U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Uitleg van de verzen 2 Koningen 5: 2-6

2 Koningen 5: 2 De legers van Syrië waren op strooptocht geweest en hadden in het land Israël een klein meisje buitgemaakt. Die was het slavinnetje geworden van de vrouw van Naäman.
Het slavinnetje heeft zelfs helemaal geen naam in deze geschiedenis. Tussen al het aangename, beminnelijke en hoog verhevene leek ze ook totaal onbelangrijk. Zij was het middel van Gods genade in deze geschiedenis. God gebruikt het zwakke, het onaanzienlijke.
1 Corinthe 1: 26-30 Kijk nou eens naar jullie roeping, broeders, daar zitten niet veel wijzen tussen naar het vlees, niet veel machtigen, niet veel aanzienlijken; maar het dwaze van de wereld heeft God uitverkoren om de wijzen te beschamen, en het zwakke van de wereld heeft God uitverkoren om het sterke te beschamen, en het onaanzienlijke van de wereld en het verachte heeft God uitverkoren, en wat niets is, om wat dan wel iets is te niet te doen, opdat geen vlees zou roemen voor God. Uit Hem zijn jullie toch in Christus Jezus?
Daar heb je dat slavinnetje. Geen naam. Ach, het is ook een onbelangrijke meid tussen al dat omhoog gevallen High Society. Maar zij is nou juist degene, die de Heer gebruikt om ook die schijnbaar hogere gasten te bereiken met Zijn genade.

2 Koningen 5: 3 Zij zei tegen haar meesteres: Och, zou mijn heer nu bij de profeet in Samaria zijn, dan zou die hem wel van zijn melaatsheid afhelpen.
“Och”,
zei dit meisje dat dus uit haar hele veilige omgeving weggekaapt was. Geen familie, geen vrienden, alleen deze huishouding van Naäman. “Och, zou mijn heer nu daar zijn”. Dat “Och” tekent een hele wereld van meevoelen met deze meester.

Als we nu eventjes deze twee teksten goed tot ons laten doordringen. Bekijk het eens door onze 21ste eeuwse ethische bril. We zouden die legers van Syrië, met name in hun strooptochten, waarbij ze vrouwen en kinderen niet ontzagen, zo de hel in veroordelen. Wat een smeerlappen! Dan kijken we naar die relatie van zorg en liefde, die daar is opgebouwd tussen dat meisje en deze familie van de generaal van die legers en ons hart zou smelten en we zouden hen, die we net zo veroordeelden, nu de hemel in prijzen.

Dan het grappige: Die generaal Naäman is zich totaal niet bewust van onze hedendaagse ethische oordelen. Hij voelt zich wel heel wat, maar dat is voor zijn prestaties in het leger, waarvoor hij ook volgens vers 1 zo enorm gerespecteerd werd en belangrijk was. Die hoge positie maakte het denken in genade ook zo lastig. Dat blijkt wel in de loop van de geschiedenis.

Er was bij dit meisje geen trauma merkbaar. Ook geen wraakgevoelens of afstand. Alleen liefde. “Och”. Hier was al genade werkzaam.
Mattheüs 5:44 Ik (Jezus Christus) zeg jullie: Heb je vijanden lief; zegen ze, die jou vervloeken; doe goed aan hen, die jullie haten; en bid voor hen, die jullie geweld aandoen, en die jullie vervolgen;
Lukas 6:27-28 Ik
(Jezus Christus) zeg jullie: Heb je vijanden lief; doe goed aan hen die jullie haten; zegen hen die jullie vervloeken; bid voor hen die jullie kwaad doen.
Lukas 6:35 Heb je vijanden lief,
Romeinen 12:14 Zegent wie jullie vervolgen; zegent en vervloekt niet.
Romeinen 12:20 Als je vijand honger heeft, geef hem te eten; als hij dorst heeft, geef hem te drinken;
Het is genade, die dit meisje drijft. Zou ze, net als veel gelovigen, het als een opdracht hebben opgevat om haar vijanden lief te hebben dan was er geen “Och” uit haar mond gekomen. Wat ze dan wellicht vanuit haar allerinnerlijkste inzet voor elkaar had gekregen was het acteren van liefde. Een binnen het christendom veel voorkomend toneelspel.
Romeinen 12:9 De liefde is ongeveinsd.
Die onvoorwaardelijke liefde van God kan je niet spelen, kan je niet je best voor doen. Het is genade, die dat bewerkt. Yahweh zelf had iets in dit meisje gewekt en dat is geloof.

Hoezo geloof?
Lukas 4:27 Er waren veel melaatsen in Israël in de tijd van de profeet Elisa; en geen van hen werd gereinigd, maar wel Naäman, de Syriër.
Dit meisje had dus geen hele voorraad aan wonderlijke getuigenissen achter de hand, waardoor eigenlijk elke Israëliet dit had kunnen verklaren. Er was gewoon opeens dat geloof dat God in dit meisje werkte.

2 Koningen 5: 3 Zij zei tegen haar meesteres: Och, zou mijn heer nu bij de profeet in Samaria zijn, dan zou die hem wel van zijn melaatsheid afhelpen.
De naam “Samaria” betekent “Uitkijkheuvel” of “Hoogte”. Waar Syrië het hoog verhevene in de wereld vertegenwoordigt, heb je hier een plek van uitzicht op al Gods plannen. De Hoogte. Bedenk de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. We zijn met Christus geplaatst in de bovenhemelse.

2 Koningen 5: 4 Toen ging hijzelf naar zijn hoogste baas en vertelde hem dit: Zo en zo zei dat meisje uit het land Israël.
2 Koningen 5: 5 Toen zei die koning van Syrië: Kom, ga daar gerust naartoe; ik zal die koning van Israël een brief schrijven. En hij ging, nam tien talenten zilver, zes duizend stukken goud en tien feestkleren mee.
Hij nam zilver, goud en feestkleren mee om daarmee de profeet voor zijn werk te betalen. (Ja, je moet er wat voor over hebben) Die koning had wel wat over voor zijn generaal. Uiteindelijk had hij toch eigenlijk best wel die genezing verdiend? Hoe vaak horen we het niet of zeggen we het zelfs zelf. “Deze ellende heb ik niet verdiend!” Dat vond die koning nou ook van zijn generaal. Zo´n leven had hij niet verdiend. Daar begint het hele eieren eten van werken tegenover genade. Alles bij elkaar denk ik dat hij wel zo´n 10 miljoen eurootjes meegekregen heeft.

2 Koningen 5: 6 En hij bracht die brief bij de koning van Israël, daar stond dit in: Als je deze brief ontvangt, dan weet je gelijk dat ik mijn knecht Naäman naar je toe gestuurd heb, dus, dan kan jij hem van zijn melaatsheid genezen.
Naäman wist wel dat hij bij de profeet van Yahweh moest zijn, maar de koning had geen idee.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende