U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Verwoesting Van Jeruzalem

Deuteronomium 32:22 Een vuur is in Mijn toorn ontstoken, het brandt tot in de diepten van het dodenrijk; het verteert de aarde met wat zij opbrengt en verzengt de grondvesten van de bergen.
Aan het eind van zijn leven zingt Mozes een vreugdelied, een overwinningslied, en wie zingt er dan mee? Dat zijn nou precies diegenen over wie dit vuur is ontstoken. Dat zijn nou precies diegenen over wie Gods toorn ontbrand is. En let wel, zo’n vuur en zo’n oordeel is geen pretje! Veel gelovigen springen in de pen omdat ik in dit lied van Mozes hoop terugvind. Veel gelovigen vinden het een gruwel als we de les van dit lied van Mozes letterlijk nemen en dus Gods toorn en Gods ontstoken vuur niet als een definitief, altijddurend oordeel van de hel tekenen.

Dit lied van Mozes is het overwinningslied voor het aardse volk van God, Israel. Maar wat heeft dit volk moeten lijden! Wat voor ellende heeft dit volk moeten ondergaan en zal het nog ondergaan? Profetisch zagen we al dat dit ontstoken vuur van Gods oordeel naar voren wijst in de geschiedenis van Israel naar de verwoesting van Jeruzalem door de Romeinse overheersing en hun wegvoering in de diaspora.

De verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 was de afsluiting van wat wel de Joodse Oorlog wordt genoemd. Die Joodse Oorlog was feitelijk een opstand van joodse rebellen tegen de Romeinse overheersing. De val van Jeruzalem en de verwoesting van de tempel op 30 augustus 70 smoorde dit verzet letterlijk in de kiem. Die dag is dan ook de treurigste dag binnen het Jodendom. Als ‘Tisja Beav’ wordt deze verwoesting van de tweede tempel nog jaarlijks herdacht.

Maar kan je nou zeggen dat er een vuur was ontstoken? Kan je nou zeggen dat Gods toorn was ontbrand? Kan je nou zeggen dat het brandde tot in de diepten van het dodenrijk? Kan je nou zeggen dat het dat hele land verteerde samen met alles wat het opbracht? Kan je nou zeggen dat dit de grondvesten van de bergen verzengde? Ja! Er was geen houwen aan. De hele stad werd in de as gelegd. Alles ging in vlammen op!

Misschien dat je vol afgrijzen de voorgaande alinea’s hebt gelezen. Misschien dat je een dergelijk handelen van God gruwelijk vindt en je vol woede je vuist naar boven richt. ‘Zie je wel dat God een hard mens is!!!’, schreeuw je uit. Inderdaad redeneren veel gelovigen hierom Gods handelen in dergelijke praktische situaties weg. Dit soort zaken en met name als je ook nog eens aan de Holocaust denkt en wat mensen in hedendaagse oorlogen allemaal wel niet wordt aangedaan, dan hebben wij gelovigen heel vaak de neiging God te verdedigen door Hem als een onmachtige pion, die het ook maar overkomt, weg te zetten.

Op mijn site heb ik al meermalen aangetekend dat God niet zo’n slappe hannes is, zoals Hij volslagen ten onrechte vaak wordt voorgesteld.
Jesaja 5:19 Het raadsbesluit van de Heilige van Israel nadert en komt, opdat wij het leren kennen.
Jesaja 28:29 Ook dit
[Het werk van Yahweh] gaat van Yahweh Zebaoth uit; Hij is wonderbaar van raad, groot van beleid.

Wat wordt het vaak voorgesteld alsof het God ook maar bij de handen is afgebroken. Hij had het wel anders gewild, maar het liep nou eenmaal niet zoals Hij dat gepland had. Wat een belachelijk godsbeeld is dat? Men wijst op de afwijzing van de mens en zegt dan dat God het wel anders gewenst had, maar ja, de mens wil niet. De Bijbel spreekt anders.
Handelingen 2:23 Jezus Christus is naar de bepaalde raad en voorkennis van God uitgeleverd, jullie hebben Hem door de handen van wetteloze mensen aan het kruis genageld en gedood.

Inderdaad, het volk Israel heeft Hem verworpen. Dat is een keus, maar dat was geheel volgens het plan van God.
Romeinen 11:11 Door hun val Israel] is het heil tot de heidenen gekomen,
Niets loopt God uit de hand. En ik hoor de protesten al, met name van die gelovigen die net als ik een onderscheid in de diverse huishoudingen van God zien. ‘In onze tijd handelt God niet en zeker niet oordelend!’, roepen ze op het hardst. Dan kent men dus blijkbaar Paulus onderwijs nog niet echt.
Efeze 1:11 Het plan van God, Die in alles werkt naar de raad van Zijn wil,
Ook nu werkt God in alles [ECHT IN ALLES] naar de raad van Zijn wil.

Er is natuurlijk een enorm kenmerkend verschil tussen Gods handelen met Zijn aardse volk Israel in Deuteronomium 32, waar het oordeel van de verwoesting van Jeruzalem en de tempel en de wegvoering van de Joden in de verstrooiing een wel zeer aards en uiterlijk oordeel was en het feit dat God nu met ons, het bovenhemelse Lichaam van Christus, handelt.

Ook nu leidt God ons echter zo dat we in Zijn handelen met ons steeds meer leren dat wij zwakke schepselen zijn, die het geheel en al van Zijn genade mogen verwachten. Ook in ons leven dienen tegenslagen, ziekte, werkloosheid, armoede, en dergelijke ertoe om ons geheel en al te doen terugvallen op Zijn overvloeiende rijkdommen van genade.

Wanneer we hier eenmaal zicht op krijgen, dan worden we zulke gekke mensen die dankbaar kunnen zijn voor tegenslag, moeiten, pijn en lijden.
Romeinen 5: 2-4 Door de Here Jezus Christus hebben wij ook de toegang verkregen in het geloof tot deze genade, waarin wij staan, en wij pochen in de hoop op de heerlijkheid van God. En niet alleen hierin, maar wij pochen ook in de verdrukkingen, omdat wij weten, dat de verdrukking volharding uitwerkt, en de volharding beproefdheid, en de beproefdheid hoop;
2 Corinthe 11:30 Moet er gepocht worden, dan zal ik over mijn zwakheid pochen.
2 Corinthe 12:9 Mijn genade is genoeg voor jou, want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid. Heel graag zal ik dus in zwakheden nog meer pochen, opdat de kracht van Christus over mij komt.

Die zwakheid, die ellende in je leven. Dat is dus genade om jou weer je afhankelijkheid aan God alleen aan te tonen. Feitelijk is dat werk van God in je leven dus niks anders dan genade! Natuurlijk ervaar je het als beroerd. Israel ervoer die verwoesting van Jeruzalem en de tempel en hun wegvoering in de diaspora zeker als duffe ellende. Daar hoef je geen groot mensenkenner voor te zijn om dat door te hebben. Hoe ervoeren ze het?
Deuteronomium 32:22 Een vuur is in Mijn toorn ontstoken, het brandt tot in de diepten van het dodenrijk; het verteert de aarde met wat zij opbrengt en verzengt de grondvesten van de bergen.

God wil Zijn genade aan Zijn volk Israel kwijt. Dat handelen van God tekent zich hier af als Zijn oordeel. Het oordeel in het jaar 70 nadat ze hun Messias afgewezen hadden. Een definitief oordeel van altijddurende foltering? Nee, een opvoedend oordeel volgens plan, dat uitloopt op:
Deuteronomium 32: 43 Yahweh verzoent Zijn land, Zijn volk.
Romeinen 11:26 Zo zal heel Israel gered worden,

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende