U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Profetische Weg Van Het Verkeerde Geslacht

Laat ik nog eens beginnen met uit te leggen hoe ik deze studie over de oordelen van God aanpak. Ik heb zo ongeveer vijftig verschillende Bijbelgedeelten in de wacht staan om te onderzoeken. Al die gedeelten gaan in meer of mindere mate over Gods oordeel. Met het hele hoofdstuk 32 van Deuteronomium heb ik daar zo’n vijf gedeelten van te pakken. We hebben echter alleen nog maar het eerste gedeelte (vers 1 t/m 4) bekeken.

Ik ben me bewust dat ik gaandeweg n.a.v. alle gedeelten ook tot conclusies kom. Dat kan betekenen dat ik later wel eens tot een andere conclusie kan komen, dan die ik in eerste instantie hier opgeschreven heb. Dat zou je het risico van deze aanpak kunnen noemen. Het maakt echter het meemaken voor jullie van de ontwikkeling van mijn inzichten een stuk inzichtelijker.

Een leer is voor mij niet heilig. Ook niet als het de mijne is. De Bijbel is de Enige, die werkelijk gezag heeft. Ik heb maar al te zeer ontdekt hoe makkelijk ook ik me weer aan een bepaalde uitleglijn vastklamp, ondanks enkele lastige letterlijke weerleggingen door de Bijbel zelf. Hou vast aan de letterlijke inspiratie van de Schrift! De enige weg van onze God, die Liefde is.

Het eerste deel over Gods oordeel in Deuteronomium 32 hebben we nu doorlopen. De volgende teksten gaan we niet zo doorploegend bekijken. We willen namelijk verder met de eerstvolgende vermelding van Gods oordeel en die komen we in vers 22 tegen.
Deuteronomium 32:22 Een vuur is in Mijn toorn ontstoken, het brandt tot in de diepten van het dodenrijk; het verteert de aarde met wat zij opbrengt en verzengt de grondvesten van de bergen.
Een aangrijpende beschrijving van Gods oordeel. Begrijpelijk dat als iemand God niet echt kent als de God van liefde, dat men dan gelijk de meest gruwelijke voorstelling hierbij heeft.

Voordat we aan dit gedeelte beginnen, lopen we voor het verband eerst even oppervlakkig de omliggende verzen door.
Deuteronomium 32 is het lied van Mozes. We zagen dat we het misschien wel de zwanenzang van Mozes kunnen noemen omdat hij dit van Yahweh zelf kreeg uit te spreken toen hij al 120 jaar oud was en hij het stokje aan Jozua moest overgeven.

Mozes zelf had meegemaakt dat het volk Israel vanwege ongeloof het land niet binnen kon gaan. Jozua zou hen dat land binnenleiden. We weten uit met name de Hebreeënbrief, maar ook hun geschiedenis, dat het volk nooit tot Gods rust was ingegaan. Profetisch wordt Mozes in dit lied de weg van God met dit volk getekend. Een weg van afval door het volk en oordeel door God.

Dit lied begint in de eerste vier verzen met de proclamatie van wie Yahweh voor Zijn aardse volk Israel is. Gelijk wordt ons echter in de volgende twee verzen profetisch al de afval van dit volk getekend.
Deuteronomium 32: 5-6 Verderfelijk hebben tegen Hem gehandeld, die Zijn zonen niet zijn, maar een schandvlek, een verkeerd en vals geslacht. Vergelden jullie Yahweh zo, jullie dwaas en onwijs volk? Is Hij niet jullie Vader, die jullie geschapen heeft, die jullie gemaakt heeft en toebereid?

Mozes oproep in het volgende vers is om terug te denken hoe God altijd vanuit Zijn liefde gehandeld heeft in die periode van deze vijf boeken van Mozes.
Deuteronomium 32: 7 Denk aan de dagen van vroeger, let op de jaren van geslacht na geslacht; vraag je vader, dat hij het jullie vertelt, je oudsten, dat zij het jullie zeggen.

In vers 8 t/m 14 wordt in dit lied van Mozes Gods goedheid en overvloed voor Zijn aardse volk Israel gevierd. Ja, Gods wegen zijn oordelen, maar daarin heeft Yahweh voortdurend dit verkeerde en valse geslacht, dat niet kon ingaan in het beloofde land, Zijn liefde, ontferming, barmhartigheid en genade bewezen. ‘Jongens, denk daar nou eens aan terug’, roept Mozes zijn volk in dit lied toe.

Dat dit lied niet uitsluitend een weemoedige terugblik is op de tijd die Mozes aan den lijve had meegemaakt, blijkt overduidelijk vanaf vers 15. Mozes beschrijft in de verzen 15 t/m 19 een tijd, waar hijzelf nooit iets van heeft meegemaakt. Profetisch kijkt hij naar voren en moet dan helaas Israëls verdorven antwoord op al die goedheid, barmhartigheid en ontferming van God optekenen, zoals die zich onder de diverse koningen steeds verder ontwikkelde.

Deuteronomium 32: 19 Toen Yahweh dat zag, heeft Hij hen verworpen, omdat Hij gekrenkt was door Zijn zonen en dochters;
De koningschappen over Juda en Israel eindigen beiden in de wegvoering in ballingschap. Let op! Ze zijn nog steeds Zijn zonen en dochters.

Deuteronomium 32: 20 Hij zei: Ik wil Mijn aangezicht voor hen verbergen en zien, wat hun einde wezen zal, want zij zijn een verkeerd geslacht, kinderen, die geen trouw kennen.
Dat verkeerde geslacht ging door tot in de tijd van Jezus rondwandeling op aarde. Zijn aardse dienst was tot dit verkeerde geslacht beperkt.
Mattheus 17:17 Jezus antwoordde: O, ongelovig en verkeerd geslacht, hoelang zal Ik nog bij jullie zijn?

Gek genoeg is deze omschrijving van het aardse volk Israel vrijwel verloren gegaan. Men herkent daardoor niet meer dat er veelvuldig zo over Israel gesproken wordt.
Mattheus 11:16 Waarmee zal Ik dit geslacht vergelijken?
Mattheus 12:39 Maar Hij antwoordde hun: Een boos en overspelig geslacht verlangt een teken,
Mattheus 12:41 De mannen van Ninevé zullen in het oordeel opstaan met dit geslacht en het veroordelen;
Mattheus 12:42 De koningin van het Zuiden zal in het oordeel optreden met dit geslacht en het veroordelen,
Mattheus 12:45 Zo zal het ook gaan met dit boze geslacht
En zo nog tientallen andere Bijbelteksten met dezelfde verwijzing.

Voordat we nu bij onze uitgangstekst ‘Deuteronomium 32: 22’ belanden, spreekt vers 21 nog over een heel aparte tijd. Om onze tekst profetisch juist te plaatsen, zullen we de tijdsbepaling van vers 21 dus goed moeten verstaan. Dat is een studie apart, die wel uitermate belangrijk is. Daar gaan we een volgend keer dus eerst mee verder.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende