U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Gods Goedertierenheid Wijkt Niet In Zijn Oordeel

Het wordt nu wel weer eens tijd om deze tweede Bijbeltekst zelf over letterlijk het oordeel aan een nader onderzoek te onderwerpen.
Deuteronomium 32:22 Een vuur is in Mijn toorn ontstoken, het brandt tot in de diepten van het dodenrijk; het verteert de aarde met wat zij opbrengt en verzengt de grondvesten van de bergen.

Het is weer eens overduidelijk waarom liefhebbers van het sprookje ‘hemel of hel’ zo’n voorkeur hebben voor de Staten Vertaling.
SV Deuteronomium 32: 22 Een vuur is aangestoken in Mijn toorn, en zal bernen tot in de onderste hel, en zal het land met zijn inkomst verteren, en de gronden der bergen in vlam zetten.

Bij een dergelijke vertaling vraag ik me dan gelijk af hoeveel hellen er dan wel moeten zijn, wil het hier gaan over de onderste hel. In elk geval laat een dergelijke vertaalmisser geen enkele ruimte meer over voor een eventueel oordeel van God dat opvoedend of herstellend zou kunnen zijn. En dat is nou juist het onderwijs in deze profetische proclamatie.

O ja, misschien vind jij mijn opmerking over de hel wel zeer stuitend en vind je dat ik voorbijga aan de o zo overduidelijke bewoordingen hier in de heilige Staten Vertaling. Ik vraag je dan nog eens mijn studie (Hot Item De Hel 1) over dit Hebreeuwse woordje ‘Sheol’ aan te clicken.

Dan nog even over die zogenaamde onderste hel. Die gradatie zit helemaal niet in dit woord. Letterlijk staat hier: ‘Het graf beneden’. Grappig genoeg ben ik al in diverse studies de vraag tegengekomen of er een gradatie in graven bestaat. Daarmee wil men aangeven dat ‘hel’ hier de enige juiste vertaling zou moeten zijn. Ik ben dan benieuwd naar de opsomming van de diverse hellen onder elkaar, als dat zo vanzelfsprekend zou zijn.

Zowel in de NBG als in de Staten Vertaling heeft men de betekenis van dit Hebreeuwse woord volslagen ten onrechte omgebogen naar het eigen inzicht van een plek van altijddurende foltering. De simpele betekenis van dit woordje ‘Sheol’ is het graf. Dit past ook volkomen in de lijn van het profetische betoog dat Mozes hier mag proclameren.

De dood (waar die graven voor nodig zijn) heeft een behoorlijke plek binnen het oordeel van de verwoesting van Jeruzalem en de tempel en de daarbij behorende diaspora. Het totaal aantal slachtoffers wordt geschat op 600.000 tot 1.300.000 doden. De Romeinen slachten hele families af, waaronder iedereen die ze ervan verdachten een afstammeling te zijn van het huis van David.

Naar de opvatting van veel mensen is de dood het definitieve einde. Veel christenen hebben zich echter ook nog het denkbeeld eigen gemaakt van een dodenrijk, waar je dan zou terechtkomen. Net naar gelang de visie, die men heeft, denkt men dat men dan voor altijd gefolterd zal worden als men
a/ zich niet goed gedragen heeft of als men
b/ geen keuze voor Christus gemaakt heeft in dit leven.
In beide gevallen is die hel dus simpel het resultaat van het gebrek aan eigen inspanning.

De ongelovige mens, die de dood als het definitieve einde ziet, zal blijken het mis te hebben. Maar ook die gelovigen die een altijd durende beloning of afstraffing verwachten op grond van eigen inspanningen staan nog heel wat verrassingen te wachten. Er staat namelijk voor allen nog een definitieve opstanding te wachten.
Deuteronomium 32:39 Ik dood en doe herleven, Ik verbrijzel en Ik genees,
Dat is dus geen definitief eind, maar een absoluut nieuw begin.

Deuteronomium 32:22 Een vuur is in Mijn toorn ontstoken, het brandt tot in de diepten van het dodenrijk; het verteert de aarde met wat zij opbrengt en verzengt de grondvesten van de bergen.
Er is een vuur in Gods toorn ontstoken. Dit is een uitdrukking waar ik me eigenlijk geen enkele voorstelling bij kan maken. In het Hebreeuwse woord voor ‘Toorn’ zit dat hard, stevig ademen door de neus, wat een duidelijk plaatje van woede en boosheid is. ‘Briesen’ noemt men dat wel. Gezien de context is het heel duidelijk geen woede die op één bepaalde persoon gericht is, of zelfs op enkele personen. Hier gaat het over Gods toorn dat zich richt op Zijn hele volk Israel.

Die brandende toorn van God leidt tot in de dood voor velen. Ik heb al gewezen op de ongeveer miljoen doden tijdens de verwoesting van Jeruzalem en de tempel in het jaar 70. Alles brandt met de grond gelijk af, of zoals het hier staat: het verteert de aarde met wat zij opbrengt en verzengt de grondvesten van de bergen.

Met het misbruik van deze tekst om mensen angst aan te jagen voor de hel maakt men, waarschijnlijk volslagen ongewild, dit oordeel over het volk Israel in het jaar 70 tot een definitief, onherroepelijk oordeel van God. In dit niet letterlijk lezen van wat er in de Bijbel staat is dan ook de gedachte dat Israel eens voor altijd heeft afgedaan vrij logisch. De dwaze leer dat wij nu in plaats van het Joodse volk zijn gekomen (vervangingstheologie) valt vanuit zo’n denken dan ook best te rechtvaardigen.

Maar de Bijbel is gewoon heel letterlijk op te vatten. Een graf wordt niet plotseling een hel die tot in alle eeuwigheden doorbrandt. Gods toorn is niet bedoeld om Zijn onmatige agressiviteit tot in de verste verten te bevredigen. God zit zo niet in elkaar. God is liefde! Dat blijft Hij! Ook in Zijn oordelen. En de letterlijke boodschap van dit hoofdstuk is ook totaal anders. Gods oordeel hier is om Zijn volk te herstellen, om het op te voeden, om het te genezen. Ja, Hij doodt en doet herleven.

Leert de Bijbel dit soort handelen van God?
Psalm 83: 13-16 Mijn God, maak hen als een werveldistel, als kaf voor de wind. Gelijk een vuur dat het woud verbrandt, gelijk een vlam die de bergen in laaiende gloed zet, vervolg hen zo met Uw storm, verschrik hen met Uw wervelwind; overdek hun aangezicht met schande, opdat zij Uw naam zoeken, o Yahweh.
Zie je hier het doel van Gods oordeel?

Deuteronomium 32:22 Het [vuur] verteert de aarde met wat zij opbrengt en verzengt de grondvesten van de bergen.
Nog even een overduidelijke aanwijzing dat dit oordeel specifiek betrekking heeft op het aardse volk van God: Israel. Het gaat over de aarde met haar opbrengst. Gods zegenende hand was over de aarde (oftewel het land) en haar opbrengt. Dat is geen belofte aan ons binnen het Lichaam van Christus. Ook Gods oordeel betrof dus dit land, oftewel deze aarde. Maar dat alles met herstel voor ogen.
Jesaja 54:10 Bergen mogen wijken en heuvelen wankelen, maar Mijn goedertierenheid zal van jullie niet wijken en Mijn vredesverbond zal niet wankelen, zegt jullie Ontfermer, Yahweh.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende