U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Het hele hoofdstuk: 2 Koningen 5

In deze tweede studie over Naäman geef ik alleen even de weergave van de tekst door zoals ik die uit een zo letterlijk mogelijke woordstudie opgevist heb en waar ik het dan naar mijn eigen gewone taalgebruik heb overgezet.

2 Koningen 5: 1 Naäman, een generaal over het leger van de koning van Syrië, werd enorm gerespecteerd en was belangrijk in de ogen van zijn bazen; want in hem gaf Yahweh Syrië een stuk veiligheid. Hij was extreem dapper maar melaats.
2 Koningen 5: 2 De legers van Syrië waren op strooptocht geweest en hadden in het land Israël een klein meisje buitgemaakt. Die was het slavinnetje geworden van de vrouw van Naäman.
2 Koningen 5: 3 Zij zei tegen haar meesteres: Och, zou mijn heer nu bij de profeet in Samaria zijn, dan zou die hem wel van zijn melaatsheid afhelpen.
2 Koningen 5: 4 Toen ging hijzelf naar zijn hoogste baas en vertelde hem dit: Zo en zo zei dat meisje uit het land Israël.
2 Koningen 5: 5 Toen zei die koning van Syrië: Kom, ga daar gerust naartoe; ik zal die koning van Israël een brief schrijven. En hij ging, nam tien talenten zilver, zes duizend stukken goud en tien feestkleren mee.
2 Koningen 5: 6 En hij bracht die brief bij de koning van Israël, daar stond dit in: Als je deze brief ontvangt, dan weet je gelijk dat ik mijn knecht Naäman naar je toe gestuurd heb, dus, dan kan jij hem van zijn melaatsheid genezen.
2 Koningen 5: 7 Toen de koning van Israël deze brief las, scheurde hij zijn kleren aan stukken en zei: Ben ik nou God, dat ik zou kunnen doden en levend maken, dat hij deze man naar me toestuurt om hem van zijn melaatsheid te genezen? Zie je nou hoe hij een reden zoekt om een stevig partijtje oorlog met mij uit te knokken?
2 Koningen 5: 8 Toen Elisa, de man Gods, hoorde dat de koning van Israël zijn kleren verscheurd had, stuurde hij iemand naar hem toe om te zeggen: Waarom heb jij je kleren nou verscheurd? Laat die man nou maar bij mij komen, zodat hij erachter komt dat er echt een profeet in Israël is.
2 Koningen 5: 9 Nou, daar kwam Naäman met paarden en wagens, en stopte voor het huis van Elisa.
2 Koningen 5: 10 Toen stuurde Elisa een boodschapper naar hem toe, die tegen hem zei: Ga jij je nou maar zevenmaal wassen in de Jordaan, dan herstelt dat vlees van jou wel. Dan ben je absoluut zeker rein.
2 Koningen 5: 11 Naäman werd echt nijdig. Hij liep daar weg en zei: Ik dacht nog wel: Voor mij komt hij zeker naar buiten. Dan komt hij wel op me af stappen om de naam van Yahweh, zijn God, aan te roepen, en dat die dan met zijn handen over de plek zou strijken waardoor die melaatsheid zou verdwijnen.
2 Koningen 5: 12 Zijn de Abana en de Parpar, rivieren van Damaskus, niet veel beter dan al die wateren in Israël, om mij daarin te wassen en rein te worden? Hij draaide zich om en liep woedend weg.
2 Koningen 5: 13 Toen kwamen zijn slaven naar hem toe en zeiden: Lieve vader, als nou die profeet iets moeilijks van u had gevraagd, dan zou u het toch gedaan hebben? Maar nou heeft hij alleen tegen u gezegd: Was je en je bent rein.
2 Koningen 5: 14 Hij klom van zijn paard af en doopte zich zevenmaal in de Jordaan, zoals de man Gods het gezegd had; zijn vlees was hersteld als het vlees van een jonge knaap. Hij was rein!
2 Koningen 5: 15 Hij ging, samen met dat hele leger van hem, terug naar de man Gods; en toen hij binnenkwam, ging hij voor hem staan en zei: Nu weet ik, dat er geen God is in alle landen behalve in Israël; neem nu a.u.b. een zegen aan van uw knecht.
2 Koningen 5: 16 Maar hij zei: Yahweh, Die ik dien, leeft. ik kan het dus echt niet aannemen. Hij bleef maar doorzeuren dat hij het wel moest aannemen, maar hij wilde niet.
2 Koningen 5: 17 Naäman zei: Kunt u dan uw knecht een last van deze aarde meegeven, zoveel als twee muilezels dragen; want uw knecht wil niet meer aan andere goden offeren en brandoffer doen, maar aan Yahweh alleen.
2 Koningen 5: 18 Dan is er nog iets. Kan Yahweh op het volgende punt uw knecht genadig zijn? Als ik me neerbuig in het huis van Rimmon, want mijn meester
(de koning van Syrië dus) gaat in dat huis van Rimmon om daar te aanbidden en dan leunt hij op mijn hand.
2 Koningen 5: 19 Hij zei tegen hem: Ga heen in vrede. En hij vertrok naar zij verre land.
2 Koningen 5: 20 Gehazi, de knecht van Elisa, de man Gods, dacht: Moet je nou eens kijken, mijn meester heeft zich ingehouden dat hij van deze Syriër Naäman iets zou aannemen wat hij meegebracht heeft: Yahweh leeft dan wel, maar ik ga hem achterna om nog wel wat van hem te krijgen.
2 Koningen 5: 21 Zo rende Gehazi achter Naäman aan; en toen Naäman hem zo zag rennen sprong hij van de wagen, hem tegemoet, en zei: Gaat het wel goed?
2 Koningen 5: 22 Hij antwoordde: Ja; maar mijn meester heeft mij gestuurd en laat u zeggen: Zonet zijn er twee jongens van de profetenschool bij me gekomen vanuit de bergen van Efraïm: geef hun nu toch maar een talent zilver en twee feestkleren.
2 Koningen 5: 23 Naäman zei: Als je het niet erg vindt, neem dan twee talenten. Hij bleef dit volhouden en bond gelijk die twee talenten zilver in twee buidels, en twee feestkleren, Hij gaf ze aan twee van zijn knechten, die droegen ze voor hem uit.
2 Koningen 5: 24 Toen hij bij de heuvel aankwam, nam hij het hele zaakje van hun over en legde het weg in het huis, en liet die mannen gaan.
2 Koningen 5: 25 Toen zij weg waren, stond zijn meester voor zijn neus; Elisa vroeg hem: Waar kom jij nou vandaan, Gehazi? En hij zei: Uw knecht is niet naar links of rechts geweest, hoor.
2 Koningen 5: 26 Maar hij zei tegen hem: Ging mijn hart niet met je mee, toen die man zich omkeerde van zijn wagen om jou tegemoet te gaan? Was dit nou de tijd om zilver of kleren aan te nemen, of olijftuinen, wijnbergen, schapen, runderen, knechten of dienstmaagden?
2 Koningen 5: 27 Daarom blijft die melaatsheid van Naäman jou en je nageslacht aankleven in deze aioon. Hij ging bij hem weg, melaats als sneeuw.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende