U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2

Israel & Heidenen, toen & nu

We hebben de verborgenheid van Gods wil betreffende de bedeling van de volheid der tijden uitgewerkt in de afgelopen laatste studies. Opvallend is dat God met de openbaring van de verborgenheden betreffende het lichaam van Christus, waarvan Christus zelf het Hoofd is, aan het eind der tijden begint. Hij vindt het duidelijk van belang dat wij beseffen dat onze taak, hoe vreemd we er ook vanuit ons mens zijn tegenaan mogen kijken, tot een perfecte afronding komt. Het is alles het werk van Zijn genade.

Voor een volgende openbaring van de verborgenheid lijken we een grote sprong in de tekst te moeten maken. Ik schrijf heel bewust “LIJKEN”. Het is namelijk zo dat we voor de vermelding van het woord “Verborgenheid” wel het hele tweede hoofdstuk overslaan, maar Paulus geeft direct alweer aan dat hij juist in dat tweede hoofdstuk al een belangrijke inhoud van deze verborgenheid heeft weggegeven.

Efeziërs 3:3-6 Aan mij (Paulus) is door openbaring (APOCALUPSIN) de “VERBORGENHEiD” (MUSTERION) bekend gemaakt, zoals ik hiervoor (hoofdstuk 2) in het kort geschreven heb. Wanneer jullie dit lezen, dan kunnen jullie daarin mijn inzicht ontdekken in de “VERBORGENHEiD” (MUSTERIO) van de Christus, die in andere geslachten aan de mensenkinderen niet bekend is gemaakt, zoals zij nu in de Geest geopenbaard is aan Zijn heilige apostelen en profeten: namelijk dat zij uit de volken tezamen-ërfgenaam (SUGKERONOMA) zijn en tezamen-lichaam (SUSSOMA) en tezamen-deelgenoot (SUMMETOCHA) van Zijn belofte in Christus Jezus door het evangelie;

We zullen ons een behoorlijk aantal studies gaan bezighouden met Gods maaksel, de nieuwe mens, die in Efeze 2 aan ons gepresenteerd wordt. Maar eerst lopen we even het bovenstaand Bijbelgedeelte door en dan wel in mijn eigen bewoordingen.

God had een waarheid verborgen voor de mensen. De gordijnen waren dicht. Er was niets te zien, niets te ontdekken. Maar nu heeft God het aan Paulus geopenbaard. De gordijnen zijn open gegaan. Het is nu voor iedereen te zien en te lezen. In het voorgaande hoofdstuk (Efeze 2) had Paulus daar al het één en ander over geschreven. Dus als je dat hoofdstuk leest, dan krijg je een indruk hoe Paulus zelf tegen deze verborgenheid van de Christus aankijkt. Dat is een verborgenheid, die God eerder aan mensen, zoals Mozes of Johannes en zelfs Jezus Christus zelf niet heeft bekend gemaakt. Sorry hoor, maar dat staat er gewoon letterlijk! Ik verbaas me er telkens over hoe mensen zo in protest kunnen komen wanneer ze horen dat het voor deze openbaring aan Paulus aan geen enkel mens bekend gemaakt is. Het staat er letterlijk. Dat gordijn is nu pas open gegaan.

De inhoud van deze verborgenheid vertelt Paulus hier ook nog eens.
Dat is namelijk in de eerste plaats dat niet alleen Christus Jezus ergens erfgenaam van is (namelijk van alles). Dat is ook niet dat de gemeente, het lichaam van Christus, waarvan Christus het Hoofd is, in zijn eentje ergens erfgenaam van is. Nee, er is een samen-groei. Christus (Het Hoofd) samen met de gemeente (het lichaam) vormen de erfgenaam van alles.
Dat is namelijk in de tweede plaats dat er niet zoals in Rome en ook in de plaats Corinthe sprake was van een plaatselijk lichaam, waarvan de leden tezamen als leden elkaar aanvullen, waarbij er ook leden, zoals het oog, de neus en het oor zijn die samen het hoofd vormen. Plaatselijke lichamen dus met plaatselijke leiders, zoals opzieners en diakenen (nu eventjes zonder een omschrijving als oog, neus en oor), die het hoofd vormen. Nee, deze openbaring van een verborgenheid betreft een samen-lichaam. Een lichaam, waarbij het Hoofd (Christus Jezus) en het lichaam één geheel vormen tot dat wereldwijde, niet uiterlijke lichaam van Christus, waarvan Christus het Hoofd is. Nu is met dit deel van de openbaring van de verborgenheid al iets duidelijker geworden van mijn voortdurend herhalende uitspraak over het lichaam van Christus, waarvan Christus zelf het Hoofd is. (Dus daarom zo´n lange uitdrukking!)
Ook heb je dan nog eens in de derde plaats dat we samen-deelgenoot zijn van een belofte die alleen voor Christus gold. Logisch dat Christus deelgenoot was van alles wat aan die belofte voor Hemzelf verbonden was. Maar wij als gelovigen in de huidige huishouding van God delen daar ook in. Een idioot idee als je uitsluitend van de profetieën uit zou gaan, want nergens was ooit zoiets voorzegd. Maar ja, het was hun toch ook nooit bekend gemaakt? Dat schrijft Paulus toch?

Nou heb ik eigenlijk alleen nog maar in mijn eigen bewoordingen na gesproken wat Paulus hier opgeschreven heeft. En toch proef je hier al zo´n onvoorstelbare rijkdom, die boven alles uitgaat van wat je in andere huishoudingen van God geproefd hebt. Wie kan zeggen dat hij/zij zo vergroeid tot een eenheid is met Christus? Dat kan jij en jij en u. Wij allen, die in deze tijd tot het lichaam van Christus behoren, waarvan Christus het Hoofd is.

Okay, dus die volkomen eenheid van lichaam en Hoofd is dus de Christus, die allen in de hemelen en op de aarde zal hoofden. Met dat doel werkt God dus nu dat lichaam van Christus, die nieuwe mens, dat maaksel van God, uit, waar jij en ik tegenwoordig toe mogen behoren.

Voorlopig laat ik nu de uitspraken in dit hoofdstuk even voor wat het is omdat dit Bijbelgedeelte begint met een terug verwijzing.
Efeziërs 3:3 Aan mij is door openbaring de verborgenheid bekend gemaakt, zoals ik hiervoor in het kort geschreven heb.
Logische vraag is dan wat Paulus in het kort hiervoor over de openbaring van de verborgenheid geschreven heeft?
Het antwoord vinden we in dat maaksel van God uit Efeze 2: 10, wat de openbaring van Gods verborgenheid betreffende het lichaam van Christus is en ook in die nieuwe mens uit Efeze 2: 16, dat eveneens de openbaring van Gods verborgenheid betreffende het lichaam van Christus is.

Ik zou hier natuurlijk weer een hele studie over dat maaksel van God en over die nieuwe mens kunnen opzetten. Dat zou echter een herhaling van oefening zijn. Ik heb er namelijk al een hele studiereeks aan gewijd. Ik verwijs daarom ook naar de 16 studies, die ik specifiek over dit onderwerp op mijn website geplaatst heb en die je terugvindt door op de volgende link te clicken.
http://www.overvloeiendegenade.nl/artikelenhein/index.html#0000009af40e56d05
Heel nadrukkelijk adviseer ik om eerst deze studies te lezen voordat je hier weer verder leest.

Gods maaksel, oftewel Gods gedicht in Efeze 2 gaat niet over een individueel gelovige. Het gaat over ons als gelovigen gezamenlijk in de huidige huishouding van God. Het gaat over het lichaam van Christus, waarvan Christus het Hoofd is.
De nieuwe mens in Efeze 2 gaat niet over een individueel gelovige. Het gaat over ons als gelovigen gezamenlijk in de huidige huishouding van God. Het gaat over het lichaam van Christus, waarvan Christus het Hoofd is.

Deze opmerking over het feit dat Gods gedicht zowel als die nieuwe mens niet de individuele gelovige betreft, maar dat het hier uitdrukkelijk over onze eenheid als lichaam van Christus gaat, lijkt zo vanzelfsprekend dat we er vrijwel geen acht op dreigen te slaan. Laat ik gewoon maar eerlijk zijn. Ik schonk er tientallen jaren geen enkele aandacht aan. Ja, ik nam het in zekere zin wel voor zoete koek aan, maar gelijk ging ik er in mijn verdere denken totaal niet serieus vanuit. Wat was het resultaat? Hier komen de teksten, die voor mij altijd precies hetzelfde lieten horen als deze vermelding over Gods maaksel en die nieuwe mens.
Ezechiël 36:26 Ik zal een nieuw hart en een nieuwe geest in jullie geven;
2 Corinthiërs 5:17 als iemand in Christus is, dan is die een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het is alles nieuw geworden.
Galaten 6:15 In Christus Jezus is besnijdenis niks, en onbesneden zijn ook niet, maar een nieuw schepsel.


Hoe las ik dit dan? Ik begreep uit diverse andere Bijbelgedeelten dat als je echt het leven in Christus wilt bezitten, dat je dan opnieuw geboren moet worden. Er moet dus een nieuw hart en een nieuwe geest komen. Als iemand dan ook echt opnieuw geboren is, dan is die persoon in Christus en dan is die dus een nieuwe schepping. Uiterlijke zaken, zoals een besnijdenis, helpen daar niks aan. Het gaat erom dat je een nieuwe schepping bent. En pas op!!! Nu komt dan mijn totaal niet rekening houden met het feit dat Gods maaksel uit Efeze 2 en die nieuwe mens in datzelfde betoog een omschrijving waren van een gezamenlijke eenheid als lichaam van Christus. Ik wist het, maar onbewust negeerde ik dat en zag dus die nieuwe schepping, die dankzij de wedergeboorte was ontstaan, hier verder uitgewerkt worden.

Nogmaals, ik negeerde gewoon het feit dat die nieuwe schepping onder het nieuwe verbond een heel individuele zaak was, terwijl Gods maaksel en die nieuwe mens als lichaam van Christus een collectieve zaak is. Er zijn vanzelfsprekend overeenkomsten. Die nieuwe schepping wordt iemand uitsluitend op grond van genade en genade alleen. Het is Gods werk aan een mens. Ikzelf denk dat ook wij als gelovigen in deze tijd nog altijd zo´n nieuwe schepping geworden zijn uit genade alleen. Ik zie voorlopig in de Bijbel geen aanleiding om daar anders over te denken. Maar er is nu in onze tijd ook iets compleet nieuws gekomen. Dat is onze gezamenlijke eenheid als gelovigen binnen het lichaam van Christus, dat Paulus in Efeze 2 als Gods maaksel en als een nieuwe mens omschrijft.

Deze “verschrikkelijk” letterlijke manier van lezen gaat voor veel gelovigen veel te ver. Ze zijn als de dood dat ze dan helemaal niks meer zouden begrijpen van de Bijbel aangezien ze nu al, met een veel lossere manier van naar de woorden in Gods Woord kijken al zo vaak vast lopen. Dit is nou precies wat ik ook altijd, die tientallen jaren, dacht. Toen eind negentiger jaren van de vorige eeuw me alles betreffende Gods Woord uit handen geslagen was en ik alleen nog een letterlijke Bijbel had overgehouden, toen bleek echter dat veel uitspraken in Gods Woord op Zijn plek gingen vallen. Toen kwam dus ook dat onderscheid tussen die individuele nieuwe schepping en die collectieve nieuwe mens.

Nog meer begon me op te vallen. Hier heb je de uitspraken uit Efeze 2 over Jood en Heiden nog eens.
Efeze 2: 11-16 Denk eraan dat jullie (Heidenen), die vroeger heidenen in het vlees waren, en die voorhuid werden genoemd door de zogenaamde besnijdenis die in het vlees met handen gebeurt, dat jullie (Heidenen) in die tijd zonder Christus waren, vervreemd van het burgerschap van Israël en vreemdelingen van de verbonden der belofte; jullie (Heidenen) hadden geen hoop en waren zonder God in de wereld. Maar nu, in Christus Jezus, zijn jullie (Heidenen), die vroeger veraf waren, dichtbij gebracht door het bloed van Christus. Want Hij (Christus) is onze vrede, die beiden (Jood en Heiden) één gemaakt en de scheidsmuur van de omheining weggebroken heeft, toen Hij in Zijn vlees de vijandschap, de wet van de geboden, die in inzettingen bestaat, te niet gedaan had, opdat Hij die twee (Jood en Heiden) in Zichzelf tot één nieuwe mens (lichaam van Christus) zou scheppen, vrede makende, en beiden (Jood en Heiden) in één lichaam met God verzoenen zou door het kruis, terwijl Hij daardoor de vijandschap gedood heeft.

Letterlijk wordt hier van ons gezegd dat wij vroeger heidenen (oftewel: niet Joden) waren. Dat betekent dus dat we dat nu letterlijk niet meer zijn. Letterlijk staat hier dat Jood en Heiden nu zijn opgegaan in die nieuwe mens, het lichaam van Christus. Dus heel letterlijk is de gemeente, het lichaam van Christus een eenheid van gewezen Heidenen en gewezen Joden.

Laat ik nou altijd mijzelf als heiden beschouwd hebben. Natuurlijk wel een heiden, die dankzij het werk van Christus nu vrede met God heeft, maar evenzogoed nog altijd heiden, dus: niet Jood. Het onderscheid van Jood en Heiden is echter in het lichaam van Christus heel letterlijk opgeheven. Eigenlijk dacht ik altijd dat de gemeente, het lichaam van Christus een soort heidengemeente was. Dat dacht ik omdat dit onderscheid er wel degelijk was voor de openbaring van de verborgenheid betreffende de gemeente, het lichaam van Christus. Hier staat echter heel letterlijk dat die twee, Jood en Heiden, nou juist tot die nieuwe mens, dat lichaam van Christus, geschapen zijn. Geen Jodengemeente dus, geen heidengemeente dus, maar gewoon nieuwe mens.

Toen ik eenmaal letterlijk Gods Woord las, toen keek ik eigenlijk vreemd tegen mijn eigen vanzelfsprekende vermenging van Gods handelen onder het Nieuwe Verbond en Gods handelen in die nieuwe mens aan. Hoe konden die overduidelijke verschillen me al die tientallen jaren nooit zijn opgevallen! Welke verschillen?

Jeremia 11: 16 Yahweh noemde jullie (Israel) een groene, schone, vruchtbare olijfboom;
Hosea 14: 5-6 Ik (Yahweh) zal voor Israël als een dauw zijn, dat hij zal bloeien gelijk een lelie en zijn wortels zal uitslaan als de Libanon; en zijne takken zullen zich uitspreiden, dat hij zo schoon zal zijn als een olijfboom en hij zal zo goeden geur geven als de Libanon;
Romeinen 11: 17-24 Als enkele van de takken (van Israel) afgebroken zijn, en jullie (Heidenen), die een wilde olijfboom waren, daartussen geënt zijn en aan de wortel en de vettigheid van de olijfboom deel hebben gekregen, beroem je (Heiden) dan niet tegen de takken (Israel); en als jij je (Heiden) dan wel beroemt, niet jij (Heiden) draagt de wortel (Israel), maar de wortel (Israel) draagt jou (Heiden). Jullie (Heidenen) zullen dan zeggen: Er zijn takken (van Israel) afgebroken, opdat ik (Heiden) zou worden geënt. Zij (van Israel) zijn afgebroken door ongeloof en jullie (Heidenen) staan door het geloof. want heeft God de natuurlijke takken (Israel) niet gespaard, Hij mocht ook jullie (Heidenen) niet sparen! Zie dan de goedertierenheid en de gestrengheid van God: gestrengheid over hen die gevallen zijn (van Israel), maar goedertierenheid van God over jullie (Heidenen), als jullie (Heidenen) in de goedertierenheid blijven; anders zullen jullie (Heidenen) ook worden afgehouwen. En ook zij (van Israel) zullen, als zij (van Israel) niet in het ongeloof blijven, weer geënt worden; want God is machtig hen (Israel) opnieuw te enten. Want als jullie (Heidenen) uit de van nature wilde olijfboom (de heidenvolkeren) uitgehouwen, en tegen de natuur op de edele olijfboom (Het volk Israel) geënt zijn, hoeveel te meer zullen dezen (van Israel), die natuurlijke takken zijn, op hun eigen olijfboom (Het volk Israel) geënt worden!

Hier hebben we Gods uitgesproken handelen met Heidenen, die Heidenen zijn en blijven (oftewel onedele enten), en met Israel (oftewel de stam, de wortel, de edele Olijfboom). Elke Heiden, die onder het Nieuwe Verbond tot geloof kwam, was daarmee geënt in die edele Olijfboom, maar bleef daarmee toch een ent van de wilde boom in de edele Olijfboom.

Nog een verschil:
Deuteronomium 32:21 Zij (Israel) hebben Mij Yahweh) tot jaloezie verwekt door wat geen God (Gods minachting over de goden van de heidenen) is, met hun afgoderij hebben zij (Israel) Mij (Yahweh) vertoornd; en Ik (Yahweh) zal hen (Israel) weer tot jaloezie verwekken door wat geen volk (minachtende kijk op de Heidenen) is, door een dwaas volk (Heidenen) wil Ik hen vertoornen.
Romeinen 10: 19 Ik (Paulus) vraag: Heeft Israël het niet verstaan? In de eerste plaats zegt Mozes: ‘Ik zal jaloersheid bij jullie (Israel) opwekken door wat geen volk (minachtende kijk op de Heidenen) is; door een onverstandig volk (Heidenen) zal ik jullie (Israel) toorn opwekken.’
Romeinen 11: 11 Zo zeg ik (Paulus) nu: zijn zij (Israel) daarom gestruikeld, opdat zij (Israel) vallen zouden? Dat zij verre! Maar uit hun (Israel) val is de heidenen de redding geworden, om hen (Israel) tot jaloezie te verwekken.
Hier in de Romeinenbrief stond Israel nog altijd voorop in Gods profetisch plan. Het was Paulus dienst onder het Nieuwe Verbond met het volk Israel. De Heidenen hadden daar ook deel aan, zij het ondergeschikt om Israel te bereiken. Jood en Heiden in een totaal andere setting als binnen die nieuwe mens.

Tientallen jaren heb ik deze verslagen van Paulus over Gods expliciete handelen met Zijn volk Israel en de heidenen gelezen alsof het zo één op één te passen viel op Paulus uitspraken over de nieuwe mens, waar die twee opgegaan zijn in een compleet nieuwe mens, Gods maaksel, dat het lichaam van Christus vormt. Ik kon heel makkelijk zo vreemd lezen zolang ik Gods uitspraken maar niet letterlijk nam. In de negentiger jaren liep ik daar compleet in vast en toen begonnen nou juist door het letterlijk lezen van Gods Woord al die schijnbaar tegenstrijdige uitspraken van één en dezelfde Paulus op zijn plek te vallen. Ik kon niet anders dan concluderen dat God tijdens heel Handelingen nog altijd met primair het aardse uitverkoren volk Israel handelde en dat de gelovige heidenen ook dienend waren aan Gods plan met dat volk. Ik kwam er toen ook achter dat het begin van de gemeente, het lichaam van Christus, pas na de hele Handelingenperiode moest vallen.

Ik de volgende studie zet ik meer van Gods handelen met Israel en de heidenvolkeren tegenover Gods handelen binnen het lichaam van Christus. Waarom? Omdat ik weet dat ikzelf daar nauwelijks oog voor had en het dus heel goed begrijp als je al die verschillen maar verwarrend vindt.

Richten we ons nu op Gods handelen met Zijn aardse volk Israel en de heidenvolkeren of op de verborgenheid van Gods maaksel, de nieuwe mens, alles wat we zien is en blijft genade en genade alleen. Het is altijd Gods werk en nooit ons of andermans werk voor God.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende