U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Alle verborgenheden weten

Heel veel verborgenheden zijn nu de revue al gepasseerd. We hebben ons vanuit Gods Woord er stevig in verdiept en dat met name om straks aan het eind van deze hele reeks studies de verborgenheid in Efeze en Colosse, waar het allemaal draait om die nieuwe mens, het lichaam van Christus, stevig onder de aandacht te kunnen brengen. En nu stuiten we als eerstvolgend Bijbelgedeelte met de verborgenheid erin op een tekst, die deze hele studiereeks oppervlakkig gelezen de grond in lijkt te boren.

1 Corinthiërs 13:2 Als ik profetie heb, en ik weet alle “VERBORGENHEDEN” (MUSTERIA) en alle kennis, en als ik al het geloof heb, zodat ik bergen verzet, maar ik heb geen liefde, dan ben ik niets.
Als je alles van elke overbodige ballast vrijmaakt, wat houd je dan over?
God! Je houdt altijd God over. Eigenlijk is Hij de enig werkelijk waardevolle. En wie is Hij?
1 Johannes 4: 8 God is liefde
1 Johannes 4: 16 God is liefde

Ik kan profetie hebben. Nou, eigenlijk kan ik dat Bijbels helemaal niet hebben, maar er zijn veel gelovigen, die lopen hier mee weg. Maar heb ik de liefde niet, dan ben ik niks.
Nou krijg je het hoor. Ik kan alle verborgenheden weten. Tja, daar werken we met deze studiereeks toch naar toe? Maar heb ik de liefde niet, dan ben ik niks.
Ik kan alle kennis hebben. Tjonge, ze moeten me wel hebben, zeg! Een enorm belang leg ik op de kennis van Gods Woord. Maar heb ik de liefde niet, dan ben ik niks.
Ik kan geloof hebben, dat bergen verzet. Nou, daar schort het bij mij nog behoorlijk aan. Maar heb ik de liefde niet, dan ben ik niks.

Dit hele hoofdstuk 13 van de eerste Corinthebrief gaat over God, die liefde is. Ik zal de link geven naar de eerste studie over specifiek dit hoofdstuk.
http://www.overvloeiendegenade.nl/artikelenheindehaan2/1corinthe131estudie.html#000000a2da096f702

1 Corinthiërs 13:2 Als ik profetie heb, en ik weet alle “VERBORGENHEDEN” (MUSTERIA) en alle kennis, en als ik al het geloof heb, zodat ik bergen verzet, maar ik heb geen liefde, dan ben ik niets.
Hierboven deed ik net alsof we al die diverse geestesgaven van het Nieuwe Verbond zo naar de tegenwoordige tijd kunnen overzetten. Zo kon ik mezelf een beetje voor gek zetten. Vind ik ook wel eens leuk. Maar een heleboel gelovigen denken dat dit heel normaal is. Men heeft geen zicht op de nieuwe mens, het lichaam van Christus, waar Christus het Hoofd van is en waar wij als gelovigen in deze tijd leden van zijn. Dus verwacht men de aardse gaven zoals die hier in 1 Corinthe 12 t/m 14 beschreven worden als iets wat in het hier en nu praktisch hoort te werken in hun leven. Ze zien het dus niet (wat de Bijbel leert) als onderdeel van het Nieuwe Verbond met Israel. Deze drie hoofdstukken zijn specifiek gericht op de vraag hoe die gaven gebruikt werden in die uiterlijke plaatselijke synagogen, toen het Woord van God nog niet compleet was. Naar aanleiding van Paulus uitspraak (“Toen ik een kind was”) wordt dit ook wel heel terecht de babyfase van het Nieuwe Verbond genoemd.

Laten we ons beperken tot de gaven in dit vers. Daar heb je ten eerste de profetie. Dan heb je die gave waardoor bepaalde personen alle verborgenheden weten. Dan heb je de gave van kennis. Tenslotte komt daar de gave van het geloof aan de beurt.

Bij profetie had ik al zonder opgaaf van reden geschreven dat ik die niet kon bezitten. Hier komen in het kort even alle vermeldingen van de gave van profetie langs:
Romeinen 12:7 laat ons die gaven besteden, hetzij profetie, naar de mate van het geloof;
1 Corinthiërs 11:4 Iedere man, die bidt of profeteert met iets op het hoofd,
1 Corinthiërs 11:5 Iedere vrouw, die bidt of profeteert met onbedekt hoofd,
1 Corinthiërs 12:10 God schenkt …aan een ander profetie;
1 Corinthiërs 12:28 God heeft sommigen in de Gemeente aangesteld, ten eerste apostelen, ten tweede profeten,
1 Corinthiërs 12:29 Zijn zij allen profeten?
1 Corinthiërs 13:8 Profetieën, zij zullen te niet gedaan worden;
1 Corinthiërs 13:9 Wij profeteren in stukjes;
1 Corinthiërs 14:1 IJvert om de geestelijke gaven, maar het meest, dat je mag profeteren.
1 Corinthiërs 14:3 Wie profeteert, spreekt voor mensen tot stichting en vermaning en vertroosting.
1 Corinthiërs 14:4 Wie profeteert, sticht de gemeente.
1 Corinthiërs 14:5 Ik wilde nog liever dat jullie profeteerden. Wie profeteert is meer dan wie in talen spreekt,
1 Corinthiërs 14:6 Welk nut zal ik jullie doen, als ik niet tot jullie spreek … in profetie,
1 Corinthiërs 14:22 De profetie is niet voor de ongelovigen, maar voor de gelovigen.
1 Corinthiërs 14:24 Indien zij allen profeteerden,
1 Corinthiërs 14:29 Dat twee of drie profeten spreken,
1 Corinthiërs 14:31 Jullie kunnen de één na de ander profeteren,
1 Corinthiërs 14:32 De geesten van de profeten zijn aan de profeten onderworpen.
1 Corinthiërs 14:37 Als iemand meent een profeet te zijn,
1 Corinthiërs 14:39 IJvert om te profeteren,

Bij de gave om alle verborgenheden te weten denk ik beslist niet aan ons onderzoek om te ontdekken wat Gods Woord ons leert over de diverse verborgenheden. Onderzoek van het Woord van God is iets wat God aan elke gelovige, ook in onze tijd, toevertrouwd. Het is dus geen gave voor een specifieke gelovige. Hier in Corinthe is het weten van alle verborgenheden een gave, die thuishoort onder het Nieuwe Verbond met het volk Israel. Het was niet alleen de bedoeling dat de profeet zelf een profetie kreeg, maar dat dit een openbaring voor de hele synagoge zou worden. Daar kwam dus deze gave om de hoek kijken. Van deze gave zijn wat minder vermeldingen op te sommen:
1 Corinthiërs 14:6 Als ik niet tot jullie spreek in openbaring,
1 Corinthiërs 14:26 Als jullie samenkomen heeft een ieder iets, … een openbaring,
1 Corinthiërs 14:30 Indien een ander, die er zit, iets geopenbaard is,

Dan komen we bij de kennis. Een geliefde uitspraak om kennis van tafel te vegen is: “Kennis maakt opgeblazen”. Laat dat nou juist over deze gave van kennis gaan en niet over het onderzoek van Gods Woord. Ook dit was dus een gave, die de gelovigen in de start van het Nieuwe Verbond met Israel nodig hadden voor een goede relatie met God. Hier volgen de teksten met deze gave:
1 Corinthiërs 12:8 Aan een ander wordt het woord van kennis gegeven volgens dezelfde Geest;
1 Corinthiërs 13:8 Kennis, zij zal afgedaan hebben.
1 Corinthiërs 13:9 Wij kennen in stukjes,
1 Corinthiërs 13:12 Nu ken ik stuksgewijs,
1 Corinthiërs 14:6 Welk nut zal ik jullie doen, als ik niet tot jullie spreek …in kennis,

En dan wordt hier ook nog eens het geloof als een genadegave getekend, thuishorend bij het Nieuwe Verbond. Ja, dat is ook precies waar veel gelovigen tegenwoordig (ten onrechte) hun krachtpatserij in geloof op baseren. Helaas, in die nieuwe mens, waar wij als gelovigen in deze tijd toe behoren, is er niet zo´n geestesgave, die geloof heet en die aan enkelingen geschonken wordt. Nee, er is wel het geloof van Christus, waardoor we gerechtvaardigd zijn en waar we van harte in geloven mogen. Hier nog even een lijstje van die aparte gave van geloof:
Romeinen 12:3 God heeft een ieder de mate van het geloof toebedeeld.
Romeinen 12:7 Laten we die gaven besteden, hetzij profetie, naar de mate van het geloof,
1 Corinthiërs 12:9 Aan een ander geloof door dezelfde Geest;

1 Corinthiërs 13:2 Als ik profetie heb, en ik weet alle “VERBORGENHEDEN” (MUSTERIA) en alle kennis, en als ik al het geloof heb, zodat ik bergen verzet, maar ik heb geen liefde, dan ben ik niets.
In die diverse synagogen deelde God de geestesgaven uit aan diverse gelovigen. Eentje daarvan is het weten en openbaren van alle verborgenheden. Dit was onder Paulus dienst. Het waren geen exclusieve, uitsluitend aan Paulus verbonden, verborgenheden. Het was Gods doel dat alles wat verborgen was voor deze gelovigen openbaar zou komen tot opbouw en stichting.
1 Corinthiërs 14:3 Wie profeteert, spreekt voor mensen tot stichting,
1 Corinthiërs 14:5 Opdat de gemeente stichting ontvangt.
1 Corinthiërs 14:12 Streeft naar geestelijke gaven, zoekt, dat jullie overvloedig mogen zijn tot stichting van de gemeente.
1 Corinthiërs 14:26 Wanneer jullie samenkomen, …: laat alle dingen gebeuren tot stichting.

In de nieuwe mens, het lichaam van Christus, waarvan Christus het Hoofd is, daar zijn geen geestesgaven. Ze functioneren daar niet omdat dit lichaam met Christus als het Hoofd daar nooit enige noodzaak toe gehad heeft. Kijk maar eens naar je lichaam hoe het functioneert. Je hoeft niks extra aan de hand te geven. De hand functioneert bij voorbaat al als hand. Het Hoofd bestuurt het wel. Die gave zou een overbodige last zijn voor die hand. Het hart functioneert per definitie al als hart. Stop je daar wat extra bij, dan stoot het lichaam dat als iets wat niet in het lichaam thuishoort vanzelf weer af. Het hart krijgt haar automatische leiding van het Hoofd. Dat is meer dan voldoende.

De openbaringen van de verborgenheden, die Paulus hier vermeld, waren uiteraard wel degelijk essentieel in die plaatselijke synagogen van het Nieuwe Verbond. Hoe moesten de gelovigen in die plaatselijke gemeenten anders op de hoogte komen van Gods plannen en ideeën? Hebben deze verborgenheden nou iets te maken met de openbaring aan Paulus in de gevangenis van Rome van de verborgenheid betreffende die ene nieuwe mens, het lichaam van Christus? Nee! Dat lijkt me toch wel overduidelijk.

Ondanks dat Paulus degene is die hier schrijft over het weten van alle verborgenheden kan je dus zelfs niet eens stellen dat deze verborgenheden thuishoren in de reeks verborgenheden, die Paulus toebedeeld zijn. Paulus schrijft er wel over, maar dat doet hij om het functioneren van die specifieke gave binnen de synagoge-gemeente van Corinthe uit te leggen en er voor te zorgen dat alles in die gemeente tot stichting zou werken. Er zullen dus veel profetieën zijn uitgesproken, die specifiek voor de situatie in die synagoge-gemeente golden. Dat zijn dan profetieën, die niet eens in het Woord van God een plaats gekregen hebben omdat ze met name gericht waren op die plaatselijke situatie. Zo functioneerde ook die gave betreffende al die verborgenheden. Er konden dus heel goed verborgenheden tussen gezeten hebben, waar wij nu geen flauwe notie van hebben omdat ze betrekking hadden op de praktische plaatselijke situatie van Corinthe. Zo werkte het ook in die andere synagoge-gemeenten, zoals bijvoorbeeld Rome en Thessalonica.

Alles op één hoop vegen en het allemaal maar als één grote verborgenheid zien, die dan de nieuwe mens genoemd wordt, dat is op zich een overduidelijke aanwijzing dat men er nooit echt een woordstudie, waarbij elk Bijbelgedeelte waar de uitdrukking gebruikt wordt serieus onderzocht is. Die nieuwe mens is een echt nieuwe mens. Dat houdt concreet in dat het totaal nog helemaal niet in het blikveld was toen Paulus deze brieven aan Corinthe schreef.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende