in deze verzen naar voren komt.

Je zou kunnen zeggen dat je in de verzen 23 t/m vers 30 de tijd tegenkomt vanaf de verwoesting van Jeruzalem tot aan de Dag des Heren. De verzen 35 & 36, die we hierboven weer als kenmerkende oordeelsteksten tegenkomen, bevinden zich dus als het ware in die grote toekomst van de Dag des Heren, oftewel het moment dat God de draad met Zijn aardse volk Israel weer oppikt.

Natuurlijk lees je in deze Oud Testamentische profetie niets over de Gemeente, het Lichaam van Christus. Ook al valt dit qua tijd binnen dezelfde periode die we in vers 23 t/m 30 tegenkomen, de Gemeente was voor Handelingen 28 een volledige verborgenheid. Daar zal je dus vergeefs naar zoeken.

Romeinen 11:11 Door hun [Israel] val is het heil tot de heidenen gekomen,
Dat blijkt in deze verzen 23 t/m 30 ook helemaal naar voren te komen. Ook al wordt er overduidelijk gesproken van oordelen blijkt in deze verzen de genade niet alleen ten opzichte van Israel naar voren te komen, maar ook ten opzichte van hun vijanden, de Romeinen.

Voor het overzichtelijk houden van dit hoofdstuk lopen we nu globaal die teksten door.
Klaagliederen 2:4 Hij heeft zijn boog gespannen als een vijand,
De verstrooiing van het volk Israel onder de volkeren is zonder meer een oordeel van God. Ter illustratie daarvan staat hier nu wel een portie beeldspraak in dit lied van Mozes.
Deuteronomium 32:23 Ik zal rampen over hen ophopen, al Mijn pijlen tegen hen afschieten.
De letterlijke rampen noemt God hier Zijn pijlen. Dat is de beeldspraak. We krijgen een opsomming van vijf pijlen. Dat zijn weer heel letterlijke oordelen:

1e. Hongersnood
Deuteronomium 32:24 Als zij uitgeput zijn van honger,
De historicus Josephus beschrijft deze enorme hongersnood tijdens de belegering van Jeruzalem.
2e. Hevige koorts & de pest
Deuteronomium 32:24 Verteerd van koortsgloed en dodelijke ziekte,
3e. Wilde dieren & slangen
Deuteronomium 32:24 Ik zal de tanden van de wilde dieren tegen hen loslaten, met het venijn van wat schuifelt in het stof.
Bij hun vlucht in de woestijn raakte deze pijl hen terwijl ze schuilden in de grotten. Bovendien werden ze door de Romeinen in de arena voor de leeuwen gegooid.
4e. Doodslag & Terreur
Deuteronomium 32:25 Buitenshuis het zwaard, binnenskamers de ontzetting:
Dan als laatste, vijfde pijl:
5e.
Verkrachting, kindermisbruik & mishandeling van vrouwen & ouderen
Deuteronomium 32:25 verdelgen, … jongeling zowel als maagd, zuigeling en grijsaard.
Het bloedbad in Syrië, in het plaatsje Houla, met al die kinderlijkjes en afgeslachte vrouwen staat ons nog op het netvlies gebrand. Dit is niets vergeleken bij wat zich daar in Jeruzalem heeft afgespeeld.

Wow, noem je dat genade? Noem je dat goedertierenheid? Noem je dat barmhartigheid? Jazeker is dit oordeel en oordeel is nooit mooi. Maar God is en blijft liefde!
1 Johannes 4:8 God is liefde.
1 Johannes 4:16 God is liefde,
Was dit oordeel uit onbegrensde woede geweest, dan was het volk Israel afgeslacht eens voor altijd. Maar dit oordeel was liefde om hen te herstellen, om hen op te voeden.

Deuteronomium 32:26 Ik zou gezegd hebben: Ik zal hen wegblazen, een einde maken aan hun gedachtenis onder de stervelingen,
Ja, dat had Yahweh kunnen doen, maar hij openbaarde genade in Zijn oordeel ten opzichte van Zijn aardse volk Israel.

Dat het heil nu naar de heidenen gegaan was, blijkt uit de volgende verzen.
Deuteronomium 32:27-28 indien Ik de hoon van de vijand niet gevreesd had, dat hun tegenstanders het zouden misverstaan en zeggen: onze hand was verheven, niet Yahweh heeft dit alles gedaan. Want zij zijn een volk, dat elk begrip mist, en er is bij hen geen inzicht.
Yahweh wilde dat ook die heidenen Hem niet verkeerd begrepen. Hij wenste dat ze leerden niet op hun eigen kracht te vertrouwen, maar op Hem. Als volk waren ze totaal onbekend met deze zaken, daarom kwam God in genade hen tegemoet.

Deuteronomium 32:29 Indien zij wijs waren, zouden zij dit verstaan, zij zouden op hun einde letten.
Let op het einde. God heeft een plan dat naar de toekomst leidt. Hij werkt heen naar een perfect einde. Die heidenvolkeren worden hier opgeroepen Gods plan te bezien. Gods weg met de heidenen is evenals met Zijn aardse volk Israel een weg van genade. De weg met het goede einde.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende