U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

(Zij uit) de volken

Efeziërs 3: 6 Dat de volken (ETHNE) tezamen-ërfgenamen (SUGKERONOMA), tezamen-lichaam (SUSSOMA) en tezamen-deelgenoten (SUMMETOCHA) zijn van Zijn belofte in Christus Jezus door het evangelie;

In mijn vorige studie heb ik een heel overzicht aan Bijbelteksten opgehoest, die allemaal iets vertelden over “Ethnos”, dat in deze tekst met “volken” is vertaald. De vraag wie die volken in deze tekst zijn, is hiermee nog niet beantwoord. Ik heb dus wel een overzichtje uit alle teksten gedestilleerd met zeven verschillende definities voor “Ethnos”.
1/ Paulus specifieke dienst aan de heidenen (niet Joden):
2/ De niet Joodse volken:
3/ De heidenen (niet Joden):
4/ Alle volken (Joden & Heidenen):
5/ Het volk Israël:
6/ Het geslacht, dus niet het volk Israel, niet de niet joodse volken, niet de heidenen, zelfs niet alle volken. Nee het hele mensengeslacht:
7/ De “Ethnos” in de nieuwe mens:

Er zijn leraars, die er de nadruk op leggen dat er slechts één mensengeslacht is, waar God zich mee bezig houdt. Die vinden in punt 6 vanzelfsprekend de basis van hun gedachtelijn, met direct daaraan verbonden punt 4. Alles bij elkaar hebben ze daar best veel Bijbelse grond voor.
Er zijn leraars, die er de nadruk op leggen dat er slechts één volk (Israël) is, waar God zich primair mee bezig houdt, om van daaruit iedereen te bereiken. Die hebben met punt 5 een behoorlijke hoeveelheid Bijbelse gronden om dit te staven.
Er zijn leraars, die er de nadruk op leggen dat God naast Israël ook nog de volken, oftewel de heidenen heeft met het duidelijke kenmerk dat ze niet tot Israël behoren. Die hebben met punt 2 & 3 een behoorlijke hoeveelheid Bijbelse gronden om dit te staven.
Er zijn leraars, die er de nadruk op leggen dat God Paulus een unieke boodschap voor die heidenen heeft gegeven. Die hebben punt 1 om dat te staven.
En dan zijn er ook nog leraars, die voor de nieuwe mens, het lichaam van Christus, waarvan Christus het Hoofd is, waar wij als gelovigen in deze tijd toe behoren, volgens de lijn van punt 7 een aparte uitleg voor “Ethnos” zien.
Genoeg denkbeelden die de ronde doen.

Ik zal eerlijk zeggen dat ik een zwak heb voor al die verschillende leraars met al hun verschillende lijnen, die ze trekken. Ik heb ze allemaal in zekere mate wel een keer gevolgd. Waarom? Omdat er voor allen Bijbels gezien enorm veel viel te zeggen. Ja, ik weet het, ze spreken elkaar tegen. Dat is jammer. Maar daarom heb ik in mijn vorige studie geen enkele tekst overgeslagen. Het is namelijk zo dat elke tekst Gods Woord is, oftewel elk woord, ja elke letter, is door God geademd. Ik kan dus niet voor één van deze standpunten kiezen en daarmee de teksten die de andere kant laten zien doodzwijgen. Het is Gods Woord! Mijn leer, mijn lijn van denken, mijn conclusies, kunnen niet boven dat Woord van God uitgaan. Ik zeg eerlijk dat het best wel voorkomt in mijn denken, maar dan komt er gegarandeerd ook een keer een enorme botsing. Want wat ik leer stelt niks voor t.o.v. het gezag van Gods Woord. Daarom roep ik ook telkens op om wat ik beweer na te gaan in Gods Woord of het klopt.

Is het mogelijk om tot een uitleg van “Ethnos” te komen, die nergens schuurt met al die uiteenlopende Bijbelteksten? Natuurlijk! Onze ideeën n.a.v. die Bijbelteksten kunnen botsen met enkele teksten uit dit overzicht, maar Gods Woord botst nergens. Daarom heb ik toch de euvele moed om er verder in te duiken.

Om te beginnen zouden we de vraag anders kunnen formuleren: “Wat is het Bijbelse woord voor de heidenen, oftewel de niet Joden?”.
Dit is daarom een iets simpeler vraag, dan de vraag wat Gods Woord verstaat onder “Ethnos” omdat je dan niet die hele stroom van 163 Bijbelteksten hebt, maar slechts die 85 teksten, die bij bovenstaande punten 2 & 3 horen.
Het Bijbelse woord voor heidenen, oftewel niet Joden is namelijk consequent Ethnos.
Mattheüs 10:5 Jezus gaf hun het bevel: Jullie zullen niet heengaan op de weg van de heidenen (Eis Hodon Ethnon),
In dit geval staat Ethnos loodrecht tegenover de nakomelingen van Jacob, het hele geslacht Israel.

Is de vraag echter wie alle nakomelingen van Abraham zijn, dus inclusief het volk Israël, dan blijkt het antwoord eveneens consequent Ethnos te zijn.
Romeinen 4:17 Ik heb u tot een vader van vele volken (Pollon Ethnon) gesteld,
Romeinen 4:18 Hij heeft tegen hoop op hoop geloofd, dat hij een vader zou worden van vele volken
(Pollon Ethnon);
Het woord is hier terecht niet met heidenen vertaald. Ze zitten er wel tussen, maar er zitten ook niet heidenen tussen.

Nu krijgen we echter een nog vreemdere vraag, die vrijwel niemand met “Ethnos” zou beantwoorden. De vraag is of het uitverkoren volk Israël ook deze benaming ontvangt in Gods Woord. Ja, wel degelijk!
Lukas 23:2 Wij hebben bevonden dat deze ons volk (To Ethnos) afvallig maakt en verbiedt de keizer belasting te betalen en van zichzelf zegt dat hij Christus is, een koning.
Johannes 11:51-52 Hij profeteerde dat Jezus zou sterven voor het volk
(Tou Ethnous); En niet alleen voor het volk (Tou Ethnous), maar opdat Hij ook de kinderen van God, die verstrooid waren, tot één zou vergaderen.
Ook hier zal iedereen het er wel mee eens zijn dat je het niet zomaar met heidenen kan vertalen. Het draait hier uitsluitend om het uitverkoren volk Israël.

Het meest uitzonderlijke gebruik van het woord “Ethnos” krijg je wel als je kijkt hoe God in Zijn Woord het hele menselijke geslacht verwoordt.
Handelingen 17:26 God heeft uit één bloed het hele menselijke geslacht (Pan Ethnos Anthropon) gemaakt om op de hele aardbodem te wonen,
Kan je hier nou niet gewoon de heidenen onder verstaan? In zekere zin zitten er inderdaad veel meer heidenen dan niet heidenen in dat menselijk geslacht. Maar Gods Woord wordt niet volgens de principes van democratische meerderheden uitgelegd. Het gaat hier simpel over het hele menselijke geslacht, Jood en heiden. Heel letterlijk weergegeven staat hier: “Elk volk van de mensen”.

Er is op de manier waarop God in Zijn Woord dit Griekse woord “Ethnos” gebruikt een voortdurende eenduidigheid. Dat is niet zozeer de “heidenen” omdat er net zo goed juist exclusief “niet heidenen” mee bedoeld kunnen worden. De eenduidigheid zit hem in de betekenis van “volken”. De ene keer heidenvolken, de andere keer alle volken, en weer een andere keer exclusief het joodse volk. Het is dus de context die aangeeft welk volk, of welke volken, er bedoeld worden.

De volken zijn de Samen-Lichaam”. Dat is de letterlijke weergave van Efeze 3: 6. Maar hoe staat het met de volken in deze tijd na Handelingen? Hoe staat het met de volken in onze tijd dat de verborgenheid is geopenbaard? Hoe staat het met de volken tijdens de nieuwe mens, waarin de twee (Jood en Heiden) tot één nieuw lichaam samengevoegd zijn? Hoe staat het met de volken nu er geen onderscheid tussen Jood en Heiden meer is? Hoe staat het met de volken nu de vijgenboom is omgehouwen? Hoe staat het met de volken nu er geen heidenvolken het uitverkoren volk meer jaloers maken?

Ik zal gelijk duidelijkheid scheppen hoe ik het zie. Dan kan er ook gelijk op geschoten worden.
Ik geloof inderdaad dat Paulus in Efeze 2 met zijn uiteenzetting van de nieuwe mens de hele situatie getekend heeft. Hier komt die nog eens:
Efeze 2: 14-18 Christus Jezus is onze (Jood & Heiden) vrede, die beiden (Jood & Heiden) één gemaakt en de scheidsmuur van de omheining (die de heidenen buiten liet) weggebroken heeft, toen hij (Christus Jezus) in Zijn vlees de vijandschap (tussen Jood & Heiden), de wet van de geboden, die in inzettingen bestaat, te niet gedaan had, opdat hij die twee (Jood & Heiden) in zichzelf tot één nieuwe mens (Lichaam van Christus) zou scheppen, vrede makende (tussen Jood & Heiden), en beiden (Jood & Heiden) in één lichaam (Lichaam van Christus, de nieuwe mens) met God verzoenen zou door het kruis, terwijl hij daardoor de vijandschap (tussen Jood & Heiden) gedood heeft. En Hij is gekomen en heeft vrede (tussen Jood & Heiden) verkondigd aan jullie (Heidenen) die veraf waren, en vrede (tussen Jood & Heiden) aan hen (Joden) die nabij waren. Want door Hem hebben wij beiden (Jood & Heiden) door één Geest de toegang tot de Vader.

Let wel, dit is wat Paulus beschrijft als de situatie die nu binnen het lichaam van Christus, waarvan Christus het Hoofd is, een feit is. Het is een geestelijk feit in de bovenhemelse. Precies daar waar onze positie is. Natuurlijk kon er een heel nuchtere Jood Paulus zo aan de hand meetronen (als hij niet gevangen had gezeten) naar de tempel in Jeruzalem om hem te laten zien dat er niks aan deze voorstelling klopt. Die muur namelijk, die de heidenen buiten hield, was er nog steeds. De tempel was namelijk nog niet verwoest, die stond er nog. Ja, Paulus spreekt ook niet over een aardse positie met aardse zegeningen, zoals de plaatselijke synagoge-gemeentes dat tot op dat moment ook gewend waren. Nee, Paulus beschreef onze letterlijke geestelijke positie met onze letterlijke geestelijke zegeningen in de bovenhemelse.

Het verschil tussen Jood en Heiden is opgeheven in de gemeente, het lichaam van Christus. Maar buiten het lichaam, gewoon qua aardse positie van het volk Israël tot God, daar was ook iets veranderd. Het volk had zijn bijzondere positie als uitverkoren volk t.o.v. de andere volken verloren. Ze hadden het aanbod van het koninkrijk, dat de hele periode van Handelingen door was gegaan, afgewezen. Zij zijn nu nog slechts volk onder de volken. Samen met de heidenvolkeren zijn zij “Ethnos”.

Wat was Gods boodschap aan het volk (Ethnos) Israël in de handelingenperiode?
Handelingen 3: 19-21 Heb berouw en keer terug (Israël), opdat je zonden uitgewist mogen worden, opdat de tijden van de verkwikking mogen komen van het aangezicht van de Heer, en Hij Jezus Christus zal zenden die te voren voor jullie (Israël) verordend is, die de hemel moet opnemen tot op de tijden van het herstel van alle dingen, waarvan God sinds oude tijden gesproken heeft door de mond van zijn heilige profeten.

Een duidelijke oproep puur aan het volk Israël. Hier kunnen we absoluut niets uithalen dat voor de gemeente, het lichaam van Christus, waarvan Christus het Hoofd is, bestemd is. Zo´n oproep en een dergelijk uitzicht op herstel zit ook totaal niet vast aan de verborgenheid van de nieuwe mens, waar wij toe behoren. Het hoort helemaal bij Gods geopenbaarde profetische geschriften voor het volk Israël.
Jesaja 30: 18-19 Daarom wacht Yahweh, opdat Hij jullie genadig zal zijn; en Hij zal verhoogd worden om zich over jullie te ontfermen; want Yahweh is een God van het oordeel: iedereen is gelukkig, die Hem verwacht. Want het volk van Sion zal in Jeruzalem wonen: jullie zullen niet langer huilen; Hij zal jullie genadig zijn, als jullie roepen; Hij zal jullie antwoorden, zodra Hij het hoort.

In Handelingen 3 wordt het volk Israël opgeroepen berouw te hebben en zich te bekeren. De typische verkondiging die bij het evangelie van het koninkrijk hoort. Tijden van verkwikking en herstel worden voor de aandacht gesteld. Dat is het destijds dus niet geworden en als volk is Israël ondergegaan tussen de volken. Maar hier geeft Jesaja aan dat dit voor het volk Israël een tijd is dat God wacht. Natuurlijk komt er een oordeel, want God is een God van liefde! (Oei, dat lijkt voor velen een tegenstelling. We zien tegenwoordig nog maar zo moeilijk dat liefde ook straf tot herstel in zich heeft). Maar het is een oordeel met een doel. God wil dit volk genade bewijzen. Dat gaat straks ook zeker weer komen.

Israël heeft als volk het aanbod van het koninkrijk afgewezen en daarmee is de vijgenboom totaal verdord. Het volk is opgegaan in de God vijandige volkeren.
Mattheus 21: 19 Toen Jezus één vijgenboom aan de weg zag, ging hij er naar toe en vond niets daaraan dan alleen bladeren. En Hij zei: Vanuit jou komt er geen vrucht meer tot in de aioon! En de vijgenboom verdorde onmiddellijk.

Het volk Israël is in deze tijd één geheel met de volkeren, maar er is een totdat:
Lukas 21: 24 Zij (Israël) zullen vallen door het scherp van het zwaard en als gevangenen weggevoerd worden onder alle volken (Ta Ethne); en Jeruzalem zal door de volken (Hupo Ethnon) vertrapt worden, totdat de tijden van de volken (Kairoi Ethnon) vervuld zullen zijn.
Het totdat geldt wanneer de tijden van die volkeren helemaal vol zullen zijn. Deze vermelding van de volken is geen verwijzing naar het lichaam van Christus ondanks dat dezelfde uitdrukking hier gebruikt wordt. Dat zou betekenen dat we totaal geen waarde zouden hechten aan de context. Hier was de verborgenheid van het lichaam van Christus, waarvan Christus het Hoofd is, nog totaal verborgen in God. Geen enkele mogelijkheid om in die situatie daarnaar te verwijzen.

Israël is dus onder de volken. Ook nu, hoewel een klein deeltje van Israël al eigenwillig in het land vertoeft, wat bij mensen weer heel andere ideeën kan opwerpen. Israël is en blijft onder de volken totdat de tijden van de volken vervuld zijn. Tot die tijd is de vijgenboom verdord. Maar daar is een totdat!
Mattheus 24: 32 leer van de vijgenboom de gelijkenis: Als zijn tak al zacht wordt en de bladeren uitspruiten, dan weten jullie dat de zomer dichtbij is.
Ondanks dat sommigen dit al in 1948 in vervulling dachten te zien gaan, is het nu nog steeds winter voor Israël. Het geheel van de Joden (en dat zijn maar twee stammen) is grotendeels nog verspreid onder de volkeren. Het geheel van Israël (de totale 12 stammen) is zelfs nog niet eens aan te wijzen. Het volk is één met de volken.

Besef goed waar we nog maar mee bezig waren! We zoeken de betekenis van “Ethnos” en dan vooral de “Ethnos” in deze tijd, waar Efeze 3: 6 ook over spreekt.

In het Hebreeuws heb je ook een speciaal woord voor het volk. Dat is: “Ammi”. Letterlijk betekent het: “Mijn volk”. Israël is als uitzonderlijk volk de “Ammi” van God. Momenteel vormt ze echter de “Lo-Ammi”. Dat is dus de betekenis van: “Niet Mijn volk”. Momenteel is de vijgenboom verdord. Momenteel is Israël volk onder de volken. Momenteel is het winter voor Israël. Maar hoelang?
Hosea 6: 1-3 Komt, wij willen terugkeren naar Yahweh; want Hij heeft ons verscheurd, Hij zal ons ook genezen; Hij heeft ons geslagen, Hij zal ons ook verbinden. Hij zal ons doen herleven na twee dagen, op de derde dag zal Hij ons oprichten, dat wij voor Hem zullen leven. Dan zullen wij verstandig zijn en ons beijveren om Yahweh te kennen; want Hij zal voor ons aanbreken als de schone dagenraad en zal tot ons komen als een regen, als een spade regen, die het land besproeit.
Na 2 dagen. Op de derde dag zal Yahweh Zijn volk weer oprichten. Dan zijn zij weer “Ammi”, oftewel “Mijn volk”. Op dat moment krijg je dus weer dat onderscheid tussen het uitverkoren volk en de volken. Iemand, die iets weet van de tijdsrekening in Gods Woord, die weet dat dit niet lang meer zal duren. Maar tot op die tijd is er sprake van volken zonder onderscheid.

Efeziërs 3: 6 Dat de volken (ETHNE) tezamen-ërfgenamen (SUGKERONOMA), tezamen-lichaam (SUSSOMA) en tezamen-deelgenoten (SUMMETOCHA) zijn van Zijn belofte in Christus Jezus door het evangelie;
Paulus geeft hier nadrukkelijk aan dat de volken o.a. die Samen-Lichaam zijn. Die “Ethne” geeft in deze tijd dus niet meer de heidenen aan. Het geeft zeker niet het uitverkoren volk Israël aan. Maar bedoelt Paulus dan dat alle volken (Jood & Heiden) in deze tijd die Samen-Lichaam vormen?

In Efeze 2 hadden we al ontdekt dat de tussenmuur tussen Jood en Heiden was weggevallen en dat Christus Jezus in die nieuwe mens de vrede tussen hen was. Als we nu echter naar alle volken gaan, dan zien we dat er geen vrede tussen hen is. We hebben net vanuit Gods Woord de ontwikkeling gezien dat het uitverkoren volk haar positie tijdelijk verloren heeft (er is een wachten) en nou juist in haar vijandschap tot de Messias één gemaakt is met de volken. Een tegenovergestelde positie dus van Efeze 2. Blijft toch de vraag: “Hoe moeten we deze “Ethe” hier in Efeze 3: 6 zien?

Enkele voorbeelden van hetzelfde woord in dezelfde vervoeging:

Handelingen 10: 45 De gelovigen uit de besnijdenis die met Petrus waren meegekomen, stonden verbaasd, dat de gave van de Heilige Geest ook op de volken (Ethne) uitgestort werd;
Waren alle volken/heidenen in tongen aan het spreken, waaruit bleek dat de Heilige Geest op alle volken/heidenen was uitgestort? Nee, alleen de gelovigen uit die volken.

Handelingen 11: 1 De apostelen en de broeders die in Judéa waren, hoorden dat ook de volken (Ethne) het woord van God aangenomen hadden.
Hadden alle volken/heidenen hier het woord van God aangenomen zodat die klus er definitief opzat? Nee, het gaat hier om gelovigen uit de volken.

Handelingen 13: 48 Toen de volken (Ethne) dit hoorden, verblijdden zij zich en verheerlijkten het woord van de Heer en er geloofden zo velen, als er tot het leven van de aioon bestemd waren.
Opnieuw is het gezien de context veel beter om weer te geven dat zij “uit de volken” dit hoorden. Echt niet alle volken/heidenen verblijdden zich en verheerlijkten het woord van de Heer.

Romeinen 2: 14 wanneer de volken (Ethne), die geen wet hebben, van nature doen wat de wet zegt, dan zijn zij, die geen wet hebben, zichzelf tot een wet,
Doen nu al alle volken/heidenen van nature wat de wet zegt of zijn dit enkelen uit die volken?

1 Corinthe 12: 2 Jullie weten, dat toen jullie de volken (Ethne) waren, dat jullie toen tot de stomme afgoden werden heengedreven, zoals jullie geleid werden.
Deze gelovigen waren onderdeel van die volken/heidenen. Ze waren niet al die volken/heidenen.

Galaten 2: 14 Als jij, die een Jood bent, leeft zoals de volken en niet zoals de Joden, waarom dwing jij de volken (Ethne) dan om op joodse wijze te leven?
Ging Petrus alle volken/heidenen af om hen te leren op joodse manier te leven? Nee, hij maakte deze misser alleen maar bij de gelovigen uit de volken/heidenen.

Er zijn genoeg Bijbelteksten die letterlijk over “alle volken” spreken. Bijvoorbeeld:
Openbaring 15:4 Alle volken zullen komen, en voor U aanbidden;
Vanzelfsprekend gaat het dan ook letterlijk over alle volken. Maar in deze voorbeelden wordt gesproken over de volken, waar er duidelijk mensen uit die volken bedoeld worden, met uitzondering van andere mensen uit die volken.

Efeziërs 3: 6 Dat zij uit de volken (ETHNE) tezamen-ërfgenamen (SUGKERONOMA), tezamen-lichaam (SUSSOMA) en tezamen-deelgenoten (SUMMETOCHA) zijn van Zijn belofte in Christus Jezus door het evangelie;

De navorsers, die me erop wezen dat “zij uit” er niet staat hebben 100 % gelijk. De vertalers, die het er wel tussen geplaatst hadden, blijken echter ook gelijk te hebben als we de hele context erin betrekken. Het zijn die gelovigen uit de volkeren in onze huidige tijd, die samen dat lichaam van Christus vormen, waarvan Christus het Hoofd is. Voor de aardse positie heb je momenteel dus dat er uitsluitend sprake is van volken (ongeacht of ze Jood of Heiden zijn), voor de bovenhemelse positie (de onze) hebben we dus te maken met hen uit die volken, die geen Jood of Heiden meer zijn, maar uitsluitend tot het lichaam van Christus behoren. Die worden hier aangesproken.

Nog één puntje hierover moet ik kwijt. De leer (een heel begrijpelijke) dat het lichaam van Christus, waar wij momenteel toe behoren, de tot volwassenheid uitgegroeide versie zou zijn van de diverse groepen gelovigen in de tijd van Handelingen.
Momenteel is Israël voor God echt Lo-Ammi (niet Mijn volk). Israël wordt straks weer Ammi (Mijn volk). De verhouding wordt dus weer zoals het was tot het eind van Handelingen toen de vijgenboom nog niet omgehouwen was, toen het uitverkoren volk nog niet onder de volken verspreid was.
In de consequentie van die leer zou dit betekenen dat de gelovigen in die toekomende tijd dus weer van de volwassen status terug gaan naar hun kindertijd. Eerst de Jood en dan de Griek. Terug naar de Handelingentijd.
In mijn verstaan van Gods Woord wringt dit enorm. Het botst ook met Paulus uitspraak dat de bijzondere positie, die wij nu mogen innemen alle geslachten en alle aionen verborgen was in God: Een nieuwe mens waarin niemand Jood en niemand Heiden is.

Wij, als gelovigen in deze tijd zijn uit genade enorm gezegend in allerlei “Samen Met” zaken, o.a. Samen-Erfgenamen, Samen-Lichaam en Samen-Deelgenoten. Dat wordt een onderwerp voor volgende studies.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende