U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Romeinen, Gods Toorn

Nadat we in onze vorige studie met Mozes profetisch perspectief meegewandeld zijn t/m vers 20, waar we middenin de dienst van Messias Jezus aan Zijn aardse volk Israel beland zijn, wordt het nu zo langzamerhand wel eens tijd om het oordeel van God in vers 22 binnen de juiste context te plaatsen. Hier komt nog eens dat oordelend vers.
Deuteronomium 32:22 Een vuur is in Mijn toorn ontstoken, het brandt tot in de diepten van het dodenrijk; het verteert de aarde met wat zij opbrengt en verzengt de grondvesten van de bergen.

Om nu dit oordeel van God juist te plaatsen, moeten we erachter komen binnen welke context dit oordeel staat. Dat betekent dat een juiste uitleg van het voorgaande vers, dat volgt op vers 20, waar we de aardse rondwandeling van Jezus hadden, essentieel is. Hier komt die tekst:
Deuteronomium 32:21 Zij verwekten Mij tot naijver door wat geen god is, zij krenkten Mij met hun ijdelheden. Daarom zal Ik hen tot naijver verwekken door wat geen natie is, door een dwaas volk zal Ik hen krenken.

Israel wordt tot jaloezie gedreven door iets wat geen natie is. Wat hier echter geen natie genoemd wordt, wordt direct daarop wel gekenmerkt als een dwaas volk. Profetisch zijn we weer een stap verder in de geschiedenis van het verkeerde geslacht Israel gekomen. Het volk Israel heeft het aanbod van het Koninkrijk door Petrus, op de Pinksterdag en daarna, opnieuw afgeslagen. God roept een apostel voor de heidenen, de niet joden: Paulus.

Petrus opent de deur van het Koninkrijk voor de heidenen in Handelingen 10 en met name Paulus oefent daar, onder de heidenen, zijn dienst uit. Ja, Mozes sprak profetisch al over geen natie, dat een dwaas volk was. Let wel, dit is nog altijd Gods geopenbaarde profetische lijn over Zijn weg met Zijn aardse volk Israel. In dat licht staat dit dwaze volk dat geen natie is.

Waarom heb ik het over Gods geopenbaarde profetische lijn met Zijn aardse volk Israel?
Efeze 3:9 De gemeenschap aan de verborgenheid, dat aionen lang verborgen is gebleven in God, de Schepper van alle dingen,
Colosse 1:26 De verborgenheid, dat aionen en geslachten lang verborgen is geweest, maar nu geopenbaard aan Zijn heiligen.

De Gemeente, het Lichaam van Christus, was toen nog geheel verborgen. Dat is letterlijk het tegenovergestelde van een geopenbaarde profetische lijn. Mozes kreeg in dit lied een blik in Gods handelen met Israel in de tijd van Paulus eerste bediening aan de heidenen.
Romeinen 10: 19-21 Ik [Paulus] vraag: heeft Israel het niet verstaan? Vooreerst zegt Mozes: Ik zal jullie naijverig maken op wat geen volk is, toornig op een onverstandig volk. En Jesaja waagt het te zeggen: Ik ben gevonden door wie Mij niet zochten, Ik ben openbaar geworden aan wie naar Mij niet vroegen. Maar van Israel zegt hij: De hele dag heb Ik Mijn handen uitgestrekt naar een ongehoorzaam en tegensprekend volk.
Romeinen 11: 11 Ik vraag dan: zij zijn toch niet zo gestruikeld, dat zij wel vallen moesten? Volstrekt niet! Door hun val is het heil tot de heidenen gekomen, om hen tot naijver op te wekken.

Mozes zei al dat dit aardse volk Israel enorm jaloers gemaakt zou worden. Waarom? Omdat Israel de edele olijfboom is. Maar God heeft als een oordeel over dit volk takken uit die edele olijfboom weggebroken en daar gelovige heidenen als loot tussen geënt. Het plekje voor het volk Israel werd hier door heidenen, dan wel gelovigen maar toch, ingepikt. Dat moest gigantische jaloersheid opwekken bij dit volk.

De Gemeente, het Lichaam van Christus, heeft een totaal andere bestemming. Wij mogen met Christus delen in de bovenhemelse. Wij zijn ook geen heidenen meer. Wij zijn leden van het Lichaam. Joodse gelovigen binnen de Gemeente, het Lichaam van Christus, zijn ook geen joden meer, maar leden van het Lichaam van Christus. Die heidenen, die geen natie zijn, maar wel een dwaas volk, die heidenen zitten als heidense gelovigen in die Olijfboom en nou juist dat feit, dat ze wel heidenen zijn, is de reden tot enorme jaloezie. En nu de vraag: Wekte dit nou ook de jaloezie op? Kijk maar eens naar de reactie:
Handelingen 22: 21-22 Hij [Christus] zei tegen mij: Ga heen, want Ik zal je uitzenden, ver weg, naar de heidenen. Zij hoorden hem aan tot dit woord toe; maar toen verhieven zij hun stem en riepen: Weg van de aarde met zo iemand: want hij behoort niet te blijven leven!

Wij, als Gemeente, roepen Israel dus niet op tot jaloezie. Onze taak is gericht op de machten en krachten in de hemelse.
Efeze 3:10 Nu wordt door middel van de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse de veelkleurige wijsheid Gods bekend gemaakt,

Hoe plaats je dus de aankondiging van Gods oordeel in dit tijdsbeeld van Paulus dienst aan de heidenen in de Handelingentijd?
Deuteronomium 32:22 Een vuur is in Mijn toorn ontstoken, het brandt tot in de diepten van het dodenrijk; het verteert de aarde met wat zij opbrengt en verzengt de grondvesten van de bergen.

Welk vuur ziet Mozes hier in zijn profetisch lied? Welke toorn wordt hier ontstoken? Wat brandt er tot in de diepten van het dodenrijk? Wat verteert de aarde en haar opbrengst? Wat verzengt de grondvesten van de bergen? Ik zal de spanning er niet langer inhouden. Binnen de profetische context kan dit niet anders dan de aanzegging van de vernietiging van Jeruzalem door de Romeinen zijn, zoals de Heer die zelf ook aangezegd heeft.
Mattheus 24: 1-2 Jezus ging de tempel uit en vertrok. Zijn discipelen kwamen bij Hem om Hem op de gebouwen van de tempel te wijzen. Hij antwoordde hen: Zien jullie dit alles niet? Let nou goed op, Ik zeg jullie, er zal hier geen steen op de andere gelaten worden, die niet zal worden weggebroken.
Lukas 19:44 Zij zullen jullie en de kinderen, die bij je zijn, vertreden en zij zullen bij jullie geen steen op de andere laten, omdat jullie de tijd niet hebben opgemerkt, dat God naar je omzag.

In het jaar 70 werd dit realiteit. Jeruzalem werd verwoest. De Joden raakten weer in de diaspora, oftewel ze werden verspreid onder de heidenvolkeren. Een definitieve toorn Gods? Een definitief oordeel van God? De kerken hebben dat lang gedacht ondanks Gods overduidelijk getuigenis over Zijn plannen met dit volk. Nee! Gods toorn, Gods oordeel zal blijken Gods opvoedend handelen met Zijn volk te zijn. Opnieuw zien we genade in Gods oordeel. Het wordt nu tijd om het vers zelf aan een nader onderzoek te onderwerpen.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende