U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

De verborgenheid van de wetteloosheid

De Bijbelse verborgenheid betreffende de nieuwe mens, namelijk het lichaam van Christus, waarvan Christus het Hoofd is, die verborgenheid was totdat Paulus die in de brieven Efeze en Colosse openbaarde van alle aionen en van alle geslachten verborgen in God. Dat is een onderwerp, zo gigantisch, zo hoog verheven, dat bewaren we om er aan het slot van deze serie helemaal over uit te weiden.

We hebben echter al een heleboel totaal andere verborgenheden ontdekt. Die zet ik voor alle duidelijkheid nog eens onder elkaar.
1. De verborgenheden van het koninkrijk der hemelen
2. De verborgenheid van een gedeeltelijke verharding over Israel
3. De verborgenheid van het Evangelie van Paulus, dat aionen lang verzwegen is
4. De verborgenheid van de bedekte wijsheid van God
5. De diverse verborgenheden van het Nieuwe Verbond met hun rentmeesters
6. De gave van het weten van de verborgenheden onder het Nieuwe Verbond
7. Het misbruik van de gave van het spreken in talen als het spreken van verborgenheden.
8. De verborgenheid van het atoompje van de tijd bij de opstanding

Het is echt aan te bevelen om alles samen met mij na te lopen in je eigen Bijbel en ook in je Concordant of Computer Bijbelprogramma. Dan heb je ook door dat we in de volgorde van Bijbelboeken nu aanbeland zijn bij de verborgenheid in de Efeze brief. Zoals ik al meerdere keren heb aangegeven bewaren we de openbaring van de verborgenheid van de nieuwe mens in Efeze en Colosse tot het dessert. Als je weet hoe zo´n snoepkous ik ben, dan weet je gelijk dat dit uitpakken wordt. Maar voorlopig slaan we dat nu over en komen daarmee in de Thessalonicenzenbrief terecht.

2 Thessalonica 2:7 De “VERBORGENHEiD” (MUSTERION) van de wetteloosheid werkt al.
Tot nu toe was vrijwel elke vermelding van de verborgenheid in de Bijbel bedoeld om iets wat verborgen was openbaar te maken. “Vrijwel elke vermelding” schrijf ik al heel bewust, want het misbruiken van de gave van talen onder het nieuwe verbond leverde een gigantische chaos en wartaal op. Er werd niet iets helder en duidelijk gemaakt. Er werden dingen gezegd, die door niemand verstaan werden. Het bleven verborgenheden. Deze verborgenheid van de wetteloosheid zit op diezelfde lijn. Ook hier is het een uitzondering op de regel dat er iets wat verborgen was openbaar kwam.

Waar het in dit hoofdstuk om draait is een persoon, die reeds in de profetieën voorspeld was en die, zodra de dag van de Heer aanbreekt tevoorschijn komt. Hij heet in vers 3 de mens van de zonde en de zoon van het verderf. Hij doet in vers 4 alsof hij de gezalfde Messias van Israel is en zet zich in de tempel in Jeruzalem (die in die profetisch toekomstige tijd dus blijkbaar hersteld is). Daarvoor moet Israel hem dan ook als de Messias herkennen en erkennen. Hij gaat zelfs zo ver dat Hij zichzelf presenteert als God.

In 2 Thessalonica 2: 9 heeft deze mens dan de naam waar onze verborgenheid in vers 7 blijkbaar ook op wijst.
2 Thessalonica 2:8 Dan zal de wetteloze geopenbaard worden,
Deze imitatie Christus, die zichzelf dus voordoet als God, heet ronduit de wetteloze. En dat op deze aarde en binnen het volk, waar deze wet het volledige gezag heeft! In de toekomst komt hij openbaar en zal hij een relatie als een soort god met het volk Israel aangaan. Toen Paulus aan deze gelovigen van het Nieuwe Verbond over deze verborgenheid schreef, toen was die wetteloze nog niet openbaar. Nu, in onze huidige tijd, trouwens ook niet. Dat hoort bij die toekomstige profetische dag van de Heer, die in dit hoofdstuk duidelijk genoemd wordt. Wat er wel absoluut was in die tijd, dat was de verborgenheid van de wetteloosheid.

Wetteloosheid, die verborgen is, draagt het kenmerkt dat het niet gezien en niet herkend wordt. Daarom heet het juist een verborgenheid. Deze verborgenheid is nog niet openbaar gekomen omdat de profetische dag van de Heer voor het volk Israel nog niet is aangebroken.
2 Thessalonica 2:2 Alsof de dag van de Heer er al zou zijn.
Die dag was er nog niet. Dan moet namelijk die mens van de zonde publiekelijk openbaar zijn.
2 Thessalonica 2:3 Die dag komt niet, als niet eerst de afval gekomen is en de mens van de zonde geopenbaard is, de zoon van het verderf,
Die dag was er nog niet. Dan moet eerst de tempel van God in Jeruzalem hersteld zijn.
2 Thessalonica 2:4 Hij gaat zitten in de tempel van God en vertoont zichzelf, dat hij God is.
Die dag was er nog niet. Maar wel de verborgenheid van de wetteloosheid.
2 Thessalonica 2:7 De “VERBORGENHEiD” (MUSTERION) van de wetteloosheid werkt al.

De dag van de Heer is nog toekomstig en is het hele toneel voor het boek de Openbaring.
Openbaring 1: 10 Ik was in de Geest, in de dag van de Heer,
De openbaring van die mens komt in de toekomstige dag van de Heer. Maar wat speelde er dan al in Thessalonica?
2 Thessalonica 2:7 De “VERBORGENHEiD” (MUSTERION) van de wetteloosheid werkt al.

Het gaat hier over wetteloosheid. Dat is in het Grieks “Anomia”. Door het in stukjes te breken is de betekenis van het woord glashelder.
A – betekent: Niet, geen of zonder
Nomia – komt van “nomos”. Dat betekent: “elke mogelijke wet of regel”.
Letterlijk betekent het dus heel simpel: “zonder wet”.

Het gaat hier dus heel letterlijk over de verborgenheid van het zonder wet of regel zijn. Het is dus het toegedekte zonder wet of regel zijn. De indruk is dus helemaal niet zo, maar verborgen zit het wel zo in elkaar. Laten we eens wat teksten met dit woord op een rit zetten.

Open wetteloosheid (geen oordeel in het Woord van God)
Markus 15:28 Hij is onder “de wettelozen” gerekend.
Lukas 22:37 Hij is met “de wettelozen” gerekend.
1 Corinthiërs 9:21 Zij, die “wetteloos” zijn, ben ik geworden als “wetteloos”, hoewel voor God niet “wetteloos”, maar voor Christus onder de wet, opdat ik hen, die “wetteloos” zijn, winnen zou.

Verborgen wetteloosheid (uiterlijk lijken ze zich juist heel sterk te onderwerpen onder God)
Mattheus 7: 22-23 Velen zullen in die dag tot mij zeggen: Here, Here, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd en in uw naam boze geesten uitgedreven en in uw naam vele krachten gedaan? En dan zal ik openlijk tot hen zeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van mij, werkers van “de wetteloosheid”!
Mattheüs 23:28 Jullie lijken van buiten wel rechtvaardig voor de mensen, maar van binnen zijn jullie vol huichelarij en “wetteloosheid”.

Even voor alle duidelijkheid: Het woord “Anomos” komt in de vertalingen nogal vaak terecht als “zonder wet”. Misschien dat dit tegenover “wetteloos” een heel stuk sympathieker klinkt, maar het is feitelijk gewoon “wetteloos”, maar dan zonder dat oordeel dat godsdienstige mensen nogal snel op wetteloosheid willen plakken. Dus ik begrijp die sympathiekere vertaling wel, maar het verduistert wel wat de Bijbel er eigenlijk over te zeggen heeft.

Wat is wetteloosheid? Precies wat het woord zegt: Het zonder wet zijn. Het Joodse volk had de wet als teken van hun huwelijksverbond met God. De heidenen hebben zo´n huwelijk nooit gehad en daarmee waren ze dus ook gewoon wetteloos. Voor die heidense wetteloosheid hoeven we dus alleen maar naar die tekst in Corinthe te kijken.
1 Corinthiërs 9:21 Zij, die “wetteloos” zijn, ben ik geworden als “wetteloos”, hoewel voor God niet “wetteloos”, maar voor Christus onder de wet, opdat ik hen, die “wetteloos” zijn, winnen zou.

Heel veel evangelische christenen zien in de vervulling van Gods wet het idee dat Gods wet aan de kant is gezet. Nee, de wet is tot zijn volle betekenis gekomen en gelovigen, zoals in Romeinen 8: 3, vervullen onder het Nieuwe Verbond door de Heilige Geest perfect elke eis van de wet. Er zijn nu onder de gelovigen, die dit lezen, die gelijk “Ja, Amen” juichen, maar daarentegen niet op Vrijdagavond de sabbat inluiden. Een eis van de wet. Onder die “Amen” juichers zijn er die vlees eten, die niet kosher is. Er wordt rustig iets aangetrokken van tweeërlei stof, waar de wet toch duidelijke uitspraken over doet. Men leest dit in de wet en zeggen eigenmachtig: “Ja, daar houden we ons niet aan, maar de wet is wel voor ons”. Men vervult niet de eis van de wet en speelt onderhand het spel van de wet houden. Zoals bijvoorbeeld de rustig zelfs aan ongelovigen opgelegde zondagsrust. (De wekelijkse rust die de wet aanwijst negerend) Dat is een verborgenheid van wetteloosheid. Het lijkt naar de wet. Het is wetteloos.

Wij zijn als gelovigen in deze tijd leden van het lichaam van Christus, waarvan Christus het Hoofd is. Wij hebben een hemelse positie in Christus in de hemelse in de rechterzij van God. Dat is niet op aarde, waar de wet nog altijd haar volle zeggingskracht heeft. Dat is ook onze praktische positie niet. Wij zijn dus letterlijk, open en bloot, zonder wet, oftewel wetteloos.
Efeziërs 2:15 Christus heeft de vijandschap in Zijn vlees te niet gemaakt, namelijk de wet der geboden in inzettingen bestaande,
Colossenzen 2:14 Hij heeft de schuldbrief, die tegen ons getuigde door zijn inzettingen en die tegen ons was, uitgewist en die uit de weg geruimd door deze aan het kruis te nagelen.

Weer zien we het enorme verschil tussen de verborgenheid van de nieuwe mens, het lichaam van Christus, waarvan Christus het Hoofd is en al die diverse verborgenheden, die in het Nieuwe Verbond een plek hebben. In de rechterzij van God (de hoogste gezagspositie), in Christus, in de hemelse gewesten, hebben we niks uitstaande met die verborgenheid van de wetteloosheid, die toen reeds in werking was. We delen in bovenhemels genot.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende