U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Paulus twee diensten

Met de verborgenheid die alle aionen en geslachten niet bekend gemaakt is en nu, helemaal na het Bijbelboek Handelingen, geopenbaard is, waar wij als gelovigen in deze tijd nu deel van uitmaken, is alles op zijn kop gezet.
Efeze 2: 11-16 Die beiden (Jood en Heiden) zijn één gemaakt …. die twee (Jood en Heiden) zijn in Zichzelf tot één nieuwe mens (lichaam van Christus) geschapen, …. die beiden (Jood en Heiden) zijn in één lichaam met God verzoend.

De tegenstelling van deze dienst van Paulus voor het lichaam van Christus staat helemaal haaks op zijn eerste dienst als diaken van het nieuwe verbond. Daar heeft Israël de vooraanstaande positie binnen Gods plan. Die verschillen, daar hebben we al enkele studies aan gewijd en daar blijven nog mee doorgaan.

De lijn van het Oude Testament van Gods handelen met Zijn aardse volk Israël zet zich dus voort in Handelingen en komt zelfs tot uiting in Paulus eerste dienst. Maar wellicht komt dan de volgende vraag:
Romeinen 3: 1-2 Wat is het voorrecht van de Jood, of wat is het nut van de besnijdenis? Veel, in elk opzicht, en wel in de eerste plaats, dat hun de woorden van God zijn toevertrouwd.
In tegenstelling tot de positie van de Jood binnen die nieuwe mens (elk verschil weggevallen) is onder Paulus dienst van het nieuwe verbond de Jood bevoorrecht. Onder de dienst van het nieuwe verbond is heel letterlijk opgevat de besnijdenis nuttig op velerlei wijzen.

Romeinen 9: 4-5 Israëlieten zijn zij, van hen is het zoonschap en de heerlijkheid en de verbonden en de wetgeving en de dienst en de beloften; tot hen behoren de vaderen, en uit hen is, wat het vlees betreft, de Christus, die God is over alles, gezegend tot in de aionen. Amen.
Hier wordt door Paulus eventjes alle voorrechten van Israël onder het nieuwe verbond achter elkaar opgelepeld. We zouden dit natuurlijk gelijk al kunnen gaan uitwerken want hier is nog steeds Paulus dienst als diaken van het nieuwe verbond actief. Maar binnen dat nieuwe verbond is er iets ernstigs aan de hand. Daarvoor is het toch belangrijk om de context er bij te halen.

Hoe staat Paulus vlak voor deze uitspraak tegenover dit Israël met al haar voorrechten?
Romeinen 9: 2-3 Ik (Paulus) heb grote droefheid en een onophoudelijke smart in mijn hart, want zelf wenste ik wel door een vloek gescheiden te zijn van Christus ter wille van mijn broeders, mijn verwanten naar het vlees;
Paulus ziet dat niet iedereen uit het volk Israël ook daadwerkelijk tot geloof was gekomen in hun Messias. Een overweldigende hoeveelheid had het leven in hun Messias gevonden, maar de profetie tekende het gehele volk als een priesterlijk volk dat een dienst naar de heidenvolkeren zou hebben. Dat gebeurde niet en Paulus hart brak. Vandaar deze emotionele uitspraak.

Vanzelfsprekend was deze ontwikkeling zwaar voor Paulus om Gods weg met zijn eigen broeders en zusters naar het vlees zo te zien verlopen, maar Paulus wist ook bij deze ellende: “God mist Zijn doel niet!” Hij was er vast van overtuigd dat Gods woord tot Zijn doel komt. God is geen zondaar, die dus zijn doel mist!
Romeinen 9: 6 Het is niet zo, dat het woord van God zijn doel gemist heeft, want niet allen zijn Israël, die uit Israël zijn;
Paulus wist hier dus al dat het heil Gods naar de heidenen zou gaan, zoals dat aan het eind van Handelingen ook daadwerkelijk stond te gebeuren. Daarvoor had hij geen openbaring van een verborgenheid nodig. Niet heel Israël was tot geloof gekomen. Niet heel Israël was dus Israël, de strijder van God.

Belangrijk bij deze uitspraak is dat God Israël nog helemaal op de eerste plaats heeft staan. Als Paulus dus zegt dat niet allen Israël zijn, die uit Israël zijn, dan is dat geen uitspraak waarbij Israël aan de kant gezet is en dat dus een andere groep aanspraak kan maken op de titel “Israël”. (Het is een gedachte in de evangelische wereld dat de gemeente een soort vervanging voor Israël zou zijn). Nee, zo zit het niet, je hebt Israël, die van afstamming Israël is, maar die profetisch ook geestelijk Israël zal zijn. Als aan beide voorwaarden (afstamming en geestelijk leven) voldaan is, dan is Israël echt Israël. Anders is het in Gods Woord “Jacob”. Een heel duidelijk plaatje dus juist van een Israël, die bevoorrecht is boven de heidenen. Het plaatje van het nieuwe verbond.

Romeinen 2:28-29 Hij is geen Jood, die het uitwendig is, ook is deze geen besnijdenis, die uitwendig in het vlees geschiedt; maar hij is een Jood, die het inwendig is; en de besnijdenis van het hart is een besnijdenis, die in de Geest, en niet naar de letter geschiedt; waardoor de lof niet is uit de mensen, maar uit God.
Nou kijk eens aan! Precies dezelfde boodschap als het “niet allen zijn Israël, die uit Israël zijn” uit Romeinen 9: 6.

In Romeinen 2 werd dit niet tegen heidenen gezegd, maar concreet tegen de Joden zelf. Vandaar dat hier direct op volgt:
Romeinen 3: 1-2 Wat is het voorrecht van de Jood, of wat is het nut van de besnijdenis? Veel, in elk opzicht, en wel in de eerste plaats, dat hun de woorden van God zijn toevertrouwd.
Het bekende gedeelte, waar we mee begonnen.

Het hele plaatje van deze bevoorrechte positie van Israël staat dus radicaal tegenover het wegvallen van elk mogelijk voorrecht binnen de nieuwe mens, waar Paulus als een geopenbaarde verborgenheid in Efeze 2 over schrijft. Toch heb ikzelf, net zoals trouwens vrijwel iedereen binnen de evangelische wereld, tientallen jaren volstrekt geloofd dat Paulus beschrijving van de gemeente als het lichaam van Christus, de nieuwe mens in Efeze gewoon een voortzetting was van Paulus dienst als diaken van het nieuwe verbond. Het ene zou gewoon een volwassen versie zijn van het andere. Is daar Bijbelse grond voor?

De reden waarom Paulus in Romeinen 9 zo´n enorme droefheid en smart in zijn hart had, was omdat niet geheel Israël tot geloof was gekomen. Willen we weten wanneer die roeping met die taak en die hoop wel volgroeid is, oftewel volwassen is geworden, dan hoeven we alleen maar Paulus verdere getuigenis te volgen.
Romeinen 11:25-26 Voor een deel is er verharding over Israël gekomen, totdat de volheid van de heidenvolken zal zijn ingegaan; en zó zal heel Israël gered worden,
Ik had in de tweede studie van “MUSTERION” hier al het één en ander over geschreven.
http://www.overvloeiendegenade.nl/artikelenheindehaan2/musterion2.html#000000a46707c9802

Tussen het moment van Paulus dienst als diaken van het nieuwe verbond, waarin hij droefheid en smart heeft omdat die dienst niet tot zijn volle doel lijkt te komen op dat moment, en de concrete volwassen realisatie van die dienst in het feit dat heel Israël gered wordt, zit momenteel al 2.000 jaar die nieuwe mens van Efeze 2, het lichaam van Christus, waarvan Christus zelf het Hoofd is en waar wij als gelovigen in deze tijd nu toe behoren.

Dat hele Israël is dus de volwassenheid van Paulus dienst als diaken van het nieuwe verbond, niet wij als gelovigen binnen die nieuwe mens. Het doel van dat hele volk Israël is een aardse priesterlijke dienst naar de heidenvolkeren om alle volkeren te bereiken. Het doel van de nieuwe mens is de hemelse tentoonstelling van de veelkleurige wijsheid van God aan de geestelijke overheden en machten. Ga zo maar door. Er is sprake van een andersoortige roeping, een andersoortige zegening, een andersoortige taak en een andersoortige hoop. Het volwassen worden van de roeping van het nieuwe verbond wacht profetisch gezien nog.

Paulus beschrijving van de geweldige voorrechten van de Jood liggen dus helemaal binnen deze, voor Israël, zware context.
Romeinen 9: 4-5 Israëlieten zijn zij, van hen is het zoonschap en de heerlijkheid en de verbonden en de wetgeving en de dienst en de beloften; tot hen behoren de vaderen, en uit hen is, wat het vlees betreft, de Christus, die God is over alles, gezegend tot in de aionen. Amen.

Paulus schrijft hier volkomen terecht als diaken van het nieuwe verbond dat deze Joden Israëlieten zijn. Hij schrijft niet: “dat waren zij”. Dat zou het geval zijn als hij over hen sprak alsof ze al tot die nieuwe mens behoorden (Die was trouwens nog niet geopenbaard). Nee, want ondanks de redelijk beroerde situatie zijn ze dat in die tijd nog volledig. Dat is hier volledig hun roeping. Het is helemaal overeenkomstig de geopenbaarde profetische lijn van God.

In de volgende studie pakken we dit grote onderscheid van die bevoorrechte positie van Israël nog eenmaal verder op om daarmee de uitwerking van de verschillen tussen de dienst van het nieuwe verbond en de dienst van de nieuwe mens dan ook definitief af te sluiten.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende