U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Uitleg van het eerste vers: 2 Koningen 5: 1

Nadat we dus begonnen zijn met even te luisteren naar de eigen christelijke fantasie over deze geschiedenis van Naäman, de melaatse, en vervolgens de zo letterlijk mogelijke weergave van het hoofdstuk 2 Koningen 5, wordt het nu tijd om stap voor stap elke tekst in dit hoofdstuk door te nemen om zodoende tot de ontdekking te komen hoe Gods genade, liefde en vrede ook hier in het Oude Testament doorklinkt.

2 Koningen 5: 1 Naäman, een generaal over het leger van de koning van Syrië, werd enorm gerespecteerd en was belangrijk in de ogen van zijn bazen; want in hem gaf Yahweh Syrië een stuk veiligheid. Hij was extreem dapper maar melaats.

Waar mogelijk tip ik telkens bij de langskomende namen aan wat de letterlijke vertaling ervan is om zodoende ook een lijn in de geschiedenis te ontdekken.
Syrië”, oftewel “Aram” betekent “hoog”, “verheven” of “voortreffelijk”.
Met dat gevoel van hoog verheven te tronen boven alles en iedereen is Syrië een helder en duidelijk beeld van de hoogmoed die feitelijk elk mens in Adam kenmerkt. We hebben allemaal wel een tik van ons hoog verheven te voelen boven de maatstaf van genade en geloof uit. Dat geldt voor de uitgesproken ongelovige atheïst, maar zeker net zo goed voor de overtuigde christen, die ook genade niet denkt nodig te hebben, maar voortdurend wijst op zijn eigen verantwoordelijkheid om tot eigen beslissingen, keuzes en daden te komen: Hoogmoed.

De naam “Naäman” betekent “aangenaam” of “beminnelijk”.
Zodra we de teksten gaan uitpluizen zullen we ook ontdekken dat Naäman uitermate gewaardeerd werd en als een prominent en geacht staatsburger gezien werd. Hij had zoveel gedaan voor hun welzijn waardoor hij de liefde van het volk en met name zijn bazen wel gewonnen had. Hij was aangenaam en beminnelijk in hun ogen.

2 Koningen 5: 1 Naäman, een generaal over het leger van de koning van Syrië, werd enorm gerespecteerd en was belangrijk in de ogen van zijn bazen; want in hem gaf Yahweh Syrië een stuk veiligheid. Hij was extreem dapper maar melaats.
Het begint gelijk heel apart. Yahweh gaf in Naäman aan Syrië een stuk veiligheid. Eh ja. Dit was toch onder het oude verbond dat God met het volk Israël had gesloten? Yahweh was toch Degene die heerste over Israël? Toch zeker niet over Syrië?
1 Kronieken 29:12 U heerst over alles,
Romeinen 11: 36 Uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen!
Dus niet alleen Israël, maar ook niet alleen de gemeente, het lichaam van Christus. Alles is uit, door en tot Hem.
Efeze 1: 11 Het plan van God, die alles werkt naar de raad van Zijn wil,
Dus ook in onze huidige huishouding van genade is God niet alleen maar aan de slag in het lichaam van Christus, waar wij toe behoren, maar in alles. Dat is God, die uitvoering geeft aan Zijn plan.

We moeten wel even beseffen dat dit Syrië een afgrijselijke vijand van Israël was. Er was oorlog op oorlog, hoewel er waarschijnlijk op dat moment een soort gewapende vrede was. Vanuit het perspectief van Israël bekeken was Syrië een vijand, het beeld van de boze, één grote etterende zondebrij. Ook hun naam als hoog en verheven tekende het gevoel van hoogmoed dat heerste in dat land. Tja, als je nou zo zondig bent, bemoeit God zich dan nog wel met jou? Ja, nadrukkelijk geeft Yahweh zelf hier aan dat Hij dat stukje veiligheid aan Syrië bewerkt heeft in Naäman. God werkt altijd in Zijn genade! Genade werkt overal! Ook, en misschien wel juist, waar het naar ons oordeel een etterende zondebrij is.

Wat die Naäman nou precies gedaan heeft? Daar zijn allerlei diverse heldenverhalen over die alle kanten opgaan, maar die in elk geval zijn extreme dapperheid als een soort superman verheerlijken. Die verhalen staan niet in Gods Woord, dus doen die er verder ook niet toe, lijkt me.

“Hij was extreem dapper maar melaats.”
Maar melaats. Wat een domper! Zit je net zo lekker in dat “Superman”-gebeuren, krijg je dat te horen. “Maar melaats”. Het was waarschijnlijk nog niet echt ernstig. Hij kon nog gewoon functioneren. In vers 11 beschrijft hij het zelf als een plek. Maar hoe klein nu ook nog, hij wist voor 100% dat het uiteindelijk zijn hele lijf zou aantasten.

Melaats. Het onderwerp “Melaatsheid” is in Gods Woord zo ontiegelijk ruim vertegenwoordigd dat je er een hele plank boekwerken mee zou kunnen vullen. Dat was ik niet van plan. Melaatsheid is een treffend beeld van de zonde met als onherroepelijk gevolg, de dood.

In de melaatse Naäman herken ik mezelf. Jij waarschijnlijk ook jezelf zoals je van nature bent. Je hebt goede kwaliteiten. Je bent geliefd. Het gaat je voor de wind. Je wordt gewaardeerd. Maar……. je bent melaats. Vanuit je vlees, vanuit je eigen mogelijkheden, zit er niks in tot eer van God en het is een weg, die je bewandelt naar de dood. Het verwoest je leven met God. (Wat ik wil, dat doe ik niet. Ik doe juist wat ik niet wil!). Het is kenmerkend dat eigenlijk niemand hem echt kan helpen, behalve dan Yahweh, de God die leeft.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina