U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Uitleg van de verzen 2 Koningen 5: 16-17

2 Koningen 5: 16 Maar hij zei: Yahweh, Die ik dien, leeft. ik kan het dus echt niet aannemen. Hij bleef maar doorzeuren dat hij het wel moest aannemen, maar hij wilde niet.
Yahweh leeft. Yahweh is de levende God. Dat is het kenmerk van de dienst van Elisa: de God, die macht heeft over dood en leven.

Naäman had nog het idee dat dit werk van God gekocht moest worden. Daar moest voor gewerkt worden. Er moest iets tegenover staan. Hij had een zegen voor de knecht van Yahweh. Nee hoor. God is degene die cadeautjes uitdeelt. Hij is degene die zegent en maar blijft doorgaan met zegenen. Geen verdienste maar genade. Dit moest de verloren zoon ook leren. Hij wilde als knecht gaan werken maar werd volledig in Vaders liefde omarmd. Die genade werkt hier ook bij Naäman.
Nee, hij heeft niks te geven. Integendeel, hijzelf krijgt wat mee in verband met aanbidding!

Het beginsel van genade (gratis) werkt hier en ook binnen alle andere huishoudingen van God.
Mattheus 10: 8 Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft boze geesten uit; je hebt het om niet (gratis) ontvangen, geeft het om niet.
Handelingen 20:33 Ik
(Paulus) heb niemands zilver of goud of kleding begeerd.
1 Timotheus 6: 5 Mensen die een verdorven gemoed hebben en van de waarheid beroofd zijn, die menen dat de godsvrucht een bron van winst is.

2 Koningen 5: 17 Naäman zei: Kunt u dan uw knecht een last van deze aarde meegeven, zoveel als twee muilezels dragen; want uw knecht wil niet meer aan andere goden offeren en brandoffer doen, maar aan Yahweh alleen.
Uw knecht. Genade blijft lastig. Als die profeet dan geen zegen of cadeau aanneemt, dan maar zijn dienstbaarheid, zijn ondergeschiktheid als slaaf. Ook de verloren zoon dacht eerst nog aan de slaafpositie.

Genade ontving heling. Genade ontving een plaats van aanbidding. In die huishouding van God was dat nog een uiterlijke plek. Maar die werd niet verdiend. Die werd ontvangen uit genade. Als je dit ziet is het vanzelfsprekend dat Elisa het volste vertrouwen had in het werk van Gods genade in Naäman.

De reacties uit orthodoxe hoek op de vraag van de generaal is wel grappig en helemaal tegengesteld aan de reactie van de profeet:
Een uiterlijk stukje grond meenemen zou enorm fout zijn omdat het ene stukje grond toch zeker niet beter of heiliger was dan het andere stukje grond. Bovendien was de enig juiste plek de tempel in Jeruzalem. Daar moest je aanbidden. Grappig dat Gods genade via de profeet zo anders reageerde. Dat wordt ook logischer als we de betekenis van deze last aarde ontdekken.

Een last aarde. Dit komt wellicht in de buurt van wat het volk zelf ook deed voordat er een tempel of een tabernakel was.
Exodus 20: 24 Maak voor Mij een altaar van aarde om jullie brandoffers en dankoffers, jullie schapen en runderen daarop te offeren, want aan elke plaats, waar Ik de naam van Mijn gedachtenis stichten zal, daar zal Ik bij jullie komen en jullie zegenen.
Wie is dan dat altaar, dat tussen God en ons mensen instaat als middelaar?
Hebreeën 13: 10-15 Wij hebben een altaar, waarvan zij die de tabernakel dienen geen recht hebben te eten;…….. Laten wij dan door Hem (Christus Jezus) voortdurend een lofoffer brengen aan God, dat (het lofoffer) is de vrucht van de lippen die Zijn naam belijden.
Dit gaf (ik denk) Paulus aan deze Hebreeën door toen zij eigenlijk nog net aan een altaar in Jeruzalem hadden, maar die binnenkort (het jaar 70) verwoest zou worden. Hij wijst hen op dat vaste altaar, dat ze mogen kennen in hun Redder Christus Jezus.

Naäman wil alleen nog Yahweh dienen. De enig waarachtige God.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende